Procedure : 2014/2971(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0295/2014

Ingediende teksten :

RC-B8-0295/2014

Debatten :

PV 27/11/2014 - 7.3
CRE 27/11/2014 - 7.3

Stemmingen :

PV 27/11/2014 - 10.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0066

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 143kWORD 66k
26.11.2014
PE539.018v01-00}
PE539.020v01-00}
PE539.022v01-00}
PE539.024v01-00}
PE539.026v01-00}
PE539.031v01-00} RC1
 
B8-0295/2014}
B8-0297/2014}
B8-0299/2014}
B8-0301/2014}
B8-0303/2014}
B8-0308/2014} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ECR (B8‑0295/2014)

EFDD (B8‑0297/2014)

Verts/ALE (B8‑0299/2014)

S&D (B8‑0301/2014)

ALDE (B8‑0303/2014)

PPE (B8‑0308/2014)


over Irak: ontvoeringen en mishandeling van vrouwen (2014/2971(RSP))


Cristian Dan Preda, Tunne Kelam, Elmar Brok, Giovanni La Via, Michèle Alliot-Marie, Pavel Svoboda, Philippe Juvin, Jarosław Wałęsa, Mariya Gabriel, David McAllister, Lorenzo Cesa, Franck Proust, Petri Sarvamaa, Andrej Plenković, Bogdan Brunon Wenta, Monica Macovei, Dubravka Šuica, Jaromír Štětina, Eduard Kukan, Jeroen Lenaers, Seán Kelly, Jiří Pospíšil, Csaba Sógor, Gabrielius Landsbergis, Davor Ivo Stier, Marijana Petir, Tomáš Zdechovský, Barbara Matera, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Stanislav Polčák, Lara Comi, Massimiliano Salini, Ivana Maletić namens de PPE-Fractie
Josef Weidenholzer, Victor Boştinaru, Richard Howitt, Elena Valenciano Martínez-Orozco, Ana Gomes, Vilija Blinkevičiūtė, Nicola Caputo, Silvia Costa, Krystyna Łybacka, Goffredo Maria Bettini, Edouard Martin, Demetris Papadakis, Liisa Jaakonsaari, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Andi Cristea, Miroslav Poche, Miriam Dalli, Pier Antonio Panzeri, Marc Tarabella, Doru-Claudian Frunzulică, Eva Kaili namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Mark Demesmaeker, David Campbell Bannerman, Ruža Tomašić, Jana Žitňanská, Geoffrey Van Orden, Ryszard Czarnecki namens de ECR-Fractie
Gérard Deprez, Marielle de Sarnez, Juan Carlos Girauta Vidal, Fernando Maura Barandiarán, Pavel Telička, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Marietje Schaake, Louis Michel, Petr Ježek, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Dita Charanzová, Jozo Radoš, Javier Nart, Antanas Guoga, Urmas Paet, Ivan Jakovčić namens de ALDE-Fractie
Alyn Smith, Barbara Lochbihler, Michel Reimon, Jean Lambert, Bodil Ceballos, Ernest Urtasun, Jordi Sebastià, Judith Sargentini, Ulrike Lunacek, Heidi Hautala, Reinhard Bütikofer, Davor Škrlec namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao namens de EFDD-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over Irak: ontvoeringen en mishandeling van vrouwen (2014/2971(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Irak,

–   gezien de eerdere conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over de ISIL/Da'ish-crisis in Syrië en Irak van 20 oktober 2014,

–   gezien resolutie S-22/1 van de VN-Mensenrechtenraad van 1 september 2014 over de mensenrechtensituatie in Irak in het licht van de wandaden van de zogenoemde Islamitische Staat in Irak en de Levant en aanverwante groeperingen,

–   gezien het VN-rapport van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie voor de Arabische Republiek Syrië van 12 februari 2014: "Rule of Terror: Living under ISIS in Syria" van 14 november 2014,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Irak, anderzijds, en zijn resolutie van 17 januari 2013 over de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Irak(1),

–   gezien resolutie 2106 (2013) van de VN-Veiligheidsraad van 24 juni 2013 over seksueel geweld in gewapende conflicten en post-conflictsituaties,

–   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, waarbij Irak partij is,

–   gezien het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (IVDV), waarbij Irak partij is, en resolutie 1325 (2000) van de VN-Veiligheidsraad,

–   gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de zogenaamde Islamitische Staat (IS) talrijke wreedheden heeft begaan die misdaden tegen de menselijkheid zijn, zoals massamoorden, executies op bevel van zelfbenoemde IS-rechtbanken, opleggen van een streng geïnterpreteerde sharia, seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen, slavernij, verkrachting, gedwongen huwelijken, mensenhandel, verplaatsing en ontvoering, en die de oorzaak zijn van een catastrofale humanitaire crisis en de ontheemding van grote groepen mensen uit de gebieden onder hun controle;

B.  overwegende dat leden van etnische en religieuze minderheden, met name christenen en Jezidi's, Turkmenen, Shabaks, Kaka'e, Sabianen en Sjiitische gemeenschappen evenals vele Arabieren en Soennitische moslims het doelwit zijn van IS in Mosoel en de omliggende gebieden, met inbegrip van Sinjar en Tal Afar;

C. overwegende dat volgens de schattingen van Human Rights Watch 3133 Jezidi's zijn ontvoerd en vermoord door de IS, of vermist zijn sinds de IS-aanvallen van begin augustus; overwegende dat deze lijst 2305 mensen telt waarvan men denkt dat zij ontvoerd zijn, waaronder 412 kinderen; overwegende dat IS gevangen jezidikinderen indoctrineert;

D. overwegende dat VN-onderzoekers in oktober 2014 hebben verklaard dat naar schatting 5 000 à 7 000 vrouwen werden vastgehouden in geïmproviseerde detentiecentra, van waaruit ze werden weggehaald en ofwel als slavin verkocht of aan jihadisten als concubines meegegeven; overwegende dat vermoedelijk alleen al in de stad Tal Afar ongeveer 3 500 vrouwen en kinderen worden vastgehouden in vijf detentiecentra;

E.  overwegende dat IS en andere jihadistische extremisten in Irak en Syrië de oorzaak zijn van vluchtelingenstromen naar vluchtelingenkampen in Turkije, Libanon en Jordanië, waar met name vrouwen en meisjes in moeilijke humanitaire omstandigheden leven en uiterst kwetsbaar zijn voor intimidatie, seksueel geweld, gedwongen huwelijken en andere vormen van misbruik;

F.  overwegende dat het grensoverschrijdende karakter van IS en de daarmee verbonden terroristische groepen een probleem met een mondiale impact vormt;

G.  overwegende dat de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) ernstig bezorgd is over de vraag of de internationale gemeenschap kan voorzien in dringende noden in verband met de winter in Irak, in het bijzonder voor recentelijk ontheemden;

H. overwegende dat de eenheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Irak essentieel zijn voor de stabiliteit en de economische ontwikkeling van het land en de regio;

1.  veroordeelt in de sterkst mogelijke bewoordingen de systematische schendingen van de mensenrechten en de schendingen van het internationaal humanitair recht als gevolg van de acties van IS en aanverwante terroristische groeperingen, die oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid vormen; veroordeelt scherp met name alle geweld tegen mensen op grond van hun religieuze en etnische achtergrond, en geweld tegen vrouwen en kinderen;

2.  veroordeelt met klem de talrijke wreedheden van IS, die met name gericht zijn tegen vrouwen en die misdaden tegen de menselijkheid vormen, zoals ontvoeringen, verkrachtingen en andere vormen van seksueel geweld, slavernij en gedwongen huwelijken en "bekeringen"; dringt erop aan dat degenen die verantwoordelijk zijn voor alle schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht, ter verantwoording worden geroepen;

3.  beklemtoont dat kinderen onmiddellijk moeten worden herenigd met hun families, er een einde moet worden gemaakt aan gedwongen huwelijken en seksueel misbruik, en alle burgers, met name vrouwen, die gevangen worden gehouden door IS onmiddellijk moeten worden vrijgelaten;

4.  roept de Iraakse regering op het Statuut van Rome waarbij het Internationaal Strafhof (ICC) is opgericht te ratificeren zodat het ICC de oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid door IS kan vervolgen;

5.  roept de Iraakse regering op de mensenrechten te bevorderen en te beschermen door alle geledingen van de Iraakse samenleving te betrekken bij haar inspanningen om IS te bestrijden, in een geest van nationale eenheid en verzoening en eerbiediging van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht; biedt zijn steun aan de regering bij het opbouwen van een eerlijker, meer inclusieve samenleving die ook de rechten van vrouwen beschermt en bevordert;

6.  is ingenomen met de inspanningen van de internationale gemeenschap, met name de VS, om de Iraakse nationale en lokale autoriteiten te steunen in hun strijd tegen IS, de opmars van IS te stuiten en de verlening van humanitaire steun te faciliteren; steunt de wereldwijde coalitie tegen IS en haar inspanningen om IS te bestrijden, met inbegrip van militaire middelen; dringt er bij de internationale gemeenschap op aan de nodige levensreddende hulp te bieden aan mensen in Irak tijdens de winter, met inbegrip van de jezidifamilies die nog op de berg Sinjar verblijven en hun tempels verdedigen tegen vernietiging door IS;

7.  roept alle regionale actoren op alles te doen wat in hun macht ligt om een halt toe te roepen aan alle activiteiten van officiële of particuliere organen die extreme fundamentalistische ideologieën in woord en daad propageren en verspreiden; verzoekt de internationale gemeenschap en met name de EU om een regionale dialoog over de problemen in het Midden-Oosten te faciliteren en alle belanghebbende partijen, in het bijzonder Iran en Saudi-Arabië, daarbij te betrekken;

8.  dringt er bij de VN, met name de speciale rapporteur inzake geweld tegen vrouwen, Rashida Manjoo, op aan om alles in het werk te stellen om de slachtoffers op te sporen, en de feiten en omstandigheden van misbruik en schendingen tegen meisjes en vrouwen door IS en aanverwante terroristische groeperingen in Irak en Syrië te onderzoeken en vast te stellen, om straffeloosheid te vermijden en ervoor te zorgen dat daders volledige verantwoording moeten afleggen; steunt het werk van de speciale vertegenwoordiger van de VN voor seksueel geweld in conflictsituaties, Zainab Hawa Bangura;

9.  verzoekt de internationale humanitaire organisaties die werkzaam zijn in Irak, waaronder VN-agentschappen, om medische en adviesdiensten voor ontheemden die gevlucht zijn voor IS uit te breiden en speciale aandacht te geven aan de noden van slachtoffers van seksueel geweld en kinderen;

10. dringt er bij de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en de lidstaten op aan specifieke maatregelen te nemen om de situatie van vrouwen in Irak en Syrië aan te pakken, hun vrijheid en de eerbiediging van hun meest fundamentele rechten te waarborgen, alsook maatregelen te treffen om uitbuiting en misbruik van en geweld jegens vrouwen en kinderen te voorkomen; is buitengewoon bezorgd over de toename van alle vormen van geweld jegens jezidivrouwen, die door IS-leden worden gevangen genomen, verkracht, seksueel misbruikt en verkocht; verzoekt in het bijzonder de lidstaten om een zodanig beleid te voeren dat wordt voorzien in de behoeften van de overlevenden, en maatregelen te nemen waardoor getraumatiseerde vrouwen uit Syrië en Irak, met name jezidivrouwen, speciale posttraumatische begeleiding, aangepast aan hun behoeften, kunnen krijgen;

11. is ervan overtuigd dat onmiddellijk humanitaire hulp en bescherming moeten worden aangevuld met langetermijnstrategieën ter ondersteuning van de sociaal-economische rechten en mogelijkheden om in hun levensonderhoud te voorzien voor vrouwen die terugkeren, ontheemde vrouwen en vluchtelingen, versterkt leiderschap en participatie, om hen in staat te stellen duurzame oplossingen te kiezen die aansluiten bij hun behoeften; is van mening dat er aandacht moet worden gegeven aan de specifieke risico's en de specifieke behoeften van verschillende groepen vrouwen die meervoudige en kruisende vormen van discriminatie ondervinden;

12. veroordeelt het feit dat met de opmars van IS daden van geweld en moord tegen Iraakse LGBT in totale straffeloosheid zijn begaan; merkt op dat de Iraakse LGBT weliswaar niet de enige groep zijn die in de huidige crisis en conflictsituatie gevaar loopt, maar zich wel in een uiterst kwetsbare toestand bevinden, gezien de beperkte steun van familie en gemeenschap en geringe overheidsbescherming; merkt op dat Iraakse LGBT gemarginaliseerd blijven en gevaar lopen in vluchtelingengemeenschappen of in bepaalde gastsamenlevingen; roept de Iraakse regering op om bescherming te bieden aan Iraakse LGBT;

13. betreurt het dat als gevolg van de jaren van dictatuur en conflict de levensomstandigheden van Iraakse vrouwen aanzienlijk zijn verslechterd; pleit voor de bevordering en uitvoering van resolutie 1325 (2000) van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid, om de participatie van vrouwen in het oplossen van conflicten en de opbouw van de democratie te waarborgen; benadrukt dat zonder de deelname van vrouwen aan de besluitvorming er geen echte bescherming noch enige echte veiligheid voor vrouwen in Irak mogelijk is;

14. vraagt om een gezamenlijke internationale inspanning om in nauwe samenwerking met islamitische landen, organisaties en gemeenschappen, de radicale salafistische/wahabitische ideologie die ten grondslag ligt aan en een inspiratiebron is voor de acties van IS en aanverwante terroristische organisaties en die een groeiende bedreiging vormt voor de veiligheid van de lidstaten te betwisten; roept de EDEO en de lidstaten op in hun dialoog met de Golfstaten de sterke bezorgdheid over de voortdurende salafistische/wahabitische indoctrinatie in veel landen met een islamitische meerderheid en islamitische gemeenschappen overal ter wereld door acteurs uit deze landen aan de orde te stellen;

15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en de Raad van Volksvertegenwoordigers van Irak, het regionale bestuur van Koerdistan, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de VN-Mensenrechtenraad.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0022.

Juridische mededeling