Procedure : 2016/2990(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-1256/2016

Ingediende teksten :

RC-B8-1256/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0444

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 284kWORD 50k
23.11.2016
PE593.690v01-00}
PE593.691v01-00}
PE593.692v01-00}
PE593.693v01-00}
PE593.697v01-00}
PE593.703v01-00}
PE593.706v01-00} RC1
 
B8-1256/2016}
B8-1257/2016}
B8-1258/2016}
B8-1259/2016}
B8-1263/2016}
B8-1269/2016}
B8-1272/2016} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B8-1256/2016)

ECR (B8-1257/2016)

EFDD (B8-1258/2016)

PPE (B8-1259/2016)

S&D (B8-1263/2016)

GUE/NGL (B8-1269/2016)

ALDE (B8-1272/2016)


over de in China gevangengezette uitgever Gui Minhai (2016/2990(RSP))


Cristian Dan Preda, Elmar Brok, Lars Adaktusson, Roberta Metsola, Andrey Kovatchev, Eva Paunova, Jarosław Wałęsa, Tunne Kelam, Tomáš Zdechovský, Luděk Niedermayer, Lefteris Christoforou, József Nagy, Marijana Petir, Claude Rolin, Milan Zver, Pavel Svoboda, Patricija Šulin, Dubravka Šuica, Michaela Šojdrová, Joachim Zeller, László Tőkés, Bogdan Brunon Wenta, Sven Schulze, Laima Liucija Andrikienė, Eduard Kukan, Anna Záborská, Jaromír Štětina, Stanislav Polčák, Adam Szejnfeld, Tadeusz Zwiefka, Csaba Sógor, Anna Maria Corazza Bildt, Ivan Štefanec, David McAllister, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Ramona Nicole Mănescu, Therese Comodini Cachia, Inese Vaidere namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Pier Antonio Panzeri, Josef Weidenholzer, Victor Boştinaru, Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Maria Arena, Francisco Assis, Zigmantas Balčytis, Hugues Bayet, Brando Benifei, José Blanco López, Vilija Blinkevičiūtė, Biljana Borzan, Soledad Cabezón Ruiz, Nicola Caputo, Nicola Danti, Isabella De Monte, Elena Gentile, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sylvie Guillaume, Sergio Gutiérrez Prieto, Eva Kaili, Cécile Kashetu Kyenge, Krystyna Łybacka, Vladimír Maňka, Costas Mavrides, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Victor Negrescu, Demetris Papadakis, Vincent Peillon, Pina Picierno, Tonino Picula, Kati Piri, Miroslav Poche, Liliana Rodrigues, Tibor Szanyi, Marc Tarabella, Julie Ward, Damiano Zoffoli, Carlos Zorrinho namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Mark Demesmaeker, Bas Belder, Monica Macovei, Ruža Tomašić, Jana Žitňanská, Notis Marias, Angel Dzhambazki, Raffaele Fitto, Branislav Škripek namens de ECR-Fractie
Fredrick Federley, Ramon Tremosa i Balcells, Ilhan Kyuchyuk, Pavel Telička, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Petras Auštrevičius, Marielle de Sarnez, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, José Inácio Faria, Nathalie Griesbeck, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Hannu Takkula, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Paavo Väyrynen, Cecilia Wikström, Viktor Uspaskich, Valentinas Mazuronis namens de ALDE-Fractie
Malin Björk, Marie-Christine Vergiat, Xabier Benito Ziluaga, Lola Sánchez Caldentey, Estefanía Torres Martínez, Tania González Peñas, Miguel Urbán Crespo, Merja Kyllönen namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Valero, Jakop Dalunde namens de Verts/ALE-Fractie
Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo, Isabella Adinolfi namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de in China gevangengezette uitgever Gui Minhai (2016/2990(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in China, met name die van 4 februari 2016 over de zaak van de vermiste boekuitgevers in Hongkong(1), van 16 december 2015 over de betrekkingen EU-China(2) en van 13 maart 2014 over de EU-prioriteiten voor de 25e vergadering van de VN-Raad voor de mensenrechten(3),

–  gezien de verklaring van 7 januari 2016 van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) over de verdwijning van personen die verbonden zijn aan de uitgeverij Mighty Current in Hongkong,

–  gezien het 18de jaarverslag van de Europese Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden van april 2016 over de Speciale Administratieve Regio (SAR) Hongkong,

–  gezien de dialoog tussen de EU en China over de mensenrechten, gestart in 1995, en de 34e ronde hiervan die is gehouden op 30 november en 1 december 2015 in Peking;

–  gezien de verklaring van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 16 februari 2016,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de EDEO aan het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 2016 getiteld "Elementen voor een nieuwe strategie van de EU voor China",

–  gezien de basiswet van de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China, meer bepaald de artikelen over persoonlijke vrijheden en de persvrijheid, en het handvest van rechten van Hongkong,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966;

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948;

–  gezien de goedkeuring van de nieuwe nationale veiligheidswet door het permanent comité van het Chinese Nationale Volkscongres op 1 juli 2015, de goedkeuring van de nieuwe wet op het beheer van buitenlandse ngo's door het Nationale Volkscongres op 28 april 2016 en de goedkeuring van de nieuwe wet op de cyberveiligheid op 7 november 2016;

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Gui Minhai, boekuitgever en aandeelhouder van zijn uitgeverij en van een boekhandel die literatuur verkoopt waarin kritiek wordt geuit op Peking, op 17 oktober 2015 spoorloos is verdwenen in Pattaya, Thailand;

B.  overwegende dat tussen oktober en december 2015 vier andere inwoners van Hongkong (Lui Bo, Zhang Zhiping, Lam Wing-Kee en Lee Bo) zijn verdwenen die voor dezelfde boekhandel werkten;

C.  overwegende dat Gui Minhai een Zweeds staatsburger van Chinese geboorte is en dus EU-burger is;

D.  overwegende dat Gui Minhai op 17 januari 2016 in een uitzending op de Chinese tv verscheen waarin hij leek te erkennen dat hij vrijwillig naar het Chinese Vasteland was teruggekeerd om terecht te staan voor een beweerd verkeersmisdrijf begaan in 2003; overwegende dat er zwaarwegende redenen zijn om aan te nemen dat zijn uitgezonden bekentenis in scène was gezet en dat hij een vooraf opgestelde tekst moest voorlezen;

E.  overwegende dat Gui Minhai ruim een jaar gevangen zit zonder contact met de buitenwereld en dat zijn verblijfplaats onbekend is; overwegende dat Gui Minhai als enige boekverkoper van de groep nog gevangen zit;

F.  overwegende dat de Zweedse autoriteiten de volledige steun van de Chinese autoriteiten hebben gevraagd om de rechten van hun burger te beschermen alsook van de andere "verdwenen" personen; overwegende dat noch de familie van Gui Minhai noch de Zweedse regering op de hoogte is gebracht van een officiële aanklacht tegen hem of van de plaats waar hij wordt vastgehouden;

G.  overwegende dat Lui Bo en Zhang Zhiping op respectievelijk 4 maart en 8 maart 2016 mochten terugkeren naar Hongkong, na gevangen te hebben gezeten op het Chinese Vasteland; overwegende dat zij de politie verzochten de zaken in verband met hun verdwijning af te sluiten en op de dag van hun aankomst weer terugkeerden naar het Chinese Vasteland; overwegende dat Lee Bo op 24 maart 2016 terugkeerde naar Hongkong en ontkent dat hij was ontvoerd; overwegende dat Lam Wing-Kee op 16 juni 2016 naar Hongkong is teruggekeerd;

H.  overwegende dat Lam Wing-Kee, een van de uitgevers, in juni 2016 naar Hongkong terugkeerde om de zaak naar zijn verdwijning af te sluiten, maar in plaats van terug te keren naar het Chinese Vasteland de media vertelde dat hij door de Chinese veiligheidsdiensten was ontvoerd, in afzondering gevangen was gehouden en was gedwongen om voor tv-camera's misdaden te bekennen die hij niet had gepleegd;

I.  overwegende dat Hongkong de vrijheid van meningsuiting en van publicatie erkent en beschermt; overwegende dat de publicatie van materiaal waarin kritiek wordt geuit op het Chinese leiderschap, in Hongkong legaal is, maar op het Chinese Vasteland is verboden; overwegende dat het beginsel "één land, twee systemen" de autonomie van Hongkong ten aanzien van Peking waarborgt, met eerbiediging van de vrijheden zoals vastgelegd in artikel 27 van de basiswet;

J.  overwegende dat de EDEO en de Commissie in hun jaarverslag van 2015 over de Speciale Administratieve Regio Hongkong de zaak van de vijf boekuitgevers beschouwen als de ernstigste aantasting van het beginsel "één land, twee systemen" van de Hongkongse basiswet sinds de herintegratie van Hongkong in de Volksrepubliek China in 1997; overwegende dat uitsluitend de wettige handhavingsinstanties van Hongkong wettelijk bevoegd zijn om de wet in Hongkong te handhaven;

K.  overwegende dat het VN-Comité tegen Foltering zijn ernstige bezorgdheid heeft geuit over consistente meldingen van verschillende bronnen dat de praktijk van het illegaal vasthouden in niet-erkende en officieuze detentiecentra, de zogenaamde zwarte gevangenissen, blijft bestaan; overwegende dat het VN-Comité tegen Foltering eveneens zeer bezorgd is over consistente meldingen dat de folter- en mishandelpraktijken nog steeds stevig verankerd zijn in het strafrechtsysteem, dat te veel steunt op bekentenissen als basis voor een veroordeling;

L.  overwegende dat China het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) heeft ondertekend, maar nog niet heeft geratificeerd, overwegende dat China het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning niet heeft ondertekend of geratificeerd;

M.  overwegende dat de bilaterale betrekkingen tijdens de 17e EU-China-top van 29 juni 2015 zijn verbeterd en overwegende dat de EU in haar strategisch EU-kader voor mensenrechten en democratie het voornemen heeft opgenomen om de mensenrechten centraal te stellen in de betrekkingen met alle derde landen, waaronder strategische partners; overwegende dat de 18e EU-China-top van 12-13 juli 2016 werd afgesloten met een verklaring dat het de bedoeling is om vóór eind 2016 weer een ronde van de mensenrechtendialoog EU-China te laten plaatsvinden;

1.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het ontbreken van informatie inzake de verblijfplaats van Gui Minhai; roept op tot onmiddellijke bekendmaking van gedetailleerde informatie over zijn verblijfplaats en roept ertoe op Gui Minhai onmiddellijk en in alle veiligheid vrij te laten en hem het recht op communicatie met de buitenwereld te geven;

2.  neemt met bezorgdheid kennis van de aantijgingen dat handhavingsinstanties van het Chinese vasteland in Hongkong actief zouden zijn; herinnert de Chinese autoriteiten eraan dat optredens van hun wetshandhavingsinstanties in Hongkong in strijd zijn met het beginsel "één land, twee systemen";

3.  dringt er bij de relevante autoriteiten in Thailand, China en Hongkong op aan te zorgen voor opheldering van de omstandigheden van de verdwijningen, overeenkomstig de regels van de rechtsstaat;

4.  veroordeelt krachtig alle gevallen van mensenrechtenschendingen, in het bijzonder willekeurige arrestaties, uitleveringen, gedwongen bekentenissen, geheime detentie, voorarrest zonder contact met de buitenwereld en schendingen van de vrijheid van publicatie en van meningsuiting; herinnert eraan dat de onafhankelijkheid van uitgevers, journalisten en bloggers moet worden gewaarborgd; dringt aan op de onmiddellijke beëindiging van mensenrechtenschendingen en politieke intimidatie;

5.  veroordeelt de beperkingen en de criminalisering van de vrijheid van meningsuiting en betreurt dat de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting worden aangescherpt; roept de Chinese regering op een eind te maken aan de onderdrukking van de vrije informatiestroom, onder meer door de beperking van het gebruik van het internet;

6.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de nieuwe wet betreffende cyberveiligheid, goedgekeurd op 7 november 2016, dat de bestaande praktijken op het gebied van internetcensuur en internettoezicht versterkt en institutionaliseert, alsmede over de goedgekeurde wet op de nationale veiligheid en de ontwerpwet inzake terrorismebestrijding; merkt op dat hervormingsgezinde Chinese juristen en verdedigers van de burgerrechten vrezen dat deze wetten de vrijheid van meningsuiting verder zullen inperken en de zelfcensuur zullen doen toenemen;

7.  roept China op vreedzame critici van de regering, anti-corruptieactivisten, advocaten en journalisten vrij te laten of de aanklachten tegen hen in te trekken;

8.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de op handen zijnde inwerkingtreding van de nieuwe wet inzake het beheer van buitenlandse ngo's op 1 januari 2017, aangezien deze wet in haar huidige vorm de bewegingsruimte van het Chinese maatschappelijk middenveld zou beperken en de vrijheid van vereniging en meningsuiting in het land ernstig zou inperken, onder andere door te verbieden dat buitenlandse ngo's die niet zijn geregistreerd bij het Chinese ministerie van Openbare Veiligheid en provinciale afdelingen voor de openbare veiligheid Chinese individuen of organisaties financieren en door Chinese groepen te verbieden "activiteiten" te verrichten namens of met toestemming van niet-geregistreerde buitenlandse ngo's, inclusief ngo's die gevestigd zijn in Hongkong en Macau; roept de Chinese autoriteiten op te zorgen voor een veilige en eerlijke omgeving en transparante processen om ngo's in staat te stellen op vrije en doeltreffende wijze in China te werken;

9.  benadrukt de inzet van de EU voor de versterking van de democratie, met inbegrip van de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de fundamentele vrijheden en de grondrechten, transparantie en vrijheid van informatie en meningsuiting in Hongkong;

10.  roept China op zonder uitstel het ICCPR te ratificeren en het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning te ondertekenen en te ratificeren;

11.  benadrukt de inzet van de EU voor de versterking van de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de fundamentele vrijheden en de grondrechten, in het bijzonder transparantie en vrijheid van informatie en meningsuiting, in alle landen waarmee ze bilaterale betrekkingen onderhoudt; is van mening dat een inhoudelijke en open mensenrechtendialoog op basis van wederzijds respect tot stand moet worden gebracht; is van mening dat sterke permanente betrekkingen tussen de EU en China een doeltreffend platform moeten bieden voor een volwassen, betekenisvolle en open dialoog over de mensenrechten, op basis van wederzijds respect;

12.  benadrukt dat handel en economische betrekkingen van belang zijn ter bevordering van de welvaart van beide partners; herinnert eraan dat dergelijke betrekkingen alleen te goeder trouw en met wederzijds vertrouwen tot stand kunnen komen; benadrukt dat eerbiediging van de mensenrechten en transparantie onderdeel zijn van moderne handelsakkoorden;

13.  dringt er bij de relevante EU-instellingen op aan snel op te treden en de zaak Gui Minhai op de agenda van de volgende mensenrechtendialoog EU-China te plaatsen;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China en het hoofd van het bestuur en de Wetgevende Vergadering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0045.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0458.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0252.

Juridische mededeling