Procedure : 2015/2969(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-1263/2015

Ingediende teksten :

RC-B8-1263/2015

Debatten :

PV 26/11/2015 - 4.2

Stemmingen :

PV 26/11/2015 - 11.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0413

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 284kWORD 79k
25.11.2015
PE571.087v01-00}
PE571.091v01-00}
PE571.092v01-00}
PE571.095v01-00}
PE571.097v01-00}
PE571.098v01-00}
PE573.309v01-00} RC1
 
B8-1263/2015}
B8-1267/2015}
B8-1268/2015}
B8-1271/2015}
B8-1273/2015}
B8-1274/2015}
B8-1277/2015} RC1

ingediend overeenkomstig el 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B8-1263/2015)

ECR (B8-1267/2015)

EFDD (B8-1268/2015)

PPE (B8-1271/2015)

ALDE (B8-1273/2015)

S&D (B8-1274/2015)

GUE/NGL (B8-1277/2015)


over de politieke situatie in Cambodja (2015/2969(RSP))


Cristian Dan Preda, Jeroen Lenaers, Elmar Brok, Andrzej Grzyb, Davor Ivo Stier, Andrej Plenković, Patricija Šulin, József Nagy, Eduard Kukan, Bogdan Brunon Wenta, Milan Zver, Jarosław Wałęsa, Giovanni La Via, Jiří Pospíšil, Joachim Zeller, Ivan Štefanec, Pavel Svoboda, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Ildikó Gáll-Pelcz, Andrey Kovatchev, Tunne Kelam, Tadeusz Zwiefka, Csaba Sógor, Lefteris Christoforou, Luděk Niedermayer, Marijana Petir, Dubravka Šuica, Adam Szejnfeld, Tomáš Zdechovský, Therese Comodini Cachia, Inese Vaidere, Krzysztof Hetman, Brian Hayes, Stanislav Polčák, Claude Rolin, Ivana Maletić, László Tőkés, Roberta Metsola, Thomas Mann namens de PPE-Fractie
Pier Antonio Panzeri, Victor Boştinaru, Knut Fleckenstein, Richard Howitt, Elena Valenciano, Eric Andrieu, Maria Arena, Hugues Bayet, Goffredo Maria Bettini, José Blanco López, Biljana Borzan, Nicola Caputo, Caterina Chinnici, Andi Cristea, Miriam Dalli, Viorica Dăncilă, Nicola Danti, Isabella De Monte, Damian Drăghici, Monika Flašíková Beňová, Doru-Claudian Frunzulică, Enrico Gasbarra, Neena Gill, Maria Grapini, Cătălin Sorin Ivan, Liisa Jaakonsaari, Afzal Khan, Jeppe Kofod Javi López, Miapetra Kumpula-Natri, Krystyna Łybacka, Andrejs Mamikins, Marlene Mizzi, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Victor Negrescu, Momchil Nekov, Norbert Neuser, Vincent Peillon, Tonino Picula, Miroslav Poche, Liliana Rodrigues, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Daciana Octavia Sârbu, Monika Smolková, Renato Soru, Tibor Szanyi, Claudia Tapardel, Marc Tarabella, Patrizia Toia, István Ujhelyi, Julie Ward namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Mark Demesmaeker, Karol Karski, Ryszard Antoni Legutko, Anna Elżbieta Fotyga, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Geoffrey Van Orden, Branislav Škripek, Angel Dzhambazki, Valdemar Tomaševski, Raffaele Fitto namens de ECR-Fractie
Cecilia Wikström, Filiz Hyusmenova, Izaskun Bilbao Barandica, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Ramon Tremosa i Balcells, Juan Carlos Girauta Vidal, Marietje Schaake, Ilhan Kyuchyuk, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Nedzhmi Ali, Philippe De Backer, Marielle de Sarnez, Martina Dlabajová, Fredrick Federley, Nathalie Griesbeck, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Pavel Telička, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Valentinas Mazuronis namens de ALDE-Fractie
Marie-Christine Vergiat, Kateřina Konečná, Jiří Maštálka, Helmut Scholz, Stelios Kouloglou, Kostas Chrysogonos, Lola Sánchez Caldentey, Estefanía Torres Martínez, Tania González Peñas, Patrick Le Hyaric, Younous Omarjee namens de GUE/NGL-Fractie
Barbara Lochbihler, Heidi Hautala, Maria Heubuch, Igor Šoltes, Bodil Valero, Davor Škrlec namens de Verts/ALE-Fractie
Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo, Marco Zanni namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de politieke situatie in Cambodja (2015/2969(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Cambodja,

–  gezien de plaatselijke verklaring van de EU over de situatie in Cambodja van 27 oktober 2015,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN over Cambodja van 17 november 2015,

–  gezien de op 30 oktober 2015 door de woordvoerder van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de rechten van de mens, Ravina Shamdasani, afgelegde persverklaring,

–  gezien de verklaringen van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechtensituatie in Cambodja, professor Rhona Smith, van 23 november 2015 en 24 september 2015,

–  gezien het verslag van de speciale rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Cambodja van 20 augustus 2015,

–  gezien de resolutie van de VN-mensenrechtenraad van 2 oktober 2015 over Cambodja,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de EDEO van 15 juli 2015 over de wet inzake verenigingen en niet-gouvernementele organisaties in Cambodja,

–  gezien de verklaring van 22 juni 2015 van de speciale rapporteur van de VN voor de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging,

–  gezien de slotopmerkingen van het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties van 27 april 2015 over het tweede periodieke verslag over Cambodja,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers uit 2008,

–  gezien de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Cambodja van 1997,

–  gezien artikel 35 van de grondwet van Cambodja, dat het recht op vrijheid van vereniging en het recht op actieve deelname aan het politieke, economische, sociale en culturele leven van het land garandeert,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Cambodjaanse autoriteiten op 13 november 2015 een arrestatiebevel hebben uitgevaardigd tegen Sam Rainsy, de leider van de belangrijkste oppositiepartij, de Nationale Reddingspartij van Cambodja (CNRP), die momenteel in het buitenland verblijft, en overwegende dat de nationale assemblee van Cambodja Rainsy op grond van een zeven jaar oude aanklacht wegens smaad op 16 november 2015 zijn parlementaire zetel heeft ontnomen en zijn parlementaire immuniteit heeft opgeheven, ten gevolge waarvan hij gearresteerd kan worden als hij naar Cambodja terugkeert;

B.  overwegende dat Sam Rainsy op 20 november 2015 door een rechtbank is opgeroepen om op 4 december te worden gehoord in verband met een post op zijn openbare Facebookpagina, geplaatst door senator Hong Sok Hour van de oppositie, die sinds augustus gevangen zit op verdenking van valsheid in geschrifte en opruiing, nadat hij op de Facebookpagina van Rainsy een video had geplaatst met daarin een beweerdelijk onjuist document met betrekking tot het grensverdrag met Vietnam uit 1979;

C.  overwegende dat een groep regeringsgezinde demonstranten op 26 oktober 2015 in Phnom Penh twee parlementsleden van de oppositiepartij (CNRP), Nhay Chamrouen en Kong Sakphea, hebben aangevallen en de veiligheid van de privéwoning van de eerste vicevoorzitter van de nationale assemblee hebben bedreigd; overwegende dat uit verslagen blijkt dat de politie en andere staatsveiligheidstroepen hierbij enkel toekeken;

D.  overwegende dat de leider van de oppositiepartij Kem Sokha op 30 oktober 2015, tijdens een vergadering die door de CNRP werd geboycot, door de regeringspartij Cambodjaanse Volkspartij (CPP) uit zijn functie van eerste vicevoorzitter van de nationale assemblee werd ontslagen; overwegende dat toekenning van de post van vicepresident aan de CNRP een van de belangrijkste concessies was die de regeringspartij CPP in juli 2014 aan de CNRP had gedaan om een einde te maken aan de boycot van die partij van het parlement sinds de verkiezingen van 2013, een jaar eerder;

E.  overwegende dat premier Hun Sen al meer dan 30 jaar aan de macht is en dat zijn veiligheidstroepen zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen, maar daarvoor vrijuit gaan;

F.  overwegende dat 11 oppositieleden gevangenisstraffen uitzitten van tussen de zeven en 20 jaar wegens deelname aan of het leiden van een "opstand";

G.  overwegende dat de twee politieke partijen CPP en CNRP in 2014 tot een politiek akkoord waren gekomen, waardoor de hoop werd gewekt dat er een nieuwe fase zou ingaan, waarin politieke onenigheden op constructieve wijze zouden worden opgelost; overwegende dat het politieke klimaat in Cambodja ondanks dit akkoord nog altijd gespannen is;

H.  overwegende dat het recht op vrijheid van meningsuiting is neergelegd in artikel 41 van de grondwet van Cambodja en het recht op het ontplooien van politieke activiteiten in artikel 35 van de grondwet;

I.  overwegende dat de vaststelling van de wet inzake verenigingen en niet-gouvernementele organisaties (LANGO) ondanks algemene kritiek vanuit het maatschappelijk middenveld en de internationale gemeenschap, ertoe heeft geleid dat overheidsorganen de bevoegdheid hebben naar eigen inzicht bestaande mensenrechtenorganisaties en de oprichting van nieuwe menenrechtenorganisaties te verbieden, en er nu reeds voor zorgt dat activiteiten op het gebied van de mensenrechten in Cambodja en acties van maatschappelijke organisaties onmogelijk worden gemaakt;

J.  overwegende dat de speciale VN-rapporteur voor de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging heeft verklaard dat het maatschappelijk middenveld in Cambodja niet heeft mogen deelnemen aan de totstandbrenging van de LANGO;

K.  overwegende dat de regering van Cambodja op 13 november 2015 haar goedkeuring heeft gehecht aan de ontwerpwet inzake vakbonden;

L.  overwegende dat de EU de belangrijkste partner van Cambodja is als het gaat om ontwikkelingshulp, en dat voor de periode 2014 - 2020 een bedrag van 410 miljoen EUR aan Cambodja is toegewezen; overwegende dat de EU steun verleent aan diverse mensenrechteninitiatieven van Cambodjaanse niet-gouvernementele organisaties (ngo's) en andere maatschappelijke organisaties; overwegende dat Cambodja in hoge mate afhankelijk is van ontwikkelingshulp;

1.  spreekt zijn grote verontrusting uit over het verslechterende klimaat voor oppositieleden en activisten en mensenrechten-, maatschappelijke en milieuactivisten in Cambodja en veroordeelt elke vorm van geweld en alle politiek gemotiveerde aanklachten en uitspraken tegen en veroordeling van politieke tegenstanders, activisten en mensenrechtenactivisten in Cambodja;

2.  dringt er bij de Cambodjaanse autoriteiten op aan het arrestatiebevel en alle aanklachten tegen de oppositieleider Sam Rainsy en de CNRP-leden van de nationale assemblee en de senaat, waaronder senator Hong Sok Hour, en CNRP-activisten en -leiders in te trekken en hen in staat te stellen vrijelijk hun activiteiten te ontplooien zonder bang te hoeven zijn voor arrestatie of vervolging, en niet langer gebruik te maken van rechtbanken om mensen om politieke redenen of op grond van valse aanklachten te vervolgen;

3.  dringt er bij de nationale assemblee op aan Sam Rainsy zijn parlementaire zetel onmiddellijk terug te geven en hem weer parlementaire immuniteit toe te kennen;

4.  verzoekt de regering van Cambodja met klem de legitieme en nuttige rol die het maatschappelijk middenveld, de vakbonden en de politieke oppositie vervullen in de algemene economische en politieke ontwikkeling van Cambodja te erkennen;

5.  dringt er bij de regering op aan aan te werken aan versterking van de democratie en de rechtsstaat, en de mensenrechten en fundamentele rechten te eerbiedigen, hetgeen ook inhoudt dat de grondwettelijke bepalingen die pluralisme en vrijheid van vereniging en meningsuiting garanderen, ten volle moeten worden nageleefd;

6.  herinnert eraan dat een veilige omgeving voor het voeren van een democratische dialoog essentieel is voor politieke stabiliteit, democratie en een vreedzame samenleving in Cambodja en dringt er bij de regering op aan alle maatregelen te nemen die nodig zijn om de veiligheid van alle democratisch gekozen vertegenwoordigers van Cambodja, van welke politieke overtuiging dan ook, te garanderen;

7.  merkt op dat de "cultuur van dialoog" die tussen de leiders van de CPP en de CNRP aanwezig was, de hoop wekte dat de democratie in Cambodja op de goede weg was; verzoekt de regering van Cambodja en de oppositie een serieuze en zinvolle dialoog aan te gaan;

8.  dringt er bij de regering op aan om in samenwerking met de Verenigde Naties een grondig en onpartijdig onderzoek uit te voeren, teneinde alle personen voor de rechter te brengen die verantwoordelijk zijn voor de recente brute aanval op de twee CNRP-leden van de nationale assemblee door leden van de strijdkrachten en voor het buitensporige geweld dat door het leger en de politie is gebruikt om een einde te maken aan demonstraties, stakingen en sociale onrust;

9.  dringt bij de regering aan op intrekking van de wet inzake verenigingen en niet-gouvernementele organisaties, die overheidsautoriteiten de bevoegdheid geeft om naar eigen inzicht bestaande mensenrechtenorganisaties of de oprichting van nieuwe mensenrechtenorganisaties te verbieden en die er nu reeds voor zorgt dat activiteiten op het gebied van de bescherming van de mensenrechten in Cambodja onmogelijk worden gemaakt;

10.  dringt er bij de regering en het parlement op aan te waarborgen dat iedereen die gevolgen zal ondervinden van nieuwe wetgeving, zoals de wetgeving inzake vakbonden en de wetgeving op het gebied van cybercrime en telecommunicatie, daadwerkelijk en op grondige wijze wordt geraadpleegd, en tevens te waarborgen dat de tekst van deze wetgeving strookt met de verplichtingen en verbintenissen van Cambodja op het gebied van de mensenrechten uit hoofde van het nationale en het internationale recht;

11.  verzoekt de Cambodjaanse regering een einde te maken aan willekeurige opsluitingen en verdwijningen onder verdachte omstandigheden, en vrijwilligers- en mensenrechtenorganisaties in staat te stellen vrijelijk hun activiteiten te ontplooien; verzoekt de Cambodjaanse regering een serieus onderzoek te starten naar de verdwijning van Khem Sapath;

12.  dringt er bij de bevoegde regeringsautoriteiten op aan te stoppen met het vervolgen van mensenrechtenactivisten op grond van andere geldende wetgeving, die wordt gebruikt om deze personen te vervolgen wegens hun activiteiten op het gebied van de mensenrechten, en alle personen die om politieke redenen of op grond van valse aanklachten gevangen zitten onmiddellijk en onvoorwaardelijk in vrijheid te stellen;

13.  verzoekt de lidstaten, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden en de Commissie, om in overeenstemming met het strategisch EU-kader voor mensenrechten en democratie, bovengenoemde punten van zorg en aanbevelingen onmiddellijk bij de Cambodjaanse autoriteiten aan te kaarten;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vice-voorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, het secretariaat van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten, de VN-mensenrechtenraad en de regering en de nationale assemblee van het Koninkrijk Cambodja.

 

Juridische mededeling