Procedure : 2016/2991(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-1260/2016

Ingediende teksten :

RC-B8-1260/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0445

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 284kWORD 54k
23.11.2016
PE593.694v01-00}
PE593.696v01-00}
PE593.699v01-00}
PE593.702v01-00}
PE593.705v01-00}
PE593.708v01-00}
PE593.709v01-00} RC1
 
B8-1260/2016}
B8-1262/2016}
B8-1265/2016}
B8-1268/2016}
B8-1271/2016}
B8-1274/2016}
B8-1275/2016} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B8-1260/2016)

ECR (B8-1262/2016)

EFDD (B8-1265/2016)

PPE (B8-1268/2016)

S&D (B8-1271/2016)

GUE/NGL (B8-1274/2016)

ALDE (B8-1275/2016)


over de situatie van de Guaraní-Kaiowá in de Braziliaanse staat Mato Grosso do Sul (2016/2991(RSP))


Cristian Dan Preda, Elmar Brok, Roberta Metsola, Andrey Kovatchev, Eva Paunova, Tunne Kelam, Tomáš Zdechovský, Lefteris Christoforou, József Nagy, Marijana Petir, Claude Rolin, Milan Zver, Pavel Svoboda, Patricija Šulin, Dubravka Šuica, Michaela Šojdrová, Joachim Zeller, László Tőkés, Bogdan Brunon Wenta, Sven Schulze, Laima Liucija Andrikienė, Eduard Kukan, Anna Záborská, Stanislav Polčák, Adam Szejnfeld, Tadeusz Zwiefka, Csaba Sógor, Ivan Štefanec, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Therese Comodini Cachia, Ramona Nicole Mănescu, Inese Vaidere namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Pier Antonio Panzeri, Josef Weidenholzer, Victor Boştinaru, Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Nikos Androulakis, Maria Arena, Francisco Assis, Zigmantas Balčytis, Hugues Bayet, Brando Benifei, José Blanco López, Vilija Blinkevičiūtė, Biljana Borzan, Soledad Cabezón Ruiz, Nicola Caputo, Miriam Dalli, Doru-Claudian Frunzulică, Elena Gentile, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sylvie Guillaume, Sergio Gutiérrez Prieto, Eva Kaili, Cécile Kashetu Kyenge, Krystyna Łybacka, Vladimír Maňka, Costas Mavrides, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Victor Negrescu, Momchil Nekov, Demetris Papadakis, Vincent Peillon, Pina Picierno, Tonino Picula, Kati Piri, Miroslav Poche, Liliana Rodrigues, Tibor Szanyi, Marc Tarabella, Julie Ward, Damiano Zoffoli, Carlos Zorrinho namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Raffaele Fitto, Ruža Tomašić, Jana Žitňanská, Notis Marias, Angel Dzhambazki, Branislav Škripek namens de ECR-Fractie
António Marinho e Pinto, Nedzhmi Ali, Petras Auštrevičius, Izaskun Bilbao Barandica, Beatriz Becerra Basterrechea, Dita Charanzová, Ilhan Kyuchyuk, Pavel Telička, Fredrick Federley, Ramon Tremosa i Balcells, Marielle de Sarnez, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, José Inácio Faria, María Teresa Giménez Barbat, Nathalie Griesbeck, Marian Harkin, Filiz Hyusmenova, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Hannu Takkula, Ivo Vajgl, Hilde Vautmans, Paavo Väyrynen, Cecilia Wikström, Viktor Uspaskich, Valentinas Mazuronis namens de ALDE-Fractie
Xabier Benito Ziluaga, Lola Sánchez Caldentey, Estefanía Torres Martínez, Tania González Peñas, Miguel Urbán Crespo, Marie-Christine Vergiat, Kateřina Konečná, Marisa Matias, Merja Kyllönen namens de GUE/NGL-Fractie
Ernest Urtasun, Molly Scott Cato namens de Verts/ALE-Fractie
Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo, Isabella Adinolfi namens de EFDD-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van de Guaraní-Kaiowá in de Braziliaanse staat Mato Grosso do Sul (2016/2991(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de noodzaak om de rechten van de inheemse volkeren in Brazilië te beschermen, in het bijzonder zijn resolutie over de schending van de grondwettelijke rechten van de inheemse volkeren in Brazilië van 15 februari 1996(1),

–  gezien zijn resolutie van 12 oktober 1995 over de situatie van de inheemse volkeren in Brazilië(2),

–  gezien de Verklaring van de Verenigde Naties inzake de rechten van inheemse volkeren (UNDRIP) die op 13 september 2007 door de Algemene Vergadering is aangenomen,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948,

–  gezien de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling van september 2015,

–  gezien de Leidende Beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten en het Global Compact van de VN,

–  gezien het Verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake inheemse en in stamverband levende volken (verdrag nr. 169), zoals goedgekeurd op 27 juni 1989 en door Brazilië ondertekend,

–  gezien de verklaring van 9 augustus 2016 van vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger voor buitenlands en veiligheidsbeleid Federica Mogherini naar aanleiding van de Internationale dag van de inheemse volkeren in de wereld,

–  gezien de Verklaring over mensenrechtenverdedigers van de VN van 1998, de richtsnoeren van de Europese Unie inzake mensenrechtenverdedigers en het Europees Instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR),

–  gezien het verslag van de speciale VN-rapporteur voor de rechten van inheemse volkeren Victoria Tauli Corpuz over haar werkbezoek aan Brazilië van 7 t/m 17 maart 2016 (A/HRC/33/42/Add.1),

–  gezien het verslag 2016 van de Braziliaanse Indigenous Missionary Council (CIMI),

–  gezien de verklaringen van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten tijdens de mensenrechtendialoog EU-Brazilië,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de huidige Braziliaanse grondwet van 1988, waarover met inheemse volkeren onderhandeld is, het recht van deze volkeren op handhaving van hun culturele tradities erkent en hun oorspronkelijke recht op hun voorvaderlijke gebieden bevestigt; overwegende dat het de plicht van de staat is om dit recht te reguleren en te beschermen;

B.  overwegende dat volgens de speciale VN-rapporteur voor de rechten van inheemse volkeren in de afgelopen acht jaar melding is gedaan van een ernstig gebrek aan vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van de VN-aanbevelingen en bij het oplossen van langlopende essentiële vraagstukken met betrekking tot inheemse volkeren in Brazilië, zoals de officiële erkenning van hun gebieden, en een verontrustende verslechtering van de bescherming van de rechten van inheemse volkeren;

C.  overwegende dat uit officiële gegevens van het Bijzondere Secretariaat voor inheemse gezondheid (SESAI) en het inheemse-gezondheidsdistrict Mato Grosso do Sul (DSEI-MS) over moorden op inheemse Guaraní-Kaiowá blijkt dat er de afgelopen 14 jaar ten minste 400 inheemse bewoners en 14 inheemse leiders, waaronder Simiao Vilharva en Clodiodi de Souza, zijn vermoord tijdens hun pogingen om in vreedzaam protest hun voorvaderlijke gebieden terug te eisen;

D.  overwegende dat volgens de in 2008-2009 uitgevoerde nationale enquête inzake gezondheid en voeding van inheemse volkeren het cijfer voor chronische ondervoeding onder inheemse kinderen 26 % bedraagt tegenover een gemiddelde van 5,9 % onder niet-inheemse kinderen; overwegende dat volgens recent onderzoek van FIAN Brazil en de Braziliaanse Indigenous Missionary Council (CIMI) 42 % van de personen uit Guaraní- en Kaiowá-gemeenschappen aan chronische ondervoeding lijden;

E.  overwegende dat de ontoereikende voorzieningen voor adequate gezondheidszorg, onderwijs, sociale diensten alsmede het feit dat inheemse gebieden niet duidelijk zijn afgebakend, gevolgen hebben voor het zelfmoordcijfer onder jongeren en kindersterfte; overwegende dat er in de afgelopen 15 jaar tenminste 750 voornamelijk jonge mensen zelfmoord hebben gepleegd en meer dan 600 kinderen onder de vijf jaar zijn overleden, waarvan de meeste aan ziekten die voorkomen kunnen worden dan wel gemakkelijk behandeld;

F.  overwegende dat 98,33 % van de inheemse gebieden in Brazilië in het Amazonegebieden is gelegen, waar de inheemse volkeren bijdragen tot het behoud van de biodiversiteit van de regio en daarmee een rol spelen bij het voorkomen van klimaatverandering; overwegende dat volgens de studie "Toward a Global Baseline of Carbon Storage in Collective Lands: An Updated Analysis of Indigenous Peoples' and Local Communities' Contributions to Climate Change Mitigation" van het Rights and Resources Initiative, het Woods Hole Research Center en het World Resources Institute, gepubliceerd op 1 november 2016, de uitbreiding van inheemse landrechten een belangrijke rol kan vervullen bij de bescherming van bossen, biodiversiteit en ecosystemen;

G.  overwegende dat het federaal Openbaar Ministerie en de Nationale Stichting voor steun aan inheemse volkeren (FUNAI) in 2007 regels inzake aanpassing van de aanpak (TAC) hebben ondertekend die tot doel hadden tot 2009 36 gebieden van de Guaraní-Kaiowá-gemeenschap in Mato Grosso do Sul aan te wijzen en af te bakenen;

H.  overwegende dat er momenteel een aantal initiatieven voor de hervorming, interpretatie en toepassing van de Braziliaanse federale grondwet zijn en overwegende dat de eventuele wijzigingen de door de grondwet erkende inheemse rechten in het gedrang zouden kunnen brengen;

1.  erkent het langlopende partnerschap tussen de EU en Brazilië, dat gebaseerd is op onderling vertrouwen en respect voor democratische beginselen en waarden; prijst de Braziliaanse regering om de vooruitgang op gebieden als de constructieve rol van FUNAI, een reeks beslissingen van het federale hooggerechtshof om uitzettingen te voorkomen, verschillende inspanningen om gedifferentieerde diensten op het gebied van gezondheid en onderwijs in te voeren, de aanzienlijke resultaten die bereikt zijn wat betreft het afbakenen van land in het Amazonegebied, de organisatie van de eerste nationale conferentie over inheems beleid en de oprichting van de Nationale Raad voor inheems beleid;

2.  veroordeelt met kracht het geweld dat tegen de inheemse gemeenschappen in Brazilië wordt gebruikt; betreurt de armoede en de mensenrechtensituatie van de Guaraní-Kaiowá-bevolking in Mato Grosso do Sul;

3.  roept de Braziliaanse autoriteiten op onmiddellijk maatregelen te nemen om de veiligheid van de inheemse bevolking te beschermen en te waarborgen dat er onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar de moorden en aanvallen op inheemse bewoners die pogen hun mensenrechten en territoriale rechten te verdedigen, zodat de daders voor de rechter kunnen worden gebracht;

4.  herinnert de Braziliaanse autoriteiten aan hun verantwoordelijkheid wat betreft het handhaven en volledig toepassen van de bepalingen van de Braziliaanse grondwet inzake de bescherming van individuele rechten en de rechten van minderheden en weerloze etnische groepen met betrekking tot de Guaraní-Kaiowá-bevolking;

5.  herinnert de Braziliaanse autoriteiten aan hun verplichting om de internationale mensenrechtennormen met betrekking tot inheemse volkeren na te leven, zoals met name wordt voorgeschreven in de Braziliaanse federale grondwet en in Wet nr. 6.001/73 over "het statuut voor de indianen";

6.  erkent de rol van het Braziliaanse federale hooggerechtshof bij de voortdurende bescherming van de oorspronkelijke en grondwettelijke rechten van inheemse volkeren, en verzoekt de Nationale Raad mechanismen en maatregelen te ontwikkelen die beter tegemoetkomen aan de behoeften van kwetsbare bevolkingsgroepen;

7.  verzoekt de Braziliaanse autoriteiten de aanbevelingen die de speciale VN-rapporteur voor de rechten van inheemse volkeren naar aanleiding van haar werkbezoek aan Brazilië in maart 2016 heeft opgesteld, volledig ten uitvoer te leggen;

8.  verzoekt de Braziliaanse autoriteiten een werkplan te ontwikkelen waarmee voorrang wordt gegeven aan de voltooiing van het afbakenen van alle door de Guaraní-Kaiowá geclaimde gebieden en de technische en operationele voorwaarden hiervoor tot stand te brengen, gezien het feit dat veel moorden toe te schrijven zijn aan represailles in de context van de herbezetting van voorvaderlijke gebieden;

9.  beveelt de Braziliaanse autoriteiten aan voldoende begrotingsmiddelen voor de werkzaamheden van FUNAI te verstrekken en de stichting te voorzien van de nodige middelen om de kerndiensten te leveren waarop de inheemse volkeren aangewezen zijn;

10.  spreekt zijn verontrusting uit over de voorgestelde grondwetswijziging 215/2000 (PEC 215), waar de Braziliaanse inheemse volkeren zich ten zeerste tegen verzetten, daar dit, als het wordt aangenomen, een bedreiging van de inheemse landrechten vormt;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Hoge VN-Commissaris voor de mensenrechten, de president en de regering van Brazilië, de voorzitter van het Braziliaanse Nationale Congres, de covoorzitters van de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en het Permanent Forum van de Verenigde Naties voor vraagstukken betreffende inheemse volkeren.

 

(1)

PB C 65 van 4.3.1996, blz. 164.

(2)

PB C 287 van 30.10.1995, blz. 202.

Juridische mededeling