Procedure : 2017/2646(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0245/2017

Ingediende teksten :

RC-B8-0245/2017

Debatten :

PV 06/04/2017 - 4.1
CRE 06/04/2017 - 4.1

Stemmingen :

PV 06/04/2017 - 7.1
CRE 06/04/2017 - 7.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0125

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 282kWORD 48k
5.4.2017
PE598,.586v01-00}
PE598.587v01-00}
PE603.677v01-00}
PE603.678v01-00}
PE603.679v01-00} RC1
 
B8-0245/2017}
B8-0246/2017}
B8-0249/2017}
B8-0250/2017}
B8-0251/2017} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ECR (B8-0245/2017)

S&D (B8-0246/2017)

Verts/ALE (B8-0249/2017)

ALDE (B8-0250/2017)

PPE (B8-0251/2017)


over Rusland, de arrestatie van Aleksej Navalny en andere demonstranten (2017/2646(RSP))


Cristian Dan Preda, Tunne Kelam, Elmar Brok, Deirdre Clune, Pavel Svoboda, Laima Liucija Andrikienė, Brian Hayes, Jaromír Štětina, Stanislav Polčák, Ivan Štefanec, Therese Comodini Cachia, Jarosław Wałęsa, Tomáš Zdechovský, Sven Schulze, József Nagy, Dubravka Šuica, Ivana Maletić, Eduard Kukan, Claude Rolin, Romana Tomc, Giovanni La Via, Patricija Šulin, Csaba Sógor, Marijana Petir, Luděk Niedermayer, David McAllister, Željana Zovko, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Adam Szejnfeld, Sandra Kalniete, Bogdan Brunon Wenta, Michaela Šojdrová, Milan Zver, Krzysztof Hetman, Michał Boni, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Eva Maydell, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Jiří Pospíšil, Anna Záborská, Anna Maria Corazza Bildt, Michael Gahler, Andrey Kovatchev namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Victor Boştinaru, Soraya Post, Knut Fleckenstein namens de S&D-Fractie
Ruža Tomašić, Charles Tannock, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Antoni Legutko, Ryszard Czarnecki, Karol Karski, Jana Žitňanská, Roberts Zīle, Geoffrey Van Orden, Monica Macovei, Mark Demesmaeker namens de ECR-Fractie
Johannes Cornelis van Baalen, Beatriz Becerra Basterrechea, Petras Auštrevičius, Urmas Paet, Marian Harkin, Louis Michel, Ivan Jakovčić, Marielle de Sarnez, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Dita Charanzová, Jozo Radoš, Hilde Vautmans, Pavel Telička, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Gérard Deprez, Carolina Punset, Nathalie Griesbeck, Petr Ježek, Izaskun Bilbao Barandica, Cecilia Wikström, Martina Dlabajová, Valentinas Mazuronis, Ramon Tremosa i Balcells, Ilhan Kyuchyuk, Jasenko Selimovic, Filiz Hyusmenova namens de ALDE-Fractie
Rebecca Harms, Heidi Hautala, Tamás Meszerics, Indrek Tarand, Igor Šoltes, Bronis Ropė, Davor Škrlec, Ulrike Lunacek namens de Verts/ALE-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over Rusland, de arrestatie van Aleksej Navalny en andere demonstranten (2017/2646(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere verslagen en resoluties over Rusland, met name zijn resoluties van 23 oktober 2012(1), van 13 juni 2013 over de rechtsstaat in Rusland(2), van 13 maart 2014 over Rusland: veroordeling van demonstranten die betrokken waren bij de protesten op het Bolotnaya-plein(3), zijn aanbeveling van 2 april 2014, zijn resoluties van 23 oktober 2014 over de opheffing in Rusland van Memorial (Sacharovprijs 2009)(4), van 15 januari 2015 over Rusland, in het bijzonder de zaak van Aleksej Navalny(5), van 12 maart 2015 over de moord op de Russische oppositieleider Boris Nemtsov en de toestand van de democratie in Rusland(6), en van 24 november 2016 over de zaak van Ildar Dadin, gewetensgevangene in Rusland(7),

–  gezien de Russische grondwet, met name artikel 29, dat de vrijheid van meningsuiting beschermt, en artikel 31, dat het recht van vreedzame vergadering vastlegt, en gezien de internationale mensenrechtenverplichtingen die Rusland dient na te komen als lid van de Raad van Europa, de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE) en de VN,

–  gezien het "moderniseringspartnerschap" waartoe in 2010 het startsein werd gegeven in Rostov aan de Don, en de toezegging van de Russische leiders dat zij zich sterk willen maken voor de rechtsstaat als fundament voor de modernisering van Rusland,

–  gezien artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, die er beide in voorzien dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en waarbij de Russische Federatie partij is,

–  gezien de VN-verklaring over mensenrechtenverdedigers, aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN op 9 december 1998,

–  gezien zijn resolutie van 16 maart 2017 over Oekraïense politieke gevangenen in Rusland en de situatie op de Krim(8),

–  gezien het zevende periodieke verslag van de Russische Federatie dat de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties tijdens haar 3136e en 3137e vergadering op 16 en 17 maart 2015 heeft behandeld,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat op 26 maart 2017 tussen de 33 000 en 93 000 mensen deelnamen aan anticorruptiemarsen en -demonstraties in meer dan 80 steden in heel Rusland; overwegende dat ruim 2 000 demonstranten door de politie zijn gearresteerd in steden in heel Rusland, waaronder 1 000 in Moskou; overwegende dat de oppositiepoliticus Aleksej Navalny is vastgezet en een boete van $ 350 dollar heeft gekregen wegens het organiseren van verboden protesten, en is veroordeeld tot 15 dagen gevangenisstraf; overwegende dat de demonstraties worden beschouwd als de grootste sinds de anti-Kremlindemonstraties in 2011 en 2012;

B.  overwegende dat de veroordeling door het Leninski-hof in Kirov (8 februari 2017) van de Russische oppositiepoliticus Aleksej Navalny op beschuldiging van verduistering neerkomt op een poging om opnieuw een onafhankelijk politiek geluid in de Russische Federatie het zwijgen op te leggen; overwegende dat het Europees Hof voor de rechten van de mens heeft geoordeeld dat Navalny zijn recht op een eerlijk proces is ontzegd bij zijn vervolging in 2013 voor dezelfde strafbare feiten;

C.  overwegende dat de Russische regering een strafrechtelijk onderzoek is gestart tegen ongeïdentificeerde personen die op internet hebben opgeroepen mee te doen aan demonstraties in Moskou op 2 april 2017, en daarbij het ontslag eisten van premier Dmitri Medvedev, alsmede het beëindigen van de Russische militaire operaties in Oekraïne en Syrië, de vrijlating van Navalny en de betaling van compensatie aan demonstranten die tijdens een demonstratie op 26 maart in Moskou zijn opgesloten; overwegende dat op 2 april minstens 31 mensen zijn gearresteerd tijdens protesten in Moskou en daarna zijn opgesloten wegens "verstoring van de openbare orde";

D.  overwegende dat de Russische Federatie, als volwaardig lid van de Raad van Europa, ondertekenaar van de Universele Verklaring van de rechten van de Mens en van het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing zich heeft verplicht om de beginselen van de democratie en de rechtsstaat na te leven en de fundamentele vrijheden en mensenrechten te eerbiedigen; overwegende dat de Europese Unie herhaaldelijk aanvullende bijstand en expertise heeft aangeboden om Rusland te helpen met de modernisering en de naleving van zijn constitutionele en juridische stelsel, overeenkomstig de normen van de Raad van Europa;

E.  overwegende dat er bezorgdheid heerst over de ontwikkelingen in de Russische Federatie ten aanzien van de eerbiediging en de bescherming van de rechten van de mens en de naleving van algemeen aanvaarde democratische beginselen en de rechtsstaat; overwegende dat de Russische Federatie 11 van de 18 internationale mensenrechtenverdragen heeft geratificeerd;

F.  overwegende dat het strafrecht in de Russische Federatie is gewijzigd en dat een nieuw artikel 212.1 is ingevoerd, inhoudende dat een persoon kan worden aangeklaagd voor overtreding van de wet betreffende publieke bijeenkomsten, wat echter een beperking betekent van de vrijheid van meningsuiting en vergadering;

G.  overwegende dat volgens het Memorial-mensenrechtencentrum het aantal politieke gevangenen in het land de laatste jaren aanzienlijk is toegenomen, tot 102 personen in 2016;

1.  veroordeelt de acties van de politie in de Russische Federatie die bedoeld zijn om vreedzame anticorruptiedemonstraties te voorkomen en uiteen te drijven, en waarbij honderden burgers zijn gearresteerd, waaronder Aleksej Navalny, wiens organisatie de demonstraties heeft georganiseerd;

2.  roept de Russische autoriteiten op over te gaan tot de onmiddellijke vrijlating van en intrekking van de aanklacht tegen Aleksej Navalny en alle vreedzame demonstranten, journalisten en activisten die zijn opgesloten in verband met de anticorruptiedemonstraties in Moskou en een aantal steden in Rusland op 26 maart en 2 april 2017; benadrukt dat de Russische autoriteiten volledig verantwoordelijk zijn voor de veiligheid en de gezondheid van degenen die opgesloten zijn;

3.  benadrukt dat de opgelegde straffen politiek gemotiveerd zijn en dringt er bij de Russische gerechtelijke instanties op aan zich niet politiek te laten beïnvloeden; roept de Russische autoriteiten op een einde te maken aan de intimidatie van journalisten, politieke tegenstanders en politieke en maatschappelijke activisten, de internationale mensenrechtenverplichtingen volledig te respecteren en de vrijheid van de media en de vrijheid van vergadering te waarborgen;

4.  wijst op het grote aantal deelnemers aan de anticorruptiedemonstraties in de hele Russische Federatie op zondag 26 maart 2017, en wijst met name op de aanwezigheid van veel jongeren, die protesteerden tegen corruptie en het steeds autoritairder wordende optreden van de overheid in Rusland; verwelkomt deze betrokkenheid als hoopvol teken van toenemende interesse in openbare en politieke aangelegenheden;

5.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit dat de opsluiting van Aleksej Navalny een voorbeeld is van een zaak waarin de Russische autoriteiten de wet betreffende publieke bijeenkomsten misbruiken om vreedzame demonstranten snel op te kunnen sluiten en zich vervolgens schuldig te maken aan systematische mishandeling;

6.  veroordeelt de aanhoudende pogingen om Aleksej Navalny monddood te maken, en spreekt zijn steun uit voor de inspanningen van zijn organisatie om de corruptie in overheidsinstellingen en onder politieke vertegenwoordigers en ambtsdragers aan de kaak te stellen en te bestrijden; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de rechterlijke uitspraak van februari 2017, waarmee Aleksej Navalny feitelijk wordt uitgesloten van de politieke arena, het politieke pluralisme in Rusland verder wordt inperkt en ernstige vragen worden opgeroepen over de eerlijkheid van de democratische processen in Rusland;

7.  herinnert eraan dat de vrijheid van vreedzame vergadering een recht is en geen privilege, en dat dit recht, samen met de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering, een doorslaggevende rol speelt in de vestiging en de werking van een doeltreffend democratisch stelsel; roept de Russische regering op de door haar aangegane internationale verplichting na te komen, onder meer in het kader van de Raad van Europa en de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE), de fundamentele vrijheden van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering, als fundamentele rechten vastgelegd in de Russische grondwet, te eerbiedigen, en de vreedzame demonstranten die nog opgesloten zitten zonder uitstel vrij te laten;

8.  verzoekt de Russische autoriteiten een einde te maken aan alle vormen van intimidatie, ook die door justitie, van alle politieke tegenstanders, journalisten en mensenrechtenactivisten in de Russische Federatie, en ervoor te zorgen dat zij hun legitieme activiteiten onder alle omstandigheden onbelemmerd kunnen uitvoeren;

9.  is van mening dat in verband met verschillende rechtszaken en juridische procedures tegen oppositieleden en ngo's in de afgelopen paar jaar twijfels zijn gerezen over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de gerechtelijke instanties van de Russische Federatie; dringt er bij de Russische rechterlijke en wetshandhavingsautoriteiten op aan hun taken op onpartijdige en onafhankelijke wijze uit te voeren, zonder politieke inmenging;

10.  benadrukt dat de vrijheid van vergadering in de Russische Federatie wordt gewaarborgd overeenkomstig artikel 31 van de Russische grondwet en overeenkomstig het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarvan Rusland een van de verdragsluitende partijen is, en dat de Russische autoriteiten dit moeten naleven; roept de Russische Federatie op de beginselen van de rechtsstaat, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering te eerbiedigen;

11.  herinnert eraan dat het van belang is dat Rusland zijn internationale wettelijke verplichtingen als lid van de Raad van Europa en de OVSE volledig naleeft, alsook de fundamentele mensenrechten en de rechtsstaat, verankerd in het EVRM en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR);

12.  roept de Russische Federatie op wetgeving te wijzigen die de vrijheid van vergadering onnodig beperken en criminaliseren; veroordeelt het feit dat de Russische Federatie haar Grondwettelijk Hof door middel van nieuwe wetgeving, vastgesteld in december 2015, de bevoegdheid heeft verleend de uitspraken van het Europees Hof voor de rechten van de mens nietig te verklaren;

13.  neemt kennis van de beschuldigingen van corruptie aan het adres van hoge Russische politici; roept de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de lidstaten op systematisch actie te ondernemen tegen pogingen om geld wit te wassen of illegale activa te stallen in de EU; verzoekt daarnaast de enquêtecommissie van het Europees Parlement voor onderzoek naar de Panama Papers extra aandacht te besteden aan sporen van verdachte Russische geldstromen via banken in de EU;

14.  dringt er bij de Raad en de lidstaten op aan een gezamenlijk beleid te formuleren ten aanzien van Rusland, zodat de 28 lidstaten en de instellingen van de EU een krachtig gemeenschappelijk standpunt over de rol van de mensenrechten in de betrekkingen met Rusland kunnen uitdragen en kunnen aandringen op het beëindigen van de beperking van de vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging in Rusland;

15.  roept de VV/HV en de EDEO op te waarborgen dat de zaken van alle om politieke redenen vervolgde personen ter sprake worden gebracht bij het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, en dat de Russische vertegenwoordigers bij dit overleg formeel om reacties op elke zaak worden verzocht; roept de voorzitters van de Raad en de Commissie en de VV/HV ertoe op deze zaken nauwlettend te blijven volgen en de gevallen in verschillende vormen en op verschillende vergaderingen met Rusland aan te kaarten, en het Parlement verslag uit brengen van de gedachtewisselingen met de Russische autoriteiten;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa alsook de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie;

17.  veroordeelt de terroristische aanslag in Sint-Petersburg en verzoekt zijn Voorzitter zijn diepe medeleven en solidariteit met de slachtoffers, hun families en het Russische volk over te brengen.

(1)

PB C 68 E van 7.3.2014, blz. 13.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0284.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0253.

(4)

PB C 274 van 27.7.2016, blz. 21.

(5)

PB C 300 van 18.8.2016, blz. 2.

(6)

PB C 316 van 30.8.2016, blz. 126.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0446.

(8)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0087.

Juridische mededeling