Procedure : 2014/2841(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0118/2014

Ingediende teksten :

RC-B8-0118/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/09/2014 - 10.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0025

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 163kWORD 86k
17.9.2014
PE537.020v01-00}
PE537.024v01-00}
PE537.025v01-00}
PE537.029v01-00}
PE537.030v01-00} RC1
 
B8-0118/2014}
B8-0122/2014}
B8-0123/2014}
B8-0127/2014}
B8-0128/2014} RC1/REV

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

S&D (B8‑0118/2014)

ECR (B8‑0122/2014)

PPE (B8‑0123/2014)

Verts/ALE (B8‑0127/2014)

ALDE (B8‑0128/2014)


over de situatie in Oekraïne en de stand van zaken in de betrekkingen tussen de EU en Rusland (2014/2841(RSP))


Cristian Dan Preda, Elmar Brok, Jacek Saryusz-Wolski, Arnaud Danjean, Othmar Karas, Andrej Plenković, Sandra Kalniete, Ivo Belet, Jerzy Buzek, David McAllister, Michael Gahler, Lars Adaktusson, Lorenzo Cesa, Anna Maria Corazza Bildt, Andrzej Grzyb, Tunne Kelam, Andrey Kovatchev, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Eduard Kukan, Gabrielius Landsbergis, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Monica Luisa Macovei, Gabriel Mato, György Schöpflin, Davor Ivo Stier, Dubravka Šuica, Jarosław Leszek Wałęsa, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Valdis Dombrovskis, Ivana Maletić namens de PPE-Fractie
Knut Fleckenstein, Victor Boştinaru, Richard Howitt, Ana Gomes, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Boris Zala, Kati Piri, Marju Lauristin, Liisa Jaakonsaari, Goffredo Maria Bettini, Nicola Caputo, Arne Lietz, Francisco Assis, Miroslav Poche, Vilija Blinkevičiūtė, Andi Cristea, Marc Tarabella, Afzal Khan, Jo Leinen namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Ryszard Antoni Legutko, Anna Elżbieta Fotyga, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Geoffrey Van Orden, Roberts Zīle, Ruža Tomašić, Dawid Bohdan Jackiewicz, Jadwiga Wiśniewska, Zbigniew Kuźmiuk, Beata Barbara Gosiewska, Janusz Wojciechowski, Zdzisław Krasnodębski namens de ECR-Fractie
Johannes Cornelis van Baalen, Petras Auštrevičius, Antanas Guoga, Kaja Kallas, Andrus Ansip, Pavel Telička, Juan Carlos Girauta Vidal, Ramon Tremosa i Balcells, Nathalie Griesbeck, Marielle de Sarnez, Marietje Schaake, Ivan Jakovčić, Gérard Deprez, Fredrick Federley, Louis Michel, Martina Dlabajová namens de ALDE-Fractie
Rebecca Harms namens de Verts/ALE-Fractie
Valentinas Mazuronis, Iveta Grigule

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Oekraïne en de stand van zaken in de betrekkingen tussen de EU en Rusland (2014/2841(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over het Europees Nabuurschapsbeleid, het Oostelijk Partnerschap en Oekraïne, en met name zijn resolutie van 17 juli 2014 over Oekraïne(1),

–   gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 22 juli en 15 augustus en de conclusies van de Europese Raad van 30 augustus 2014 over Oekraïne,

–   gezien de verklaring van de EDEO-woordvoerder van 11 september 2014 over de ontvoering van een Estse politiefunctionaris,

–   gezien zijn eerdere resoluties over het Europees Nabuurschapsbeleid, het Oostelijk Partnerschap en Oekraïne, en met name zijn resoluties van 27 februari 2014 over de situatie in Oekraïne(2), van 13 maart 2014 over de invasie van Oekraïne door Rusland(3) en van 17 april 2014 over Russische druk op de landen van het Oostelijk Partnerschap en in het bijzonder de destabilisatie van Oost-Oekraïne(4), en van 17 juli 2014 over de situatie in Oekraïne(5),

–   gezien zijn eerdere resoluties over Rusland, met name zijn resolutie van 6 februari 2014 over de top EU-Rusland(6),

–   gezien de slotverklaring van de NAVO-topontmoeting op 5 september 2014 in Wales,

–   gezien de conclusies van de buitengewone bijeenkomst van de Raad Landbouw op 5 september 2014,

–   gezien de gezamenlijke ministeriële verklaring van 12 september 2014 over de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst / diepe en brede vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Oekraïne,

–   gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het conflict in het oosten van Oekraïne in de zomer van 2014 verder geëscaleerd is; overwegende dat volgens schattingen van de VN ten minste drieduizend mensen het leven hebben verloren en vele duizenden gewond zijn geraakt en dat honderdduizenden burgers de conflictgebieden zijn ontvlucht; overwegende dat de economische kosten van het conflict, met inbegrip van de kosten van de wederopbouw van de oostelijke regio's, een grote zorg zijn voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling van Oekraïne;

B.  overwegende dat de trilaterale contactgroep op 5 september in Minsk een staakt-het-vuren is overeengekomen, dat dezelfde dag van kracht werd; overwegende dat de overeenkomst ook een 12-puntenprotocol omvatte, dat betrekking heeft op de vrijlating van krijgsgevangenen, maatregelen ter verbetering van de humanitaire situatie, de terugtrekking van alle illegale gewapende groeperingen, militaire uitrusting en huursoldaten uit Oekraïne en maatregelen gericht op decentralisatie in de regio's Donetsk en Loehansk;

C. overwegende dat het staakt-het-vuren sinds 5 september met name door reguliere Russische troepen en separatisten is geschonden in de buurt van Mariupol en de luchthaven van Donetsk, en dat op diverse andere plaatsen getracht is de Oekraïense defensie op de proef te stellen;

D. overwegende dat Rusland de afgelopen weken zijn militaire aanwezigheid op Oekraïens grondgebied heeft en zijn logistieke steun aan de separatistische milities heeft opgevoerd door constant wapens, munitie, gepantserde voertuigen en materieel, huurlingen en vermomde militairen aan te voeren, ondanks de oproepen van de EU om alles in het werk te stellen om te komen tot de-escalatie; overwegende dat de Russische Federatie sedert het uitbreken van de crisis troepen en militair materieel heeft samengebracht aan de grens met Oekraïne;

E.  overwegende dat de directe en indirecte militaire interventie van Rusland in Oekraïne, met inbegrip van de annexatie van de Krim, een schending vormt van het internationaal recht, onder meer het VN-Handvest, de Slotakte van Helsinki en de Overeenkomst van Boedapest van 1994; overwegende dat Rusland blijft weigeren het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa (CSE) toe te passen;

F.  overwegende dat de Europese Raad op 30 augustus, gezien het destabiliserende optreden van Rusland in de oostelijke Oekraïne, heeft verzocht om voorstellen ter versterking van de restrictieve maatregelen van de EU; overwegende dat de voorgestelde maatregelen op 12 september in werking zijn getreden;

G. overwegende dat de EU en Oekraïne, na de ondertekening van de politieke bepalingen van de associatieovereenkomst op 21 maart 2014, op 27 juni 2014 het resterende deel van deze overeenkomst officieel hebben ondertekend, waaronder een diepe en brede vrijhandelsovereenkomst; overwegende dat het Europees Parlement en de Verchovna Rada de associatieovereenkomst gelijktijdig hebben geratificeerd; overwegende dat de Commissie op 12 september heeft bekendgemaakt dat de voorlopige toepassing van de associatieovereenkomst/diepe en brede vrijhandelsovereenkomst (DCFTA) tot 31 december 2015 wordt uitgesteld; merkt op dat dit zal leiden tot verlenging van de eenzijdige handelspreferenties van de EU jegens Oekraïne, die op 1 november as. zouden aflopen;

H. overwegende dat de Russische regering op 7 augustus een lijst met producten uit de EU, de VS, Noorwegen, Canada en Australië heeft goedgekeurd die een jaar lang niet op de Russische markt mogen worden aangeboden; overwegende dat de EU hierdoor het sterkst wordt getroffen, omdat Rusland voor de EU de op een na grootste exportmarkt voor landbouwproducten vormt en de zesde plaats inneemt bij visserijproducten en omdat 73% van de goederen waarvoor een invoerverbod geldt, uit de EU afkomstig is; overwegende dat als gevolg van de globale beperkingen die Rusland momenteel toepast, een handelsvolume van EUR 5 miljard op het spel staat en 9,5 miljoen werknemers in de meest getroffen landbouwbedrijven in de EU in hun inkomen getroffen kunnen worden;

I.   overwegende dat het Russische verbod op levensmiddelen uit de EU, dat vooral de groente- en fruitsector, maar ook de zuivel- en vleessector heeft getroffen, er wellicht toe kan leiden dat er op de interne markt een overaanbod ontstaat, en dat de ban op EU-visserijproducten in sommige lidstaten tot ernstige problemen zou kunnen leiden; overwegende dat de waarde van de verboden visserijproducten bijna EUR 144 miljoen bedraagt;

J.   overwegende dat Rusland de veiligheid van de EU aantast door regelmatig het luchtruim van Finland, de Oostzeelanden en Oekraïne te schenden en door de recente verlaging van de gasleveringen aan Polen met 45%;

K. overwegende dat op de NAVO-top in Newport is bevestigd dat de NAVO Oekraïne steunt tegen de destabiliserende Russische invloed, hulp is aangeboden met het oog op de versterking van de Oekraïense strijdkrachten en een oproep is gedaan aan Rusland om zijn troepen uit Oekraïne terug te trekken en een einde te maken aan de illegale annexering van de Krim;

L.  overwegende dat het neerhalen met noodlottige afloop van vlucht MH17 van Malaysian Airlines in de regio Donetsk in Europa en daarbuiten hevige verontwaardiging heeft gewekt; overwegende dat de VN en de EU hebben aangedrongen op een diepgaand internationaal onderzoek naar de toedracht van het ongeluk en dat berechting van de verantwoordelijken een morele en wettelijke verplichting is;

1.  verwelkomt de staakt-het-vuren overeenkomst van Minsk en roept alle partijen op alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat dit staakt-het-vuren volledig worden nageleefd en dat zo de weg kan worden bereid voor het begin van een echt vredesproces, met inbegrip van effectieve OVSE-controles aan de Oekraïense grenzen, de volledige en onvoorwaardelijke terugtrekking van Russische troepen, illegale gewapende groepen, militair materieel en huurlingen uit het internationaal erkende grondgebied van Oekraïne, en vrijlating van gijzelaars; betreurt het dat het wapenstilstandsakkoord voortdurend door met name separatisten en Russische strijdkrachten wordt geschonden en dat zij zich nog steeds blijven versterken;

2.  roept alle partijen op het staakt-het-vuren te eerbiedigen en zich te onthouden van acties die deze overeenkomst in gevaar zouden kunnen brengen; spreekt er echter zijn grote bezorgdheid over uit dat het staakt-het-vuren voor de Russische troepen een voorwendsel is om zich te hergroeperen met het oog op voortzetting van hun offensief gericht op de totstandbrenging van een "landcorridor" naar de Krim en verder naar Transnistrië;

3.  veroordeelt met klem de Russische Federatie voor het voeren van een niet-verklaarde hybride oorlog tegen Oekraïne met de inzet van reguliere Russische troepen, en voor het steunen van illegale bewapende groepen; benadrukt het feit dat dit optreden van de Russische leiders niet alleen een bedreiging vormt voor de eenheid en onafhankelijkheid van Oekraïne, maar voor het hele Europese continent; dringt er bij Rusland op aan dat het onmiddellijk al zijn militair materieel en troepen uit Oekraïne terugtrekt, de aanvoer van strijders en wapens naar het oosten van Oekraïne verbiedt en zijn steun, direct of indirect, voor de acties van de separatisten op Oekraïens grondgebied stopzet;

4.  herhaalt zijn engagement voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit, territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen en de keuze van Oekraïne voor Europa; herhaalt dat de internationale gemeenschap de illegale annexatie van de Krim en Sevastopol en de pogingen om in Donbas quasi-republieken te vestigen, niet zal erkennen; is verheugd over het besluit van de EU om import uit de Krim te verbieden tenzij een invoerproduct vergezeld gaat van een door de Oekraïense overheid afgegeven certificaat van oorsprong; veroordeelt verder de gedwongen afgifte van Russische paspoorten aan Oekraïense burgers op de Krim, de vervolging van Oekraïners en Krimtataren, en de dreigementen van de zelfbenoemde leiders aan het adres van burgers op de Krim die hebben aangegeven bij de komende parlementsverkiezingen te willen stemmen;

5.  benadrukt dat de OVSE een cruciale rol speelt in het oplossen van de Oekraïense crisis, omdat de OVSE ervaring heeft met het omgaan met gewapende conflicten en crises en omdat Rusland en Oekraïne beide lid zijn van deze organisatie; verzoekt de lidstaten, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie alles in het werk te stellen om de bijzondere OVSE-waarnemingsmissie in Oekraïne te versterken en uit te breiden, zowel op het gebied van ervaren personeel als van logistiek en uitrusting; benadrukt dat de OVSE-waarnemers dringend moeten worden ingezet langs alle delen van de Oekraïens-Russische grens die momenteel door de separatisten worden gecontroleerd;

6.  onderstreept dat de hervorming en de associatieagenda parallel moeten lopen met de voortgaande strijd voor de territoriale integriteit en eenheid van Oekraïne; verklaart opnieuw dat deze twee taken onlosmakelijk en synergistisch met elkaar verbonden zijn; benadrukt de behoefte aan een vreedzame dialoog en aan een decentralisatie die de waarborg biedt dat het gezag over het gehele grondgebied in handen van de centrale overheid blijft, zodat de eenheid van Oekraïne gegarandeerd is; onderstreept dat er vertrouwen moet worden geschapen tussen de verschillende gemeenschappen in de samenleving, en dringt aan op een duurzaam verzoeningsproces; benadrukt in dit verband het belang van een inclusieve nationale dialoog, waarbij propaganda en tot haat aanzettende taal die het conflict nog verder kan verscherpen, moeten worden vermeden; beklemtoont dat bij zo'n inclusieve dialoog maatschappelijke organisaties betrokken moeten worden, alsook mensen uit alle regio's en minderheidsgroepen;

7.  is verheugd over de gelijktijdige ratificatie van de AA/DCFTA door de Verchovna Rada en het Europees Parlement; beschouwt dit als een belangrijke stap waarmee beide zijden blijk geven van hun engagement voor een succesvolle uitvoering; neemt kennis van het feit dat de voorlopige toepassing van de DCFTA tussen de EU en Oekraïne mogelijk wordt uitgesteld tot 31 december 2015 en wordt vervangen door de verlenging van eenzijdige handelsmaatregelen, hetgeen in feite neerkomt op een asymmetrische toepassing van het akkoord; Betreurt de buitengewone maatregelen die door Rusland zijn genomen en de druk die door Rusland wordt uitgeoefend; Verklaart dat de overeenkomst niet gewijzigd kan en zal worden en dat de EU hier met deze ratificatie geen misverstand over heeft laten bestaan; Roept de lidstaten op haast te maken met de ratificatie van de AA/DCFTA met Oekraïne; is ingenomen met het lopende overleg tussen Oekraïne, Rusland en de EU over de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst / diepe en brede vrijhandelsovereenkomst met Oekraïne en hoopt dat mede daardoor misverstanden uit de weg kunnen worden geruimd;

8.  onderstreept dat de komende maanden tot de uitvoering van de AA/DCFTA moeten worden benut om de noodzakelijke hervorming en modernisering van het Oekraïense politieke bestel en de Oekraïense economie en samenleving volgens de associatieagenda ter hand te nemen; is verheugd over het hervormingsprogramma dat president Porosjenko heeft aangekondigd, waaronder begrepen wetgeving inzake corruptiebestrijding, decentralisering en amnestie; roept de Commissie en de EEAS op snel te komen met een omvangrijk en ambitieus financieel steunpakket voor Oekraïne en met name voor de bevolking in Oost-Oekraïne, en zo te werken aan een politieke oplossing en nationale verzoening;

9.  beschouwt de speciale status die is toegekend aan sommige districten in de Donetsk- en Loehansk-regio's en de amnestie die op 16 september door het Oekraïense parlement is goedgekeurd als een belangrijke bijdrage aan de de-escalatie in het kader van het vredesplan van de president van Oekraïne;

10. steunt de restrictieve maatregelen die de EU deze zomer tegen Rusland heeft genomen naar aanleiding van de voortdurende agressie van dat land en neemt kennis van de versterking van deze maatregelen waartoe 12 september werd besloten; is van mening dat elke sanctie zodanig moet worden ingekleed dat aan het Kremlin gelieerde bedrijven deze niet kunnen omzeilen; verzoekt de EU om nauwlettend toe te zien op vormen van economische samenwerking als aandelenswaps en joint-ventures;

11. verzoekt de lidstaten en de EDEO een reeks duidelijke benchmarks vast te stellen die, wanneer daaraan voldaan is, de vaststelling van nieuwe beperkende maatregelen tegen Rusland kunnen voorkomen of kunnen leiden tot de opheffing van de voorgaande maatregelen; is van mening dat de volgende ijkpunten niet mogen ontbreken: algehele terugtrekking van Russische troepen en huurlingen uit het grondgebied van Oekraïne; beëindiging van de levering van wapens en materieel aan terroristen; volledige inachtneming van de bestandsovereenkomst door Rusland; de totstandkoming van een effectieve internationale controle en verificatie van de bestandsovereenkomst; en herstel van de controle van Oekraïne over zijn hele grondgebied; verzoekt de Raad en de lidstaten geen enkele sanctie te heroverwegen voordat aan deze voorwaarden is voldaan en bereid te zijn tot verdere sancties mocht Rusland acties ondernemen die die de staakt-het-vuren overeenkomst in gevaar brengen of zouden kunnen leiden tot verdere escalatie van de spanningen in Oekraïne;

12. wijst erop dat de beperkende maatregelen van de EU rechtstreeks samenhangen met het feit dat Rusland het internationaal recht heeft geschonden met de illegale annexatie van de Krim en de destabilisering van Oekraïne, terwijl de handelsmaatregelen van Russische zijde, waaronder die tegen Oekraïne en andere landen van het oostelijk partnerschap, die de afgelopen tijd associatieovereenkomsten met de EU hebben gesloten, ongegrond zijn; verzoekt de EU in overweging te nemen Rusland uit te sluiten van civiele nucleaire samenwerking en het SWIFT-systeem;

13. verzoekt de Commissie het effect van de Russische tegensancties nauwlettend te volgen en snel maatregelen te nemen om producenten te steunen die worden getroffen door Russische handelsbeperkingen; stemt in met de maatregelen die de Raad Landbouw op 5 september heeft afgekondigd en verzoekt de Commissie na te gaan hoe de EU in staat kan worden gesteld om in de toekomst een dergelijke crisis beter aan te pakken, en vraagt de Commissie alles in het werk te stellen om de getroffen Europese producenten tijdig forse steun te bieden; betreurt de opschorting van de noodmaatregelen voor de markten voor bederfelijke waar als fruit en groenten, maar veroordeelt misbruik van de steun; Roept de Commissie op zo spoedig mogelijk met en nieuw plan te komen;

14. verzoekt de Commissie de landbouw-, levensmiddelen-, visserij- en aquacultuurmarkt van nabij te volgen, de Raad en het Parlement op de hoogte te stellen van eventuele veranderingen en het effect van de genomen maatregelen te evalueren om de lijst van de voor steun in aanmerking komende producten mogelijk uit te breiden en het budget van 125 miljoen EUR te verhogen; dringt er bij de Commissie op aan zich niet tot marktmaatregelen te beperken, maar ook maatregelen voor de middellange termijn te nemen ter versterking van de aanwezigheid van de EU op de markten van derde landen (bijv. promotieactiviteiten);

15. overweegt de mogelijkheid om ook van andere EU-middelen dan alleen landbouwgelden gebruik te maken, omdat de crisis in eerste instantie van politieke aard is en niet het gevolg van slechte marktwerking of ongunstige weersomstandigheden;

16. benadrukt dat politieke en economische stabiliteit en ontwikkeling in Rusland op middellange en lange termijn staat of valt met het ontstaan van een echte democratie, en dat de toekomst van de betrekkingen tussen de EU en Rusland af zal hangen van de inspanningen om de democratie, de rechtstaat en de eerbiediging van de mensenrechten in Rusland te verbeteren;

17. neemt met genoegen kennis van de vrijlating van gijzelaars door de ongeregelde gewapende groepen in het oosten van Oekraïne en dringt aan op de vrijlating van Oekraïense gevangenen in Rusland; wijst met name op de zaak Nadezjda Savtsjenko, een in juni door de separatisten gevangen genomen Oekraïense vrijwilliger die vervolgens naar Rusland overgebracht is en nog steeds vastgehouden wordt;

18. is verheugd over de hernieuwde toezegging van de NAVO om prioriteit toe te kennen aan de collectieve veiligheid, en over het feit dat men zich heeft gecommitteerd aan artikel 5 van het Verdrag van Washington; is verheugd over de besluiten op de NAVO-top in Newport om het veiligheidsniveau van de oostelijke bondgenoten te verhogen, o.a. door de oprichting van de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF)", een permanente roulerende militaire aanwezigheid van de NAVO en de aanleg van logistieke infrastructuur, alsmede de steun die is aangeboden met het oog op de versterking van het Oekraïense vermogen om voor zijn eigen veiligheid te zorgen; neemt er nota van dat de lidstaten bilateraal de nodige wapens, technologie en knowhow voor veiligheid en defensie aan Oekraïne kunnen leveren;

19. onderstreept het belang van het onafhankelijke, snelle en volledige onderzoek naar de oorzaken van het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysian Airlines, dat is toevertrouwd aan de Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid, en benadrukt dat de verantwoordelijken voor de rechter moeten worden gebracht; merkt op dat de Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid zijn voorlopige rapport over het onderzoek naar het neerstorten van MH17 op 9 september 2014 heeft uitgebracht; onderstreept dat er, afgaande op de nu beschikbare voorlopige bevindingen, geen aanwijzingen zijn gevonden voor eventuele technische of operationele problemen met vliegtuig of bemanning en dat de in het voorste deel vastgestelde schade erop lijkt te duiden dat het vliegtuig van buitenaf is geraakt door een groot aantal objecten die het toestel met hoge snelheid hebben doorboord; betreurt het dat de rebellen onderzoekers nog steeds geen onbelemmerde toegang bieden tot de rampplek en roept alle betrokken partijen op onmiddellijk toegang mogelijk te maken;

20. is ervan overtuigd dat de EU alleen doeltreffend op de Russische dreigementen kan reageren door de eenheid te bewaren en met één stem tegen Rusland te spreken; meent dat de EU haar betrekkingen met Rusland grondig moet herzien, de idee van een strategisch partnerschap moet laten varen en moet kiezen voor een nieuwe, uniforme benadering;

21. spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de catastrofale humanitaire situatie in de oostelijke Oekraïne, vooral met het oog op de naderende winter; wijst erop dat er dringend behoefte is aan humanitaire hulp voor de bevolking in de omstreden gebieden en voor vluchtelingen en ontheemden; is ingenomen met het onlangs door de Commissie genomen besluit om EUR 22 miljoen uit te trekken voor humanitaire en ontwikkelingshulp aan Oekraïne; dringt aan op verdere inspanningen, volledig onder EU-verantwoordelijkheid en -toezicht, met inbegrip van een humanitair hulpkonvooi, om de meest behoeftigen hulp te bieden; wijst erop dat de verlening van humanitaire hulp aan het oosten van Oekraïne plaats moet vinden met volledige inachtneming van het internationaal humanitair recht en de beginselen menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid en in nauwe samenwerking met de Oekraïense regering, de VN en het Internationale Rode Kruis;

22. dringt er bij de Commissie op aan te beginnen met de voorbereiding van het derde ambitieus pakket voor macro-financiële bijstand aan Oekraïne, alsook het voortouw te nemen bij de organisatie van de donorconferentie voor Oekraïne die uiterlijk eind 2014 moet plaatsvinden en waaraan internationale organisaties, internationale financiële instellingen en het maatschappelijk middenveld zullen deelnemen; Benadrukt het belang van een harde toezegging van de internationale gemeenschap om de economische en politieke stabilisatie en hervorming van Oekraïne te ondersteunen;

23. prijst de voortdurende pogingen van de Oekraïense autoriteiten om het recht op onderwijs te garanderen en met name om ervoor te zorgen dat alle door het conflict getroffen kinderen zo snel mogelijk weer naar school kunnen; wijst op het belang van psychosociale steunverlening aan alle kinderen die rechtstreeks te maken hebben gehad met gewelddadige gebeurtenissen;

24. veroordeelt ten scherpste de illegale ontvoering van een Estse functionaris van de binnenlandse veiligheidsdienst van Ests grondgebied naar Rusland en roept de Russische autoriteiten op de heer Kohver onmiddellijk vrij te laten en hem veilig naar Estland te laten terugkeren;

25. vestigt de aandacht op de recente, geloofwaardige meldingen van mensenrechtenschendingen in conflictgebieden door vooral reguliere Russische troepen en separatisten en in sommige gevallen eveneens door Oekraïense strijdkrachten; steunt de oproep aan de Oekraïense regering om één regelmatig geactualiseerd register van gemelde ontvoeringen te creëren en alle aantijgingen van misbruik van geweld, mishandeling en foltering aan een grondig en onafhankelijk onderzoek te onderwerpen;

26. is ingenomen met de vaststelling van het vierde voortgangsverslag van de Commissie over de uitvoering van actieplan voor visumliberalisering door Oekraïne en over het besluit van de Raad om de tweede fase aan te vatten; dringt erop aan dat de regeling inzake visumvrij verkeer tussen de EU en Oekraïne spoedig wordt afgerond als concreet antwoord op de Europese aspiraties van de betogers van het Maidanplein; vraagt dat in afwachting daarvan onmiddellijk tijdelijke, eenvoudige en goedkope visumprocedures worden ingevoerd;

27. dringt aan op voortzetting van het in juni opgeschorte driehoeksoverleg over de sinds juni gestaakte gasleveringen aan Oekraïne, om een oplossing in de zin van een hervatting te vinden; herhaalt dat de gasvoorziening verzekerd moet worden door vanuit EU-buurlanden gasstromen naar Oekraïne terug te leiden;

28. verzoekt de EU gasopslag, interconnecties en flow-back installaties te gaan zien als strategische troeven, waarmee het aandeel van derde contractsluitende ondernemingen in deze cruciale sectoren kan worden gereguleerd; roept de lidstaten voorts op geplande akkoorden met Rusland in de energiesector, met inbegrip van de South Stream gaspijpleiding, te annuleren;

29. onderstreept dat de energiezekerheid, de onafhankelijkheid en de veerkracht van de EU in het geval van externe pressie radicaal moeten worden verbeterd door het consolideren van de energiesectoren, de verdere ontwikkeling van de energie-infrastructuur in de buurlanden van de EU en de ontwikkeling van energie-interconnecties tussen deze landen en met de EU, overeenkomstig de doelstellingen van de Energiegemeenschap, en dat deze prioritaire projecten van gemeenschappelijk belang met de grootste spoed moeten worden verwezenlijkt om een volledig werkende vrije gasmarkt in Europa tot stand te brengen;

30. is ingenomen met het besluit van de Franse regering om de levering van de vliegdekschepen van de Mistral-klasse op te schorten en roept alle lidstaten op een soortgelijk standpunt in te nemen ten aanzien van export die niet door de EU-sanctiebesluiten worden bestreken, met name wat betreft wapens en materieel voor tweeledig gebruik; herinnert eraan dat dit contract in strijd is met de EU-gedragscode inzake wapenexport en het Gezamenlijk standpunt van 2008 waarin gemeenschappelijke regels zijn vastgelegd over controle op de export van militaire technologie en uitrusting; dringt er bij alle lidstaten op aan dat ze zich volledig houden aan het wapenembargo en het uitvoerverbod voor goederen voor tweeledig gebruik met een militaire eindbestemming;

31. is verheugd over het besluit om op 26 oktober 2014 in Oekraïne vervroegde parlementsverkiezingen te houden en verwacht van de regering dat zij vrije en eerlijke verkiezingen garandeert; verzoekt de Oekraïense autoriteiten volledige openheid te betrachten over de financiering van politieke partijen en hun politieke campagnes en alle opmerkingen in de bevindingen en conclusies van de OVSE/ODIHR-waarnemingsmissie voor de recente presidentsverkiezingen volledig te behandelen; hoopt op een sterke meerderheid gezien de belangrijke uitdagingen en noodzakelijke hervormingen in de toekomst; hecht aan het sturen van verkiezingswaarnemers om deze verkiezingen te volgen, en dringt aan op een substantiële internationale waarnemingsmissie bij deze cruciale verkiezingen, die onder nog steeds moeilijke omstandigheden zullen plaatsvinden;

32. onderstreept dat Rusland nu minder reden dan ooit heeft om kritiek te uiten op de overeenkomst tussen de EU en Oekraïne of met ongerechtvaardigde handelsbeperkingen en militaire agressie te reageren; spreekt er zijn bezorgdheid over uit dat deze nieuwe ontwikkeling Rusland aanspoort tot aanscherping van zijn beleid dat erop gericht is Oekraïne te intimideren en het land binnen zijn eigen invloedssfeer te brengen; vreest dat het conflict zou kunnen overslaan naar Georgië en Moldavië;

33. betreurt eveneens het feit dat het Russische leiderschap het Oostelijk Partnerschap van de EU als een bedreiging van zijn eigen politieke en economische belangen opvat; onderstreept daarentegen dat Rusland gebaat zal zijn met toegenomen handel en economische activiteiten, en de veiligheid van Rusland zal verbeteren met stabiele en voorspelbare buurlanden; betreurt dat Rusland handel gebruikt als instrument om de regio te destabiliseren, dit door een invoerverbod op te leggen voor bepaalde producten uit Oekraïne en Moldavië, en onlangs nog door de GOS-vrijhandelsovereenkomsten met Oekraïne, Georgië en Moldavië op te zeggen en bijgevolg opnieuw meestbegunstigdelandrechten te heffen op producten die uit deze landen komen;

34. herhaalt in dit verband zijn standpunt dat deze overeenkomst niet het einddoel in de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne vormt; wijst er voorts op dat Oekraïne overeenkomstig artikel 49 VEU net als alle andere Europese landen een Europees perspectief heeft en het EU-lidmaatschap kan aanvragen, op voorwaarde dat het de democratische beginselen in acht neemt, de fundamentele vrijheden, de mensenrechten en de rechten van minderheden eerbiedigt en het functioneren van de rechtsstaat garandeert;

35. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van Oekraïne, de Raad van Europa, de OVSE, en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0009.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0170.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0248.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0457.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0009.

(6)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0101.

Juridische mededeling