Procedure : 2017/2596(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0190/2017

Ingediende teksten :

RC-B8-0190/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/03/2017 - 6.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0087

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 288kWORD 51k
15.3.2017
PE598.543v01-00}
PE598.545v01-00}
PE598.548v01-00}
PE598.551v01-00}
PE598.554v01-00} RC1
 
B8-0190/2017}
B8-0192/2017}
B8-0195/2017}
B8-0198/2017}
B8-0221/2017} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B8-0190/2017)

ECR (B8-0192/2017)

S&D (B8-0195/2017)

ALDE (B8-0198/2017)

PPE (B8-0221/2017)


over de Oekraïense gevangenen in Rusland en de situatie op de Krim (2017/2596(RSP))


Cristian Dan Preda, Tunne Kelam, Tomáš Zdechovský, Jaromír Štětina, Marijana Petir, Jarosław Wałęsa, Pavel Svoboda, Ivan Štefanec, Milan Zver, Brian Hayes, David McAllister, Eduard Kukan, Bogdan Brunon Wenta, Laima Liucija Andrikienė, József Nagy, Mairead McGuinness, Michaela Šojdrová, Roberta Metsola, Romana Tomc, Patricija Šulin, Maurice Ponga, Sven Schulze, Csaba Sógor, Željana Zovko, Ivana Maletić, Stanislav Polčák, Deirdre Clune, Luděk Niedermayer, Giovanni La Via, Claude Rolin, Adam Szejnfeld, Lorenzo Cesa, Jiří Pospíšil, Dariusz Rosati, Sandra Kalniete, Dubravka Šuica, Jerzy Buzek, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Therese Comodini Cachia, Anna Maria Corazza Bildt, Krzysztof Hetman, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Andrey Kovatchev, Inese Vaidere, Anna Záborská, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Elmar Brok namens de PPE-Fractie
Victor Boştinaru, Soraya Post, Marju Lauristin, Julie Ward namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Karol Karski, Ryszard Antoni Legutko, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Mark Demesmaeker, Anna Elżbieta Fotyga, Geoffrey Van Orden, Roberts Zīle, Ruža Tomašić, Arne Gericke, Zdzisław Krasnodębski, Kosma Złotowski namens de ECR-Fractie
Johannes Cornelis van Baalen, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Dita Charanzová, Marielle de Sarnez, Gérard Deprez, María Teresa Giménez Barbat, Nathalie Griesbeck, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Kaja Kallas, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Hannu Takkula, Pavel Telička, Valentinas Mazuronis namens de ALDE-Fractie
Rebecca Harms, Heidi Hautala, Tamás Meszerics, Bronis Ropė, Igor Šoltes, Davor Škrlec namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de Oekraïense gevangenen in Rusland en de situatie op de Krim (2017/2596(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien de associatieovereenkomst en de diepe en alomvattende vrijhandelsruimte tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne en Rusland, in het bijzonder die van 4 februari 2016 over de mensenrechtensituatie op de Krim, en met name over de situatie van de Krim-Tataren(1), en die van 12 mei 2016 over de Krim-Tataren(2), alsook de resoluties over de specifieke gevallen van Oekraïeners die illegaal worden vastgehouden in Rusland, zoals die van 30 april 2015 over Nadiya Savchenko(3), en van 10 september 2015 over Rusland, en in het bijzonder over Eston Kohver(4), Oleg Sentsov en Olexander Kolchenko(5),

–  gezien resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN van 27 maart 2014 getiteld "Territoriale integriteit van Oekraïne" en resolutie 71/205 van de Algemene Vergadering van de VN van 19 december 2016 getiteld "Mensenrechtensituatie in de Autonome Republiek de Krim en de stad Sevastopol (Oekraïne)",

–  gezien het Europees mensenrechtenverdrag, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en de Verklaring van de VN over de rechten van inheemse volkeren (UNDRIP),

–  gezien het Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd,

–  gezien het "Pakket van maatregelen ter uitvoering van de akkoorden van Minsk", dat op 12 februari 2015 in Minsk werd overeengekomen en ondertekend, en in zijn geheel werd bekrachtigd bij Resolutie 2202 (2015) van de VN-Veiligheidsraad van 17 februari 2015,

–  gezien de besluiten van de Raad betreffende de handhaving van de sancties die aan de Russische Federatie zijn opgelegd in verband met de illegale annexatie van het schiereiland de Krim,

–  gezien de uitspraak van het zogeheten Hooggerechtshof van de Krim van 26 april 2016, op grond waarvan de Mejlis van de Krim-Tataren als extremistische organisatie wordt aangemerkt die niet langer actief mag zijn op het schiereiland de Krim,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in maart 2017 het trieste feit wordt herdacht dat het schiereiland de Krim drie jaar geleden illegaal door Rusland werd geannexeerd;

B.  overwegende dat de annexatie van het schiereiland de Krim door de Russische Federatie illegaal is en een schending vormt van het internationaal recht en van de Europese overeenkomsten die door zowel de Russische Federatie, als Oekraïne ondertekend zijn, in het bijzonder het VN-Handvest, de Slotakte van Helsinki, het Memorandum van Boedapest en het vriendschaps-, samenwerkings- en partnerschapsverdrag van 1997 tussen Oekraïne en de Russische Federatie;

C.  overwegende dat de Russische autoriteiten zolang de annexatie duurt verantwoordelijk moeten worden gehouden voor de bescherming - door de de facto autoriteiten in het gebied - van de bevolking en de burgers van de Krim;

D.  overwegende dat mensenrechtenorganisaties en publieke bronnen melden dat ten minste 62 Oekraïense burgers (waaronder 49 inwoners van de Krim) om politieke redenen door de Russische wetshandhavingsdiensten illegaal zijn vervolgd; overwegende dat het aantal Oekraïense politieke gevangenen in Rusland in 2016 is toegenomen, ondanks de toe te juichen vrijlating van zes Oekraïeners; overwegende dat op dit moment 17 Oekraïense burgers illegaal in de Russische Federatie worden vastgehouden, en 15 op de bezette Krim; overwegende dat ten minste 100 Oekraïeners door de door Rusland gesteunde separatisten in de Oekraïense regio's Donetsk en Luhansk onder erbarmelijke omstandigheden gegijzeld worden gehouden;

E.  overwegende dat verschillende meldingen voorliggen van foltering en wrede en vernederende behandeling; overwegende dat deze beschuldigingen tot nu toe niet goed zijn onderzocht; overwegende dat foltering is gebruikt om bekentenissen af te dwingen en vals bewijs van schuld te verkrijgen; overwegende dat ook juristen van de Krim die deze personen juridische bijstand verlenen, en mensenrechtenactivisten die melding maken van gevallen van politiek gemotiveerde gedwongen verdwijningen op de Krim, alsook journalisten die over de situatie van de Krim-Tataren berichten, tot doelwit zijn geworden;

F.  overwegende dat veel gevangenen en gearresteerden onder harde en onmenselijke omstandigheden worden vastgehouden, resulterend in lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen; overwegende dat sommige gevangenen hoogdringend medische verzorging en behandeling nodig hebben;

G.  overwegende dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Rusland op 16 december 2016 als bezettingsmacht heeft aangemerkt en haar veroordeling heeft uitgesproken over de tijdelijke bezetting van het grondgebied van Oekraïne - de Autonome Republiek de Krim en de stad Sevastopol door de Russische Federatie - en heeft bekrachtigd dat de annexatie niet wordt erkend;

H.  overwegende dat volgens artikel 70 van het Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd "personen die bescherming genieten door de bezettingsmacht niet mogen worden gearresteerd, vervolgd of veroordeeld voor daden die zijn gepleegd of voor meningen die zijn geuit vóór de bezetting"; overwegende dat Rusland in de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties wordt erkend als een staat die de bezettingsmacht is, en dat voor Rusland derhalve de verplichtingen van de bezettingsmacht gelden, inclusief de verplichting om de inwoners en de burgers van de Krim te beschermen;

I.  overwegende dat de restrictieve Russische wetgeving inzake politieke en burgerrechten tot de Krim is uitgebreid, hetgeen erin heeft geresulteerd dat de vrijheden van vergadering, meningsuiting, vereniging, toegang tot informatie en godsdienst drastisch zijn ingeperkt, en verder overwegende dat betrouwbare bronnen melding maken van intimidatie, gedwongen verdwijningen en foltering;

J.  overwegende dat ongeveer 20 000 inwoners van de Krim als intern verdrevenen in andere Oekraïense regio's wonen, dat de Mejlis van de Krim-Tataren verboden en tot een extremistische organisatie is uitgeroepen, en dat Oekraïense scholen op het schiereiland zijn gesloten;

K.  overwegende dat Oekraïne op 16 januari 2017 een zaak bij het Internationaal Strafhof aanhangig heeft gemaakt waarin het de Russische Federatie verantwoordelijk stelt voor haar steun aan terrorisme in het oosten van Oekraïne en voor discriminatie van etnische Oekraïeners en Krim-Tataren op de bezette Krim;

1.  steunt de soevereiniteit, onafhankelijkheid, eenheid en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen, en veroordeelt nogmaals krachtig de illegale annexatie van de Autonome Republiek de Krim en de stad Sevastopol door de Russische Federatie; geeft zijn volledige steun aan de onwrikbare en permanente vastberadenheid van de EU en haar lidstaten om deze annexatie en de in dit verband getroffen restrictieve maatregelen niet te erkennen;

2.  herinnert eraan dat de mensenrechtensituatie op het schiereiland de Krim aanzienlijk is verslechterd, dat de schending van de vrijheid van meningsuiting, de mediarestricties en de gedwongen oplegging van het Russische staatsburgerschap inmiddels een stelselmatig karakter hebben, en dat de fundamentele mensenrechten en vrijheden op de Krim niet gewaarborgd zijn;

3.  veroordeelt de discriminerende maatregelen van de zogenaamde autoriteiten tegen met name de Tataarse minderheid op de Krim, de inbreuken op hun eigendomsrechten, de toenemende intimidatie van deze gemeenschap en van diegenen die zich tegen de Russische annexatie verzetten, alsook de inperking van de vrijheid van meningsuiting en van vereniging op het schiereiland;

4.  verzoekt Rusland alle Oekraïense burgers die zowel in Rusland, als in de tijdelijk bezette Oekraïense gebieden illegaal en op willekeurige gronden worden vastgehouden, waaronder Mykola Karpyuk, Stanislav Klykh, Oleksandr Kolchenko, Oleg Sentsov, Oleksiy Chyrniy, Oleksandr Kostenko, Serhiy Lytvynov, Valentyn Vyhivskyi, Viktor Shur, Andriy Kolomiyets, Ruslan Zeytullayev, Nuri Primov, Rustem Vaitov, Ferat Sayfullayev, Akhtem Chiyhoz, Mustafa Dehermendzhi, Ali Asanov, Inver Bekirov, Muslim Aliyev, Vadim Siruk, Arsen Dzhepparov, Refat Alimov, Zevri Abseitov, Remzi Memetov, Rustem Abiltarov, Enver Mamutov, Artur Panov, Evheniy Panov, Roman Suschenko en Emir-Usein Kuku, mensenrechtenactivisten, en anderen, onverwijld vrij te laten en veilig te laten terugkeren, en alle genoemde personen, waaronder Mykola Semena, die wordt vervolgd vanwege zijn journalistieke werk voor Radio Free Europe/Radio Liberty, toe te staan zich vrij te bewegen;

5.  beklemtoont dat het besluit van de Russische Federatie van 21 maart 2014 om de Krim te annexeren onverminderd illegaal is, en veroordeelt krachtig het daaropvolgende besluit van de Russische autoriteiten om alle inwoners van de Krim een Russisch paspoort te geven;

6.  herinnert de Russische Federatie, als een bezettingsmacht met de facto controle over de Krim, die gehouden is aan het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechtenwetgeving, aan haar verplichting in te staan voor de verdediging van de mensenrechten op het schiereiland, en verzoekt de Russische autoriteiten internationale instellingen en onafhankelijke deskundigen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de Verenigde Naties en de Raad van Europa, alsook mensenrechten-ngo's en media die de Krim willen bezoeken, de situatie ter plaatse willen beoordelen en daarover verslag willen uitbrengen, onbelemmerd toegang tot het schiereiland te geven; verzoekt de Oekraïense autoriteiten om versoepeling van de procedure voor buitenlandse journalisten, mensenrechtenactivisten en juristen om toegang tot het schiereiland te krijgen;

7.  is van mening dat de rechten van de Krim-Tataren ernstig zijn geschonden door het verbod op de activiteiten van de Mejlis, en herhaalt in krachtige bewoordingen zijn verzoek om het desbetreffende besluit en de gevolgen ervan onmiddellijk ongedaan te maken; betreurt de juridische vervolging en de dreigende arrestatie van de Mejlis-leiders, zoals Mustafa Dzhemilev, een lid van de Oekraïense Verkhovna Rada en een genomineerde voor de Sacharov-prijs, en Refat Chubarov, de voorzitter van de Mejlis;

8.  beklemtoont dat de Krim-Tataren, als een inheemse bevolkingsgroep van het schiereiland, en hun cultureel erfgoed klaarblijkelijk tot de belangrijkste doelen van de repressieve maatregelen behoren; dringt erop aan dat internationale instellingen en onafhankelijke deskundigen van de OVSE, de Verenigde Naties en de Raad van Europa onbelemmerde toegang tot de Krim krijgen;

9.  herinnert de Russische autoriteiten eraan dat zij, hoewel de annexatie van de Krim illegaal is, de facto volledig verantwoordelijk zijn voor het handhaven van de rechtsorde op de Krim, en voor het beschermen van de burgers van de Krim tegen arbitraire juridische of administratieve maatregelen;

10.  maakt zich ernstig zorgen over het grote aantal betrouwbare meldingen van verdwijningen, foltering en stelselmatige intimidatie van plaatselijke inwoners die zich tegen de annexatie van de Krim verzetten, en verzoekt Rusland onmiddellijk een eind te maken aan de vervolgingspraktijken, een grondig onderzoek in te stellen naar alle mensenrechtenschendingen, met inbegrip van de gedwongen verdwijningen, arbitraire detentie, foltering en slechte behandeling van gevangenen, en de grondrechten van alle inwoners, inclusief de vrijheid van meningsuiting, godsdienst of geloofsovertuiging, vereniging en vredelievende vergadering, te eerbiedigen; dringt erop aan onmiddellijk onderzoeken in te stellen naar alle verdwijningen en ontvoeringen in de periode van de bezetting van de Krim, waaronder naar het lot van Ervin Ibragimov;

11.  herinnert eraan dat volgens de Russische wetgeving de jurisdictie van de Russische justitie zich alleen uitstrekt tot misdaden die worden begaan op het grondgebied van Rusland; betreurt het dat de Russische wetshandhavingsautoriteiten meerdere strafrechtzaken zijn gestart in verband met daden die vóór de annexatie op het grondgebied van Oekraïne en de Krim zijn gepleegd;

12.  verwelkomt het dat de Oekraïense ombudsman onlangs de Krim heeft bezocht om de gevangenen te bezoeken; betreurt het dat de ombudsman hen niet allemaal heeft kunnen ontmoeten, en spreekt de hoop uit dat zij tijdens haar bezoeken in de toekomst onbelemmerd toegang zal krijgen tot de Oekraïense gevangenen op de Krim, én tot de gevangenen die naar de Russische Federatie zijn overgebracht;

13.  dringt erop aan dat de OVSE en andere internationale mensenrechtenwaarnemers en alle humanitaire actoren onbeperkte, veilige en onbelemmerde toegang tot het Krim-schiereiland krijgen, en dat onafhankelijke monitoringmechanismen worden ontwikkeld, en daar waar nodig humanitaire en juridische bijstand kan worden geboden; steunt het initiatief van Oekraïne om deze kwesties door de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering te laten behandelen; verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de EU-delegatie voor Rusland de rechtszaken tegen Oekraïense politieke gevangenen van dichtbij te volgen, en te rapporteren over hun behandeling in de gevangenis; maakt zich zorgen over de meldingen van het bij wijze van straf inzetten van psychiatrische behandelingen; verwacht van de EU-delegatie, de EDEO en de ambassades van de lidstaten dat zij de rechtszaken tegen Oekraïense burgers in Rusland op de voet volgen, en proberen zowel vóór, tijdens als na de processen toegang tot de personen in kwestie te krijgen;

14.  veroordeelt de veel voorkomende praktijk waarbij gevangenen naar verafgelegen regio's van Rusland worden overgebracht, aangezien dit de communicatie met hun families en met mensenrechtenorganisaties ernstig bemoeilijkt; beklemtoont dat deze praktijk neerkomt op een inbreuk op de vigerende Russische wetgeving, meer in het bijzonder op artikel 73 van het wetboek van strafrecht, dat bepaalt dat straffen moeten worden uitgezeten in de regio waar de veroordeelde woont of van de rechtbank die de straf heeft opgelegd; veroordeelt de praktijk waarbij personen die gevangen worden gehouden geen consulaire bezoeken worden toegestaan, en verzoekt de autoriteiten alle belemmeringen voor de bezoeken in kwestie te elimineren; dringt erop aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) toegang te geven tot gevangenen in de bezette gebieden, en verzoekt om inachtneming van het recht van gevangenen om zowel via correspondentie als het ontvangen van bezoekers met regelmatige tussenpozen met familie en vrienden contact te hebben;

15.  beklemtoont daarnaast dat Oekraïne de bescherming van de rechten en behoeften van verdreven Oekraïense burgers, met inbegrip van hun recht om te stemmen en in hun land volledige juridische en administratieve bescherming te genieten, moet respecteren;

16.  verwelkomt het besluit van het presidium van het Hooggerechtshof van Rusland van 22 februari 2017 om de veroordeling van Ildar Dadin in verband met de deelname aan meerdere verboden protestbijeenkomsten, waaronder tegen de Russische oorlog tegen Oekraïne, te vernietigen en zijn vrijlating te gelasten, naar aanleiding van de urgentieresolutie van het Parlement van 24 november 2016 waarin zijn zaak wordt bepleit(6);

17.  verzoekt de speciale mensenrechtenvertegenwoordiger van de Unie de situatie van de mensenrechten op de Krim onverminderd in de gaten te blijven houden; beklemtoont dat de Europese Unie bij het bevorderen van een duurzame geweldloze oplossing een prominentere, meer doeltreffende en proactievere rol moet spelen;

18.  dringt aan op steun van de EU voor op de Krim gerichte mediaprojecten van Tataren in Oekraïne en op de Krim, alsook voor mediaprojecten van de European Endowment for Democracy en Radio Free Europe/Radio Liberty, en voor projecten ter bescherming van scholen voor Tataren in Oekraïne en op de Krim, alsmede voor andere initiatieven voor het beschermen van hun cultureel erfgoed;

19.  dringt erop aan bijkomende beperkende maatregelen, waaronder de bevriezing van hun tegoeden in EU-banken, vast te stellen voor personen die zich aan ernstige mensenrechtenschendingen schuldig maken;

20.  verzoekt alle partijen met klem zich volledig te houden aan de bepalingen van de akkoorden van Minsk, inclusief die over beëindiging van de militaire operaties in Donbas en de uitwisseling van gijzelaars, en alle gevangenen onverwijld vrij te laten en terug te laten keren; wijst nog eens op de bijzondere verantwoordelijkheid van de Russische regering in deze;

21.  dringt erop aan te onderzoeken of een internationale formule, stoelend op het internationaal humanitair recht, mensenrechten en internationale beginselen, kan worden gevonden voor onderhandelingen - met deelname van de EU - over beëindiging van de bezetting van de Krim;

22.  dringt er bij de Raad op aan te onderzoeken op welke wijze Oekraïne kan worden gesteund bij de zaak die het land voor het Internationaal Strafhof aanhangig heeft gemaakt waarin het de Russische Federatie verantwoordelijk stelt voor haar steun aan terrorisme in het oosten van Oekraïne en voor discriminatie van etnische Oekraïeners en Krim-Tataren op de bezette Krim;

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de lidstaten, de president van Oekraïne, de regeringen en parlementen van Oekraïne en de Russische Federatie, en de parlementaire vergaderingen van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0043.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0218.

(3)

PB C 346 van 21.9.2016, blz. 101.

(4)

Estse.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0314.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0446.

Juridische mededeling