Procedure : 2017/2598(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0183/2017

Ingediende teksten :

RC-B8-0183/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/03/2017 - 6.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0089

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 320kWORD 67k
15.3.2017
PE598.536v01-00}
PE598.539v01-00}
PE598.540v01-00}
PE598.541v01-00}
PE598.542v01-00} RC1
 
B8-0183/2017}
B8-0186/2017}
B8-0187/2017}
B8-0188/2017}
B8-0189/2017} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

PPE (B8-0183/2017)

ALDE (B8-0186/2017)

S&D (B8-0187/2017)

ECR (B8-0188/2017)

Verts/ALE (B8-0189/2017)


over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))


Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Cristian Dan Preda, Andrzej Grzyb, Andrey Kovatchev, Ramona Nicole Mănescu, Ivan Štefanec, Ádám Kósa, Michaela Šojdrová namens de PPE-Fractie
Pier Antonio Panzeri, Soraya Post namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Karol Karski, Ryszard Antoni Legutko, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Urszula Krupa, Monica Macovei, Valdemar Tomaševski, Raffaele Fitto namens de ECR-Fractie
Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Marielle de Sarnez, Gérard Deprez, María Teresa Giménez Barbat, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Hannu Takkula, Pavel Telička, Hilde Vautmans, Paavo Väyrynen, Ivo Vajgl namens de ALDE-Fractie
Barbara Lochbihler, Jordi Solé, Margrete Auken, Ulrike Lunacek, Judith Sargentini, Molly Scott Cato namens de Verts/ALE-Fractie

 

  

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de VN-verdragen over de rechten van de mens en de facultatieve protocollen hierbij,

–  gezien resolutie 60/251 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarbij de VN-Mensenrechtenraad (UNHRC) is opgericht,

–  gezien het Europees Verdrag betreffende de rechten van de mens, het Europees Sociaal Handvest en het Handvest van de grondrechten van de EU,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de zittingen van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties,

–  gezien zijn aanbeveling aan de Raad van 7 juli 2016 over de 71e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(1),

–  gezien zijn eerdere resoluties over mensenrechtenschendingen, waaronder de spoedresoluties van 2016 over Ethiopië, Noord-Korea, India, de Krim, Hongkong, Kazachstan, Egypte, de Democratische Republiek Congo, Pakistan, Honduras, Nigeria, Gambia, Djibouti, Cambodja, Tadzjikistan, Vietnam, Malawi, Bahrein, Myanmar, de Filipijnen, Somalië, Zimbabwe, Rwanda, Sudan, Thailand, China, Brazilië, Rusland, Tibet, Irak, Indonesië, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Burundi, Nicaragua, Koeweit en Guatemala,

–  gezien zijn resolutie van 14 december 2016 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake 2015(2),

–  gezien artikel 2, artikel 3, lid 5, en de artikelen 18, 21, 27 en 47 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien het jaarverslag 2015 van de UNHRC aan de Algemene Vergadering van de VN,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat bevordering en waarborging van het universele karakter van mensenrechten deel uitmaakt van het ethische en juridische acquis van de Europese Unie en een van de hoekstenen vormt van de Europese eenheid en integriteit; overwegende dat eerbiediging van de mensenrechten in alle beleidsdomeinen van de EU geïntegreerd moet worden;

B.  overwegende dat de EU zich sterk maakt voor multilateralisme als factor van belang voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, en van mening is dat de organen van de VN een belangrijke rol spelen op dit gebied;

C.  overwegende dat de reguliere zittingen van de UNHRC, de benoeming van speciaal rapporteurs, de universele periodieke doorlichting (UPR) en de zogeheten speciale procedure voor landenspecifieke situaties of voor thematische kwesties bijdragen tot de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat;

De VN-Mensenrechtenraad

1.  is ingenomen met de inspanningen die zijn verricht door de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra’ad Al Hussein, en zijn Bureau (OHCHR); verklaart nogmaals dat de EU zich ertoe verbindt diens integriteit, onafhankelijkheid en werkzaamheden te zullen blijven steunen; is ingenomen met de rol die het OHCHR speelt bij het bevorderen van samenwerking tussen internationale en regionale mensenrechtenmechanismen en bij het zoeken naar manieren om de rol van "regionale regelingen" op het gebied van universele mensenrechtennormen te versterken;

2.  is van mening dat de doeltreffendheid en geloofwaardigheid van de UNHRC afhangen van de werkelijke wil van zijn leden om alle mensen in alle landen te beschermen tegen elke vorm van mensenrechtenschending, overeenkomstig de internationale mensenrechtenverdragen die universaliteit, onpartijdigheid, objectiviteit, niet-selectiviteit, constructieve dialoog en samenwerking nastreven; dringt erop aan dat polarisatie in de debatten in de UNHRC wordt vermeden en pleit voor een constructieve dialoog;

3.  verzoekt de staten de onafhankelijke deskundigen en de speciaal rapporteurs van de UNHRC of de deskundigen van het OHCHR toe te laten om onderzoeken in te stellen naar vermeende mensenrechtenschendingen en een constructieve bijdrage te leveren aan de verbetering van de situatie, hun verbintenissen uit hoofde van de mensenrechtenverdragen na te komen en hun volledige medewerking te verlenen aan de speciale procedures van de UNHRC;

4.  moedigt alle staten ertoe aan om concrete maatregelen te nemen om gevolg te geven aan de aanbevelingen op grond van de universele periodieke doorlichting (UPR), en tekortkomingen weg te werken door een mechanisme voor tenuitvoerlegging en follow-up in het leven te roepen, in het kader waarvan onder meer nationale actieplannen worden opgesteld en nationale coördinatiemechanismen worden ingevoerd;

5.  herinnert aan de verplichting van de Algemene Vergadering van de VN om bij de verkiezing van de leden van de UNHRC rekening te houden met de eerbied van de kandidaten voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, de rechtsstatelijkheid en de democratie; is ingenomen met het besluit van de UNHRC om zijn adviescommissie te vragen een verslag op te stellen over de vorderingen die geboekt zijn bij de totstandbrenging van regionale en subregionale regelingen voor de bevordering en bescherming van mensenrechten; verzoekt de EU en haar lidstaten ervoor te zorgen dat het gelijke belang van rechten tot uiting komt in hun stemgedrag en de coördinatie van de EU-standpunten dienovereenkomstig te verbeteren; verzoekt de EU met klem om met één stem te spreken en bij stemmingen in de UNHRC een gemeenschappelijk EU-standpunt in te nemen;

6.  noemt het nogmaals belangrijk te waarborgen dat de EU actief en consequent deelneemt aan de VN-mensenrechtenmechanismen, met name de Derde Commissie, de Algemene Vergadering en de UNHRC, teneinde haar geloofwaardigheid te vergroten; steunt de inspanningen die door de EDEO, de EU-delegaties in New York en Genève en de lidstaten worden geleverd om de samenhang van het EU-optreden op het gebied van mensenrechtenkwesties binnen de VN verder te vergroten;

Thematische prioriteiten

7.  wijst op het belang van de inspanningen van mensenrechten-ngo's en -activisten voor de bevordering en bescherming van mensenrechten; benadrukt dat mensenrechten en fundamentele vrijheden op alle gebieden beschermd moeten worden, onder meer in de context van nieuwe technologieën; deelt de bezorgdheid van de UNHRC over meldingen van dreigementen en vergeldingsacties tegen leden van maatschappelijke organisaties die met de UNHRC hebben samengewerkt bij de UPR;

8.  uit zijn diepe bezorgdheid over het grote en steeds toenemende aantal pogingen om de handelingsvrijheid van het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers te beperken, onder meer door middel van invoering van anti-terrorismewetgeving; veroordeelt elke daad van geweld, intimidatie of vervolging van mensenrechtenverdedigers, klokkenluiders, journalisten of bloggers, zowel online als offline; verzoekt alle staten ervoor te zorgen dat ngo's, het maatschappelijk middenveld, journalisten en mensenrechtenbeschermers, en vooral alle kwetsbare groeperingen, kunnen opereren in een veilig en gunstig werkklimaat, waarin zij onafhankelijk en zonder inmenging van buitenaf hun activiteiten kunnen ontplooien; roept de landen die restrictieve wetgeving hebben vastgesteld tegen onafhankelijke mensenrechtenorganisaties nogmaals op die wetgeving in te trekken;

9.  is van mening dat vrije, onafhankelijke en onpartijdige media tot de wezenlijke fundamenten van een democratische maatschappij behoren, waarin open debatten een cruciale rol spelen; steunt het pleidooi voor de aanwijzing van een speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor de veiligheid van journalisten; dringt erop aan dat de onderwerpen online vrijheid van meningsuiting, digitale vrijheden en het belang van een vrij en open internet op alle internationale fora onder de aandacht worden gebracht; verzoekt om verkleining van de digitale kloof en om bevordering van de onbeperkte toegang tot informatie en communicatie, alsook om ongecensureerde toegang tot internet;

10.  herinnert eraan dat het recht van vrijheid van vereniging en vergadering nog altijd flink onder druk staat; is uiterst ingenomen met het werk van de speciaal rapporteur voor de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, Maina Kiai; roept de staten op naar behoren rekening te houden met diens rapporten;

11.  dringt er bij alle staten op aan snel de facultatieve protocollen bij het International Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (ICESCR) te ratificeren, waarbij klachten- en onderzoeksmechanismen worden ingesteld;

12.  verzet zich tegen elke vorm van discriminatie en vervolging om welke reden of op grond van welke status dan ook, zoals ras, huidskleur, taal, godsdienst en levensovertuiging, genderidentiteit en seksuele gerichtheid, maatschappelijke afkomst, kaste, geboorte, leeftijd of handicap; steunt de betrokkenheid van de EU bij de desbetreffende speciale procedures, met inbegrip van de nieuwe onafhankelijke deskundige voor de bescherming tegen geweld jegens vrouwen en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit; verzoekt de EU gelijkheid en non-discriminatie actief te blijven bevorderen en te blijven strijden tegen geweld en discriminatie jegens alle individuen;

13.  maakt zich zorgen over het feit dat vele mensen individueel of als groep hun recht op vrijheid van godsdienst of levensovertuiging geschonden zien worden door statelijke en niet-statelijke actoren, hetgeen leidt tot discriminatie, ongelijkheid en stigmatisering; wijst er nogmaals op dat intolerantie en discriminatie op grond van godsdienst of geloof bestreden moeten worden, om de eerbiediging van andere, daarmee samenhangende mensenrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, te waarborgen;

14.  verzoekt de EU om te werken aan verbetering van de bescherming van religieuze en etnische minderheden tegen vervolging en geweld en aan de intrekking van wetten waarin godslastering of geloofsverzaking strafbaar worden gesteld en op grond waarvan religieuze en etnische minderheden en niet-gelovigen worden vervolgd; vraagt om steun voor de werkzaamheden van de speciaal rapporteur voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging;

15.  verzoekt de EU met klem om te blijven pleiten voor nultolerantie ten aanzien van de doodstraf en te blijven proberen om meer regio-overschrijdende steun te vergaren voor de volgende resolutie van de Algemene Vergadering van de VN over een moratorium op de doodstraf; is tevreden met het besluit dat in 2015 is genomen door Congo, Fiji en Madagaskar om de doodstraf af te schaffen voor alle misdrijven; betreurt de hervatting van executies in een aantal landen, onder andere Bangladesh, Bahrein, Belarus, Tsjaad, India, Indonesië, Koeweit, Oman en Zuid-Sudan; betreurt voorts de gemelde stijging van het aantal doodvonnissen dat wordt uitgesproken in met name China, Egypte, Iran, Nigeria, Pakistan en Saudi-Arabië; herinnert de autoriteiten in deze landen eraan dat ze partij zijn bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, uit hoofde waarvan de doodstraf voor misdaden begaan door iemand die nog geen 18 jaar oud is strikt verboden is;

16.  verzoekt de EU zich uit te spreken voor en steun te geven aan het werk van de VN tegen foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing, massa-executies en executies voor drugsgerelateerde misdrijven, en verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) op alle overlegniveaus en in alle fora de inspanningen van de EU op het gebied van de bestrijding van standrechtelijke executies, foltering en andere vormen van slechte behandeling op te voeren, overeenkomstig de richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen op het gebied van foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing; dringt aan op de universele ratificatie en effectieve tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag tegen foltering en het facultatieve protocol hierbij; benadrukt het feit dat het van kritiek belang is de preventie van foltering te steunen, inclusief via een versterking van de in het kader van het facultatieve protocol ingevoerde nationale preventiemechanismen, en steun te blijven verlenen aan de rehabilitatie van slachtoffers van foltering;

17.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen en -inbreuken wereldwijd; is fervent voorstander van het Internationaal Strafhof (ICC) als essentiële instelling om daders ter verantwoording te roepen en slachtoffers te helpen gerechtigheid te verkrijgen op basis van het beginsel van complementariteit voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden; dringt erop aan dat alle partijen politieke, diplomatieke, financiële en logistieke steun verlenen voor de dagelijkse werking van het ICC;

18.  verzoekt de EU het werk van het ICC te blijven versterken; moedigt een intensieve dialoog en nauwe samenwerking aan tussen het Strafhof, de VN, de VN-agentschappen en de VN-Veiligheidsraad; roept alle VN-lidstaten op zich bij het Strafhof aan te sluiten door zo spoedig mogelijk het Statuut van Rome te ratificeren en de ratificatie van de in Kampala overeengekomen wijzigingen te bevorderen;

19.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen die door Islamitische Staat/Da'esh, Boko Haram en andere terroristische of paramilitaire organisaties gepleegd worden tegen burgers, en in het bijzonder tegen vrouwen en kinderen; veroordeelt de frequentie waarmee en de schaal waarop cultureel erfgoed vernietigd wordt, en vraagt om steun voor de inspanningen ter zake in de diverse VN-fora;

20.  veroordeelt het gebrek aan eerbiediging van het internationaal humanitair recht en spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de alarmerende toename van civiele nevenschade in gewapende conflicten overal ter wereld en van dodelijke aanslagen op ziekenhuizen, scholen, humanitaire konvooien en andere burgerdoelwitten; dringt erop aan dat met deze schendingen naar behoren rekening wordt gehouden in verband met landspecifieke acties van de UNHRC en evaluaties in het kader van het UPR-mechanisme;

21.  verzoekt de EU actief toe werken naar een initiatief voor erkenning door de VN van de genocide tegen etnische en religieuze minderheden waaraan de zgn. Islamitische Staat/Da'esh zich schuldig maakt en naar het voor het ICC brengen van degenen die verdacht worden van misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide; moedigt een intensieve dialoog en nauwe samenwerking aan tussen het Strafhof, de VN, de VN-agentschappen en de VN-Veiligheidsraad;

22.  verzoekt de EU om er bij alle staten op aan te dringen in hun ontwikkelingsbeleid de mensenrechten centraal te stellen en de VN-Verklaring van 1986 over het recht op ontwikkeling ten uitvoer te leggen; juicht het toe dat de UNHRC onlangs een speciaal rapporteur voor het recht op ontwikkeling heeft benoemd, wiens mandaat zich onder meer uitstrekt tot de bevordering, bescherming en vervulling van het recht op ontwikkeling in de context van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en andere internationale overeenkomsten inzake ontwikkelingssamenwerking; benadrukt dat de eerbiediging van ieders mensenrechten de rode draad moet vormen bij de verwezenlijking van alle doelstellingen en streefcijfers van de agenda 2030;

23.  verzoekt de EU gelijkheid van vrouwen en mannen te blijven bevorderen en actief steun te geven aan het werk van VN Women, en gendermainstreamingsinitiatieven te blijven stimuleren in haar activiteiten en programma's; verzoekt om voortzetting van steunmaatregelen voor het weerbaar maken van vrouwen en meisjes en de uitroeiing van alle vormen van geweld en discriminatie tegen vrouwen en meisjes, met inbegrip van gendergebaseerd geweld; verzoekt de EU met klem te streven naar regio-overschrijdende initiatieven voor de bevordering, bescherming en vervulling van de vrouwenrechten en naar de onverkorte en effectieve tenuitvoerlegging van het Actieprogramma van Peking en het actieprogramma van de ICPD, en zich in deze context te blijven inzetten voor seksuele en reproductieve rechten;

24.  herinnert aan de toezegging van de EU om mensenrechten en genderaspecten te integreren, overeenkomstig de op dit punt cruciale resoluties 1325 (2000) en 1820 (2008) van de VN-Veiligheidsraad betreffende vrouwen, vrede en veiligheid; verzoekt de EU om op internationaal niveau te ijveren voor de erkenning van de toegevoegde waarde van de deelname van vrouwen aan de preventie en oplossing van conflicten, alsook aan vredeshandhaving, humanitaire hulpverlening en wederopbouw en duurzame verzoening na conflicten;

25.  verzoekt de EU de rechten van het kind te blijven promoten, in het bijzonder door ervoor te zorgen dat kinderen toegang hebben tot water, sanitaire voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs, ook in conflictgebieden en vluchtelingenkampen, en dat er een einde komt aan kinderarbeid, ronseling van kindsoldaten, vrijheidsberoving, marteling, kinderhandel, kindhuwelijken en gedwongen huwelijken, seksuele uitbuiting en schadelijke praktijken zoals genitale verminking; dringt aan op maatregelen ter ondersteuning en versterking van de internationale inspanningen in het kader van de VN om een einde te maken aan het inzetten van kinderen in gewapende conflicten, en op maatregelen om de gevolgen van conflict- en post-conflictsituaties voor vrouwen en meisjes doeltreffender aan te pakken; verzoekt alle lidstaten van de VN zich te houden aan hun verdragsverplichtingen en hun verbintenissen uit hoofde van het in 1989 goedgekeurde Verdrag inzake de rechten van het kind, en de rechten van alle onder hun jurisdictie vallende kinderen te handhaven, ongeacht hun status en zonder enige vorm van discriminatie;

26.  verzoekt de staten de rechten van personen met een handicap te bevorderen, met inbegrip van hun gelijke deelname en sociale inclusie; roept alle staten op het VN-Verdrag inzake personen met een handicap te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

27.  verzoekt de EU met haar partners te werken aan de tenuitvoerlegging van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten en onder andere meer landen ertoe aan te sporen nationale actieplannen vast te stellen en zich aan te sluiten bij de werkzaamheden van de VN-werkgroepen en het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR); roept alle staten en de EU nogmaals op om actief en constructief te werken aan de formulering, op zo kort mogelijke termijn, van een juridisch bindend instrument van internationaal recht inzake de mensenrechten dat de activiteiten van transnationale bedrijven en andere ondernemingen reguleert, om mensenrechtenschendingen te voorkomen en, indien zij plaatsvinden, deze te onderzoeken en te voorzien in verhaalmogelijkheden en toegang tot rechtsmiddelen;

28.  is ingenomen met de Verklaring van New York van de VN voor vluchtelingen en migranten, waarin de omvangrijke bewegingen van vluchtelingen en migranten aan de orde werden gesteld en die geleid heeft tot de vaststelling van een Alomvattend reactiekader voor vluchtelingen en het engagement ten aanzien van migranten en vluchtelingen om levens te redden, specifieke behoeften aan te pakken, racisme en vreemdelingenhaat tegen te gaan, mensenhandel te bestrijden, gelijke erkenning en bescherming voor de wet te waarborgen en te zorgen voor opname in nationale ontwikkelingsplannen; verzoekt alle betrokken partijen te zorgen voor politieke inzet, financiering en concrete daden van solidariteit ter ondersteuning van de Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten, en herinnert eraan dat het migratievraagstuk op wereldwijde schaal moet worden beschouwd en niet alleen op Europese schaal; verzoekt de EU en haar lidstaten bij deze internationale inspanningen het voortouw te nemen en in overeenstemming met hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht, hun belofte om de mensenrechten van asielzoekers, vluchtelingen, migranten en alle ontheemden, in het bijzonder vrouwen, kinderen en kwetsbare groeperingen, zoals personen met een handicap, te beschermen gestand te doen;

29.  herinnert eraan dat de terugkeer van migranten met volledige eerbiediging van hun rechten moet worden uitgevoerd, en alleen wanneer de bescherming van hun rechten gewaarborgd is in hun land; verzoekt regeringen een einde te stellen aan de willekeurige arrestatie en opsluiting van migranten, waaronder minderjarigen; verzoekt alle staten concrete maatregelen te nemen in het belang van minderjarige vluchtelingen en migranten, op basis van het Verdrag inzake de rechten van het kind, en maatregelen in te voeren om de systemen ter bescherming van kinderen te versterken, inclusief opleiding van sociaal werkers en andere beroepsgroepen, alsmede samenwerking met ngo's; verzoekt alle staten het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

30.  benadrukt het belang van bevordering van de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten, waaronder burgerrechten en politieke, economische, sociale en culturele rechten, overeenkomstig artikel 21 van het Verdrag van Lissabon en de algemene bepalingen inzake het extern optreden van de Unie;

31.  benadrukt dat er een op rechten gebaseerde aanpak moet worden gekozen en dat de eerbiediging van de mensenrechten in al het beleid van de EU moet worden geïntegreerd, met inbegrip van het handelsbeleid, het investeringsbeleid, de ontwikkelingssamenwerking, het migratiebeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid;

32.  herinnert eraan dat interne en externe coherentie op het gebied van de mensenrechten essentieel is voor de geloofwaardigheid van het mensenrechtenbeleid van de EU in haar betrekkingen met derde landen, en verzoekt de EU haar verplichtingen ter zake na te komen;

Belarus

33.  spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de voortdurende beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vreedzame vergadering; veroordeelt de intimidatie en opsluiting van onafhankelijke en oppositiegezinde journalisten en mensenrechtenactivisten; veroordeelt het feit dat de doodstraf nog altijd wordt toegepast; verzoekt om verlenging van het mandaat van de speciaal rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Belarus op de 35e zitting van de Mensenrechtenraad en vraagt de regering volledig samen te werken met de speciaal rapporteur en zich ertoe te verbinden de achterstand bij de hervormingen ter bescherming van de mensenrechten weg te werken, onder meer door de aanbevelingen van de speciaal rapporteur en andere mensenrechtenmechanismen uit te voeren;

Burundi

34.  uit zijn grote bezorgdheid over de verslechterende politieke en veiligheidssituatie in Burundi en over het groeiend aantal mensen dat het land ontvlucht; veroordeelt het geweld dat sinds 2015 in Burundi heerst en geleid heeft tot moord, foltering, en gericht geweld tegen vrouwen, waaronder groepsverkrachting en intimidatie; veroordeelt de opsluiting van duizenden mensen en de gedwongen ontheemding van honderdduizenden Burundezen, en de schending van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting, en het feit dat deze daden over het algemeen onbestraft blijven; staat achter het besluit van de Raad om, na het mislukken van het overleg krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, de rechtstreekse financiële steun aan de Burundese overheid, waaronder begrotingssteun, te schorsen, maar wel volledige financiële steun te blijven geven aan de bevolking en humanitaire hulp te blijven bieden via rechtstreekse kanalen; staat volledig achter de oprichting van een onderzoekscommissie voor Burundi die belast is met de taak degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen in het land op te sporen, zodat deze personen ter verantwoording kunnen worden geroepen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan hun invloed aan te wenden om ervoor te zorgen dat Burundi volledige medewerking gaat verlenen aan de onderzoekscommissie (COI) en de UNHRC en diens mechanismen, op constructieve wijze gaat samenwerken met de COI en de ernstige problemen op het gebied van de eerbiediging van de mensenrechten gaat aanpakken; verzoekt de Burundese autoriteiten hun besluit zich terug te trekken uit het ICC te heroverwegen;

Democratische Volksrepubliek Korea (DVK)

35.  geeft uitdrukking aan zijn ernstige bezorgdheid over de aanhoudende verslechtering van de mensenrechtensituatie in de DVK; verzoekt de regering van de DVK haar verplichtingen uit hoofde van de mensenrechteninstrumenten waarbij het land partij is na te komen en erop toe te zien dat humanitaire organisaties, onafhankelijke mensenrechtenwaarnemers en de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie van de DVK toegang hebben tot het land en de noodzakelijke medewerking krijgen; verzoekt de DVK vrijheid van meningsuiting en persvrijheid voor nationale en internationale media toe te staan en haar burgers ongecensureerde toegang tot internet te verlenen; veroordeelt met klem de stelselmatige en grootschalige toepassing van de doodstraf in de DVK; dringt er bij de regering van de DVK op aan een moratorium af te kondigen op alle terechtstellingen, met het oog op de afschaffing van de doodstraf in de nabije toekomst; eist dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de in de DVK gepleegde misdaden tegen de menselijkheid, ter verantwoording worden geroepen, voor het ICC worden gebracht en aan gerichte sancties worden onderworpen; veroordeelt met klem de kernproeven die door de DVK zijn uitgevoerd en beschouwt deze als een onnodige en gevaarlijke provocatie, een schending van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, en als een ernstige bedreiging voor de vrede en veiligheid op het Koreaanse schiereiland en in de Noordoost-Aziatische regio; dringt aan op verlenging van het mandaat van de speciaal rapporteur; vraagt dat het rapport van de deskundigengroep wordt gepresenteerd in de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad; beveelt aan in de resolutie de essentiële aanbevelingen op te nemen met betrekking tot het afleggen van verantwoording die zijn opgenomen in het deskundigenverslag, onder andere uitbreiding van de capaciteit van het kantoor in Seoul met expertise op het gebied van onderzoek en vervolging, alsmede aanwijzing van een strafrechtdeskundige om vooruitgang in de richting van het afleggen van verantwoording te boeken;

Democratische Republiek Congo (DRC)

36.  veroordeelt de ernstige mensenrechtenschendingen die volkomen straffeloos door veiligheidstroepen worden begaan en is van oordeel dat de schuldigen daarvoor ter verantwoording moeten worden geroepen; dringt met name aan op een grondig onderzoek naar het grove geweld tegen burgers in Oost-Congo, waaronder verkrachtingen van vrouwen en kinderslavernij; dringt aan op verlenging van het mandaat van de VN-vredesmacht in Oost-Congo; roept de Raad op om te overwegen de huidige restrictieve maatregelen, zoals gerichte EU-sancties, waaronder reisverboden en bevriezing van tegoeden, tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het geweld en het ondermijnen van het democratisch proces in de DRC, uit te breiden in geval van nieuwe geweldplegingen, zoals in de Cotonou-overeenkomst is bepaald; dringt er bij de autoriteiten van de DRC op aan het in december 2016 bereikte akkoord ten uitvoer te leggen en uiterlijk in december 2017 verkiezingen te houden, met de ondersteuning van de internationale spelers; verzoekt de UNHRC de DRC te blijven controleren tot er verkiezingen worden gehouden en er sprake is van een democratische overgang en moedigt het Bureau van de Hoge Commissaris ertoe aan de Raad indien nodig over de situatie in de DRC te informeren en krachtiger op te treden, als de situatie dit vereist;

De Georgische regio's Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië

37.  blijft bezorgd over de vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid en over het feit dat waarnemers geen toegang krijgen tot de gebieden Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië, die beide illegaal door Rusland worden bezet en waar mensenrechtenschendingen schering en inslag blijven; dringt aan op een intensivering van de intermenselijke contacten tussen het gebied dat gecontroleerd wordt door Tbilisi en de twee bezette regio's; vraagt volledige eerbiediging van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië, alsmede van de onschendbaarheid van zijn internationaal erkende grenzen; benadrukt de noodzaak van een veilige en waardige terugkeer van vluchtelingen en intern ontheemden naar hun vaste verblijfplaats; roept de regering van Georgië op adequate maatregelen te treffen om te zorgen voor de follow-up en tenuitvoerlegging van de UPR-aanbevelingen;

Myanmar/Birma

38.  is uitermate bezorgd over de berichten over gewelddadige botsingen in de noordelijke deelstaat Rakhine en betreurt het verlies van levens, bestaansmiddelen en huizen en het buitensporige gebruik van geweld door het leger van Myanmar/Birma; dringt er bij de militaire en veiligheidstroepen op aan onmiddellijk te stoppen met het vermoorden, intimideren en verkrachten van Rohingya, en het platbranden van hun huizen; eist dat de regering en de civiele autoriteiten van Myanmar onmiddellijk een einde maken aan de discriminatie en segregatie van de Rohingya-minderheid; dringt erop aan dat de rechten van de Rohingya-bevolking worden geëerbiedigd en dat de veiligheid, zekerheid en gelijkheid van alle burgers van Myanmar/Birma worden verzekerd; is ingenomen met het besluit van de regering van Myanmar/Birma om van vrede en nationale verzoening een hoofdprioriteit te maken; is verheugd over de aankondiging door de regering van Myanmar/Birma van de instelling van een onderzoekscommissie naar het recente geweld in de noordelijke deelstaat Rakhine; benadrukt dat de schuldigen op passende wijze moeten worden vervolgd en dat de slachtoffers van de gewelddadigheden een toereikende schadeloosstelling moeten krijgen; dringt er bij de regering van Myanmar/Birma op aan het proces van democratisering voort te zetten en de beginselen van de rechtsstaat, het recht op vrijheid van meningsuiting en de fundamentele mensenrechten te eerbiedigen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan hun steun te geven aan een hernieuwd mandaat voor de speciaal rapporteur voor Myanmar/Birma;

Bezette Palestijnse Gebieden (OPT)

39.  maakt zich ernstige zorgen over de aanhoudende impasse in het vredesproces in het Midden-Oosten en dringt aan op onmiddellijke hervatting van geloofwaardige vredesinspanningen; is bezorgd over de humanitaire situatie en de mensenrechtenschendingen in de Bezette Palestijnse Gebieden, zoals aangehaald in zijn resolutie van 10 september 2015 over de rol van de EU in het vredesproces in het Midden-Oosten(3); benadrukt dat de EU en de lidstaten betrokken moeten blijven bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van de resoluties van de UNHRC over mensenrechtenschendingen, zoals de resolutie van 3 juli 2015, getiteld "Ensuring accountability and justice for all violations of International Law in the occupied Palestinian Territory including East Jerusalem"; neemt kennis van het lopende vooronderzoek door het ICC; spreekt andermaal zijn volledige steun uit voor het ICC en de internationale strafrechtspraak; herinnert in dit verband aan de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten(4), en verzoekt de EDEO het Parlement in kennis te stellen van vernieling van en schade toegebracht aan door de EU gefinancierde structuren en projecten; benadrukt dat alle partijen het staakt-het-vuren in Gaza moeten eerbiedigen, en dringt aan op beëindiging van de blokkade; roept de Israëli's en de Palestijnen op zich te onthouden van acties die het conflict verder kunnen doen escaleren, waaronder het doen van haatzaaiende en opruiende uitspraken in het publieke debat, alsook unilaterale maatregelen die de resultaten van de onderhandelingen kunnen ondergraven en de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing in het gedrang kunnen brengen; onderstreept dat een permanente oplossing van het conflict alleen mogelijk is in een regionale context en met de inschakeling van alle relevante regionale betrokken partijen en de steun van de internationale gemeenschap;

Zuid-Sudan

40.  roept alle partijen op geen mensenrechtenschendingen en inbreuken op het internationaal humanitair recht te plegen en zich niet schuldig te maken aan schendingen die aangemerkt kunnen worden als internationale misdaden, zoals buitengerechtelijke executies, etnisch geweld, conflictgerelateerd seksueel geweld, waaronder verkrachting, of gendergerelateerd geweld, het ronselen en inzetten van kinderen, gedwongen verdwijningen of willekeurige arrestaties en opsluiting; merkt op dat de regering van Zuid-Sudan de stappenplanovereenkomst op 16 maart 2016 heeft ondertekend en vervolgens zijn verbintenissen heeft toegelicht wat betreft de deelname van andere relevante belanghebbenden aan de nationale dialoog en het eerbiedigen van besluiten genomen door de ondertekenaars van de oppositie en het 7+7 mechanisme, de stuurgroep van de nationale dialoog; benadrukt dat alle partijen hun beloftes moeten nakomen en roept op tot een voortgezette dialoog met als doel tot een definitief staakt-het-vuren te komen; roept de EU en haar lidstaten ertoe op de inspanningen van de Afrikaanse Unie voor vrede in Zuid-Sudan en de inspanningen van de Sudanese burgers in hun overgang naar een intern hervormde democratie te blijven ondersteunen; verzoekt de EU en haar lidstaten het mandaat van de Commissie voor de rechten van de mens in Zuid-Sudan te verlengen en de rol ervan bij het onderzoeken van mensenrechtenschendingen en het in kaart brengen van seksueel geweld te versterken; is voorstander van de opneming van zijn aanbevelingen in een rapport dat zal worden toegestuurd aan de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad van de VN;

Syrië

41.  veroordeelt in de meest krachtige bewoordingen de wreedheden en de grootschalige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door het regime van Assad, gesteund door Rusland en Iran, alsook de mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht door statelijke en niet-statelijke actoren, waaronder gewapende terroristische groeperingen, in het bijzonder ISIS/Da'esh, waarvan de misdaden aangemerkt kunnen worden als genocide, Jabhat Fateh al-Sham/het Al-Nusra Front en andere jihadistische groepen; onderstreept dat het onderzoek naar het gebruik en de vernietiging van chemische wapens door alle partijen in Syrië moet worden voortgezet en betreurt de beslissing van Rusland en China om een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad over het gebruik van chemische wapens te blokkeren; roept nogmaals op tot ongehinderde humanitaire toegang en is van oordeel dat de plegers van oorlogsmisdaden gevolgen van hun daden moeten ondervinden en voor hun daden ter verantwoording moeten worden geroepen; ondersteunt het EU-initiatief om de situatie in Syrië naar het ICC te verwijzen en verzoekt de VN-Veiligheidsraad hiertoe stappen te ondernemen; steunt het mandaat van de COI om een specifiek onderzoek in te stellen naar de situatie in Aleppo en hierover uiterlijk op de 34e zitting van de UNHRC in maart verslag uit te brengen, en vraagt dat dit verslag wordt gepresenteerd aan de Algemene Vergadering en aan de Veiligheidsraad;

Oekraïne

42.  betreurt dat de aanhoudende Russische agressie tot een rampzalige humanitaire situatie in het Donetsbekken heeft geleid en dat Oekraïense en internationale humanitaire organisaties geen toegang krijgen tot de bezette gebieden; spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de ernstige humanitaire situatie van de meer dan 1,5 miljoen binnenlandse ontheemden; geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over het aanhoudende conflictgebonden seksueel geweld; is ernstig bezorgd over de mensenrechtenschendingen op de Krim, met name jegens de Krim-Tataren; onderstreept de noodzaak van verdere financiële EU-steun voor Oekraïne; bevestigt nogmaals dat het de soevereiniteit, onafhankelijkheid, eenheid en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen krachtig steunt, alsook het recht van Oekraïne om vrij en soeverein een Europese weg in te slaan; verzoekt alle partijen om zich onverwijld in te zetten voor de vreedzame re-integratie van het bezette schiereiland de Krim in de Oekraïense rechtsorde door middel van politieke dialoog en in volledige overeenstemming met het internationaal recht; verzoekt de EDEO en de Raad om de druk op de Russische Federatie op te voeren om internationale organisaties toegang te verschaffen tot de Krim, zodat zij toezicht kunnen houden op de mensenrechtensituatie in het licht van de flagrante schendingen van de fundamentele vrijheden en de mensenrechten op het schiereiland, en om permanente, internationale en op verdragen gebaseerde mechanismen voor het houden van toezicht in te stellen; dringt voorts aan op volledige tenuitvoerlegging van de akkoorden van Minsk, en steunt in dit verband de verlenging van de sancties tegen Rusland tot de Krim is teruggegeven; herinnert eraan dat alle partijen bij het conflict verplicht zijn alle mogelijke maatregelen te nemen om burgers in de gebieden onder hun controle tegen de gevolgen van de vijandelijkheden te beschermen; spreekt zijn steun en aanmoediging uit voor de interactieve dialoog op de 34e zitting van de UNHRC;

Jemen

43.  maakt zich ernstig zorgen over de rampzalige humanitaire situatie in Jemen; bevestigt opnieuw dat het Jemen en de Jemenitische bevolking zal blijven steunen; hekelt het feit dat burgers het doelwit zijn en in een onmogelijke situatie in de val zitten tussen oorlogvoerende partijen die het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten schenden; benadrukt dat het ronselen en inzetten van kinderen bij gewapende conflicten krachtens het internationale recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht strikt verboden is, en, als kinderen onder 15 jaar worden gerecruteerd, aangemerkt kan worden als een oorlogsmisdaad; roept alle partijen op zulke kinderen onmiddellijk te laten gaan en niet langer kinderen te ronselen; verzoekt alle partijen dringend de spanningen te temperen en een onmiddellijk en duurzaam staakt-het-vuren af te kondigen dat zal leiden tot een politieke, inclusieve en via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing van het conflict; staat in dit verband volledig achter de inspanningen van de speciale VN-gezant voor Jemen, Ismaïl Ould Cheikh Ahmed, alsook achter de tenuitvoerlegging van resolutie 33/16 van de Mensenrechtenraad van oktober 2016 waarin de VN gevraagd wordt met de nationale onafhankelijke onderzoekscommissie samen te werken, en steunt alle inspanningen met het oog op een onafhankelijk internationaal onderzoek om het klimaat van straffeloosheid dat in Jemen heerst te doorbreken; verzoekt de EU-lidstaten om de lopende initiatieven die erop gericht zijn uiting te geven aan de bezorgdheid over de schendingen en misstanden in Jemen en in het kader waarvan wordt aangedrongen op een grondig en onpartijdig onderzoek te steunen; spoort de Hoge Commissaris aan om de UNHRC door middel van intersessionele briefings op gezette tijden in kennis te stellen van de resultaten van zijn onderzoeken;

o

o  o

44.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciaal vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten, de VN-Veiligheidsraad, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 71e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de UNHRC, de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN en de secretaris-generaal van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0317.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0502.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0318.

(4)

http://www.ohchr.org/documents/issues/business/A.HRC.17.31.pdf

Juridische mededeling