Procedure : 2017/2703(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0397/2017

Ingediende teksten :

RC-B8-0397/2017

Debatten :

PV 13/06/2017 - 11
CRE 13/06/2017 - 11

Stemmingen :

PV 14/06/2017 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0264

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 277kWORD 49k
12.6.2017
PE605.506v01-00}
PE605.507v01-00}
PE605.509v01-00}
PE605.510v01-00}
PE605.511v01-00}
PE605.512v01-00} RC1
 
B8-0397/2017}
B8-0398/2017}
B8-0399/2017}
B8-0400/2017}
B8-0401/2017}
B8-0402/2017} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B8‑0397/2017)

ALDE (B8‑0398/2017)

GUE/NGL (B8‑0399/2017)

ECR (B8‑0400/2017)

S&D (B8‑0401/2017)

PPE (B8‑0402/2017)


over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2017/2703(RSP))


Michael Gahler, Bogdan Brunon Wenta, Mariya Gabriel, Paul Rübig, Cristian Dan Preda, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, György Hölvényi, Maurice Ponga, Joachim Zeller, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Željana Zovko, Brian Hayes, Ádám Kósa, Anna Záborská, Adam Szejnfeld, Dariusz Rosati, Francesc Gambús, Julia Pitera, Andrzej Grzyb, Jarosław Wałęsa, Ivo Belet, Tomáš Zdechovský, Rosa Estaràs Ferragut, Claude Rolin, Andrey Kovatchev, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Soraya Post, Cécile Kashetu Kyenge, Maria Arena namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Arne Gericke, Notis Marias, Anna Elżbieta Fotyga, Ruža Tomašić namens de ECR-Fractie
Hilde Vautmans, Nedzhmi Ali, Dita Charanzová, Patricia Lalonde, Gérard Deprez, María Teresa Giménez Barbat, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Ilhan Kyuchyuk, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Hannu Takkula, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Paavo Väyrynen, Cecilia Wikström, Valentinas Mazuronis namens de ALDE-Fractie
Marie-Christine Vergiat namens de GUE/NGL-Fractie
Maria Heubuch namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Isabella Adinolfi, Laura Agea, Piernicola Pedicini, Laura Ferrara

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2017/2703(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties, met name die van 23 juni 2016(1), 1 december 2016(2) en 2 februari 2017(3) over de Democratische Republiek Congo (DRC),

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, en haar woordvoerder over de situatie in de DRC,

–  gezien de verklaringen van de EU-delegatie naar de Democratische Republiek Congo over de mensenrechtensituatie in het land,

–  gezien het politieke akkoord dat in de DRC bereikt is op 31 december 2016,

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie aan de vooravond van de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de DRC,

–  gezien de conclusies van de Raad van 17 oktober 2016 en 6 maart 2017 over de DRC,

–  gezien het verslag van 10 maart 2017 van de secretaris-generaal van de VN over de VN‑stabilisatiemissie in de DRC,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC, met name resolutie 2293 (2016) over verlenging van het sanctieregime ten aanzien van de DRC en het mandaat van de groep van deskundigen, en resolutie 2348 (2017) over de verlenging van het mandaat van de stabilisatiemissie van de VN in de DRC (Monusco),

–  gezien de gezamenlijke persverklaring van 16 februari 2017 van de Afrikaanse Unie, de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Internationale Organisatie van de Francofonie over de DRC,

–  gezien de herziene Partnerschapsovereenkomst van Cotonou,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–   gezien de op 18 februari 2006 aangenomen grondwet van de Democratische Republiek Congo,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de DRC te lijden heeft onder aanhoudende golven van conflict en brute politieke onderdrukking; overwegende dat de humanitaire en veiligheidscrisis in de DRC verder is verslechterd door de politieke crisis, die is veroorzaakt door het feit dat president Kabila niet het grondwettelijk bepaalde maximum in acht neemt van twee ambtstermijnen;

B.  overwegende dat het conflict plaatsheeft in de context van een politieke crisis in de DRC; overwegende dat in een op 31 december 2016 onder auspiciën van de nationale bisschoppenconferentie van Congo (Conférence Episcopale Nationale du Congo, CENCO) gesloten akkoord is voorzien in een transitie die uitmondt in vrije en eerlijke presidentsverkiezingen die zonder wijziging van de grondwet worden gehouden eind 2017; overwegende dat tot dusver geen vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van het akkoord is geboekt;

C.  overwegende dat er in augustus 2016 gewapende conflicten uitbraken tussen het Congolese leger en lokale milities in de provincie Midden-Kasaï, die zich al snel uitbreidden naar de omliggende provincies Oost-Kasaï, Lomami en Sankuru en zo een humanitaire crisis veroorzaakten en leidden tot de interne ontheemding van ruim een miljoen burgers; overwegende dat in VN-rapporten massale schendingen van de mensenrechten zijn gedocumenteerd, inclusief de afslachting van meer dan 500 burgers en de ontdekking van meer dan 40 massagraven; overwegende dat volgens de VN meer dan 400 000 kinderen aan de rand staan van de hongerdood; overwegende dat 165 Congolese maatschappelijke organisaties en verdedigers van de mensenrechten hebben verzocht om een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de massale schendingen van mensenrechten in de provincies Kasaï en Lomami, en hebben benadrukt dat zowel regeringstroepen als milities zich aan deze misdrijven schuldig maken;

D.  overwegende dat twee leden VN-deskundigen samen met ondersteunend personeel in maart 2017 in de provincie Kasaï zijn ontvoerd en vermoord;

E.  overwegende dat het Bureau van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) in april 2017 om 64,5 miljoen USD heeft gevraagd om humanitaire hulp naar Kasaï te kunnen sturen;

F.  overwegende dat mensenrechtenorganisaties voortdurend rapporteren over de verslechterende situatie in het land met betrekking tot mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting, vergadering en demonstratie, een toename van het aantal politieke processen en het excessieve geweld dat gebruikt wordt tegen vreedzame demonstranten, journalisten en leden van de oppositie, met name door het leger en milities; overwegende dat vrouwen en kinderen de eerste slachtoffers zijn van het conflict en dat seksueel en gendergerelateerd geweld, dat vaak wordt ingezet als tactisch oorlogswapen, wijdverbreid is;

G.  overwegende dat de stabilisatiemissie van de VN in de DRC (Monusco) uit hoofde van haar mandaat, dat in april 2017 met een jaar verlengd is, geacht wordt bij te dragen aan de bescherming van burgers en de tenuitvoerlegging van het politieke akkoord van 31 december 2016 te ondersteunen, en dat bij de inzet van het Monusco-contingent ook naar behoren rekening moet worden gehouden met nieuwe prioriteiten op het gebied van veiligheid en humanitaire aangelegenheden;

H.  overwegende dat de EU op 12 december 2016 in antwoord op de belemmering van het verkiezingsproces en de schending van de mensenrechten beperkende maatregelen heeft getroffen tegen zeven personen en op 29 mei 2017 tegen negen andere personen die leidinggevende posten bekleden in het landsbestuur en in de commandostructuur van de veiligheidstroepen van de DRC;

1.  is nog steeds zeer bezorgd over de verslechterende politieke, humanitaire en veiligheidssituatie in de DRC; veroordeelt krachtig alle schendingen van de mensenrechten, inclusief de gewelddaden van alle daders, ontvoeringen, moorden, foltering, seksueel geweld en willekeurige arrestaties en wederrechtelijke vrijheidsberoving;

2.  vraagt de oprichting van een onafhankelijke onderzoekscommissie met ruime bevoegdheden, waarin ook VN‑experts moeten zetelen, om het geweld in de regio Kasaï te onderzoeken en ervoor te zorgen dat de personen die deze bloedbaden hebben gepleegd, verantwoording voor hun daden moeten afleggen; verzoekt de lidstaten een onderzoekscommissie politiek en financieel te ondersteunen;

3.  herinnert eraan dat de regering van de DRC in de eerste plaats de verantwoordelijkheid heeft om burgers die op haar grondgebied verkeren en/of onder haar jurisdictie vallen te beschermen, onder andere tegen oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid;

4.  is zeer ontstemd over de vertragingen bij de organisatie van de volgende presidents- en parlementsverkiezingen in de DRC, die een schending van de Congolese grondwet vormen; betreurt voorts het gebrek aan vooruitgang met betrekking tot het politieke akkoord van 31 december 2016 over een overgangsregeling; herinnert aan het engagement van de regering van de DRC om vóór het einde van 2017 op geloofwaardige wijze transparante, vrije en eerlijke verkiezingen te houden, met garanties voor de bescherming van de politieke rechten en vrijheden en in overeenstemming met het politieke akkoord, om te komen tot een vreedzame machtsoverdracht; herinnert eraan dat het belangrijk is een gedetailleerde verkiezingsagenda te publiceren en is verheugd over het proces van kiezersregistratie; roept op tot vroegtijdige tenuitvoerlegging van de toezeggingen die in deze overeenkomst zijn vastgelegd, met name de wijziging en aanneming van de vereiste wetten door het Congolese parlement voor het einde van de huidige parlementaire termijn; vraagt dat de kieswet wordt gewijzigd om via passende maatregelen de vertegenwoordiging te garanderen van vrouwen;

5.  onderstreept het feit dat de onafhankelijke nationale kiescommissie de verantwoordelijkheid draagt om op te treden als onpartijdige en inclusieve instantie voor de tenuitvoerlegging van een geloofwaardig en geloofwaardig verkiezingsproces; dringt aan op de onmiddellijke oprichting van een nationale raad voor toezicht op naleving van de overeenkomst en het verkiezingsproces, overeenkomstig het politieke akkoord van 2016;

6.  herinnert aan de taak van de regering om de fundamentele vrijheden als basis voor democratie te eerbiedigen, beschermen en bevorderen; dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan een klimaat te herstellen dat bevorderlijk is voor de vrije en vreedzame uitoefening van de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering en voor de bodemvrijheid; eist de onmiddellijke vrijlating van al wie onwettig gevangen zit, zoals journalisten, leden van de oppositie en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld; verzoekt alle politieke betrokkenen de politieke dialoog voort te zetten;

7.  veroordeelt alle schendingen van het internationaal humanitair recht door de nationale overheid en veiligheidsdiensten; is voorts bezorgd door de berichten over ernstige schendingen van de mensenrechten door lokale milities, met inbegrip van het onrechtmatig inlijven en inzetten van kindsoldaten, die krachtens het internationaal recht oorlogsmisdrijven kunnen vormen; is van oordeel dat het voor de autoriteiten en de internationale gemeenschap een prioriteit moet zijn om een einde te maken aan het verschijnsel van kindsoldaten;

8.  herhaalt zijn grote bezorgdheid over de alarmerende humanitaire situatie in de DRC, met onder andere ontheemding, voedselonzekerheid, epidemies en natuurrampen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan via betrouwbare organisaties meer financiële en humanitaire hulp te bieden, om in de dringende behoeften te voorzien van de bevolking, met name in de provincie Kasaï; veroordeelt krachtig alle aanvallen die worden uitgevoerd tegen humanitair personeel en humanitaire voorzieningen en staat erop dat de Congolese autoriteiten ervoor zorgen dat de hulp van humanitaire organisaties de lokale bevolking vlot en tijdig kan bereiken;

9.  is tevreden met het feit dat het mandaat van Monusco is verlengd en met het werk dat wordt verricht door de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor de Democratische Republiek Congo om in de verkiezingscontext burgers te beschermen en de mensenrechten te handhaven; benadrukt dat het oorspronkelijke en huidige mandaat dat op alle VN-troepen in het land van toepassing is, de "neutralisering van gewapende groepen" betreft; eist dat de gehele Monusco-troepenmacht de bevolking volledige bescherming biedt tegen de gewapende groepen en tussenbeide komt om vrouwen tegen verkrachting en ander seksueel geweld te beschermen en geen enkele beperking aanvaardt op grond van nationale bevelen;

10.  wijst met bezorgdheid op het risico van regionale destabilisatie; herhaalt zijn steun voor de Verenigde Naties, de Internationale Organisatie van de Francofonie (OIF) en de Afrikaanse Unie (AU), die de politieke dialoog faciliteren; vraag een intensivering van het engagement in de regio van de Grote Meren, om verdere destabilisering te voorkomen;

11.  herinnert eraan dat het van cruciaal belang is personen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en andere activiteiten die een op consensus gebaseerde, vreedzame oplossing voor de crisis in de DRC in de weg staan, te vervolgen; is voorstander van het gebruik van gerichte EU-sancties tegen personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen; verzoekt om nadere onderzoeken naar en uitbreiding van sancties tegen de verantwoordelijken, op het hoogste regeringsniveau, voor het geweld en de misdrijven die in de DRC zijn begaan en voor de roof van de natuurlijke hulpbronnen van het land, in overeenstemming met de onderzoeken die de groep deskundigen van de VN heeft uitgevoerd; benadrukt dat de sancties de bevriezing van tegoeden en een reisverbod naar de EU moeten omvatten;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, het Pan-Afrikaanse Parlement, de Raad van ministers en Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, de secretaris-generaal van de VN en de president, de premier en het parlement van de Democratische Republiek Congo.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0290.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0479.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0017.

Juridische mededeling