Procedure : 2017/2962(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0600/2017

Ingediende teksten :

RC-B8-0600/2017

Debatten :

PV 16/11/2017 - 4.2
CRE 16/11/2017 - 4.2

Stemmingen :

PV 16/11/2017 - 7.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0444

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 294kWORD 58k
15.11.2017
PE614.236v01-00}
PE614.238v01-00}
PE614.239v01-00}
PE614.241v01-00} RC1
 
B8-0600/2017}
B8-0632/2017}
B8-0633/2017}
B8-0635/2017} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ECR (B8‑0600/2017)

S&D, Verts/ALE (B8‑0632/2017)

ALDE (B8‑0633/2017)

PPE (B8‑0635/2017)


over terreuraanslagen in Somalië (2017/2962(RSP))


Joachim Zeller, Tomáš Zdechovský, Pavel Svoboda, Lefteris Christoforou, Dubravka Šuica, Eduard Kukan, Tunne Kelam, Marijana Petir, Elisabetta Gardini, Jarosław Wałęsa, Laima Liucija Andrikienė, Luděk Niedermayer, Lorenzo Cesa, Mairead McGuinness, David McAllister, Jaromír Štětina, Romana Tomc, Željana Zovko, Ivan Štefanec, Michaela Šojdrová, Patricija Šulin, Giovanni La Via, Manolis Kefalogiannis, Maurice Ponga, Adam Szejnfeld, Bogdan Brunon Wenta, Sandra Kalniete, Milan Zver, Roberta Metsola, Andrey Kovatchev, Lars Adaktusson, Seán Kelly, Deirdre Clune, Krzysztof Hetman, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Anna Záborská, László Tőkés, Michael Gahler, Inese Vaidere, Ivana Maletić, Cristian Dan Preda namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Victor Boştinaru, Soraya Post, Cécile Kashetu Kyenge namens de S&D-Fractie
Karol Karski, Branislav Škripek, Ruža Tomašić, Charles Tannock, Jan Zahradil, Notis Marias, Jana Žitňanská, Ryszard Czarnecki, Anna Elżbieta Fotyga, Zdzisław Krasnodębski, Angel Dzhambazki namens de ECR-Fractie
Hilde Vautmans, Izaskun Bilbao Barandica, Nedzhmi Ali, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, Fredrick Federley, Nathalie Griesbeck, Marian Harkin, Filiz Hyusmenova, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ivo Vajgl, Marietje Schaake, Johannes Cornelis van Baalen, Cecilia Wikström, Valentinas Mazuronis namens de ALDE-Fractie
Maria Heubuch, Jordi Solé namens de Verts/ALE-Fractie
Ignazio Corrao, Isabella Adinolfi, Piernicola Pedicini
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over terreuraanslagen in Somalië (2017/2962(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Somalië,

–  gezien zijn resolutie van 18 mei 2017 over de situatie in het vluchtelingenkamp Dadaab(1),

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger van 15 oktober 2017 over de aanslagen in Mogadishu (Somalië), en de verklaring van de woordvoerder van de VV/HV van 30 oktober 2017 over de aanslag in Somalië,

–  gezien de conclusies van de Raad van 3 april 2017 over Somalië,

–  gezien de verklaring die de EU op 27 september 2017 heeft afgelegd tijdens de 36e vergadering van de Mensenrechtenraad over de interactieve dialoog met de onafhankelijke deskundige over Somalië,

–  gezien resoluties 2372(2017) en 2383(2017) van de VN-Veiligheidsraad, die werden goedgekeurd op 30 augustus 2017, respectievelijk 7 november 2017,

–  gezien de algemene verslagen over Somalië van de secretaris-generaal van de VN aan de VN-Veiligheidsraad van 9 mei 2017 en 5 september 2017,

–  gezien de verklaring van de VN-Veiligheidsraad van 15 oktober 2017 over de terreuraanslag in Mogadishu,

–  gezien de verklaring van 15 oktober 2017 van de voorzitter van de Commissie van de Afrikaanse Unie over de aanslag in Mogadishu,

–  gezien de verklaringen van de Missie in Somalië van de Afrikaanse Unie (AMISOM), waarin de terreuraanslagen van 14 en 28 oktober 2017 worden veroordeeld,

–  gezien de slotverklaring van de Internationale Conferentie over Somalië, die op 11 mei 2017 in Londen heeft plaatsgevonden,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de EU en de Afrikaanse Unie van 1 juni 2017 over de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst van Parijs,

–  gezien de verklaring van AMISOM van 8 november 2017, waarin AMISOM het voornemen aankondigt zijn troepen vanaf december 2017 geleidelijk uit Somalië terug te gaan trekken en deze terugtrekking tegen 2020 te willen afronden,

–  gezien de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst van Cotonou,

–  gezien het mandaat van de Afrikaanse Commissie inzake de rechten van de mens en de volkeren om de rechten van de mens en de volkeren te bevorderen en te beschermen in het kader van het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en het bijbehorende Facultatief Protocol inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten,

–  gezien het Verdrag van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid inzake preventie en bestrijding van terrorisme, dat is aangenomen in 1999,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat op 14 oktober 2017 bij een zeer grote aanslag met een bomvrachtauto in het centrum van Mogadishu ten minste 358 mensen om het leven zijn gekomen en 228 gewonden zijn gevallen, en dat 56 mensen nog altijd vermist zijn; overwegende dat de aanslag in het centrum van Mogadishu één van de dodelijkste terreurdaden van de afgelopen jaren in de hele wereld was; overwegende dat op 28 oktober 2017 30 mensen om het leven zijn gekomen bij een explosie van twee bommen vlakbij een hotel in de buurt van het presidentieel paleis in Mogadishu;

B.  overwegende dat, hoewel geen enkele groepering de verantwoordelijkheid voor deze laffe aanslagen heeft opgeëist, alles erop duidt dat zij het werk zijn van Al-Shabaab, een groepering die nu klaarblijkelijk zijn steun onder de bevolking niet op het spel wil zetten door haar naam met een zo groot aantal burgerslachtoffers in verbinding te brengen; overwegende dat de burgerbevolking van Somalië het geweld van Al-Shabaab herhaaldelijk heeft veroordeeld en met een vertoon van eenheid op de bomaanslagen van oktober heeft gereageerd, in de vorm van een mars tegen Al-Shabaab door Mogadishu waaraan door duizenden burgers werd deelgenomen;

C.  overwegende dat de afgelopen maanden in Mogadishu en de rest van het land een aantal dodelijke terreuraanslagen hebben plaatsgevonden, waaronder aanslagen met bomauto's, willekeurige schietpartijen, gerichte executies en ontvoeringen, die een illustratie vormen van de permanente dreiging uit gewelddadige extremistische hoek in het land;

D.  overwegende dat de meeste aanslagen aan de terreur van Al-Shabaab worden toegeschreven, hoewel bekend is dat ook Daesh in het land actief is;

E.  overwegende dat de president van Somalië, Mohamed Abdullahi Mohamed, na in februari aan de macht te zijn gekomen middels verkiezingen die als een belangrijke mijlpaal worden beschouwd op het pad van een geleidelijke terugkeer naar stabiliteit en welvaart van dit zwaar beproefde Oost-Afrikaanse land, beloofd heeft het land van Al-Shabaab te zullen verlossen;

F.  overwegende dat het, gezien de reeks aanslagen in 2017, en niet in de laatste plaats de vreselijke bomaanslag op 14 oktober, zeer de vraag is of de Somalische veiligheidstroepen na het aangekondigde vertrek van AMISON in 2018 afdoende in staat zullen zijn terrorisme te bestrijden zonder hulp van buitenaf;

G.  overwegende dat de AMISOM-troepen herhaaldelijk zijn beschuldigd van ernstige schendingen van de mensenrechten, inclusief willekeurige moorden en enkele gevallen van seksuele uitbuiting en seksueel misbruik; overwegende dat de hernieuwde inzet van buitenlandse troepen op Somalisch grondgebied buiten VN- en/of AU-mandaten om aanleiding vormt tot grote bezorgdheid, gezien de eerdere beschuldigingen van mensenrechtenschendingen door AMISON-troepen;

H.  overwegende dat, naast gewelddadig extremisme, ook droogte, conflicten tussen clans en gedwongen verdrijvingen alleen al het afgelopen jaar tot honderdduizenden ontheemden hebben geleid, waarbij velen een goed heenkomen hebben gezocht in door de regering gecontroleerde stedelijke gebieden; overwegende dat veel mensen in onveilige omstandigheden leven, en dat met name vrouwen en meisjes aan misbruik en seksueel geweld blootgesteld zijn;

I.  overwegende dat de kans op hongersnood in Somalië erg groot is, dat ongeveer 400 000 Somalische kinderen aan acute ondervoeding lijden en dat de voedselbevoorradingszekerheid van 3 miljoen mensen niet of nauwelijks gegarandeerd is; overwegende dat er in Somalië 1,1 miljoen intern verdreven personen zijn, en nog eens 900 000 Somalische vluchtelingen in de regio;

J.  overwegende dat er 420 000 Somalische vluchtelingen in kampen in Kenia zitten, waaronder 350 000 in het Dadaab-kamp, en overwegende dat de regeringen van Somalië en Kenia met de UNHCR overeengekomen zijn te werken aan de vrijwillige terugkeer van 10 000 vluchtelingen naar gebieden in Somalië die niet onder controle zijn van Al-Shabaab; overwegende dat mensen die terugkeren integratieproblemen hebben en nauwelijks werk kunnen vinden; overwegende dat veel vluchtelingen in het Dadaab-kamp oorspronkelijk uit Somalië komen, maar geen enkele ervaring hebben met leven buiten het kamp en in feite staatloos zijn, hetgeen betekent dat zij niet naar Somalië kunnen worden gestuurd;

K.  overwegende dat de EU haar jaarlijkse humanitaire hulp voor Somalië sinds 2016 steeds verder heeft vergroot, in het bijzonder in reactie op de ernstige droogte in het land, met een toewijzing van 120 miljoen EUR aan humanitaire partnerorganisaties in 2017 en de toekenning van noodhulp ten belope van 100 000 EUR voor inspanningen gericht op het snel reageren op medische behoeften in Mogadishu na de aanslag op 14 oktober; overwegende dat de EU in eerste instantie ook twee schepen van de EU-marine-operatie ATALANTA heeft gemobiliseerd, naast vluchten met noodhulp, voor de levering van medische noodhulp aan ziekenhuizen in Mogadishu;

L.  overwegende dat de EU via het Europees Ontwikkelingsfonds (2014-2020) 486 miljoen EUR ter beschikking heeft gesteld, in het bijzonder voor de tenuitvoerlegging van de "Compact" en, met name, de opbouw van staatsstructuren, de totstandbrenging van vrede, voedselbevoorradingszekerheid, weerbaarheid en onderwijs; overwegende dat de EU heeft toegezegd AMISOM te ondersteunen via de Vredesfaciliteit voor Afrika;

M.  overwegende dat de Wereldbank in december 2016 heeft beloofd de strijd tegen extreme armoede te intensiveren, en aan heeft gegeven dat de ontwikkelde landen een recordbedrag van 75 miljard USD hebben toegezegd voor schenkingen en zachte leningen aan de International Development Association (IDA); overwegende dat Somalië evenwel niet voor IDA-steun in aanmerking komt omdat het land de Wereldbank en het IMF meer dan 300 miljoen USD schuldig is, als onderdeel van een schuldenberg van in totaal 5 miljard USD die nog aan multilaterale en bilaterale crediteuren moet worden terugbetaald;

N.  overwegende dat het klopt dat Al-Shabaab doorgaat met het doden, willekeurig vasthouden én aanwerven van kinderen, maar dat ook het Somalische leger kinderen rekruteert, hoewel het land in januari 2015 het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind heeft geratificeerd en in november 2015 de Verklaring inzake veilige scholen heeft bekrachtigd, waarmee het zich ertoe heeft verbonden concrete maatregelen te nemen voor de bescherming van studenten en onderwijsinstellingen;

O.  overwegende dat omdat de civiel-rechterlijke macht niet functioneert de Somalische regering haar toevlucht neemt tot militaire rechtbanken om burgers te berechten en te veroordelen, waardoor de rechten van beklaagden niet gewaarborgd zijn; overwegende dat het National Intelligence and Security Agency (NISA) ruime onderzoeksbevoegdheden heeft, maar geen handhavingsmandaat, hetgeen ertoe leidt dat de procesrechten van gedetineerden van het NISA veelvuldig worden geschonden;

P.  overwegende dat Somalië volgens Transparency International voor het tiende opeenvolgende jaar het meest corrupte land ter wereld is; overwegende dat de Somalische regering nog altijd met veel uitdagingen te kampen heeft, zoals corruptie en een gebrek aan brede steun vanuit de burgerbevolking, hetgeen onvermijdelijk tot weinig vertrouwen in de overheid heeft geleid en, in het verlengde daarvan, tot toenemende steun voor radicale islamistische en terroristische groepen;

1.  betuigt zijn innige deelneming aan de slachtoffers van de recente terreuraanslagen in Somalië en hun gezinnen, en betreurt ten zeerste dat er dodelijke slachtoffers zijn gevallen; veroordeelt tegelijkertijd in krachtige bewoordingen de daders van deze aanslagen, die worden toegeschreven aan Al-Shabaab;

2.  wijst erop dat duurzame stabiliteit en vrede alleen kunnen worden verwezenlijkt door sociale inclusie, duurzame ontwikkeling en goed bestuur, op basis van de democratische beginselen en de rechtsstaat, waarbij de waardigheid en de rechten van de bevolking volledig worden geëerbiedigd;

3.  juicht de snelle reactie van de Commissie na de terreuraanslag van 14 oktober toe; vraagt de EU en haar internationale partners zich te houden aan de beloften die zij aan Somalië hebben gedaan, in het bijzonder middels maatregelen voor het waarborgen van de voedselbevoorradingszekerheid, teneinde de structurele problemen te voorkomen die leiden tot hongersnood, voor het vergroten van de veiligheid en het vinden van oplossingen voor problemen tussen bevolkingsgroepen, voor het verbeteren van het beheer van de overheidsfinanciën en voor het ondersteunen van het proces van herziening van de grondwet, zonder dewelke stabiliteit op de lange termijn onmogelijk is;

4.  betreurt het dat Somalië ondanks de herhaalde waarschuwingen van humanitaire groeperingen, hulporganisaties en het Europees Parlement nog altijd op de rand van een hongersnood staat; brengt in herinnering dat het dodental als gevolg van de hongersnood van 2011 nog hoger uitviel door de onveiligheid en de acties van de extremistische militanten van Al-Shabaab, die voedselleveringen in gebieden in zuidelijk Centraal-Somalië die zich destijds onder hun controle bevonden, bemoeilijkten; vraagt alle partijen met humanitaire organisaties samen te werken, de humanitaire beginselen te eerbiedigen, en volledige en onbelemmerde toegang toe te staan tot al diegenen die onverminderd lijden en hulpbehoevend zijn, met name op het platteland;

5.  verwelkomt het in februari 2017 georganiseerde verkiezingsproces, dat resulteerde in de verkiezing van een nieuwe president, en spreekt de hoop uit dat de verkiezing zal uitmonden in meer politieke stabiliteit, de doorvoering van de noodzakelijke hervormingen en progressie ten aanzien van het federale project, in nauwe samenwerking en coördinatie met de federale lidstaten (Federal Member States (FMS)); beklemtoont het belang van het bestrijden van de endemische corruptie in het land en van het bieden van kansen aan de jeugd van het land, teneinde het risico te verkleinen dat ze door Al-Shabaab worden gerekruteerd;

6.  juicht het besluit van het Somalisch nationaal leiderschapsforum toe om - in de aanloop naar de verkiezingen van 2020, die gebaseerd zullen zijn op het principe van "één man één stem" - de oprichting en registratie van politieke partijen te bevorderen, evenals de poging om de overheidsinstellingen opnieuw op te bouwen, en de vaststelling van belangrijke nieuwe wetten met betrekking tot politieke partijen en de oprichting van een onafhankelijke nationale mensenrechtencommissie; geeft aan dat er maatregelen moeten worden genomen om de vertegenwoordiging van vrouwen te vergroten;

7.  beklemtoont het belang van de bijdrage die de Somalische diaspora en het maatschappelijk middenveld leveren aan niet alleen de wederopbouw van het bestuur, maar ook aan de sociale en economische ontwikkeling, en onderstreept het belang van de vertegenwoordiging en participatie van vrouwen in besluitvormingsprocessen; juicht in dit verband het grotere aantal vrouwelijke leden van het Somalische parlement (inmiddels 24 %) en kabinet toe, en wijst erop dat nog meer moet worden gedaan om zowel in de EU, als in Somalië tot een beter genderevenwicht te komen;

8.  neemt kennis van de verklaring van Nairobi van de Intergouvernementele Autoriteit voor Ontwikkeling (IGAD) over duurzame oplossingen voor de Somalische vluchtelingen en de herintegratie van gerepatrieerden in Somalië; verwelkomt de inzet die er is om een alomvattende regionale aanpak te realiseren en tegelijk de bescherming te handhaven en de zelfredzaamheid in de asielverlenende landen te bevorderen, een en ander met de steun van de internationale gemeenschap en in overeenstemming met het uitgangspunt van internationale gedeelde verantwoordelijkheid zoals vastgelegd in het alomvattend reactiekader voor vluchtelingen (Comprehensive Refugee Response Framework (CRRF)) van de Verklaring van New York;

9.  vraagt de Commissie de actoren in de regio, met inbegrip van de lokale bevolking, de regionale regering en ngo's, intensiever te raadplegen, teneinde zich te kunnen richten op lokaal geïdentificeerde problemen en behoeften, een positief klimaat in de hand te werken en voor meer capaciteit te zorgen voor de terugkeer van vluchtelingen naar hun eigen land;

10.  maakt zich zorgen over het brede mandaat van het NISA en over zijn gebruik van militaire rechtbanken voor het vervolgen van vermeende terreurgerelateerde misdaden, waarbij het herhaaldelijk de regels betreffende een eerlijke procesgang met voeten heeft getreden en de doodstraf heeft opgelegd zonder dat "accountability" was gewaarborgd;

11.  vraagt de Somalische regering en de EU, in het kader van haar activiteiten in Somalië met betrekking tot de rechtsstaat, ervoor te zorgen dat voor het NISA regels, inclusief effectieve controlemechanismen, worden vastgesteld, en de technische expertise van de Somalische criminele inlichtingendienst (Criminal Investigation Department (CID)) te verbeteren, zodat deze grondige en effectieve onderzoeken kan uitvoeren, met eerbiediging van de rechten van de burgers;

12.  juicht in het bijzonder het politieke akkoord toe dat de leiders van Somalië op 16 april 2017 hebben bereikt en dat erop gericht is de regionale en de federale troepen in een samenhangende nationale veiligheidsarchitectuur te integreren die op termijn de eindverantwoordelijkheid voor de veiligheid op zich kan nemen, alsook de snelle oprichting van de nationale veiligheidsraad en het nationale veiligheidsbureau;

13.  onderkent de rol van AMISOM bij het faciliteren van veiligheid en stabiliteit, waardoor Somalië politieke instituties kan oprichten en de autoriteit van de staat kan uitbreiden, in afwachting van de overdracht van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid aan Somalische instituties en troepen; juicht het toe dat de Afrikaanse Unie onderzoeken instelt naar de beschuldigingen van seksueel geweld door AMISON-troepen; dringt aan op de volledige implementatie van de aanbevelingen in de algemene verslagen over Somalië van de secretaris-generaal van de VN, en vraagt de AU en de landen die troepen leveren overeenkomstig resolutie 2272(2018) van de VN-veiligheidsraad te waarborgen dat de beschuldigingen serieus worden onderzocht en de daders ter verantwoording worden geroepen; beklemtoont het belang van de mogelijkheid om het mandaat van AMISON tot na mei 2018 te verlengen, en waarschuwt dat een te vroege overdracht van verantwoordelijkheden naar Somalische troepen de stabiliteit op de lange termijn zou kunnen schaden;

14.  beklemtoont dat het belangrijk is straffeloosheid te bestrijden en de plegers van misdaden tegen de menselijkheid en van oorlogsmisdaden in Somalië ter verantwoording te roepen; neemt kennis van het aanbod van de president van Somalië om de plegers van bepaalde misdaden die terrorisme en geweld afzweren, en Al-Shabaab en andere terroristische groeperingen de rug willen toekeren, amnestie te verlenen, en dringt erop aan amnestiewetgeving te ontwikkelen;

15.  maakt zich zorgen over de rekrutering van kindsoldaten door Al-Shabaab en het gebruik van kinderen door de veiligheidstroepen als soldaten en informanten, met inbegrip van het gebruik van gevangengenomen of gedeserteerde kindsoldaten; brengt in herinnering dat de regering van Somalië beloofd heeft voormalige kindsoldaten op te vangen en opnieuw in de samenleving te integreren, en degenen die hen hebben gerekruteerd voor het gerecht te brengen; vraagt de internationale donoren, waaronder de EU, prioriteit toe te kennen aan deze "rehabilitatie"-diensten, alsook aan onderwijs en veilige scholingsmogelijkheden, omdat deze van essentieel belang zijn voor het doorbreken van de dodelijke cyclus van geweld; vraagt de autoriteiten met klem kinderen die ervan worden verdacht bij Al-Shabaab betrokken te zijn geweest hoofdzakelijk als slachtoffers te behandelen en uit te gaan van het belang van het kind, waarbij de internationale beschermingsnormen als leidende principes moeten gelden;

16.  maakt zich er grote zorgen over dat natuurlijke hulpbronnen, en met name houtskool, onverminderd een belangrijke bron van financiering voor terroristen zijn en in Somalië tot veel milieuschade leiden; vraagt de Commissie te bekijken op welke wijze de regels inzake traceerbaarheid en "due diligence" kunnen worden uitgebreid, teneinde ze ook van toepassing te maken op alle natuurlijke hulpbronnen die worden gebruikt om terroristische activiteiten en geweld te financieren; dringt er in dit verband bij alle partijen op aan zich te houden aan de resolutie van de VN-Veiligheidsraad houdende een verbod op de export van Somalische houtskool;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de president, de premier en het parlement van Somalië, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0229.

Juridische mededeling