Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Notulen
Woensdag 3 april 2019 - BrusselDefinitieve uitgave

6. Gedelegeerde handelingen (artikel 105, lid 6, van het Reglement)

Overeenkomstig artikel 105, lid 6, van het Reglement deelt de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters aan de Voorzitter van het Parlement mede dat geen enkel bezwaar is gemaakt tegen:

—    de aanbeveling van de commissie ECON om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 28 maart 2019 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/2251 van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de datum tot wanneer tegenpartijen hun risicobeheerprocedures voor bepaalde niet door een centrale tegenpartij geclearde otc-derivatencontracten mogen blijven toepassen (C(2019)02530 - 2019/2679(DEA)) (B8-0234/2019);

—   de aanbeveling van de commissie ECON om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 28 maart 2019 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2205, Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/592 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1178 en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de datum waarop de clearingverplichting in werking treedt voor bepaalde soorten contracten (C(2019)02533 - 2019/2680(DEA)) (B8-0235/2019).

Indien vóór morgenochtend 10 uur tegen deze aanbevelingen geen bezwaar wordt gemaakt door een fractie of leden die ten minste de lage drempel bereiken, worden zij geacht te zijn goedgekeurd. Is dit wel het geval, dan worden zij in stemming gebracht.

De aanbevelingen staan gedurende deze vergaderperiode op de website van het Parlement.

Laatst bijgewerkt op: 6 augustus 2019Juridische mededeling