Procedure : 2015/2833(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0832/2015

Ingediende teksten :

RC-B8-0832/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/09/2015 - 8.4
CRE 10/09/2015 - 8.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0317

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 285kWORD 82k
9.9.2015
PE565.800v01-00}
PE565.802v01-00}
PE565.805v01-00}
PE565.810v01-00} RC1
 
B8-0832/2015}
B8-0834/2015}
B8-0837/2015}
B8-0842/2015} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

PPE (B8-0832/2015)

ALDE (B8-0834/2015)

Verts/ALE (B8-0837/2015)

S&D (B8-0842/2015)


over migratie en vluchtelingen in Europa (2015/2833(RSP))


Monika Hohlmeier, Roberta Metsola, Esteban González Pons, Elissavet Vozemberg, Ivo Belet, Carlos Coelho, Jeroen Lenaers, Milan Zver, Mariya Gabriel, Frank Engel, Anna Maria Corazza Bildt, Michał Boni, Danuta Maria Hübner, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Emil Radev, Alessandra Mussolini, Barbara Matera, Agustín Díaz de Mera García Consuegra namens de PPE-Fractie
Gianni Pittella, Enrique Guerrero Salom, Birgit Sippel, Richard Howitt, Knut Fleckenstein, Josef Weidenholzer namens de S&D-Fractie
Guy Verhofstadt, Cecilia Wikström, Angelika Mlinar, Gérard Deprez, Filiz Hyusmenova, Louis Michel, Frédérique Ries, Ramon Tremosa i Balcells, Marielle de Sarnez, Hilde Vautmans, Marian Harkin, Ivan Jakovčić namens de ALDE-Fractie
Judith Sargentini, Ska Keller, Jean Lambert, Ulrike Lunacek, Bodil Valero, Philippe Lamberts, Benedek Jávor, Bart Staes, Margrete Auken, Barbara Lochbihler, Heidi Hautala namens de Verts/ALE-Fractie
Ignazio Corrao, Laura Ferrara
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over migratie en vluchtelingen in Europa (2015/2833(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–   gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–   gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–   gezien het Verdrag van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het aanvullende protocol,

–   gezien zijn resolutie van 9 oktober 2013 over maatregelen van de EU en de lidstaten om met de vluchtelingenstroom als gevolg van het conflict in Syrië om te gaan(1),

–   gezien zijn resolutie van 23 oktober 2013 over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa(2),

–   gezien zijn resolutie van 17 december 2014 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie(3),

–   gezien zijn resolutie van 30 april 2015 over de recente tragedies op de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU(4),

–   gezien de Europese migratieagenda van de Commissie van 13 mei 2015 (COM(2015)0240),

–   gezien het 10-puntenplan inzake migratie van de gezamenlijke Raad van ministers van Buitenlandse en Binnenlandse Zaken van 20 april 2015,

–   gezien de conclusies van de speciale top van de Europese Raad op 23 april 2015 over de vluchtelingencrisis op de Middellandse Zee,

–   gezien het verslag van april 2012 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa "Lives lost in the Mediterranean Sea",

–   gezien de conclusies van de Raad van maandag 20 juli 2015,

–   gezien het op 28 november 2014 door de Afrikaanse Unie en de EU-lidstaten en -instellingen aangenomen initiatief betreffende de migratieroute naar de EU via de Hoorn van Afrika, ofwel het "proces van Khartoem",

–   gezien de verslagen van de speciale rapporteur van de VN voor de mensenrechten van migranten, met name het verslag "Rekenen op de mobiliteit van een hele generatie: follow-up van het regionale onderzoek naar het beheer van de buitengrenzen van de Europese Unie en de gevolgen daarvan voor de mensenrechten van migranten", dat gepubliceerd is in mei 2015,

–   gezien het jaarverslag 2014 van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) over de asielsituatie in de Europese Unie,

–   gezien het debat over migratie en vluchtelingen in Europa dat op 9 september 2015 in het Parlement plaatsvond,

–   gezienartikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat ten gevolge van aanhoudende conflicten, regionale instabiliteit en schendingen van de mensenrechten een ongekend aantal mensen bescherming zoekt in de EU; overwegende dat het aantal asielaanvragen betreffende kinderen sinds vorig jaar met 75 % is gestegen; overwegende dat de zomerperiode opnieuw heeft aangetoond dat migratie geen tijdelijk fenomeen is en dat de stijging van het aantal vluchtelingen lijkt aan te houden en dat dit er eens te meer op wijst dat alles in het werk moet worden gesteld om de levens te redden van mensen die hun land ontvluchten en die in gevaar zijn en dat de lidstaten zich moeten houden aan hun internationale verplichtingen, o.a. de verplichting om mensen die op zee in nood zijn te redden;

B.  overwegende dat volgens gegevens van de UNHCR in 2015 van 2 800 vrouwen, mannen en kinderen is gemeld dat zij vermist of omgekomen zijn bij hun poging om zich in Europa in veiligheid te brengen; overwegende dat vluchtelingen en migranten ook tijdens hun tocht over land door Europa om het leven komen;

C. overwegende dat smokkelaars en mensenhandelaren illegale migratie uitbuiten en voor eigen zakelijk gewin het leven van immigranten op het spel zetten, verantwoordelijk zijn voor duizenden doden en de EU en de lidstaten voor een grote uitdaging plaatsen; overwegende dat smokkelaars met hun criminele activiteiten jaarlijks 20 miljard EUR winst maken; overwegende dat volgens Europol de georganiseerde criminele groeperingen die zich actief bezighouden met het vervoer van illegale migranten over de Middellandse Zee, in verband zijn gebracht met mensenhandel, drugscriminaliteit, wapenhandel en terrorisme;

D. overwegende dat volgens gegevens van Frontex in 2015 tot nu toe het grootste aantal asielzoekers afkomstig is uit Syrië, Afghanistan, Eritrea en Irak; overwegende dat volgens Eurostat aan het merendeel van de mensen uit deze landen die naar Europa vluchten bescherming wordt geboden;

E.  overwegende dat regionale instabiliteit, conflicten en de opkomst van IS in naburige conflictgebieden, tot een massale instroom van migranten en ontheemden leiden, en daarmee gevolgen hebben voor de aantallen mensen die de EU proberen te bereiken;

F.  overwegende dat tijdens de meest recente bijeenkomst van de Europese Raad van 25-26 juni 2015 en de daarop volgende bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 20 juli 2015 geen overeenstemming werd bereikt over een bindende herverdelingsregeling voor herplaatsing en hervestiging van mensen en dat er in plaats daarvan gekozen werd voor een vrijwillige regeling; overwegende dat de lidstaten geen overeenstemming hebben bereikt over het zorgen voor 40 000 plaatsen voor de herplaatsing van vluchtelingen uit Griekenland en Italië en er in plaats daarvan slechts 32 256 plaatsen werden toegezegd;

G. overwegende dat de voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk er op 3 september 2015 op heeft aangedrongen dat er ten minste 100 000 vluchtelingen worden herverdeeld;

H. overwegende dat in plaats van de huidige ad-hocbesluitvorming, een meer op de lange termijn gerichte aanpak van asiel en migratie nodig is;

I.   overwegende dat veel burgers een ongekende mate van solidariteit betuigen met de vluchtelingen en hen warm verwelkomen en op indrukwekkende wijze steunen; overwegende dat Europese burgers daarmee aantonen dat bescherming van behoeftigen en mededogen nog steeds echte Europese waarden zijn;

J.   overwegende dat de huidige situatie een betreurenswaardig gebrek aan solidariteit jegens asielzoekers aan het licht heeft gebracht van de zijde van regeringen, en onvoldoende gecoördineerde en coherente beleidsmaatregelen; overwegende dat dit leidt tot chaos en schendingen van de mensenrechten; overwegende dat de verschillende standpunten van de verschillende lidstaten blijven illustreren dat het migratiebeleid van de EU sterk versnipperd is; overwegende dat het ontbreken van een uniforme asielprocedure en -normen in de lidstaten leidt tot uiteenlopende beschermingsniveaus, in sommige gevallen zelfs tot inadequate waarborgen voor asielzoekers;

K. overwegende dat sommige lidstaten en hun leiders gekozen hebben voor een proactieve benadering en hebben getoond dat ze gereed en bereid zijn om vluchtelingen op te nemen en een permanente en bindende regeling te treffen voor de toewijzing van vluchtelingen over alle lidstaten; overwegende dat andere lidstaten dit goede voorbeeld moeten volgen;

L.  overwegende dat in het strategisch verslag inzake een holistische aanpak van migratie van zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, het asiel- en migratiebeleid van de EU in zijn geheel zal worden behandeld;

M. overwegende dat mensen volgens het Verdrag van 1951 betreffende de status van vluchtelingen (Verdrag van Genève) asiel kunnen aanvragen in een ander land, ongeacht hun land van herkomst, als ze gegronde vrees hebben voor vervolging wegens hun ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of hun politieke overtuiging;

1.  geeft uiting aan zijn diepe leedwezen en rouw over het tragische verlies van levens van mensen die asiel zoeken in de EU; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan alles te doen om verder verlies van mensenlevens op zee of op land te voorkomen;

2.  verklaart zich solidair met het hoge aantal vluchtelingen en migranten dat het slachtoffer is van conflicten, ernstige schendingen van de mensenrechten, duidelijke bestuurlijke tekortkomingen en brute onderdrukking;

3.  is verheugd over de inspanningen van groeperingen en individuen in heel Europa die grote aantallen mensen mobiliseren om vluchtelingen en migranten te verwelkomen en hen te ondersteunen; moedigt Europese burgers aan hun steun en inzet voor een humanitaire respons op de vluchtelingencrisis vol te houden; is van mening dat dergelijke acties aantonen dat de Europese waarden echt worden aangehangen en een teken van hoop zijn voor de toekomst van Europa;

4.  bevestigt zijn steun voor zijn resolutie van 30 april 2015 over de recente tragedies op de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU; herinnert eraan dat de EU haar onmiddellijke respons moet baseren op solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid, als vastgelegd in artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en een holistische aanpak waarin rekening wordt gehouden met veilige en legale migratie en een volledige eerbiediging van de grondrechten en fundamentele waarden;

5.  herhaalt zijn gehechtheid aan de handhaving van open grenzen binnen de Schengenzone, terwijl er tegelijkertijd gezorgd moet worden voor effectief beheer van de buitengrenzen; onderstreept dat het vrije verkeer van personen binnen de Schengenzone een van de grootste verworvenheden van de Europese integratie vormt;

6.  is verheugd over de initiatieven van de Commissie over herplaatsing en hervestiging, alsmede het nieuwe voorstel voor noodherplaatsing van een toegenomen aantal asielzoekers die internationale bescherming nodig hebben, dat betrekking heeft op Griekenland, Italië en Hongarije; stemt in met de aankondiging van de Commissie van een permanente herplaatsingsregeling, die in noodgevallen moet worden geactiveerd, rekening houdend met het aantal vluchtelingen dat in de lidstaat aanwezig is, op basis van artikel 78, lid 2, VWEU; is bereid de nieuwe herplaatsingsregeling middels een versnelde procedure te behandelen en verklaart voornemens te zijn alle overige door de Commissie voorgestelde maatregelen sneller te behandelen om ervoor te zorgen dat de lidstaten de permanente herplaatsingsregeling niet vertragen; herinnert de Raad eraan dat het Parlement een groot voorstander is van een bindende herplaatsingsregeling, waarbij, voor zover mogelijk, rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de vluchtelingen;

7.  is verheugd over de operationele steun die de Commissie zal geven aan lidstaten in de frontlinie, zoals Griekenland, Italië en Hongarije, via "hotspots" door gebruik te maken van de expertise van EU-agentschappen zoals Frontex, EASO en de Europese politiedienst (Europol), om lidstaten te helpen met de registratie van de mensen die aankomen; herinnert de lidstaten eraan dat het welslagen van zulke registratiecentra afhangt van de bereidheid om vluchtelingen te herplaatsen van de "hotspots" naar hun grondgebied; is van mening dat een dergelijke benadering duidelijk moet zorgen voor effectieve systemen voor de identificatie van mensen met specifieke behoeften en voor hun verdere doorverwijzing naar instanties;

8.  neemt kennis van het voorstel van de Commissie om de "veilig land van herkomst"-bepaling van de Richtlijn asielprocedures te versterken door een gezamenlijke EU-lijst van veilige landen van herkomst op te stellen; begrijpt dat deze benadering de procedurele rechten van burgers uit die landen kan beperken; herinnert eraan dat het toekenningspercentage van asielaanvragen per lidstaat aanzienlijk verschilt, ook met betrekking tot specifieke landen van herkomst; dringt erop aan dat er stappen moeten worden ondernomen om ervoor te zorgen dat deze benadering het non-refoulement-beginsel en het individuele recht op asiel, met name van mensen die behoren tot kwetsbare groepen, niet ondermijnt;

9.  dringt er nogmaals bij de Commissie op aan de bestaande Dublin-verordening te wijzigen om hierin een permanent, bindend systeem voor de verdeling van asielzoekers over de 28 lidstaten op te nemen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een eerlijke, bindende verdeelsleutel, rekening houdend met de integratieperspectieven en met de behoeften en specifieke omstandigheden van de asielzoekers zelf;

10. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan substantiële budgettaire ruimte en bereidheid in de begroting 2016 en in de bepalingen van het meerjarig financieel kader (MFK) te creëren om ervoor te zorgen dat EASO en de lidstaten sneller en krachtiger kunnen worden ondersteund bij hun maatregelen om vluchtelingen op te nemen en te integreren, inclusief in het kader van herplaatsings- en hervestigingsregelingen;

11. dringt aan op een snelle en volledige omzetting en effectieve uitvoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel door alle deelnemende lidstaten; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de EU-wetgeving in alle lidstaten naar behoren ten uitvoer wordt gelegd, en daarmee te waarborgen dat in de gehele EU gemeenschappelijke, doeltreffende, consistente en humane normen worden gehanteerd;

12. is van mening dat de tenuitvoerlegging van de Terugkeerrichtlijn gepaard moet gaan met naleving van de procedures en normen die Europa in staat stellen een humane en waardige behandeling van teruggekeerde migranten te waarborgen, in overeenstemming met het beginsel van non-refoulement; herinnert eraan dat de voorkeur gegeven moet worden aan vrijwillige terugkeer boven gedwongen terugkeer;

13. benadrukt dat er meer nadruk moet worden gelegd op de Commissie-initiatieven die al ontplooid zijn om te zorgen voor meer instrumenten ter bescherming van asielzoekers; is van mening dat de EU en haar lidstaten, naast het verplichte hervestigingsprogramma, andere maatregelen moeten overwegen voor veilige en legale toegang, zoals humanitaire visa; verzoekt de lidstaten de mogelijkheid na te gaan om mensen die bescherming behoeven asiel aan te laten aanvragen in hun ambassades of consulaire posten in derde landen;

14. herinnert eraan dat de lidstaten strenge strafrechtelijke sancties tegen mensenhandel en mensensmokkel, zowel naar als binnen de EU, moeten vaststellen; dringt er bij de lidstaten op aan criminele netwerken van smokkelaars te bestrijden, maar ondertussen degenen die migranten vrijwillig, op humanitaire gronden helpen, waaronder vervoerders, niet te bestraffen, door de Commissie te verzoeken Richtlijn 2001/51/EG van de Raad te herzien; neemt kennis van de EUNAVFOR Med-operatie tegen smokkelaars en handelaars op de Middellandse Zee;

15. betreurt dat de regeringsleiders van sommige lidstaten en de extreemrechtse partijen de huidige situatie aangrijpen om anti-migratiesentimenten aan te wakkeren en de EU de schuld geven van de crisis, wat bijdraagt tot een toenemend aantal gewelddadigheden tegen migranten; vraagt de Commissie en de lidstaten dringend maatregelen te nemen tegen gewelddadige acties en haatdragende uitspraken die gericht zijn tegen migranten; verzoekt tevens de regeringsleiders van de EU en de lidstaten zich duidelijk uit te spreken voor Europese solidariteit en eerbiediging van de menselijke waardigheid;

16. wijst er nogmaals op dat migratie een mondiaal, complex probleem is dat ook een langetermijnaanpak vergt waarbij de onderliggende oorzaken worden aangepakt, zoals armoede, ongelijkheid, onrechtvaardigheid, klimaatverandering, corruptie, wanbestuur en gewapende conflicten; dringt er bij de Commissie en de Raad op aan op de top in Valletta in november nader in te gaan op deze onderliggende oorzaken; onderstreept dat er behoefte is aan een alomvattende EU-benadering waarbij de samenhang tussen haar interne en externe beleidsmaatregelen wordt versterkt, en met name tussen het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, het ontwikkelingsbeleid en het migratiebeleid; plaatst kritische kanttekeningen bij plannen om ontwikkelingshulp te koppelen aan meer grenscontroles of terugkeerovereenkomsten met derde landen;

17. verzoekt de EU, haar lidstaten en andere internationale donoren om de toezeggingen gedaan op de conferentie over ontwikkelingsfinanciering in juli 2015 in Addis Abeba zo snel mogelijk na te komen, en benadrukt dat het ontwikkelingsbeleid meer gericht moet worden op het opbouwen van vreedzame samenlevingen, de bestrijding van corruptie en de bevordering van goed bestuur, zoals geformuleerd in doelstelling 16 inzake duurzame ontwikkeling van het mondiaal ontwikkelingskader voor de periode na 2015;

18. verzoekt de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap een prominentere rol te spelen bij de oplossing van conflicten, en in het bijzonder te zoeken naar duurzame politieke oplossingen in conflictregio's zoals Irak, Syrië, Libië en het Midden-Oosten, en om de politieke dialoog over alle mensenrechtenaspecten te intensiveren, onder meer met regionale organisaties, teneinde inclusieve en democratische instellingen en de rechtsstaat te ondersteunen, weerbaarheid van lokale gemeenschappen op te bouwen en de sociale en democratische ontwikkeling van de landen van herkomst en hun bevolking te bevorderen; roept in dit verband op tot nauwere samenwerking met landen in de regio die lid zijn van de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie op het gebied van opvang, hervestiging en asielverlening aan mensen die bescherming behoeven;

19. verzoekt de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheid een internationale conferentie over de vluchtelingencrisis te beleggen, waaraan onder meer de EU, haar lidstaten, aan de VN gelieerde agentschappen, de Verenigde Staten, betrokken internationale ngo's en Arabische landen deelnemen, teneinde een gemeenschappelijke, mondiale strategie voor humanitaire hulp vast te stellen;

20. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0414.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0448.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0105.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0176.

Juridische mededeling