Procedure : 2015/2503(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0046/2015

Ingediende teksten :

RC-B8-0046/2015

Debatten :

PV 15/01/2015 - 9.1
CRE 15/01/2015 - 9.1

Stemmingen :

PV 13/01/2015 - 8.6
PV 15/01/2015 - 11.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0006

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 144kWORD 67k
14.1.2015
PE547.469v01-00}
PE547.470v01-00}
PE547.471v01-00}
PE547.472v01-00}
PE547.478v01-00}
PE547.482v01-00} RC1
 
B8-0046/2015}
B8-0047/2015}
B8-0048/2015}
B8-0049/2015}
B8-0055/2015}
B8-0059/2015} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B8‑0046/2015)

ECR (B8‑0047/2015)

ALDE (B8‑0048/2015)

EFDD (B8‑0049/2015)

S&D (B8‑0055/2015)

PPE (B8‑0059/2015)


over Rusland, in het bijzonder de zaak-Aleksej Navalnyj (2015/2503(RSP))


Cristian Dan Preda, Elmar Brok, Arnaud Danjean, Tunne Kelam, Giovanni La Via, Eduard Kukan, Dubravka Šuica, Bogdan Brunon Wenta, David McAllister, Csaba Sógor, Jiří Pospíšil, Seán Kelly, Jarosław Wałęsa, Andrej Plenković, Monica Macovei, Andrzej Grzyb, Michaela Šojdrová, Tomáš Zdechovský, Jaromír Štětina, Davor Ivo Stier, Jeroen Lenaers, Luděk Niedermayer, Inese Vaidere, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Stanislav Polčák, Pavel Svoboda, Gabrielius Landsbergis namens de PPE-Fractie
Josef Weidenholzer, Knut Fleckenstein, Richard Howitt, Liisa Jaakonsaari, Nicola Caputo, Enrico Gasbarra, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Goffredo Maria Bettini, Kashetu Kyenge, Krystyna Łybacka, Vilija Blinkevičiūtė, Elena Valenciano, Pier Antonio Panzeri, Michela Giuffrida, Marc Tarabella, Victor Negrescu, Viorica Dăncilă, Miriam Dalli, Afzal Khan, Miroslav Poche namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Mark Demesmaeker, Ryszard Antoni Legutko, Ryszard Czarnecki, Jana Žitňanská, Stanisław Ożóg, Karol Karski, Zbigniew Kuźmiuk, Ruža Tomašić, Tomasz Piotr Poręba, Jadwiga Wiśniewska, Kazimierz Michał Ujazdowski, Hans-Olaf Henkel namens de ECR-Fractie
Guy Verhofstadt, Urmas Paet, Beatriz Becerra Basterrechea, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Marielle de Sarnez, Kaja Kallas, Ilhan Kyuchyuk, Fernando Maura Barandiarán, Louis Michel, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Robert Rochefort, Jozo Radoš, Marietje Schaake, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen namens de ALDE-Fractie
Heidi Hautala, Tamás Meszerics, Bodil Ceballos, Bart Staes, Barbara Lochbihler namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Valentinas Mazuronis namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Rusland, in het bijzonder de zaak-Aleksej Navalnyj (2015/2503(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien de Grondwet van Rusland, met name artikel 118 daarvan, dat stipuleert dat in de Russische Federatie uitsluitend recht wordt gesproken door rechtbanken, en artikel 120 daarvan, dat stipuleert dat rechters onafhankelijk zijn en uitsluitend ondergeschikt aan de Russische grondwet en de federale wetten, gezien zijn vorige verslagen en resoluties over Rusland, met name de resolutie van 23 oktober 2012 betreffende gemeenschappelijke visumbeperkingen voor Russische functionarissen die betrokken zijn bij de zaak-​​Sergej Magnitskij(1), de resolutie van 13 juni 2013 over de rechtsstaat in Rusland(2), de resolutie van 13 maart 2014 over Rusland: veroordeling van demonstranten die betrokken waren bij de protesten op het Bolotnaya-plein(3), de resolutie van 23 oktober 2014 over het sluiten van de ngo Memorial (winnaar van de Sacharov-prijs 2009) in Rusland(4) en de aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad van 2 april 2014 over de instelling van gemeenschappelijke visumbeperkingen voor Russische functionarissen die betrokken zijn bij de zaak-Magnitskij(5),

−   gezien zijn resolutie van 11 december 2013 over het jaarverslag inzake mensenrechten en democratie in de wereld in 2012 en het beleid van de Europese Unie ter zake(6),

−   gezien de verklaring van 30 december 2014 van de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV/VV) over de veroordeling van Aleksej Navalnyj en zijn broer Oleg Navalnyj door de rechtbank van het arrondissement Zamoskvoretskyj,

−   gezien het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland van 28 november 2013,

−   gezien de bestaande Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, en de opgeschorte onderhandelingen voor een nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland,

–   gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement,

A. overwegende dat de Russische Federatie een volwaardig lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa is en zich als zodanig heeft verplicht tot naleving van de democratische beginselen, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten; overwegende dat er wegens een aantal ernstige schendingen van de rechtsstaat en de goedkeuring van beperkende wetten de voorbije maanden ernstige zorgen bestaan of Rusland zijn internationale en nationale verplichtingen nakomt; overwegende dat de Europese Unie meermaals via het Partnerschap voor modernisering bijkomende bijstand en expertise heeft geboden om Rusland te helpen met de modernisering en de naleving van zijn constitutionele en juridische stelsel, overeenkomstig de normen van de Raad van Europa; overwegende dat er tal van rechtszaken zijn waarbij politiek geconstrueerde motieven worden gebruikt om af te rekenen met politieke tegenstanders en het maatschappelijk middenveld te bedreigen alsook om burgers te ontmoedigen deel te nemen aan openbare betogingen en demonstraties tegen het huidige gezag van het land;

B.  overwegende dat Aleksej Navalnyj consequent de enorme corruptie binnen de hoogste niveaus van het Russische staatsapparaat aan de kaak heeft gesteld; overwegende dat zijn eerste veroordeling in juli 2013 tot vijf jaar als politiek werd beschouwd; overwegende dat hij in februari 2014 voor twee maanden onder huisarrest werd geplaatst en dat hij in maart 2014 een elektronische band moest dragen om zijn activiteiten te registeren;

C. overwegende dat Aleksej Navalnyj in september 2013 bij de burgemeestersverkiezingen voor Moskou 27 % van de stemmen heeft behaald en dat hierdoor zijn rol als één van de meest prominente vertegenwoordigers van de Russische oppositie tegen het Kremlin werd bevestigd;

D. overwegende dat het tweede vonnis tegen Aleksej Navalnyj op 15 januari 2015 werd verwacht, maar de rechtbank de uitspraak onbegrijpelijkerwijs heeft vooruitgeschoven naar 30 december, wanneer de aandacht van de meeste Russen naar het nieuwjaarsfeest gaat; overwegende dat dezelfde techniek (het vooruitschuiven van de dag van de uitspraak) werd gebruikt in de zaak-Michail Chodorkovskij;

E.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in Rusland de voorbije jaren dramatisch is verslechterd en dat de Russische autoriteiten een reeks wetten met dubbelzinnige bepalingen hebben aangenomen, die worden gebruikt om de oppositie en het maatschappelijk middenveld verder de mond te snoeren en de vrijheid van meningsuiting en van vergadering te beperken;

F.  overwegende dat het voorbije jaar de wetten inzake ngo's en inzake het recht van vergadering zijn ingezet om het maatschappelijk middenveld te onderdrukken, afwijkende politieke meningen te doen verstommen en ngo's, democratische oppositie en de media te intimideren; overwegende dat de onafhankelijke rechtenorganisatie Memorial de facto werd gesloten overeenkomstig de zogenaamde wet "buitenlandse agenten"; overwegende dat op basis van deze wet strenge actie werd ondernomen om organisaties van het maatschappelijk middenveld, waaronder Moeders van soldaten, te verhinderen of te ontmoedigen hun werk uit te voeren;

G. overwegende dat het Ministerie van Justitie van de Russische Federatie eind december 2014 de lijst van "buitenlandse agenten" aanzienlijk heeft gewijzigd en verschillende organisaties die actief zijn op het vlak van de bescherming van de mensenrechten eraan heeft toegevoegd, met inbegrip van het Sacharov-centrum, waardoor hun activiteiten en de bescherming van de mensenrechten in Rusland merkbaar worden verhinderd;

H. overwegende dat verschillende processen en gerechtelijke procedures in de afgelopen jaren, zoals de zaak-Magnitskij, de zaak-Chodorkovskij en de zaak-Politkovskaja, aanleiding zijn geweest om vraagtekens te plaatsen bij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de gerechtelijke instellingen van de Russische Federatie; overwegende dat de spraakmakende zaken, zoals die van Aleksej Navalnyj, slechts de buiten Rusland meest bekende voorbeelden zijn van het feit dat de Russische staat stelselmatig nalaat de rechtsstaat te handhaven en zijn burgers recht te doen; overwegende dat dit vonnis van de rechtbank een politiek gemotiveerde poging is Aleksej Navalnyj te bestraffen omdat hij één van de meest prominente tegenstanders van de regering is;

I.   overwegende dat er steeds meer behoefte bestaat aan een krachtig, coherent en omvattend beleid van de EU ten aanzien van Rusland, dat door alle lidstaten wordt ondersteund en waarin hulp en bijstand worden aangeboden op basis van eerlijke, stevige kritiek;

1.  uit zijn ernstige bezorgdheid over het feit dat de wet in Rusland wordt gebruikt als politiek instrument; benadrukt dat de veroordeling van de prominente advocaat, corruptiebestrijder en sociale activist Aleksej Navalnyj tot 3,5 jaar voorwaardelijke gevangenisstraf en van zijn broer Oleg Navalnyj tot 3,5 jaar gevangenisstraf, op ongegronde aanklachten was gebaseerd; betreurt het ten zeerste dat deze vervolging politiek gemotiveerd lijkt te zijn;

2.  stelt met bezorgdheid vast dat hoewel Aleksej Navalnyj zelf niet gevangen is gezet, zijn broer Oleg Navalnyj momenteel wel in de gevangenis zit, hetgeen zorgwekkend is omdat zo een familielid politiek gebruikt kan worden om een van de Russische oppositieleiders, Aleksej Navalnyj, te intimideren en het zwijgen op te leggen; herinnert eraan dat Aleksej's broer Oleg, die twee kleine kinderen heeft en een voormalig uitvoerend directeur van de staatsposterijen is, nooit een rol heeft gespeeld in de Russische oppositiebeweging;

3.  dringt er bij de Russische rechterlijke en rechtshandhavingsinstanties op aan hun plichten op een onpartijdige en onafhankelijke manier zonder politieke inmenging te vervullen en ervoor te zorgen dat rechterlijke procedures in de zaak-Navalnyj en alle andere onderzoeken naar en rechtszaken tegen oppositieactivisten aan de internationaal aanvaarde normen voldoen; benadrukt dat moet worden gegarandeerd dat rechterlijke besluiten op onafhankelijke manier zonder politieke inmenging en in volledige eerbiediging van de rechtsstaat worden genomen;

4.  steunt de door Aleksej Navalnyj opgestarte campagne tegen corruptie in Rusland volledig en steunt de inspanningen van de Russische bevolking die streeft naar een schikking waarin democratie, politiek pluralisme, eenheid en eerbiediging van de mensenrechten worden gewaarborgd;

5.  is van mening dat de Russische Federatie als lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa zijn aangegane verplichtingen moet nakomen; wijst erop dat de recente ontwikkelingen niet in de richting van de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht gaan;

6.  roept de voorzitters van de Raad en de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV/VV) op dergelijke zaken nauwgezet te blijven volgen, deze kwesties in verschillende vormen en vergaderingen met Rusland aan te kaarten en het Parlement op de hoogte houden van de uitwisselingen met de Russische autoriteiten;

7.  benadrukt dat in de Russische Federatie de vrijheid van vergadering wordt gewaarborgd door artikel 31 van de Russische grondwet en door het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, dat door Rusland is ondertekend waardoor de Russische autoriteiten verplicht zijn het na te leven;

8.  dringt er bij de Raad op aan een gezamenlijk beleid te formuleren ten aanzien van Rusland, zodat de 28 lidstaten en de instellingen van de EU een krachtig gemeenschappelijk standpunt over de rol van de mensenrechten in de betrekkingen met Rusland kunnen uitdragen en kunnen aandringen op het beëindigen van de beperking van de vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging in Rusland;

9.  vraagt de VV/HV dringend een voorstel te doen voor een alomvattende strategie ten aanzien van Rusland, die erop is gericht de territoriale integriteit en soevereiniteit van Europese staten te bewaren en tegelijkertijd de versterking van democratische beginselen, eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Rusland te ondersteunen;

10. uit zijn ernstige bezorgdheid over de voortdurende golf van aanvallen tegen onafhankelijke mensenrechtenorganisaties en het maatschappelijk middenveld in Rusland, hetgeen een bijkomend teken is van hardhandig optreden tegen onafhankelijke opiniemakers, een trend waarover de Europese Unie zich steeds meer zorgen maakt; dringt er bij de Commissie en de EDEO op aan met betrekking tot de lopende programmeringsfase van de financiële instrumenten van de EU de financiële steun aan Russische maatschappelijke organisaties te verhogen via het Europees Instrument voor democratie en mensenrechten en het fonds voor maatschappelijke organisaties en lokale overheden, en het Civil Society Forum EU-Rusland op te nemen in het partnerschapinstrument teneinde duurzame en geloofwaardige ondersteuning op lange termijn te waarborgen; is verheugd over het besluit van de raad van bestuur van het Europees Fonds voor Democratie om toestemming te geven dat de activiteiten van het fonds ook naar Rusland worden uitgebreid;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

 

(1)

PB C 68 E van 7.3.2014, blz. 13.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0284.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0253.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0039.

(5)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0258.

(6)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0575.

Juridische mededeling