Procedure : 2015/2723(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0657/2015

Ingediende teksten :

RC-B8-0657/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.11
CRE 09/07/2015 - 12.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0275

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 193kWORD 86k
7.7.2015
PE559.017v01-00}
PE559.018v01-00}
PE559.028v01-00}
PE559.029v01-00}
PE559.030v01-00}
PE559.031v01-00}
PE559.032v01-00} RC1
 
B8-0657/2015}
B8-0658/2015}
B8-0665/2015}
B8-0666/2015}
B8-0667/2015}
B8-0668/2015}
B8-0669/2015} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ECR (B8-0657/2015)

ALDE (B8-0658/2015)

Verts/ALE (B8-0665/2015)

S&D (B8-0666/2015)

EFDD (B8-0667/2015)

GUE/NGL (B8-0668/2015)

PPE (B8-0669/2015)


over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))


Davor Ivo Stier, Cristian Dan Preda, Joachim Zeller, Lorenzo Cesa, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Mariya Gabriel, Francesc Gambús, Michael Gahler, Maurice Ponga, Lara Comi, Antonio Tajani namens de PPE-Fractie
Gianni Pittella, Maria Arena, David Martin, Linda McAvan, Elena Valenciano, Marlene Mizzi, Kati Piri, Alessia Maria Mosca, Goffredo Maria Bettini, Doru-Claudian Frunzulică, Victor Negrescu, Kashetu Kyenge, Norbert Neuser namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Mark Demesmaeker namens de ECR-Fractie
Louis Michel, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Marielle de Sarnez, Frédérique Ries, Pavel Telička, Ivo Vajgl namens de ALDE-Fractie
Marie-Christine Vergiat, Patrick Le Hyaric, Stelios Kouloglou, Kostadinka Kuneva namens de GUE/NGL-Fractie
Maria Heubuch, Bodil Valero, Judith Sargentini, Michèle Rivasi, Jordi Sebastià namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Burundi,

–   gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–   gezien de verklaring van de VN-Veiligheidsraad van 10 april 2014 over de situatie in Burundi,

–   gezien de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening voor Burundi,

–   gezien de grondwet van Burundi,

–   gezien de verklaring van de staatshoofden van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap van 31 mei 2015 in Dar es Salaam, Tanzania,

–   gezien de dringende oproep die voormalige Burundese staatshoofden, politieke partijen en maatschappelijke organisaties op 28 mei 2015 in Bujumbura hebben gedaan,

–   gezien de besluiten over de situatie in Burundi van de top van de Afrikaanse Unie (AU) van 13 juni 2015,

–   gezien de conclusies van de Raad over Burundi van 22 juni 2015,

–   gezien de verklaring van vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger Federica Mogherini over de opschorting van de verkiezingswaarnemingsmissie van de EU naar Burundi van 28 mei 2015 en de verklaring van de woordvoerder van de VV/HV over de situatie in Burundi van 29 juni 2015,

–   gezien het besluit van het bureau van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 14 juni 2015 om de verkiezingswaarnemingsmissie van de Vergadering naar Burundi op te schorten wegens de situatie in dat land,

–   gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers en de EU-mensenrechtenrichtsnoeren over vrijheid van meningsuiting, alsook de conclusies van de Raad van juni 2014 waarin wordt toegezegd dat de werkzaamheden met betrekking tot mensenrechtenverdedigers zullen worden geïntensiveerd,

–   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–   gezien het Afrikaanse Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–   gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–   gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in artikel 96 van de grondwet van Burundi en artikel 7, lid 3, van de Overeenkomst van Arusha voor vrede en voorziening wordt bepaald dat een president slechts twee termijnen kan dienen; overwegende dat president Pierre Nkurunziza al sinds 2005 in functie is en in 2010 is herkozen bij verkiezingen die door de oppositie werden geboycot omdat zij de regering beschuldigde van intimidatie;

B.  overwegende dat president Nkurunziza op 26 april 2015 heeft aangekondigd dat hij zich kandidaat wil stellen voor een derde termijn omdat hij de eerste termijn werd gekozen door wetgevers, met als gevolg dat het land in een staat van beroering verkeert en er massale protesten en een mislukte militaire staatsgreep hebben plaatsgevonden in mei;

C. overwegende dat na deze aankondiging 17 officieren zijn gearresteerd op 14 mei 2015 wegens een mislukte staatsgreep onder leiding van voormalig majoor-generaal van het leger Godefroid Niyombare, die het land is ontvlucht, waarna meer dan 70 mensen om het leven zijn gekomen door het geweld en een reeks aanvallen met granaten;

D. overwegende dat twee senior leden van de onafhankelijke nationale kiescommissie (CENI) het land zijn ontvlucht, evenals een senior rechter van het Constitutioneel Hof die belast was met de uitspraak over de wetmatigheid van de derde termijn van de president, alsmede de parlementsvoorzitter, die allen zeggen te vrezen voor hun veiligheid; overwegende dat vicepresident Gervais Rufyikiri op 25 juni 2015 het land ook is ontvlucht, omdat hij twijfel had geuit over de gepastheid van een derde termijn;

E.  overwegende dat de politie excessief geweld heeft gebruikt in haar optreden tegen vreedzame betogers, waarbij doden zijn gevallen; overwegende dat er volgens cijfers van de politie 892 mensen zijn gearresteerd in verband met de protesten tussen 26 april en 12 mei 2015 en dat er vervolgens 568 zijn vrijgelaten; overwegende dat er 280 arrestanten zijn overgedragen aan het parket;

F.  overwegende dat het geweld nog verder is opgelaaid door het optreden van de aan de autoriteiten verbonden milities; overwegende dat ngo's en mensenrechtenverdedigers de infiltratie van de politie en het leger door milities van de CNDD-FDD (Nationale Raad voor de Verdediging van de Democratie-Krachten voor de Verdediging van de Democratie) hebben veroordeeld;

G. overwegende dat de oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld de verkiezingen hebben geboycot met als argument dat de staatsinstellingen op partijdige wijze worden gebruikt, dat er geweld wordt gepleegd en geïntimideerd wordt door de jongerenmilitie van de CNDD-FDD (de Imbonerakure), dat er te weinig vertrouwen in de CENI (de onafhankelijke nationale kiescommissie van Burundi) is en dat er strategieën bestaan om de inclusiviteit van het verkiezingsproces te reduceren, o.a. doordat het lastig is om je als kiezer te laten registreren en door de herindeling van de kiesdistricten in het voordeel van de heersende partij; overwegende dat de situatie er ook toe heeft geleid dat de katholieke kerk van Burundi haar priesters heeft teruggeroepen die zij had aangewezen om bij de organisatie van de verkiezingen te helpen, omdat zij "geen verkiezingen vol tekortkomingen kan steunen";

H. overwegende dat de heersende partij van Burundi weigert mee te werken aan de hervatting van de bemiddelingsgesprekken onder aegide van de VN-coördinator Abdoulaye Bathily, op wiens aftreden zij heeft aangedrongen, en de "faciliteringsgroep" bestaande uit vertegenwoordigers van de VN, de Afrikaanse Unie (AU), de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (OAG) en de Internationale Conferentie over het gebied van de Grote Meren (ICGLR);

I.   overwegende dat de internationale gemeenschap in de regio een belangrijke rol speelt als hoeder van de Overeenkomst van Arusha, en overwegende dat instellingen als het Internationaal Strafhof van groot belang zijn om onafhankelijk onderzoek te doen naar het geweld en de misdrijven die in Burundi worden gepleegd;

J.   overwegende dat er parlementsverkiezingen hebben plaatsgevonden op 29 juni 2015, ondanks de oproepen van de internationale gemeenschap om de verkiezingen uit te stellen en de boycot van de verkiezingen door het maatschappelijk middenveld en de oppositie, en dat er presidentsverkiezingen gepland zijn voor 15 juli 2015;

K. overwegende dat de EU haar verkiezingswaarnemingsmissie naar Burundi op 29 juni 2015 heeft teruggetrokken, met als argument dat de crisis alleen maar kan verergeren als er parlementsverkiezingen worden gehouden zonder dat voldaan is aan de minimumvoorwaarden om de geloofwaardigheid, transparantie en inclusiviteit ervan te waarborgen;

L.  overwegende dat VN-waarnemers hebben verklaard dat de stemming van 29 juni plaatsvond tijdens een gespannen politieke crisis en in een klimaat van wijdverbreide angst en intimidatie in delen van het land, en derhalve concludeerden dat de omstandigheden zich niet leenden voor het houden van vrije, geloofwaardige en inclusieve verkiezingen;

M. overwegende dat het verkiezingsproces nog steeds ernstig verstoord wordt door beperkingen jegens onafhankelijke media, buitensporig gebruik van geweld tegen demonstranten, een klimaat van intimidatie jegens oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld en een gebrek aan vertrouwen in de verkiezingsautoriteiten, hetgeen geleid heeft tot het besluit van de EU om haar verkiezingswaarnemingsmissie op te schorten;

N. overwegende dat de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (OAG) en de Afrikaanse Unie (AU) hebben verklaard dat de omstandigheden zich niet lenen voor het houden van verkiezingen en dat het onmogelijk is dat er binnen de in de grondwet van Burundi voorziene termijn verandering in komt;

O. overwegende dat het VN- vluchtelingenagentschap (UNHCR) stelt dat circa 127 000 mensen uit Burundi naar buurlanden zijn gevlucht, waardoor humanitaire noodsituaties zijn ontstaan in de Democratische Republiek Congo, Rwanda en Tanzania, waar een uitbraak van cholera is gemeld;

P.  overwegende dat de politieke impasse in Burundi en de verslechterende veiligheids- en economische situatie ernstige gevolgen hebben voor de bevolking en een risico vormen voor de gehele regio, waarbij Burundi zijn ernstigste crisis doormaakt sinds de twaalf jaar durende etnisch gemotiveerde burgeroorlog waarbij in 2005 naar schatting al 300 000 mensen waren omgekomen;

Q. overwegende dat EU-vertegenwoordigers, naar aanleiding van eerdere resoluties van het Europees Parlement en met name de verwijzing daarin naar artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, hebben gewezen op de noodzaak van inclusieve deelname aan het verkiezingsproces van alle politieke groeperingen in het land, in overeenstemming met de routekaart en de gedragscode in verkiezingsaangelegenheden (Code de bonne conduite en matière électorale);

R.  overwegende dat de EU de uitbetaling van het uitstaande bedrag van 1,7 miljoen EUR aan verkiezingssteun aan Burundi heeft opgeschort, aangezien momenteel niet wordt voldaan aan de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor de geloofwaardigheid en het goede verloop van het verkiezingsproces, in vreedzame, inclusieve en transparante omstandigheden en met volledige eerbiediging van de politieke vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting;

S.  overwegende dat België ook heeft aangekondigd zijn verkiezingssteun te zullen opschorten door de helft van de 4 miljoen EUR in te houden die het voor de verkiezingen had gereserveerd en zich terug te trekken uit een project voor politiële samenwerking voor een bedrag van 5 miljoen EUR dat het gezamenlijk met Nederland ter beschikking had gesteld; overwegende dat Frankrijk ook de veiligheidssamenwerking met Burundi heeft opgeschort en dat Duitsland de opschorting van alle bilaterale samenwerking met de regering van Burundi heeft aangekondigd;

T.  overwegende dat de vrijheid van meningsuiting wordt gewaarborgd in de grondwet van Burundi en in internationale en regionale verdragen die door Burundi zijn geratificeerd, deel uitmaakt van de nationale strategie voor goed bestuur en corruptiebestrijding, en een essentiële voorwaarde is voor vrije, eerlijke en transparante verkiezingen; overwegende dat er desondanks sprake is van volledige mediacensuur, aangezien de commerciële omroepen half mei werden verboden, journalisten massaal het land ontvluchten en de journalisten die nog wel in Burundi zijn, voortdurend worden bedreigd;

U. overwegende dat de EU een aanzienlijke bijdrage levert aan de jaarlijkse begroting van Burundi, waarvan circa de helft afkomstig is van internationale steun, en onlangs 432 miljoen EUR uit het Europees Ontwikkelingsfonds 2014-2020 heeft toegewezen aan Burundi, een van de armste landen ter wereld, om onder meer bestuurlijke verbeteringen en het maatschappelijk middenveld te ondersteunen;

V. overwegende dat de huidige situatie invloed heeft op het economische en sociale leven van alle Burundezen; overwegende dat de gewelddadige protesten in de hoofdstad Bujumbura tot sluiting van de meeste scholen en universiteiten hebben geleid en dat, vanwege de sluiting van handelscentra en de afzwakking van de handel met omliggende landen, de nationale munteenheid in waarde is verminderd, de werkloosheid is toegenomen en de belastinginkomsten zijn teruggelopen;

1.  geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de verslechterende politieke en humanitaire situatie in Burundi en de omliggende regio; dringt aan op de onmiddellijke beëindiging van het geweld en de politieke intimidatie van tegenstanders
en de onmiddellijke ontwapening van alle gewapende jeugdgroepen die banden met politieke partijen hebben; betuigt zijn steun aan de slachtoffers van het geweld en zijn medeleven in verband met de mensen die om het leven zijn gekomen, en dringt aan op onmiddellijke humanitaire bijstand voor degenen die gedwongen werden hun huizen te verlaten;

2.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit met betrekking tot het besluit van de Burundese regering om de verkiezingen toch doorgang te laten vinden, ondanks de kritieke politieke en veiligheidssituatie waarvan momenteel sprake is en ondanks het feit dat het verloop van de verkiezingen ernstig werd verstoord door censuur van onafhankelijke media, excessief gebruik van geweld tegen demonstranten, intimidatie jegens oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld, alsook een gebrek aan vertrouwen in de verkiezingsautoriteiten; dringt er bij de Burundese autoriteiten op aan de voor 15 juli 2015 geplande presidentsverkiezingen uit te stellen, zoals verzocht door de Afrikaanse Unie, en alle belanghebbenden te betrekken bij het streven naar vreedzame, geloofwaardige, vrije en eerlijke verkiezingen;

3.  dringt er bij allen die betrokken zijn bij het verkiezingsproces, waaronder de organen die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van de verkiezingen en de veiligheidsdiensten, op aan de in de Overeenkomst van Arusha neergelegde verbintenissen na te komen, daar deze overeenkomst een einde heeft gemaakt aan de burgeroorlog en het fundament vormt van de Burundese grondwet; benadrukt het belang van een consensus over de verkiezingskalender op basis van een technische beoordeling door de VN;

4.  benadrukt eens te meer dat een duurzame politieke oplossing, in het belang van veiligheid en democratie voor alle Burundezen, alleen mogelijk is door dialoog en consensus, waarbij de regering, de oppositie en het maatschappelijk middenveld van Burundi worden betrokken, in overeenstemming met de Overeenkomst van Arusha en de grondwet van Burundi; dringt er bij alle Burundese belanghebbenden op aan de dialoog op alle gebieden waarover onenigheid bestaat, te hervatten; steunt derhalve de bemiddelingspogingen van de AU, de OAG en de VN, en is bereid om de uitvoering van de onlangs door de AU aangekondigde concrete maatregelen te ondersteunen;

5.  spreekt eens te meer zijn steun uit voor de aanhoudende inspanningen van de OAG, en benadrukt het belang van de tijdens de topbijeenkomsten in Dar es Salaam op 13 en 31 mei 2015 overeengekomen maatregelen, waaronder de oproep tot het uitstel van de verkiezingen en de onmiddellijke beëindiging van het geweld, de ontwapening van de aan politieke partijen verbonden jeugdgroepen, de opening van een dialoog tussen Burundese belanghebbenden, en de toezegging van de regio om niet werkeloos toe te zien als de situatie verslechtert, hetgeen een kader schept voor een politieke en op consensus gebaseerde oplossing voor de crisis;

6.  wijst erop dat het partnerschap van de EU met Burundi valt onder de Overeenkomst van Cotonou, en dat alle partijen verplicht zijn de bepalingen van die overeenkomst te eerbiedigen en na te leven, met name de eerbiediging van de mensenrechten; merkt op dat Burundi het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren ook heeft ondertekend en geratificeerd, en op grond daarvan verplicht is de universele rechten van de mens en de vrijheid van meningsuiting te eerbiedigen; dringt er derhalve bij de regering van Burundi op aan een echt en open politiek debat toe te staan, zonder vrees voor intimidatie, en om af te zien van misbruik van het justitieel apparaat om politieke rivalen buitenspel te zetten;

7.  neemt kennis van de dialoog die heeft plaatsgevonden tussen de EU en de Burundese autoriteiten, overeenkomstig artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou; is desalniettemin van mening dat essentiële en fundamentele elementen van de Overeenkomst van Cotonou voortdurend worden geschonden, met name de eerbiediging van fundamentele menselijke en democratische beginselen, en dringt er bij de Commissie op aan artikel 96-procedures in te leiden om passende maatregelen te treffen;

8.  dringt er ook bij de Commissie op aan om de EU-hulp zo spoedig mogelijk te herzien om deze een andere bestemming te geven, om meer financiële ondersteuning te geven aan het maatschappelijk middenveld en te focussen op humanitaire hulp en niet op begrotingssteun, en daarbij de zeer prijzenswaardige rol van de Burundese vredeshandhavingsmissie in Somalië in gedachten te houden;

9.  sluit zich aan bij de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 22 juni 2015 waarin er bij de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) op wordt aangedrongen een lijst op te stellen van gerichte beperkende maatregelen en visumweigeringen en reisverboden tegen personen die verantwoordelijk zijn voor daden van geweld en onderdrukking, zware schendingen van de mensenrechten, en die actief een politieke oplossing binnen het door de AU en de OAG voorgestelde kader bemoeilijken, en verzoekt de VV/HV de nodige maatregelen te treffen om de activa in de EU-lidstaten van al deze personen te bevriezen;

10. geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over het aantal slachtoffers en het aantal gevallen van ernstige schendingen van de mensenrechten die sinds het begin van de crisis zijn gemeld, met name de misdrijven die worden toegeschreven aan de Imbonerakure; neemt kennis van de intimidatie en risico's waar mensenrechtenverdedigers en journalisten mee worden geconfronteerd en van de willekeurige arrestatie van leden van oppositiepartijen; dringt aan op onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle personen die gearresteerd zijn omdat zij hun recht op vreedzame vergadering en vrijheid van meningsuiting uitoefenden;

11. eist dat het geweld en de intimidatie die worden uitgeoefend door de Imbonerakure onmiddellijk worden gestaakt; dringt er bij de CNDD-FDD op aan onmiddellijk over te gaan tot ontwapening van de jongerenmilities en zijn leden te laten ophouden met het intimideren en aanvallen van tegenstanders, en ervoor te zorgen dat de schuldigen voor de rechter worden gebracht; dringt aan op een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de berichten dat de CNDD-FDD haar jeugdbeweging wapens en trainingen verstrekt; doet tevens een beroep op de leiders van de oppositiepartijen om geweld tegen hun tegenstanders te voorkomen;

12. herhaalt dat er geen sprake kan zijn van straffeloosheid voor personen die ernstige mensenrechtenschendingen plegen, en die individueel aansprakelijk moeten worden gesteld en voor de rechter verantwoording moeten afleggen; hecht in dit verband bijzonder belang aan het onmiddellijk inzetten van de door de AU in het vooruitzicht gestelde mensenrechtenwaarnemers en militaire deskundigen;

13. merkt op dat pogingen van bepaalde groeperingen om de rellen om te laten slaan in een etnisch conflict mislukken, en dat politieke scheidslijnen in Burundi niet uitdrukkelijk etnisch zijn; is van mening dat dit aantoont dat de Overeenkomst van Arusha erin geslaagd is te zorgen voor een etnisch evenwichtig samengestelde leger- en politiemacht; roept de aanklager van het Internationaal Strafhof derhalve op om zowel deze media als toespraken van politieke leiders nauwlettend in de gaten te houden, om te zien of zij aanzetten tot etnische haat;

14. herhaalt in deze context dat het van belang is om de gedragscode in verkiezingsaangelegenheden en de via bemiddeling van de VN samengestelde routekaart, die in 2013 is ondertekend door de politieke leiders, na te leven, en steunt de pogingen op VN- en regionaal niveau om een verdere escalatie van het politieke geweld te voorkomen;

15. dringt aan op onmiddellijke opheffing van de beperkingen van de media en de toegang tot internet, en stelt nogmaals aan de kaak dat Radio Publique Africaine, een van de belangrijkste nieuwsbronnen van het land, stelselmatig wordt aangepakt; is van mening dat er alleen legitieme verkiezingen kunnen plaatsvinden als media ongehinderd kunnen functioneren, en als journalisten zonder te worden geïntimideerd hun werk kunnen doen;

16. prijst de rol van de humanitaire organisaties en de autoriteiten van buurlanden die voorzien in de behoeften van de mensen die de crisis ontvluchten, en die de vluchtelingen bescherming bieden; is verheugd over het feit dat de Commissie heeft toegezegd 1,5 miljoen EUR te zullen vrijmaken om de humanitaire nood te lenigen; waarschuwt er echter voor dat deze toezegging moet worden verdubbeld door zowel de EU als de lidstaten, gezien de grote stroom vluchtelingen in deze kwetsbare regio, de gemelde uitbraken van cholera en alarmerende berichten van seksueel geweld; benadrukt het belang van een langetermijnstrategie, niet alleen voor medicijnen en voedselhulp maar ook voor re-integratie en psychologische bijstand voor de vluchtelingen;

17. dringt er bij de EU en de lidstaten op aan hun toezeggingen aan het regionale vluchtelingenplan voor Burundi van de VN gestand te doen, waarvoor tot september 2015 207 miljoen USD vereist is om de naar schatting 200 000 Burundese vluchtelingen op te vangen, o.a. door lopende subsidies aan de regio te verhogen;

18. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regering van Burundi en de regeringen van de landen van het gebied van de Grote Meren, de regeringen van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement.

Juridische mededeling