Procedure : 2015/2660(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0367/2015

Ingediende teksten :

RC-B8-0367/2015

Debatten :

PV 29/04/2015 - 3
CRE 29/04/2015 - 3

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.67
CRE 29/04/2015 - 10.67
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0176

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 243kWORD 64k
28.4.2015
PE555.141v01-00}
PE555.152v01-00}
PE555.154v01-00}
PE555.158v01-00} RC1
 
B8-0367/2015}
B8-0378/2015}
B8-0380/2015}
B8-0384/2015} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

PPE (B8‑0367/2015)

Verts/ALE (B8‑0378/2015)

ALDE (B8‑0380/2015)

S&D (B8‑0384/2015)


over de recente tragedies op de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU  (2015/2660(RSP))


Monika Hohlmeier, Roberta Metsola, Elmar Brok, Cristian Dan Preda, Andrej Plenković, Arnaud Danjean, Elisabetta Gardini, Ramón Luis Valcárcel, Davor Ivo Stier, Lara Comi, Dubravka Šuica, Fernando Ruas, Barbara Matera, Alessandra Mussolini, Massimiliano Salini, Lorenzo Cesa, Ivo Belet namens de PPE-Fractie
Gianni Pittella, Tanja Fajon, Jörg Leichtfried, Birgit Sippel, Enrique Guerrero Salom, Claude Moraes, Kashetu Kyenge, Soledad Cabezón Ruiz namens de S&D-Fractie
Guy Verhofstadt, Cecilia Wikström, Louis Michel, Frédérique Ries, Marielle de Sarnez, Philippe De Backer, Nathalie Griesbeck, Gérard Deprez, Hilde Vautmans namens de ALDE-Fractie
Ska Keller, Judith Sargentini, Jean Lambert namens de Verts/ALE-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de recente tragedies op de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU  (2015/2660(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–   gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–   gezien het Verdrag van Genève van 1951 en het aanvullende protocol hierbij,

–   gezien zijn resolutie van 23 oktober 2013 over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa(1),

–   gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 22 mei 2014 over de uitvoering van de mededeling over het werk van de Task Force Middellandse Zeegebied,

–   gezien het debat over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie dat op 25 november 2014 in het Parlement is gehouden,

–   gezien zijn resolutie van 17 december 2014 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie(2),

–   gezien het initiatief van de UNHCR voor het centrale Middellandse Zeegebied en de voorstellen van de UNHCR voor de aanpak van de huidige en toekomstige aankomst van asielzoekers, vluchtelingen en migranten in Europa,

–   gezien het 10-puntenplan inzake migratie van de gezamenlijke Raad van ministers van Buitenlandse en Binnenlandse Zaken van 20 april 2015,

–   gezien de conclusies van de buitengewone top van de Europese Raad op 22 april 2015 over de vluchtelingencrisis op de Middellandse Zee,

–   gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) sinds begin dit jaar ruim 1 500 personen zijn omgekomen in de Middellandse Zee;

B.  overwegende dat volgens de IOM sinds 1 januari 2015 naar schatting 23 918 migranten de Italiaanse kust hebben bereikt; overwegende dat volgens de Griekse autoriteiten in het eerste kwartaal van 2015 10 445 migranten door de Griekse kustwacht in de Egeïsche Zee gered zijn;

C. overwegende dat Italiaanse zeestrijdkrachten, de Italiaanse kustwacht, de Italiaanse marine en diverse handelsschepen ononderbroken operaties hebben uitgevoerd om migranten in nood op de Middellandse Zee te redden, en tijdens de zes dagen van vrijdag 10 april tot donderdag 16 april ongeveer 10 000 migranten te hulp zijn gekomen;

D. overwegende dat met de laatste operatie die er uitsluitend op gericht was om in de Middellandse Zee mensen op te sporen en te redden, Mare Nostrum, over een periode van 364 dagen 150 810 migranten gered zijn; overwegende dat uit de eerste schattingen niet naar voren komt dat het aantal migranten dat de Middellandse Zee oversteekt op dit moment daalt;

E.  overwegende dat het merendeel van de mensen die de Middellandse Zee trachten over te steken, vluchten voor de conflicten of vervolging in Syrië, Irak, Eritrea, Somalië en Libië; overwegende dat ongeveer 700 migranten worden vermist en vermoedelijk verdronken zijn nadat de houten vissersboot waarop zij dicht opeengepakt zaten, nabij de Libische kust was omgeslagen toen een Portugees koopvaardijschip hun op zaterdag 18 april laat te hulp kwam; overwegende dat een van de overlevenden de Italiaanse autoriteiten zou hebben meegedeeld dat er misschien wel 950 mensen aan boord waren geweest; overwegende dat eerder deze maand een soortgelijke tragedie plaatsvond, waarbij volgens de berichten ongeveer 400 migranten om het leven zijn gekomen toen een houten vissersboot met zo'n 550 personen aan boord omsloeg;

F.  overwegende dat op 1 november 2014 de door Frontex gecoördineerde gezamenlijke operatie Triton volledig operationeel is geworden met een aanvankelijk budget van slechts 2,9 miljoen EUR per maand, in vergelijking met het budget van 9 miljoen EUR per maand voor Mare Nostrum; overwegende dat meer dan 24 400 illegale migranten op de centrale Middellandse Zeeroute zijn gered sinds de gezamenlijke operatie Triton van start ging, en dat daarvan bijna 7 860 personen zijn gered dankzij de inzet van mede door Frontex gefinancierde middelen;

G. overwegende dat smokkelaars en mensenhandelaren illegale migratie uitbuiten en voor eigen zakelijk gewin het leven van migranten op het spel zetten, verantwoordelijk zijn voor duizenden doden en de EU en de lidstaten voor een grote uitdaging plaatsen; overwegende dat smokkelaars met hun criminele activiteiten 20 miljard EUR winst per jaar maken; overwegende dat volgens Europol de georganiseerde criminele groeperingen die zich actief bezighouden met het vervoer van illegale migranten over de Middellandse Zee, in verband zijn gebracht met mensenhandel, drugscriminaliteit, wapenhandel en terrorisme; overwegende dat Europol op 17 maart 2015 het gezamenlijk operationeel team "Mare" heeft opgezet om deze criminele groeperingen aan te pakken;

H. overwegende dat regionale instabiliteit en conflicten gevolgen hebben voor de massale instroom van migranten en de aantallen ontheemden en daarmee voor het aantal personen dat probeert de EU te bereiken; overwegende dat de snelle uitbreiding van IS en Da’esh in naburige conflictgebieden uiteindelijk gevolgen zal hebben voor de massale instroom van migranten en de aantallen ontheemden;

1.  geeft uiting aan zijn diepe bedroefdheid en verdriet over het herhaalde tragische verlies van mensenlevens in het Middellandse Zeegebied; dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan de bestaande samenwerking uit te bouwen en al het mogelijke te doen om verder verlies van mensenlevens op zee te voorkomen; verzoekt de EU en de lidstaten alles in het werk te stellen om de lijken en de vermisten te identificeren en hun familieleden te informeren;

2.  verzoekt de EU en de lidstaten de nodige middelen beschikbaar stellen om ervoor te zorgen dat de zoek- en reddingstaken doeltreffend worden uitgevoerd en dus behoorlijk worden gefinancierd; vraagt de lidstaten hun solidariteit en engagement te blijven tonen door hun bijdragen aan de begrotingen en verrichtingen van Frontex en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) te verhogen, en verbindt zich ertoe deze agentschappen via de EU-begroting en de in aanmerking komende fondsen van de middelen (personeel en uitrusting) te voorzien die zij nodig hebben om hun verplichtingen te kunnen nakomen;

3.  benadrukt dat het antwoord van de EU op de meest recente tragedies op de Middellandse Zee gebaseerd moet zijn op solidariteit en een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid, zoals vastgelegd in artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en op een alomvattende Europese aanpak; herhaalt dat de EU meer werk moet maken van een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheden en van solidariteit jegens de lidstaten die, absoluut gezien of verhoudingsgewijs, de grootste aantallen vluchtelingen en asielzoekers opnemen;

4.  is verheugd over de toezegging van de Europese Raad om de operatie Triton van de EU te versterken door verhoging van de financiering en uitbreiding van de materiële middelen; dringt er bij de EU op aan een duidelijk mandaat voor Triton vast te stellen, zodat het operationeel gebied wordt uitgebreid en meer ruimte wordt gegeven voor zoek- en reddingsacties op EU-niveau;

5.  is ingenomen met het voorstel van de Europese Raad voor de gezamenlijke afhandeling van asielaanvragen waarbij EASO-teams ondersteuning bieden; verzoekt de Commissie het mandaat van EASO uit te breiden om zijn operationele rol in de afhandeling van asielaanvragen te vergroten;

6.  vraagt de lidstaten dat zij ten volle gebruikmaken van de bestaande mogelijkheden voor de afgifte van humanitaire visa op hun ambassades en consulaire posten; wijst er in dit verband op dat de Raad serieus dient na te denken over de mogelijkheid van toepassing van de richtlijn tijdelijke bescherming uit 2001 of artikel 78, lid 3, VWEU, die beide in een solidariteitsmechanisme voorzien bij een massale en plotselinge toevloed van ontheemden;

7.  verzoekt de lidstaten een grotere bijdrage te leveren aan bestaande hervestigingsprogramma's, met name de lidstaten die niets hebben bijgedragen;

8.  verzoekt de Commissie bindende quota vast te stellen voor de verdeling van de asielzoekers over alle lidstaten;

9.  verzoekt de lidstaten na te denken over de mogelijkheid van een snelle behandeling, in samenwerking met veilige derde landen van doorreis en herkomst, en van terugkeer voor degenen die niet in aanmerking komen voor asiel en bescherming in de EU, om er zo voor te zorgen dat de middelen voor mensen die bescherming nodig hebben optimaal worden gebruikt; benadrukt dat beleidsmaatregelen inzake vrijwillige terugkeer moeten worden gestimuleerd, waarbij de bescherming van de rechten voor alle migranten en een veilige en legale toegang tot de EU-asielstelsel gegarandeerd moeten worden en het beginsel van "non-refoulement" in acht moet worden genomen;

10. is ingenomen met het feit dat de vv/hv en het Letse voorzitterschap onmiddellijk een buitengewone gezamenlijke Raad van ministers van Buitenlandse Zaken en ministers van Binnenlandse Zaken hebben belegd in Luxemburg, alsook met het feit dat de lidstaten onmiddellijk een buitengewone top hebben belegd om te zoeken naar gemeenschappelijke oplossingen voor de crisissituatie in het Middellandse Zeegebied; merkt op dat er een breed eerste debat is gehouden over mogelijkheden om levens te redden, mensensmokkelaars en -handelaars aan te pakken en de verantwoordelijkheid met betrekking tot opvang en bescherming te delen tussen de lidstaten; onderstreept dat de lidstaten hun engagement verder moeten versterken, en betreurt de geringe bereidheid van de Europese Raad om een geloofwaardig, EU-breed, bindend solidariteitsmechanisme op te zetten;

11. verzoekt om een spoedige en volledige omzetting en doeltreffende uitvoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel door alle deelnemende lidstaten, om daarmee te zorgen voor gemeenschappelijke Europese normen, ook wat de opvangvoorwaarden voor asielzoekers en de eerbiediging van de grondrechten betreft, zoals voorzien in de bestaande wetgeving;

12. roept op tot sterkere coördinatie van de beleidsmaatregelen die de EU en de lidstaten nemen om de fundamentele oorzaken van migratie aan te pakken; onderstreept dat er behoefte is aan een holistische benadering van de EU waardoor de samenhang tussen haar interne en externe beleidsmaatregelen wordt versterkt, en met name tussen het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, het ontwikkelingsbeleid en het migratiebeleid; wenst dat de EU haar samenwerking met partnerlanden in het Midden-Oosten en Afrika versterkt ter bevordering van de democratie, fundamentele vrijheden en grondrechten, veiligheid en welvaart;

13. dringt er bij de lidstaten en derde landen op aan de strengst mogelijke strafrechtelijke sancties op te leggen voor mensenhandel en -smokkel zowel naar als binnen de EU, en tevens ten aanzien van personen of groepen die kwetsbare migranten in de EU uitbuiten, maar tegelijk te garanderen dat personen die asielzoekers en schepen in nood te hulp komen, niet worden vervolgd;

14. verzoekt de lidstaten nauw met Europol, Frontex, EASO en Eurojust samen te werken bij de bestrijding van mensenhandelaren en criminele smokkelorganisaties, en hun financieringsmethode en werkwijze bloot te leggen en in kaart te brengen om te voorkomen dat zij geld verdienen met het op het spel zetten van de levens van migranten; onderstreept dat de samenwerking met derde landen, met name rond Libië, moet worden versterkt omdat deze onmisbaar is om die criminele netwerken met succes te kunnen ontmantelen, waarbij het zowel gaat om opleidingen in wetshandhaving als om de verstrekking van informatiediensten; benadrukt dat derde landen het internationaal recht moeten eerbiedigen met betrekking tot het redden van levens op zee en dat zij de bescherming van vluchtelingen en de eerbiediging van de grondrechten moeten waarborgen;

15. benadrukt dat de fundamentele oorzaken van geweld en onderontwikkeling in de herkomstlanden moeten worden aangepakt om de stroom vluchtelingen en economische migranten in te dammen; wijst er in dit verband op dat een aanzienlijke verbetering van de bestuursstructuren door het opzetten van goed werkende, inclusieve overheidsinstellingen, het waarborgen van capaciteitsopbouw in de asielstelsels van derde landen, het invoeren van rechtsstatelijke beginselen en het op alle niveaus bestrijden van de endemische corruptie, alsmede de bevordering van de mensenrechten en een verdere democratisering de belangrijkste prioriteiten voor alle regeringen in de herkomstlanden moeten zijn;

16. spreekt opnieuw zijn steun uit voor alle onderhandelingen onder leiding van de VN met het oog op het herstel van het democratische regeringsgezag in Libië en herhaalt zijn voornemen om meer inspanningen te verrichten om oplossingen te vinden voor de conflicten en de instabiele situatie in Libië en Syrië; benadrukt dat het bewerkstelligen van regionale stabiliteit in conflictgebieden van wezenlijk belang is om de stroom van ontheemden te beperken;

17. wijst er nogmaals op dat deze resolutie ten doel heeft te reageren op de recente tragische gebeurtenissen in het Middellandse Zeegebied en de conclusies van de Europese Raad van 23 april 2015, alsook om een reeks onmiddellijk te nemen spoedmaatregelen voor te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de hiervoor bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken momenteel een verslag opstelt met daarin de beleidsoriëntaties van het Parlement inzake migratie voor de middellange en lange termijn;

18. verzoekt de Commissie een ambitieuze Europese agenda inzake migratie te ontwikkelen en voor te stellen, waarin alle aspecten van migratie aan bod komen;

19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0448.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0105.

Juridische mededeling