Procedure : 2017/3003(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0695/2017

Ingediende teksten :

RC-B8-0695/2017

Debatten :

PV 14/12/2017 - 5.3
CRE 14/12/2017 - 5.3

Stemmingen :

PV 14/12/2017 - 8.3
CRE 14/12/2017 - 8.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0498

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 380kWORD 59k
13.12.2017
PE614.318v01-00}
PE614.321v01-00}
PE614.322v01-00}
PE614.325v01-00} RC1
 
B8-0695/2017}
B8-0698/2017}
B8-0699/2017}
B8-0701/2017} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B8‑0695/2017)

GUE/NGL (B8‑0698/2017)

ALDE (B8‑0699/2017)

S&D (B8‑0701/2017)


over El Salvador: de gevallen van vrouwen die vervolgd worden voor een miskraam (2017/3003(RSP))


Victor Boştinaru, Elena Valenciano, Soraya Post, Francisco Assis, Iratxe García Pérez namens de S&D-Fractie
Beatriz Becerra Basterrechea, Petras Auštrevičius, Nedzhmi Ali, Izaskun Bilbao Barandica, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, María Teresa Giménez Barbat, Nathalie Griesbeck, Marian Harkin, Filiz Hyusmenova, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Valentinas Mazuronis, Louis Michel, Javier Nart, Norica Nicolai, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Robert Rochefort, Marietje Schaake, Pavel Telička, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie
Miguel Urbán Crespo, Malin Björk, Patrick Le Hyaric, Marie-Christine Vergiat, Barbara Spinelli, Lola Sánchez Caldentey, Estefanía Torres Martínez, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Sabine Lösing namens de GUE/NGL-Fractie
Molly Scott Cato, Bodil Valero, Ernest Urtasun, Barbara Lochbihler, Terry Reintke, Florent Marcellesi, Michel Reimon, Bronis Ropė, Davor Škrlec, Jordi Solé, Heidi Hautala, Karima Delli, Michèle Rivasi namens de Verts/ALE-Fractie
Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo

Resolutie van het Europees Parlement over El Salvador: de gevallen van vrouwen die vervolgd worden voor een miskraam (2017/3003(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen 8, 19, 157 en 216 en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a),

–  gezien hoofdstuk 7 van het actieplan EU-Celac 2015-2017 inzake gender,

–  gezien de Verklaring en het Actieprogramma van Peking, die op 15 september 1995 werden goedgekeurd tijdens de vierde Wereldvrouwenconferentie, en de latere slotdocumenten die werden aangenomen tijdens de speciale bijeenkomsten van de Verenigde Naties Peking +5 (2000), Peking +10 (2005), Peking +15 (2010) en Peking +20 (2015),

–  gezien de verklaring van 19 juli 2017 van het EU-voorzitterschapstrio bestaande uit Estland, Bulgarije en Oostenrijk over de gelijkheid van man en vrouw,

–  gezien zijn resolutie van 14 december 2016 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake 2015(1),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1567/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende steun voor beleid en maatregelen op het gebied van reproductieve en seksuele gezondheid en rechten in ontwikkelingslanden(2),

–  gezien de vijfde doelstelling van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (het verbeteren van de gezondheid van moeders),

–  gezien het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van 1979,

–  gezien de toetsing van de rechten van vrouwen in El Salvador door het VN-Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen in februari 2017 en zijn slotopmerkingen,

–  gezien de artikelen 6, 24 en 39 van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind,

–  gezien het Verdrag tegen foltering, waarbij El Salvador partij is sinds 1996,

–  gezien artikel 144 van de grondwet van de Republiek El Salvador, waarin wordt bepaald dat internationale verdragen met andere staten of internationale organisaties wetten van de republiek vormen en dat wanneer er een conflict bestaat tussen het verdrag en de wet, het verdrag voorrang heeft,

–  gezien het kader voor gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen: Het leven van meisjes via de externe betrekkingen van de EU veranderen (2016-2020),

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul),

–  gezien de verklaring van de werkgroep van de VN inzake discriminatie van vrouwen in de wet en in de praktijk van 11 mei 2015,

–  gezien het Inter-Amerikaanse Verdrag ter voorkoming, bestraffing en uitbanning van geweld tegen vrouwen (Verdrag van Belém do Pará),

–  gezien het Salvadoraanse wetgevingsdecreet nr. 520 ("Speciale alomvattende wet inzake een geweldloos leven voor vrouwen"),

–  gezien de artikelen 133, 135 en 136 van de Salvadoraanse strafwet,

–  gezien de verklaring van Zeid Ra'ad Al Hussein, de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN, aan het einde van zijn werkbezoek aan El Salvador van 17 november 2017,

–  gezien artikel 1 van de grondwet van de Republiek El Salvador,

–  gezien de wet van El Salvador inzake gelijkheid, billijkheid en uitbanning van discriminatie jegens vrouwen die in 2016 is aangenomen, de wet inzake een geweldloos leven voor vrouwen die in 2012 is aangenomen, en de wet inzake de alomvattende bescherming van kinderen en adolescenten die in april 2009 is aangenomen en die aan het Ministerie van Onderwijs een mandaat geeft om onderwijs over gender en reproductieve gezondheid te verstrekken en discriminatie van vrouwen in het onderwijssysteem aan te pakken,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat gendergelijkheid een fundamentele waarde van de EU is; overwegende dat het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie een grondrecht is dat verankerd is in de Verdragen en het Europees Handvest van de grondrechten, en dat dit recht volledig moet worden geëerbiedigd, gestimuleerd en toegepast in de wetgeving, de praktijk, de jurisprudentie en het dagelijks leven;

B.  overwegende dat het VN-Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen in artikel 36 en 37 van zijn slotopmerkingen over zijn toetsing van de rechten van vrouwen in El Salvador vraagt dat de strafwetten inzake abortus in El Salvador worden ingetrokken;

C.  overwegende dat in El Salvador sinds 2000 minstens 120 vrouwen werden vervolgd voor abortus of doodslag wanneer de foetus overleed in de laatste maanden van de zwangerschap, en dat 26 van hen werden veroordeeld voor doodslag en 23 voor abortus en dat alle vrouwen die veroordeeld werden, extreem lange straffen uitzitten, hoewel zij volgens internationale normen geen criminelen zijn; overwegende dat de meeste van deze vrouwen jong, arm, laagopgeleid en van afgelegen gemeenschappen zijn; overwegende dat er momenteel twee zaken hangende zijn; overwegende dat de zaak van Teodora del Carmen Vásquez, die de voorbije tien jaar in de gevangenis heeft doorgebracht, op 13 december 2017 wordt herzien door de rechtbank van tweede aanleg, terwijl de veroordeling van Evelyn Beatriz Hernandez Cruz in oktober 2017 werd bevestigd;

D.  overwegende dat "Las 17" de zwaarst gestrafte vrouwen zijn en dat zij tussen 2000 en 2011 tot decennialange gevangenisstraffen zijn veroordeeld; overwegende dat een aantal van hen werd vrijgelaten nadat rechtbanken vorige vonnissen hadden nietig verklaard;

E.  overwegende dat gendergerelateerd geweld een belangrijk probleem is in El Salvador en dat uit gegevens blijkt dat elke drie uur een vrouw het slachtoffer is van seksueel geweld, dat verkrachting vaak tot een ongewenste zwangerschap leidt, dat het aantal vrouwenmoorden gruwelijk hoog is en dat slechts 5 % van deze moorden het voorwerp hebben uitgemaakt van een gerechtelijke procedure;

F.  overwegende dat ambtenaren van een overheidsdienst, waaronder ziekenhuizen en klinieken, verplicht zijn patiënten die noodgevallen van verloskundige aard ondergaan te melden, hetgeen het recht van de patiënt op vertrouwelijkheid schendt en een omgeving schept waarin vrouwen lijden onder stigmatisering; overwegende dat de verplichting om patiënten te melden tot gevolg heeft dat vrouwen die tijdens hun zwangerschap serieuze complicaties hebben, ervoor kiezen geen bijstand van de gezondheidszorg te zoeken uit vrees voor vervolging en een celstraf; overwegende dat het niet melden van een patiënt als een algemeen strafbaar feit wordt beschouwd;

G.  overwegende dat de proportie van gendergebaseerde moorden van vrouwen en meisjes in El Salvador afschuwelijk hoog is; overwegende dat in 2015 en 2016 1 097 vrouwen werden vermoord en tussen januari en juni 2017 201 vrouwen; overwegende dat volgens de Salvadoraanse vrouwenorganisatie voor vrede (ORMUSA) de nationale civiele politie van El Salvador vorig jaar 3 947 klachten van seksueel geweld heeft geregistreerd, waarvan 1 049 gevallen van verkrachting, ook intrafamiliaal, en waarbij 1 873 van de slachtoffers minderjarig of "onbekwaam verklaard" waren;

H.  overwegende dat het aantal tienerzwangerschappen in El Salvador hoog ligt, hetgeen ook te wijten valt aan het gebrek aan seksuele voorlichting op school; overwegende dat seksueel misbruik en verkrachting de voornaamste factoren van een zwangerschap op jonge leeftijd zijn; overwegende dat volgens het Ministerie van Volksgezondheid 1 445 van de zwangere meisjes in 2015 tussen 10 en 14 jaar oud waren;

I.  overwegende dat El Salvador in 1998 abortus in alle omstandigheden strafbaar heeft gesteld, ook wanneer de zwangerschap levensbedreigende complicaties heeft voor de vrouw of het meisje, en in gevallen van verkrachting, incest of een niet-levensvatbare foetus; overwegende bovendien dat in 1999 een grondwetswijziging werd goedgekeurd waarin een embryo als menselijk wezen wordt erkend vanaf "het moment van conceptie"; overwegende dat elke persoon die een abortus verricht of zelf inleidt, zelfs voor het foetale stadium, daarvoor bestraft kan worden met een gevangenisstraf van twee tot acht jaar, maar dat in veel gevallen de openbare aanklagers de aanklacht hebben verzwaard tot "moord met verzwarende omstandigheden", dat met een gevangenisstraf tot 50 jaar kan worden bestraft; overwegende dat wetgeving die abortus onder die omstandigheden mogelijk maakt, sinds oktober 2016 in het nationaal parlement wordt tegengehouden, maar dat er momenteel debatten worden gevoerd om verdere vorderingen te maken;

J.  overwegende dat El Salvador vrouwen en meisjes wegens religieuze, culturele en andere redenen toegang tot een veilige en legale abortus blijft ontzeggen, waardoor hun recht op gezondheid, leven en lichamelijke en psychische integriteit wordt geschonden;

K.  overwegende dat het Ministerie van Onderwijs recent materiaal heeft voorbereid om seksuele en reproductieve gezondheid te integreren in het nationale onderwijsprogramma, maar dat het uiteindelijke materiaal wegens verzet van verschillende krachten daarentegen focust op seksuele onthouding, ondanks het feit dat 42 % van de vrouwen voor de leeftijd van 20 jaar zwanger is geweest;

L.  overwegende dat het risico op moedersterfte in Latijns-Amerika vier keer hoger is bij adolescenten onder 16 jaar; overwegende dat 65 % van de gevallen van obstetrische fistels voorkomt bij zwangerschappen bij jongeren, met ernstige gevolgen voor hun leven, met inbegrip van ernstige gezondheidsproblemen en sociale uitsluiting; overwegende dat zwangerschappen op jonge leeftijd ook gevaarlijk zijn voor de baby's en dat het sterftecijfer bij deze baby's 50 % hoger ligt dan het gemiddelde; overwegende dat tot wel 40 % van de vrouwen in de regio slachtoffer is geweest van seksueel geweld; overwegende dat 95 % van de in Latijns-Amerika uitgevoerde abortussen onveilig is;

M.  overwegende dat het Ministerie van Volksgezondheid meldt dat tussen 2011 en 2015 14 vrouwen zijn gestorven aan complicaties in verband met een abortus, 13 vrouwen zijn overleden ten gevolge van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en 63 vrouwen zijn overleden wegens de huidige abortuswetgeving; overwegende dat zelfmoord de doodsoorzaak is van 57 % van de sterfgevallen van zwangere vrouwen tussen de 10 en 19 jaar oud; overwegende dat veel vrouwen bij complicaties in verband met hun zwangerschap bang zijn om medische hulp te vragen, hetgeen meer sterfgevallen veroorzaakt die vermeden hadden kunnen worden; overwegende dat dit in het bijzonder vrouwen met beperkte economische middelen treft die geen toegang hebben tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg;

N.  overwegende dat Amnesty International en Human Rights Watch melden dat vrouwen die in El Salvador een miskraam of een doodgeboren kind hebben, vaak worden vervolgd op verdenking van een abortus te hebben ondergaan; overwegende dat in dergelijke gevallen vrouwen vaak worden gemeld door medisch personeel en vervolgens in het ziekenhuis worden gearresteerd;

O.  overwegende dat VN-deskundigen hebben gewaarschuwd dat dit besluit van de Salvadoraanse autoriteiten een grove schending inhoudt van het recht van meisjes op leven, gezondheid en lichamelijke en psychische integriteit, waardoor hun economische vooruitzichten en maatschappelijke kansen in gevaar worden gebracht;

P.  overwegende dat het VN-comité inzake economische, sociale en culturele rechten El Salvador in maart 2015 heeft verzocht de abortuswetgeving van het land te herzien en aan te passen en ervoor te zorgen dat deze wetgeving verenigbaar is met andere rechten, zoals het recht op gezondheid en leven; overwegende dat fysiek, seksueel of psychologisch geweld tegen vrouwen een schending van de mensenrechten inhoudt;

Q.  overwegende dat El Salvador actief heeft deelgenomen aan de 61e vergadering van de Commissie van de VN inzake de positie van de vrouw; overwegende dat alle partijen de verklaring van Peking en het bijbehorende actieprogramma moeten blijven bevorderen, onder meer met betrekking tot toegang tot onderwijs en gezondheidszorg als fundamentele mensenrechten, en seksuele en reproductieve rechten;

R.  overwegende dat toezichthoudende instanties van het VN-Verdrag, waaronder het Mensenrechtencomité (HRC) en het Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen er bij diverse Latijns-Amerikaanse staten op hebben aangedrongen uitzonderingen toe te staan op hun strenge abortuswetgeving voor gevallen waarin zwangerschap gevaar oplevert voor het leven of de gezondheid van de zwangere vrouw, gevallen waarin de foetus ernstig beschadigd is en gevallen waarin de zwangerschap het gevolg is van verkrachting of incest;

S.  overwegende dat Zeid Ra'ad Al Hussein, de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN, na zijn bezoek aan El Salvador in november 2017 zijn ernstige bezorgdheid heeft geuit over de situatie van vrouwen en meisjes in het land; overwegende dat hij El Salvador heeft gevraagd een moratorium in te stellen op de toepassing van artikel 133 van het strafwetboek en de gevallen van vrouwen die worden vastgehouden voor misdaden in verband met een abortus, te herzien;

T.  overwegende dat het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, het Verdrag inzake de rechten van het kind en het comité inzake economische, sociale en culturele rechten het verband tussen een onveilige illegale abortus en een hoog moedersterftecijfer expliciet hebben erkend; overwegende dat in het Verdrag tegen foltering wordt gesteld dat staten die een absoluut verbod hebben op abortus in alle omstandigheden, vrouwen en meisjes blootstellen aan omstandigheden waarin zij worden vernederd en wreed worden behandeld;

U.  overwegende dat de universele periodieke doorlichting van de VN aan de Salvadoraanse staat tien aanbevelingen heeft gedaan om zijn abortuswetgeving in overeenstemming te brengen met internationale mensenrechtennormen, die allemaal door de regering werden afgewezen;

V.  overwegende dat volgens de VN-regels voor de behandeling van vrouwelijke gevangenen en niet tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen voor vrouwelijke daders (de regels van Bangkok) vrouwen met kinderen en zwangere vrouwen, indien mogelijk en gepast, niet tot vrijheidsbeneming strekkende straffen moeten krijgen;

W.  overwegende dat het voorkomen van ongeplande zwangerschappen en het terugdringen van het aantal tienermoeders via universele toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg een van de doelstellingen in de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's) is;

1.  uit zijn grote bezorgdheid over de situatie van de mensenrechten van meisjes en vrouwen in El Salvador, met inbegrip van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en veroordeelt alle vormen van geweld tegen vrouwen; herinnert eraan dat er sprake is van een ernstige schending van de mensenrechten en waardigheid van vrouwen en meisjes; benadrukt dat artikel 7 van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (dat El Salvador op 3 maart 2016 geratificeerd) gedwongen zwangerschap als een misdrijf tegen de menselijkheid en een vorm van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen definieert, hetgeen een ernstige schending van de mensenrechten en de waardigheid van vrouwen en meisjes vormt;

2.  verwerpt zeer streng de veroordeling en opsluiting van vrouwen en meisjes die een miskraam of een doodgeboren kind hebben gehad, en vraagt hun onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating; is van mening dat niemand mag worden bestraft op basis van deze veroordelingen;

3.  veroordeelt de vervolging van vrouwen voor abortus, de lange perioden in voorlopige hechtenis en disproportionele strafrechtelijke sancties voor vrouwen die een abortus wensen, alsook de opsluiting van vrouwen kort nadat zij op zoek naar zorg naar het ziekenhuis zijn gegaan, nadat gezondheidswerkers hen bij de autoriteiten melden uit angst om zelf bestraft te worden;

4.  veroordeelt de absolute strafbaarstelling van abortus volgens artikelen 133, 135 en 136 van het strafwetboek en de ernstige en discriminerende gevolgen voor vrouwen die gedwongen zijn hun toevlucht te nemen tot onveilige abortusmethoden, waardoor hun gezondheid en leven ernstig gevaar lopen; vraagt de wetgevende vergadering van El Salvador de aanbevelingen van Zeid Ra'ad Al Hussein, de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN, en de aanbeveling van het Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen om een moratorium in te stellen op de toepassing ervan, te volgen;

5.  vraagt El Salvador ervoor te zorgen dat vrouwen en meisjes toegang hebben tot veilige en legale abortus; vraagt de wetgevende vergadering van El Salvador in dit verband het wetsvoorstel tot wijziging van artikelen 133, 135 en 136 van het strafwetboek te steunen om abortus te decriminaliseren, minstens in gevallen waarin de zwangerschap een gevaar vormt voor het leven of de fysieke of mentale gezondheid van de vrouw of het meisje, waarin de foetus ernstig of fataal beschadigd is of waarin de zwangerschap het resultaat is van verkrachting of incest;

6.  vraagt de autoriteiten van El Salvador een moratorium in te stellen op de handhaving van de huidige wetgeving en de opsluiting van vrouwen die beschuldigd worden van een miskraam, doodgeboorte of misdaden in verband met abortus, te herzien teneinde hun vrijlating te garanderen, een eerlijk proces te waarborgen in abortusgerelateerde procedures zodat verdachte vrouwen hun proces buiten de gevangenis kunnen afwachten, en professionele geheimhouding voor alle gezondheidswerkers en vertrouwelijkheid voor patiënten te garanderen; veroordeelt alle strafmaatregelen tegen vrouwen en meisjes die een abortus wensen, alsook voor gezondheidswerkers en anderen die helpen de procedure te verkrijgen en uit te voeren, en dringt aan op de afschaffing van dergelijke maatregelen;

7.  herinnert aan de plicht van de Salvadoraanse regering om de rechten van haar burgers te beschermen en de rechtsstaat te respecteren met betrekking tot het beginsel van het vermoeden van onschuld, namelijk dat personen in staat van beschuldiging moeten worden behandeld als onschuldig tot het tegendeel bewezen is, en dat de bewijslast op de vervolgende autoriteiten rusten en niet op de individuele verweerster, in overeenstemming met het Statuut van Rome, dat door El Salvador werd geratificeerd; verzoekt de autoriteiten van El Salvador om genderopleidingen te verlenen aan ambtenaren, waaronder leden van de rechterlijke macht; vraagt de EDEO en de Commissie dergelijke inspanningen te steunen en te financieren;

8.  veroordeelt onmenselijke omstandigheden in gevangenissen, zoals foltering, gevangenen in isolatie plaatsen en familiebezoek opschorten; vraagt de Salvadoraanse regering om het Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen foltering te ratificeren als maatregel ter voorkoming van foltering en onmenselijke en vernederende behandeling in alle gevangenissen en detentiecentra; vraagt dat onafhankelijke internationale organisaties toegang krijgen tot de gevangenissen; dringt er bij de Salvadoraanse autoriteiten op aan de voorwaarden te verbeteren van gedetineerde vrouwen, onder meer door hen toegang te verlenen tot hygiëneproducten, en daarmee hun fundamentele mensenrechten te eerbiedigen;

9.  herinnert de regering en de rechterlijke macht eraan dat zij gebonden zijn internationale normen van gelijke toegang tot de rechter en de beginselen voor een eerlijk proces voor iedereen na te leven, en dat schuld pas kan worden vastgesteld na het bekijken van concrete en voldoende bewijsmateriaal; verzoekt de regering voldoende overheidsmiddelen ter beschikking te stellen ter ondersteuning van de vertegenwoordiging in rechte van degenen die zich dit niet kunnen veroorloven;

10.  verzoekt de rechterlijke macht om te zorgen voor een eerlijk proces met alle garanties voor Teodora del Carmen Vásquez en Evelyn Beatriz Hernández Cruz en hun beslissingen te vernietigen; uit zijn solidariteit met de campagne "Las 17", vrouwen die onterecht gevangen zijn gezet voor straffen tot 40 jaar voor wat neerkomt op miskramen, doodgeboorten en andere verloskundige complicaties; betuigt zijn solidariteit met alle Salvadoraanse vrouwen die om soortgelijke redenen worden vervolgd of wegens "moord met verzwarende omstandigheden" werden veroordeeld; vraagt de bevoegde autoriteiten alle gevallen te herzien met het oog op de verlening van gratie;

11.  spreekt zijn grote bezorgdheid uit over het grote aantal zwangerschappen bij kinderen in El Salvador; dringt er bij de Salvadoraanse autoriteiten op aan hun internationale verplichtingen na te komen en de mensenrechten te beschermen door te waarborgen dat alle meisjes toegang hebben tot alle mogelijke informatie en medische diensten ten behoeve van risicozwangerschappen ten gevolge van verkrachting;

12.  vindt het betreurenswaardig dat de lichamen van vrouwen en meisjes, met name als het gaat om hun seksuele gezondheid en reproductieve rechten, nog altijd een ideologisch slagveld vormen, en verzoekt El Salvador om het onvervreemdbare recht van vrouwen en meisjes op lichamelijke integriteit en autonome besluitvorming, onder meer ten aanzien van het recht op vrijwillige gezinsplanning en het recht op veilige en wettige abortus, te erkennen; is van oordeel dat het algemene verbod op therapeutische abortus en abortus in geval van zwangerschappen die het gevolg zijn van verkrachting of incest, alsmede de weigering om te zorgen voor gratis gezondheidszorg in geval van verkrachting, neerkomt op foltering;

13.  looft de goedkeuring van de Speciale alomvattende wet inzake een geweldloos leven voor vrouwen na een verenigde, partijoverschrijdende stemming door vrouwelijke leden van de Salvadoraanse wetgevende vergadering, en herinnert de Salvadoraanse autoriteiten eraan dat deze wet volledig moet worden ten uitvoer gelegd, in het bijzonder wat de bescherming van vrouwen en meisjes tegen geweld betreft;

14.  is ingenomen met de recente invoering van het beleid van El Salvador op het vlak van seksuele en reproductieve gezondheid en het nieuwe programma "Ciudad Mujer", dat over het hele land diensten heeft ontwikkeld voor 1,5 miljoen mensen, in het bijzonder via bewustmaking en voorlichting over seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, steunt haar inspanningen en dringt er bij de regering van El Salvador op aan te zorgen voor toegang tot moderne contraceptie-informatie en -diensten en inspanningen te leveren om alomvattende seksuele voorlichting te verstrekken op openbare scholen;

15.  dringt er bij de Raad op aan vaart te zetten achter zijn werkzaamheden zodat de EU het Verdrag van Istanbul kan ratificeren en uitvoeren ter garantie van coherentie tussen de interne en de externe maatregelen van de EU op het gebied van geweld tegen kinderen, vrouwen en meisjes;

16.  verzoekt de Raad om het onderwerp "veilige en legale abortus" op te nemen in de EU-richtsnoeren inzake geweld tegen vrouwen en meisjes; verzoekt de Commissie te waarborgen dat in het kader van de Europese ontwikkelingssamenwerking een op de mensenrechten gebaseerde aanpak wordt gevolgd, met bijzondere aandacht voor gendergelijkheid en de bestrijding van alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes; benadrukt dat universele toegang tot gezondheid, in het bijzonder tot seksuele en reproductieve gezondheid en tot de daarmee verband houdende rechten, een fundamenteel mensenrecht is;

17.  vraagt de staatshoofden en regeringsleiders van de EU-Celac (Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische Staten) tijdens hun top het hoofdstuk over gendergerelateerd geweld in het actieplan EU-Celac te versterken teneinde een duidelijk tijdschema voor actie op te stellen en maatregelen te nemen ter waarborging van zorgvuldigheid in verband met de preventie van en het onderzoek naar en de bestraffing voor alle daden van geweld tegen vrouwen en de slachtoffers passende compensatie te bieden;

18.  is ingenomen met de inspanningen van de delegatie van de EU in El Salvador om het gesprek aan te gaan met de nationale autoriteiten over vrouwenrechten, waaronder de strafbaarstelling van abortus; dringt erop aan deze kwestie als een hoge prioriteit te beschouwen en vraagt de EDEO regelmatig aan het Parlement verslag uit te brengen over werkzaamheden op dit vlak; dringt erop dat de EU-delegatie alle passende steun verleent aan de vrouwen die in de gevangenis zitten voor abortusgerelateerde misdaden, waaronder regelmatige bezoeken, steun aan hun familieleden en het bieden van rechtsbijstand;

19.  herinnert de EU aan haar engagement binnen het kader voor gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen via de externe betrekkingen van de EU 2016-2020; vraagt de EDEO de herziening van de zaken ter plaatse nauwgezet te volgen en verzoekt de Commissie te waarborgen dat in het kader van de Europese ontwikkelingssamenwerking een op de mensenrechten gebaseerde aanpak wordt gevolgd, met bijzondere aandacht voor gendergelijkheid en de bestrijding van alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes; vraagt de EU-lidstaten en -instellingen meer steun te verlenen aan lokale mensenrechtenactivisten en ngo's die ijveren voor de rechten van vrouwen en meisjes, in het bijzonder seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en familieplanning in El Salvador, met inbegrip van de financiering;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de autoriteiten van de Republiek El Salvador, het Bureau van de hoge commissaris van de VN voor de mensenrechten van de VN, het Centraal-Amerikaanse Parlement, het Latijns-Amerikaanse Parlement, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0502.

(2)

PB L 224 van 6.9.2003, blz. 1.

Juridische mededeling