Procedure : 2016/2988(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-1285/2016

Ingediende teksten :

RC-B8-1285/2016

Debatten :

PV 30/11/2016 - 16
CRE 30/11/2016 - 16

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0476

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 289kWORD 57k
28.11.2016
PE593.719v01-00}
PE593.720v01-00}
PE593.722v01-00}
PE593.723v01-00}
PE593.727v01-00}
PE593.730v01-00}
PE593.733v01-00} RC1
 
B8-1285/2016}
B8-1286/2016}
B8-1288/2016}
B8-1289/2016}
B8-1291/2016}
B8-1294/2016}
B8-1296/2016} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

PPE (B8-1285/2016)

Verts/ALE (B8-1286/2016)

S&D (B8-1288/2016)

EFDD (B8-1289/2016)

ECR (B8-1291/2016)

ALDE (B8-1294/2016)

GUE/NGL (B8-1296/2016)


over de situatie in Italië na de aardbevingen  (2016/2988(RSP))


Lambert van Nistelrooij, Salvatore Cicu, Antonio Tajani, Elisabetta Gardini, Ramón Luis Valcárcel Siso, Alessandra Mussolini, Lara Comi, Fernando Ruas, Lorenzo Cesa, Daniel Buda, Franc Bogovič namens de PPE-Fractie
Constanze Krehl, Mercedes Bresso, Gianni Pittella, Elena Gentile, Enrico Gasbarra, Andrea Cozzolino, Damiano Zoffoli, Silvia Costa, Nicola Danti, Paolo De Castro, Michela Giuffrida, Roberto Gualtieri, David-Maria Sassoli, Iratxe García Pérez, Viorica Dăncilă, Demetris Papadakis, Tonino Picula, Victor Boştinaru namens de S&D-Fractie
Raffaele Fitto, Remo Sernagiotto, Ruža Tomašić namens de ECR-Fractie
Ivan Jakovčić, Iskra Mihaylova, Urmas Paet, Viktor Uspaskich, Hilde Vautmans, Frédérique Ries namens de ALDE-Fractie
Curzio Maltese, Eleonora Forenza, Barbara Spinelli, Patrick Le Hyaric, Merja Kyllönen, Fabio De Masi, Stelios Kouloglou, Estefanía Torres Martínez, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Lola Sánchez Caldentey, Miguel Urbán Crespo namens de GUE/NGL-Fractie
Davor Škrlec, Bronis Ropė, Igor Šoltes namens de Verts/ALE-Fractie
Rosa D’Amato, Laura Agea, Fabio Massimo Castaldo, Daniela Aiuto, Isabella Adinolfi, Piernicola Pedicini, Eleonora Evi namens de EFDD-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Italië na de aardbevingen  (2016/2988(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien artikel 174, artikel 175, derde alinea, en artikel 212, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien Verordening (EU) nr. 661/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(1),

–  gezien Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie(2),

–  gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(3) en Verordening (EU) nr. 661/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(4),

–  gezien Verordening (EU) nr. 375/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot oprichting van het Europese vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening ("EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp")(5),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp(6),

–  gezien de conclusies van de Raad van 11 april 2011 over het verder ontwikkelen van risicobeoordelingen met het oog op de beheersing van rampen in de Europese Unie,

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 november 2008 met het oog op de versterking van de civielebeschermingsvermogens door middel van een Europees systeem voor wederzijdse bijstand op basis van de modulaire aanpak voor civiele bescherming (16474/08),

–  gezien het verslag van de Commissie "Solidariteitsfonds van de Europese Unie – Jaarverslag 2014" (COM(2015)0502),

–  gezien zijn resolutie van 14 november 2007 over de regionale impact van aardbevingen(7),

–  gezien zijn resolutie van 19 juni 2008 over versterking van het reactievermogen van de Unie bij rampen(8),

–  gezien zijn resolutie van 8 oktober 2009 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie: Italië, de aardbeving in de Abruzzen (COM(2009)0445 – C7-0122/2009 – 2009/2083(BUD))(9),

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2013 over het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, implementatie en toepassing(10),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 28 november 2013 over het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(11),

–  gezien de vragen aan de Commissie over de situatie in Italië na de aardbevingen (O-000139/2016 – B8-1812/2016, O-000140/2016 – B8-1813/2016 en O-000141/2016 – B8-1814/2016),

–  gezien Speciaal verslag nr. 24/2012 van de Rekenkamer: "De reactie van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie op de aardbeving van 2009 in de Abruzzen: relevantie en kosten van de acties";

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Midden-Italië na de verwoestende aardbeving van 24 augustus 2016 nog drie keer is getroffen door ernstige aardbevingen en naschokken, op 26 oktober met een kracht van 5,5 en 6,1 op de schaal van Richter, en op 30 oktober met een kracht van 6,5;

B.  overwegende dat Midden-Italië de afgelopen maanden is geteisterd door tal van schokken en naschokken; overwegende dat de meest recente aardbeving van 30 oktober, de zwaarste aardschok was in Italië in meer dan 30 jaar, en resulteerde in de totale vernietiging van hele dorpen, een gevoel van wanhoop bij een groot aantal inwoners van de getroffen gebieden, en diverse indirecte vormen van schade in de omliggende gebieden;

C.  overwegende dat bij de recente aardbevingen meer dan 400 mensen gewond zijn geraakt en 290 mensen zijn omgekomen;

D.  overwegende dat de verwoestende aardbevingen een domino-effect hebben en tot misschien wel 100 000 ontheemden hebben geleid;  

E.  overwegende dat als gevolg van de laatste aardbevingen steden zijn verwoest, lokale en regionale infrastructuur ernstig is beschadigd, historisch en cultureel erfgoed is vernietigd en schade is toegebracht aan economische activiteiten, met name aan kmo's, de landbouw, het landschap en het potentieel van de toeristische sector en de horeca;  

F.  overwegende dat er in de getroffen gebieden sprake is van een deformatie die zich uitstrekt over een gebied van ongeveer 130 km2, met een maximale verschuiving van ten minste 70 centimeter, en verder overwegende dat onvoorspelbare hydrogeologische effecten bij een strenge winter kunnen leiden tot meer natuurrampen, zoals overstromingen, aardverschuivingen en cumulatieve schade;

G.  overwegende dat bepaalde gebieden in de Europese Unie kwetsbaarder en aardbevingsgevoeliger zijn; overwegende dat deze gebieden geconfronteerd kunnen worden met herhaalde natuurrampen van allerlei aard, in sommige gevallen in de loop van één jaar, met recente voorbeelden in Italië, Portugal, Griekenland en Cyprus;

H.  overwegende dat inspanningen om tot duurzaam herstel te komen deugdelijk moeten worden gecoördineerd om de economische en sociale verliezen goed te maken, en met name aandacht besteed moet worden aan het onschatbare Italiaanse culturele erfgoed, door internationale en Europese projecten te bevorderen die gericht zijn op de bescherming van historische gebouwen en locaties;

I.  overwegende dat het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) is opgericht bij Verordening 2012/2002 naar aanleiding van de zware overstromingen die Midden-Europa troffen tijdens de zomer van 2002;

J.  overwegende dat verschillende instrumenten van de Unie, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen of het mechanisme en het financiële instrument voor civiele bescherming, ingezet kunnen worden met het oog op betere aardbevingspreventiemaatregelen en maatregelen voor de heropbouw;

K.  overwegende dat de hervorming in 2014 van het SFEU het voor lidstaten mogelijk gemaakt heeft om de betaling van voorschotten aan te vragen, en de Commissie tot toekenning van voorschotten besluit indien er voldoende middelen zijn; overwegende dat het voorschot niet meer mag bedragen dan 10 % van de verwachte financiële bijdrage uit het SFEU en geplafonneerd is tot 30 miljoen EUR.

L.  overwegende dat de getroffen staat uiterlijk twaalf weken nadat de eerste schade van de ramp kan worden vastgesteld een verzoek indient bij de Commissie voor steun uit het SFEU; overwegende dat de begunstigde staat verantwoordelijk is voor de besteding van de financiële bijdrage en de controle daarop, en de Commissie ter plaatse controles kan uitvoeren van de door het SFEU gefinancierde acties;

M.  overwegende dat bij de wederopbouw rekening moet worden gehouden met eerder opgedane ervaringen en dat de - duurzame - wederopbouw met de grootste spoed moet geschieden en moet worden gefaciliteerd met passende middelen, administratieve vereenvoudiging en transparantie, en verder overwegende dat de getroffen inwoners veiligheid en stabiliteit moet worden geboden en dat ervoor moet worden gezorgd dat zij in deze regio's kunnen blijven wonen;

N.  overwegende dat preventie een almaar belangrijkere fase van het rampenbeheer zou moeten vormen en meer maatschappelijk belang zou moeten krijgen, en de uitwerking veronderstelt van een gedegen actieprogramma inzake informatieverspreiding, bewustmaking en educatie;

O.  overwegende dat de huidige rampenpreventiemaatregelen overeenkomstig de eerdere voorstellen van het Parlement moeten worden verbeterd, teneinde tot een geconsolideerde EU-strategie voor de preventie van natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen te komen;

1.  drukt zijn diepste medeleven en solidariteit uit met alle personen die door de aardbevingen zijn getroffen, alsook met hun families en met de Italiaanse nationale, regionale en lokale instanties die betrokken zijn bij de humanitaire hulpverlening na de ramp;

2.  uit zijn bezorgdheid over het grote aantal ontheemden die zullen worden blootgesteld aan de barre weersomstandigheden van het komende winterseizoen; verzoekt de Commissie daarom gedetailleerd in kaart te brengen hoe de Italiaanse autoriteiten hulp kan worden geboden, teneinde behoorlijke levensomstandigheden te waarborgen voor de mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt;

3.  waardeert de niet-aflatende inspanningen van de reddingsteams, de civiele bescherming, de vrijwilligers, de organisaties van het maatschappelijk middenveld en de lokale, regionale en nationale autoriteiten om levens te redden, de schade te beperken, en gebruikelijke basisactiviteiten te waarborgen om een fatsoenlijke levensstandaard te handhaven;

4.  wijst op de zware economische en sociale gevolgen van de opeenvolgende aardbevingen en het spoor van vernieling dat zij hebben achtergelaten;

5.  benadrukt de ernst van de situatie ter plaatse, die een aanzienlijke en zware financiële druk legt op de nationale, regionale en lokale overheden van Italië;

6.  is ingenomen met de toegenomen flexibiliteit bij de berekening van de tekorten die Italië overeenkomstig de Verdragen is toegekend voor uitgaven in verband met de aardbevingen, teneinde in deze dringende situatie efficiënt en snel te kunnen handelen en in de toekomst maatregelen te kunnen nemen om de getroffen gebieden te beschermen; vraagt de Italiaanse regering daarnaast erop toe te zien dat alle extra middelen die ter beschikking worden gesteld daadwerkelijk voor dit specifieke doel worden gebruikt;

7.  dringt er - gezien de ernst van deze buitengewone situatie - bij de Commissie op aan duurzaam herstel en aardbevingsbestendige investeringen, waaronder investeringen die medegefinancierd worden uit hoofde van de ESIF-fondsen, in het kader van thematische doelstelling 5 ("bevordering van de aanpassing aan klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer"), uit te sluiten van de berekening van de nationale tekorten in het kader van het stabiliteits- en groeipact;

8.  is verheugd dat de instellingen van de EU, andere lidstaten, Europese regio's en internationale spelers hun solidariteit hebben betoond door middel van wederzijdse bijstand in noodsituaties;

9.  wijst op de feilbaarheid van systemen die aardbevingen voorspellen en op de grote seismische activiteit in het gebied van de Middellandse Zee en in Zuidoost-Europa; vraagt de lidstaten versneld onderzoek te doen naar schadepreventie, crisisbeheer en minimalisering van de impact van rampen, in het kader van de acties op grond van Horizon 2020; merkt met bezorgdheid op dat de afgelopen 15 jaar als gevolg van verwoestende aardbevingen in Europa duizenden mensen zijn omgekomen en honderdduizenden dakloos zijn geworden;

10.  herinnert eraan dat het belangrijk is dat de vereisten voor de constructie van aardbevingsbestendige gebouwen en infrastructurele voorzieningen in acht worden genomen; verzoekt de nationale, regionale en lokale autoriteiten meer inspanningen te leveren om te verzekeren dat de constructie van gebouwen conform de vigerende aardbevingsnormen gebeurt, en om hier de nodige aandacht aan te besteden bij het toekennen van bouwvergunningen;

11.  benadrukt het belang van het Europees mechanisme voor civiele bescherming van de Unie bij de bevordering van de samenwerking tussen de nationale diensten voor civiele bescherming in moeilijke tijden in heel Europa en bij het tot een minimum beperken van de gevolgen van uitzonderlijke situaties; verzoekt de Commissie en de lidstaten de procedures voor de activering van het mechanisme verder te vereenvoudigen om het in de onmiddellijke nasleep van een ramp snel en doeltreffend ter beschikking te kunnen stellen;

12.  neemt nota van de aanvraag die de Italiaanse regering heeft ingediend voor steun met middelen van het Europees Solidariteitsfonds, en dringt er bij de Commissie op aan alle nodige maatregelen te treffen om snel een analyse te maken van verzoeken om bijstand uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU), en zo een snelle beschikbaarstelling van middelen te waarborgen; benadrukt hierbij dat het belangrijk is dat er zo spoedig mogelijk voorschotten beschikbaar worden gesteld aan de nationale autoriteiten om hen in staat te stellen te reageren op de dringende behoeften van de situatie;

13.  is van mening dat de gedeeltelijke opname in de begroting ("budgettisering") van de jaarlijkse financiële toewijzing voor het SFEU, zoals voorzien in de voorgestelde omnibusverordening, ertoe kan bijdragen de procedure voor het beschikbaar stellen van steun te versnellen en de burgers die door een ramp worden getroffen sneller en doeltreffender te helpen; verzoekt de Commissie voorts met het oog op toekomstige hervormingen te kijken naar de mogelijkheid om de drempel voor voorschotten te verhogen en de termijn voor de behandeling van aanvragen te verkorten;

14.  benadrukt het belang van het totstandbrengen van synergie tussen alle alle beschikbare instrumenten, waaronder de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESI-fondsen), en van het waarborgen dat middelen daadwerkelijk worden gebruikt voor wederopbouwactiviteiten en dat alle andere noodzakelijke maatregelen in volledige samenwerking met de Italiaanse nationale en regionale autoriteiten worden getroffen; verzoekt de Commissie bereid te zijn om met het oog hierop zo spoedig mogelijk na de indiening van een wijzigingsverzoek van een lidstaat, wijzigingen in programma's en operationele programma's aan te brengen; wijst ook op de mogelijkheid het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) te gebruiken voor steunverlening aan plattelandsgebieden en landbouwactiviteiten die door de aardbevingen zijn getroffen;

15.  benadrukt bovendien het belang van een optimaal gebruik van de bestaande EU-financiering om te investeren in preventie van natuurrampen, alsook van het garanderen van de consolidatie en de duurzame ontwikkeling op lange termijn van wederopbouwprojecten, en wijst nogmaals op het feit dat de administratieve procedures voor de coördinatie van de fondsen moet worden vereenvoudigd; benadrukt dat de betrokken lidstaten na het ontvangen van steun uit het SFEU hun inspanningen moeten opvoeren om passende strategieën voor risicobeheer te ontwikkelen en hun mechanismen voor rampenpreventie moeten versterken;

16.  neemt kennis van de activering, op verzoek van de Italiaanse regering, van de Copernicus-dienst voor crisismanagement van de EU, met als doel de schade in getroffen gebieden op basis van satellietgegevens te beoordelen; moedigt de samenwerking aan tussen internationale onderzoekscentra en is ingenomen met het gebruik van het systeem van radar met synthetische apertuur (SAR), waarmee, ook met het oog op preventie en risicobeheer, zowel overdag als 's nachts en door bewolking heen aardverschuivingen op centimeterniveau kunnen worden gemeten en geëvalueerd;

17.  benadrukt het belang van publiek onderzoek en ontwikkeling (O&O) inzake de preventie en het beheer van rampen en pleit voor meer coördinatie en samenwerking tussen de O&O-instellingen van de lidstaten en met name de O&O-instellingen van landen die aan gelijkaardige risico's zijn blootgesteld; pleit voor een versterking van de systemen voor vroegtijdige waarschuwing van de lidstaten en voor de totstandbrenging of verbetering van verbindingen tussen de verschillende systemen voor vroegtijdige waarschuwing;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Italiaanse regering en de regionale en lokale autoriteiten van de getroffen gebieden.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.

(2)

PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1.

(3)

PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.

(4)

PB L 189 van 27.6.2014, blz. 143.

(5)

PB L 122 van 24.4.2014, blz. 1.

(6)

PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1.

(7)

PB C 282 E van 6.11.2008, blz. 269.

(8)

PB C 286 E van 27.11.2009, blz. 15.

(9)

PB C 230 E van 26.8.2010, blz. 13.

(10)

PB C 440 van 30.12.2015, blz. 13.

(11)

PB C 114 van 15.4.2014, blz. 48.

Juridische mededeling