Procedure : 2018/2513(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0045/2018

Ingediende teksten :

RC-B8-0045/2018

Debatten :

PV 18/01/2018 - 4.1
CRE 18/01/2018 - 4.1

Stemmingen :

PV 18/01/2018 - 6.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0013

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 288kWORD 56k
17.1.2018
PE614.347v01-00}
PE614.351v01-00}
PE614.352v01-00}
PE614.353v01-00}
PE614.355v01-00} RC1
 
B8-0045/2018}
B8-0049/2018}
B8-0050/2018}
B8-0051/2018}
B8-0053/2018} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

PPE (B8‑0045/2018)

ECR (B8‑0049/2018)

S&D (B8‑0050/2018)

Verts/ALE (B8‑0051/2018)

ALDE (B8‑0053/2018)


over Nigeria (2018/2513(RSP))


Cristian Dan Preda, Tunne Kelam, Andrzej Grzyb, David McAllister, Sandra Kalniete, Tomáš Zdechovský, Pavel Svoboda, Ivan Štefanec, Elisabetta Gardini, Jaromír Štětina, Krzysztof Hetman, Claude Rolin, Michaela Šojdrová, Dubravka Šuica, Brian Hayes, Thomas Mann, Laima Liucija Andrikienė, Eduard Kukan, Romana Tomc, Patricija Šulin, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Francis Zammit Dimech, Bogdan Brunon Wenta, Adam Szejnfeld, Roberta Metsola, Milan Zver, Eva Maydell, Csaba Sógor, Ivana Maletić, Giovanni La Via, Joachim Zeller, Lars Adaktusson, Andrey Kovatchev, Marijana Petir, Deirdre Clune, Ramona Nicole Mănescu, Jiří Pospíšil, László Tőkés, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Manolis Kefalogiannis, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Stanislav Polčák namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Soraya Post, Cécile Kashetu Kyenge namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Karol Karski, Ruža Tomašić, Valdemar Tomaševski, Notis Marias, Monica Macovei, Anna Elżbieta Fotyga, Jana Žitňanská, Branislav Škripek namens de ECR-Fractie
Catherine Bearder, Nedzhmi Ali, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, Nathalie Griesbeck, Marian Harkin, Filiz Hyusmenova, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Louis Michel, Javier Nart, Norica Nicolai, Urmas Paet, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Cecilia Wikström, Valentinas Mazuronis, Robert Rochefort namens de ALDE-Fractie
Judith Sargentini, Maria Heubuch, Heidi Hautala, Jean Lambert, Michèle Rivasi, Bart Staes, Ernest Urtasun, Barbara Lochbihler, Jordi Solé, Davor Škrlec, Bodil Valero, Igor Šoltes, Bronis Ropė, Michel Reimon namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Piernicola Pedicini, Isabella Adinolfi, Rolandas Paksas
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over Nigeria (2018/2513(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Nigeria,

–  gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat Nigeria op 22 juni 1983 heeft geratificeerd,

–  gezien de grondwet van de Federale Republiek Nigeria en met name de bepalingen over bescherming van de godsdienstvrijheid die zijn opgenomen in Hoofdstuk IV over het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst,

–  gezien de conclusies van de Raad van 12 mei 2014 over de ontvoeringen in Nigeria en van 9 februari 2015 over de verkiezingen in Nigeria,

–  gezien de toespraak van president Muhammadu Buhari voor het Europees Parlement van 3 februari 2016,

–  gezien het besluit om Boko Haram toe te voegen aan de EU-lijst van terroristische organisaties, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 583/2014 van de Commissie van 28 mei 2014 tot 214e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa'ida-netwerk, die van kracht werd op 29 mei 2014,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) Federica Mogherini van 7 mei 2017 over de vrijlating van de meisjes die zijn ontvoerd door Boko Haram in Nigeria,

–  gezien de VN-Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie en overtuiging van 1981,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, dat op 29 oktober 1993 door Nigeria werd geratificeerd,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind van 1989, dat in april 1991 door Nigeria werd geratificeerd,

–  gezien de tweede herziening van de Overeenkomst van Cotonou, die Nigeria op 27 september 2010 heeft geratificeerd,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien de toekenning van de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken van het Europees Parlement aan mensenrechtenverdediger Hauwa Ibrahim in 2005,

–  gezien de uitslag van de presidentsverkiezingen in Nigeria van maart 2015,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Nigeria, het land met de grootste bevolking en de grootste culturele verscheidenheid van Afrika (met een bevolkingsgroei van 33 miljoen in 1950 tot ongeveer 190 miljoen nu), volgens schattingen van de VN tegen 2050 qua bevolking het op twee na grootste land ter wereld wordt, na China en India;

B.  overwegende dat Nigeria het land is met de grootste christelijke bevolking van Afrika;

C.  overwegende dat de bevolking van Nigeria bijna evenveel moslims als christenen telt;

D.  overwegende dat naar schatting 30 miljoen christenen in Noord-Nigeria leven en dat zij de grootste religieuze minderheid vormen in deze voornamelijk islamitische regio;

E.  overwegende dat het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA) in november 2017 heeft gemeld dat in Noordoost-Nigeria 8,5 miljoen mensen behoefte hadden aan levensreddende bijstand en dat in 2017 humanitaire hulp werd verstrekt aan 6,9 miljoen mensen;

F.  overwegende dat de Middle Belt-regio in Nigeria al jaren gebukt gaat onder economische en politieke spanningen tussen etnische en religieuze gemeenschappen, waarbij het geweld onlangs is opgelaaid vanwege de strijd tussen herders- en boerengemeenschappen om de macht en de toegang tot land;

G.  overwegende dat de vrede en de stabiliteit in Noord-Nigeria sinds 2009 worden bedreigd door de aanhoudende aanvallen, moorden en ontvoeringen door de islamistische groepering Boko Haram;

H.  overwegende dat sinds Boko Haram met de aanvallen is gestart, meer dan 20 000 mensen vermoord zijn en ruim 2 miljoen mensen ontheemd zijn of naar buurlanden zijn moeten vluchten;

I.  overwegende dat Boko Haram 276 meisjes heeft ontvoerd uit hun school in Chibok (Noord-Nigeria) in april 2014, van wie sommige weer bij hun familie wonen, maar een aanzienlijk aantal nog steeds op een onbekende locatie wordt vastgehouden;

J.  overwegende dat vrouwen en meisjes door Boko Haram tot slaaf zijn gemaakt, zijn verkracht, zijn geradicaliseerd en tot "huwelijken" zijn gedwongen; overwegende dat velen van wie deze afschuwwekkende gebeurtenissen hebben overleefd, door verkrachting zwanger zijn geraakt;

K.  overwegende dat de veiligheidstroepen ook zijn beschuldigd van het verstoren van vreedzaam protest en bijeenkomsten, in sommige gevallen met machtsvertoon en buitensporig geweld;

L.  overwegende dat het voorbije jaar talrijke ontvoeringen van geestelijken en zusters hebben plaatsgevonden, waaronder de ontvoering in Iguoriakhi op 13 november 2017 van zes zusters uit het klooster van het Eucharistisch Hart van Jezus, die onlangs werden vrijgelaten;

M.  overwegende dat 14 mensen gedood zijn en vele anderen gewond zijn geraakt in Omoku, toen zij op nieuwjaarsdag in de vroege ochtend terugkeerden van een kerkdienst; overwegende dat het aantal doden zowel bij de christenen als bij de moslims recent is gestegen, wat de onrustwekkende toestand van beide geloofsgemeenschappen in het land benadrukt;

N.  overwegende dat de conflicten tussen herders- en boerengemeenschappen in Nigeria het afgelopen decennium talrijker, meer verspreid en intenser zijn geworden en vandaag een bedreiging vormen voor het nationale voortbestaan; overwegende dat duizenden mensen zijn gedood, gemeenschappen zijn verwoest en een groot aantal boeren en herders het leven hebben gelaten of hun eigendom kwijt zijn vanwege de escalatie van moord en vernieling die niet alleen de bestaansmiddelen vernietigt, maar ook negatieve gevolgen heeft voor de nationale cohesie;

O.  overwegende dat het voortbestaan van de nomadische veeteelt op lange termijn wordt bedreigd door de hoge bevolkingsgroei, de uitbreiding van de landbouw en het verlies van weidegronden en trekroutes; overwegende dat de nomadische veeteelt terzelfder tijd niet mag worden beëindigd of verboden, aangezien het bestaan ervan berust op sterke culturele, politieke en economische argumenten;

P.  overwegende dat het Internationaal Strafhof (ICC) heeft verklaard dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat Boko Haram in Nigeria misdrijven tegen de menselijkheid in de zin van artikel 7 van het Statuut van Rome heeft begaan, waaronder moord en vervolging;

Q.  overwegende dat Nigeria beschikt over een complex rechtsstelsel, met een combinatie van gemeen recht, gewoonterecht en religieus recht, en over verschillende bestuursniveaus, zodat het moeilijk is om de mensenrechten naar behoren te handhaven;

R.  overwegende dat verantwoordingsplicht, rechtvaardigheid, de rechtsstaat en de bestrijding van straffeloosheid essentiële elementen zijn ter ondersteuning van inspanningen met het oog op vrede, conflictoplossing, verzoening en heropbouw;

S.  overwegende dat de doodstraf wettelijk is in Nigeria; overwegende dat in Nigeria het aantal ter dood veroordeelden 527 bedroeg in 2016, drie keer meer dan in 2015; overwegende dat er sinds 2006 een feitelijk moratorium op de doodstraf van kracht was, dat evenwel werd onderbroken in 2013 en 2016;

T.  overwegende dat de onafhankelijke nationale kiescommissie van Nigeria heeft aangekondigd dat presidents- en parlementsverkiezingen zullen worden gehouden op 16 februari 2019;

U.  overwegende dat de organisatie Transparency International Nigeria op de 136e plaats inschaalde van de 175 landen in haar corruptieperceptie-index van 2016;

V.  overwegende dat de EU uit hoofde van artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou een regelmatige politieke dialoog met Nigeria aangaat over mensenrechten en democratische beginselen, dus ook over etnische, religieuze en raciale discriminatie;

1.  maakt zich grote zorgen over de toenemende interetnische conflicten tussen herders en boeren in de Middle Belt-regio die hebben geleid tot een toename van de veiligheidsproblemen waarvoor Nigeria zich al gesteld zag, en betreurt het gebrek aan echte vooruitgang bij de aanpak van deze problemen;

2.  spreekt zijn krachtige veroordeling uit over de toename van geweld tegen christenen en moslims in Nigeria, inclusief het viseren van religieuze instellingen en gelovigen, zoals bij de recente moord op minstens 48 christenen in verschillende dorpen in Plateau State en de bomaanslag in de moskee in Mubi (Noordoost-Nigeria), waarbij minstens 50 mensen omkwamen; verzoekt president Buhari en de Nigeriaanse regering hun inspanningen op te voeren om een einde te maken aan het geweld, het recht van de Nigerianen op vrije geloofsbeleving te verdedigen en de rechten van al hun burgers afdoende te beschermen, overeenkomstig de wetten en de grondwet van het land; betuigt zijn medeleven aan de families van alle slachtoffers van het aanhoudende geweld; herinnert er bovendien aan dat het samenleven van herders en boeren tot de jaren zeventig vreedzaam is verlopen en betreurt dat het huidige geweld, dat verband houdt met de toegang tot land en verergerd is door het verdwijnen van doeltreffende bemiddelingsregelingen, nu wordt afgeschilderd als een religieus conflict, wat een te eenvoudige voorstelling van zaken is;

3.  verzoekt de regering met klem zich toe te leggen op de bescherming van de mensenrechten en de menselijke waardigheid op alle beleidsgebieden om het vreedzame samenleven van alle burgers te waarborgen, ongeacht hun godsdienst, overtuigingen en politieke banden;

4.  verzoekt de Nigeriaanse regering met klem via onderhandelingen te komen tot een nationaal beleidskader dat de belangen van zowel boeren als herders beschermt, en verzoekt de internationale partners meer middelen te investeren in het voorkomen en oplossen van de intercommunale conflicten tussen veehoeders en boeren, door het ondersteunen van samenwerking door middel van gezamenlijke initiatieven op het gebied van economisch beheer en het beheer van de natuurlijke hulpbronnen;

5.  betreurt het aanhoudende geweld en de aanvallen in Noord-Nigeria die gericht waren tegen christelijke gemeenschappen; merkt op dat Boko Haram moslims, christenen en andere geloofsgemeenschappen zonder onderscheid heeft aangevallen;

6.  merkt op dat het Nigeriaanse leger grondgebied van Boko Haram heeft heroverd en een aantal leden ervan heeft gearresteerd, maar dat de niet-militaire inspanningen van de regering in de strijd tegen Boko Haram nog maar pas op gang aan het komen zijn;

7.  verzoekt de regering Buhari met klem om haar burgers te beschermen tegen terrorisme, maar benadrukt dat dergelijke acties moeten worden uitgevoerd met volledige eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat; is ingenomen met de vooruitgang van de regering Buhari inzake de veiligheidsproblemen waarvoor Nigeria zich gesteld ziet en inzake de aanpak van de corruptie; biedt zijn steun aan om deze doelstelling te realiseren en te proberen de koppeling te verbreken tussen corrupte praktijken en terrorisme;

8.  wijst er evenwel nogmaals op dat de maatregelen van de regering tegen Boko Haram en andere terroristische organisaties niet nog meer geweld mogen veroorzaken; dringt in dit verband aan op een hervorming van de nationale veiligheidstroepen van Nigeria, met inbegrip van de politie, en op het voeren van onderzoeken naar de verantwoordelijken voor alle mensenrechtenschendingen, waaronder buitengerechtelijke executies, foltering, willekeurige arrestatie en aan afpersing gerelateerd misbruik;

9.  verzoekt de Nigeriaanse regering met klem de onderliggende oorzaken van het geweld aan te pakken door te zorgen voor gelijke rechten voor alle burgers en voor niet-discriminerende wetgeving;

10.  veroordeelt het seksueel en gendergerelateerd geweld waarbij Boko Haram en andere terroristische groeperingen zich richten tegen vrouwen en meisjes, die het slachtoffer worden van ontvoering, gedwongen huwelijk of verkrachting of een zelfmoordaanslag moeten plegen; spreekt er bovendien zijn bezorgdheid over uit dat de ontoereikende humanitaire hulp in vluchtelingenkampen ook tot een groot aantal gevallen van uitbuiting en seksueel misbruik heeft geleid;

11.  roept de Nigeriaanse autoriteiten op de nodige psychosociale steun te verlenen aan de slachtoffers van het radicaliseringsprobleem, in het bijzonder vrouwen, kinderen en jongeren, voor zij in de samenleving re-integreren; dringt aan op gezamenlijke inspanningen van alle internationale actoren voor de preventie van radicalisering die tot gewelddadig extremisme leidt, en voor de ontwikkeling van rehabilitatie- en deradicaliseringsprogramma's;

12.  spoort aan tot grotere vooruitgang bij de aanpak van de corruptie die de Nigeriaanse samenleving al decennia lam legt en is van mening dat de regering Buhari haar bredere politieke, economische en sociale agenda niet kan verwezenlijken zonder kordaat op te treden om aan dergelijke misdrijven een einde te maken; verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten met klem de maatregelen om de corruptie aan te pakken te versterken en benadrukt dat, als dit niet gebeurt, dit zal leiden tot bijkomende jaren van armoede, ongelijkheid, reputatieschade, minder externe investeringen en minder kansen in het leven van de burgers; herinnert eraan dat corruptie leidt tot ontevredenheid over overheidsinstellingen en tot aantasting van de legitimiteit van de overheid in de ogen van de burgers;

13.  dringt aan op verbeteringen om het Nigeriaanse gerechtelijk apparaat efficiënter en onafhankelijker te laten functioneren, zodat het strafrecht doeltreffend kan worden aangewend in de strijd tegen geweld, terrorisme en corruptie;

14.  doet een dringende oproep aan de Nigeriaanse autoriteiten om een moratorium op de doodstraf in te stellen in het vooruitzicht van de afschaffing ervan;

15.  herinnert de regering van Nigeria eraan dat zij verantwoordelijk is om ervoor te zorgen dat verkiezingen worden gehouden in overeenstemming met de internationale mensenrechtenverplichtingen van het land, en om alle nodige maatregelen te treffen om te zorgen voor vrije, transparante en geloofwaardige verkiezingen;

16.  verzoekt de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de lidstaten toe te zien op de re-integratie van Nigeriaanse terugkeerders uit Libië en ervoor te zorgen dat de voorziene EU-steun doeltreffend wordt besteed; roept de Commissie op het Parlement op de hoogte te houden van deze maatregelen voor re-integratie;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president van de Federale Republiek Nigeria, de voorzitter van de Afrikaanse Unie, de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, het Pan-Afrikaanse Parlement en de vertegenwoordigers van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas).

 

Laatst bijgewerkt op: 17 januari 2018Juridische mededeling