Procedure : 2018/2711(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0244/2018

Ingediende teksten :

RC-B8-0244/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 31/05/2018 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0238

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 152kWORD 50k
29.5.2018
PE621.628v01-00}
PE621.632v01-00}
PE621.633v01-00}
PE621.636v01-00}
PE621.637v01-00} RC1
 
B8-0244/2018}
B8-0248/2018}
B8-0249/2018}
B8-0251/2018}
B8-0252/2018} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

B8‑0244/2018 (PPE)

B8‑0248/2018 (S&D)

B8‑0249/2018 (ECR)

B8‑0251/2018 (ALDE)

B8‑0252/2018 (EFDD)


over de situatie in Nicaragua (2018/2711(RSP))


Luis de Grandes Pascual, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Gabriel Mato, Cristian Dan Preda, Lorenzo Cesa, Esteban González Pons, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Tunne Kelam, Ivan Štefanec, Eduard Kukan, José Inácio Faria namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Ramón Jáuregui Atondo, Francisco Assis namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Ruža Tomašić, Valdemar Tomaševski, Jan Zahradil, Pirkko Ruohonen-Lerner, Monica Macovei, Anna Elżbieta Fotyga namens de ECR-Fractie
Dita Charanzová, Nedzhmi Ali, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Gérard Deprez, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Pavel Telička, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans namens de ALDE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nicaragua (2018/2711(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Nicaragua, met name die van 18 december 2008(1), 26 november 2009(2) en 16 februari 2017(3),

–  gezien de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika van 2012,

  gezien het landenstrategiedocument en het indicatief meerjarenprogramma van de EU voor 2014-2020 voor Nicaragua,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

  gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenactivisten van juni 2004,

  gezien de grondwet van Nicaragua,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 19 november 2016 over de definitieve verkiezingsuitslag in Nicaragua,

–  gezien de verklaringen van de woordvoerder van de VV/HV van 22 april 2018 en 15 mei 2018 over Nicaragua,

–  gezien het persbericht over de mensenrechtensituatie in Nicaragua van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR) van 27 april 2018,

–  gezien het bezoek van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) van 17 t/m 21 mei 2018 om de situatie in Nicaragua te onderzoeken en haar voorlopige verklaring van 21 mei 2018,

–  gezien de verklaring over geweld tijdens de protesten in Nicaragua van de woordvoerder van het VN-Bureau voor de mensenrechten, Liz Throssell, van 20 april 2018,

–  gezien het persbericht over het onderzoeksbezoek aan Nicaragua van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van 14 mei 2018,

–  gezien het verslag van het secretariaat-generaal van de OAS over Nicaragua van 20 januari 2017 en zijn verklaring van 22 april 2018 waarin het geweld in Nicaragua wordt veroordeeld,

  gezien de verschillende persberichten van de bisschoppenconferentie van Nicaragua, in het bijzonder het laatst gepubliceerde bericht van 23 mei 2018,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat naar verluidt ten minste 84 personen zijn gedood, meer dan 860 personen gewond zijn geraakt en 400 personen zijn gearresteerd ten gevolge van de door studenten geleide vreedzame protesten die zijn begonnen op 18 april 2018 als verzet tegen de hervormingen van het socialezekerheidsstelsel zoals aangekondigd door president Daniel Ortega; overwegende dat de meeste slachtoffers schotwonden aan het hoofd, de nek, de borst of de buik vertoonden, wat sterk wijst op standrechtelijke executies; overwegende dat de Nicaraguaanse autoriteiten de betogers in het openbaar "vandalen" hebben genoemd en hen van "politieke manipulatie" hebben beschuldigd;

B.  overwegende dat de heer Ortega op 23 april 2018 aangekondigd heeft de hervorming van de sociale zekerheid stop te zetten, maar dat de protesten daarop veranderden in een algemene aanhoudende onrust en oproepen tot een interim-regering en het herstel van de democratische orde; overwegende dat de ontevredenheid en het openlijke conflict voorts worden veroorzaakt door de sterke toename van exportgerichte "extractivistische" activiteiten;

C.  overwegende dat op 20 april 2018 zeshonderd studenten in de oude kathedraal van Managua zijn aangevallen door de anti-oproerpolitie en een groep leden van het Sandinistisch Front voor Nationale Bevrijding die volledig straffeloos en met medeweten en toestemming van de politie handelde; overwegende dat de IACHR melding heeft gemaakt van aanvallen op het terrein van vier universiteiten (UCA, UPOLL, UNA en UNAN);

D.  overwegende dat het hoge aantal gewonden de meedogenloze repressie van de openbare autoriteiten aan het licht brengt, waarmee zij de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid zoals opgenomen in het internationale recht, evenals de normen waarin grenzen aan het gebruik van geweld worden gesteld, schenden; overwegende dat het hoofd van de nationale politie van Nicaragua, Aminta Granera, vanwege het buitensporige gebruik van geweld is afgetreden;

E.  overwegende dat media die over de protesten bericht gaven op willekeurige wijze door de regering zijn gesloten en journalisten die zich kritisch hadden geuit zijn geïntimideerd en vastgezet; overwegende dat de aanval van de Nicaraguaanse autoriteiten op de vrije meningsuiting en de intimidatie van oppositieleiders is veroordeeld als aanval op de burgerlijke vrijheden; overwegende dat de journalist Angel Gahona is doodgeschoten terwijl hij een live-uitzending presenteerde;

F.  overwegende dat mensenrechtenorganisaties een groot aantal klachten hebben ontvangen over het gebrek aan hulp en behandeling voor gewonde demonstranten in openbare ziekenhuizen;

G.  overwegende dat de voorzitter van de Nationale Vergadering, Gustavo Porras, op 27 april 2018 aankondigde dat er een waarheidscommissie zou worden ingesteld om de gebeurtenissen rondom de protesten te onderzoeken; overwegende dat op 6 mei 2018 een raad van zeven wetgevers, van wie er vijf tot de partij van president Ortega behoren, de vijf leden van de commissie hebben geselecteerd en de Nationale Vergadering hun aanstelling heeft goedgekeurd;

H.  overwegende dat de IACHR van 17 t/m 21 mei 2018 een bezoek bracht aan Nicaragua; overwegende dat zij bewijzen heeft verzameld van illegale en willekeurige arrestaties, martelpraktijken, vormen van wrede, onmenselijke en onterende behandeling, censuur en aanvallen op de pers, en andere vormen van intimidatie zoals bedreigingen, treiterijen en vervolging, die erop waren gericht de protesten te ontbinden en deelname van burgers te verhinderen;

I.  overwegende dat de op 16 mei 2018 begonnen nationale dialoog tussen de heer Ortega en de Nicaraguaanse oppositie en maatschappelijke groeperingen met bemiddeling van de katholieke kerk geen uitweg uit de crisis heeft gebracht en is onderbroken, aangezien de onderhandelaars van de regering weigerden de door de bemiddelaars gepresenteerde agenda met 40 punten te bespreken, die een routekaart naar democratische verkiezingen omvatte, met inbegrip van hervormingen van de kieswet, vervroegde verkiezingen en een verbod op de herverkiezing van de president; overwegende dat werd voorgesteld een gezamenlijke commissie op te richten bestaande uit zes afgevaardigden: drie van de regering en drie van het platform "Alianza Cívica por la Justicia y la Democracia";

J.  overwegende dat de heer Ortega sinds 2007 drie opeenvolgende keren tot president is verkozen, ondanks het feit dat op grond van de Nicaraguaanse grondwet opeenvolgende herverkiezing verboden is, waaruit blijkt dat het land de weg van corruptie en autoritarisme is ingeslagen; overwegende dat de onregelmatigheden tijdens de verkiezingen in 2011 en 2016, tijdens welke noch de EU-instellingen of de OAS, noch andere geloofwaardige internationale waarnemers aanwezig waren, door eerstgenoemden ernstig zijn bekritiseerd;

K.  overwegende dat corruptie in de openbare sector, waarbij ook verwanten van de heer Ortega betrokken zijn, een van de grootste uitdagingen blijft; overwegende dat omkoping van ambtenaren, onwettige inbeslagname en willekeurige beoordelingen door douane- en belastingautoriteiten zeer vaak voorkomen; overwegende dat legitieme bezorgdheden over nepotisme binnen de Nicaraguaanse regering werden geuit; overwegende dat mensenrechtengroeperingen de geleidelijke concentratie van de macht als gevolg van het éénpartijstelsel en de uitholling van de overheidsinstellingen hebben veroordeeld;

L.  overwegende dat Nicaragua het afgelopen decennium een terugval van de democratie en de rechtsstaat heeft gekend; overwegende dat de ontwikkeling en consolidatie van de democratie en de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden integraal deel moeten uitmaken van het extern beleid van de EU, met inbegrip van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika van 2012;

1.  veroordeelt de harde repressie en intimidatie in Nicaragua van vreedzame betogers tegen de hervorming van het socialezekerheidsstelsel, met vele doden, vermissingen en willekeurige arrestaties tot gevolg, waaraan de Nicaraguaanse autoriteiten, krijgsmacht, politie en gewelddadige groepen die de overheid steunen zich schuldig hebben gemaakt; herinnert alle veiligheidstroepen in Nicaragua aan hun plicht om, bovenal, de burgers te beschermen;

2.  drukt zijn medeleven uit aan de families van al diegenen die tijdens de demonstraties zijn gedood of gewond zijn geraakt;

3.  roept de Nicaraguaanse autoriteiten ertoe op een einde te maken aan de gewelddaden tegen personen die hun recht op vrijheid van meningsuiting en hun recht op vergadering uitoefenen; verzoekt ook de demonstranten en maatschappelijke organisaties die de protesten leiden af te zien van het gebruik van geweld bij de uitoefening van hun rechten; spoort de Nicaraguaanse autoriteiten ertoe aan al diegenen die op willekeurige wijze zijn vastgezet vrij te laten, alle getroffen familieleden te compenseren en garanties te bieden dat zij niet strafrechtelijk zullen worden vervolgd; dringt er bij de overheidsautoriteiten op aan om geen publieke uitlatingen te doen waarin betogers, mensenrechtenverdedigers en journalisten worden gestigmatiseerd en om staatsmedia niet te gebruiken voor overheidscampagnes die het geweld kunnen aanwakkeren;

4.  roept de Nicaraguaanse autoriteiten ertoe op onverwijld in te stemmen met een internationaal, onafhankelijk en transparant onderzoek om de verantwoordelijken voor de repressie en sterfgevallen tijdens de protesten te kunnen vervolgen; is in dit verband verheugd over het bezoek van de IACHR aan Nicaragua en drukt zijn bezorgdheid uit over de conclusies van haar voorlopige verslag; spoort de internationale gemeenschap ertoe aan een actieve rol te spelen bij het ter verantwoording roepen van de verantwoordelijken;

5.  vraagt de Nicaraguaanse regering het gezag van de commissie voor het monitoren van de uitvoering van de aanbevelingen van de IACHR te erkennen en te bevestigen en een tijdsschema voor nieuwe bezoeken van de IACHR vast te stellen; verzoekt om de instelling van een openbaar opnameregister in ziekenhuizen, zoals verzocht door de IACHR;

6.  spoort de Nicaraguaanse autoriteiten aan om alle spelers in de samenleving, waaronder oppositiepartijen, journalisten en mensenrechtenverdedigers, met inbegrip van milieuactivisten en het maatschappelijk middenveld, voldoende ruimte te bieden om hun werk vrijelijk te kunnen doen, op grond van het internationale recht, om de omstandigheden te creëren waarin alle betrokkenen de situatie in het land kunnen bespreken en de mensrenrechtensituatie in het land kan worden beschermd; herinnert eraan dat de volledige participatie van de oppositie, de depolarisering van de rechterlijke macht, het einde van de straffeloosheid en de pluraliteit van de media essentiële factoren zijn voor het herstellen van de democratische orde in het land;

7.  betreurt dat de mediavrijheid in Nicaragua is geschonden, zowel voor als tijdens de protesten; acht de inbeslagneming van mediakanalen door de autoriteiten tijdens de protesten onaanvaardbaar; verzoekt de regering om de vrijheid van de media en de vrijheid van meningsuiting in het land volledig in ere te herstellen en ervoor te zorgen dat journalisten niet meer worden lastiggevallen;

8.  neemt kennis van de recente totstandbrenging van een nationale dialoog en de instelling van een waarheidscommissie, waaraan onafhankelijke actoren uit alle sectoren, evenals internationale actoren moeten deelnemen; betreurt het mislukken van de eerste ronde van de nationale dialoog vanwege de beperkingen die door de Nicaraguaans regering werden opgelegd en spreekt de hoop uit dat de recente hervatting van de dialoog een kans biedt om de crisis op te lossen en het geweld te beëindigen; benadrukt dat elke dialoog moet plaatsvinden zonder geweld of repressie en met eerbieding van de wet en grondwet en het beginsel dat de wet alleen gewijzigd kan worden in overeenstemming met de uit hoofde van de wet vastgestelde procedures;

9.  keurt de illegale maatregelen af waardoor het rechtsstelsel is geschonden en grondwetswijzingen zijn doorgevoerd waarmee de beperkingen van de ambtstermijn van de president zijn weggenomen, hetgeen het voortdurende presidentschap van de heer Ortega mogelijk heeft gemaakt en het recht op democratische verkiezingen duidelijk heeft geschonden; benadrukt de noodzaak van sterke democratische instellingen, vrijheid van vergadering en politieke verscheidenheid; roept in dit verband op tot een hervorming van het kiesstelsel die moet leiden tot eerlijke, transparante en geloofwaardige verkiezingen in overeenstemming met de internationale normen, als manier om de politieke crisis op te lossen;

10.  roept de autoriteiten ertoe op de strijd aan te gaan tegen de ongeremde corruptie in Nicaraguaanse politieke kringen, die de werking van alle openbare instellingen aantast en buitenlandse investeringen beperkt; roept op tot de tenuitvoerlegging van de anti-corruptiewetgeving van Nicaragua, waaronder de wetgeving betreffende omkoping, ambtsmisbruik en betalingen voor versoepeling van procedures; is bezorgd over de betrokkenheid van president Ortega bij andere conflicten in de regio; doet een beroep op de Nicaraguaanse autoriteiten tot ondertekening en ratificatie van het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof;

11.  wijst erop dat Nicaragua er, gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika, aan moet worden herinnerd dat het de beginselen van de rechtsstaat, democratie en mensenrechten, die zijn vastgelegd in de mensenrechtenclausule van de overeenkomst, moet eerbiedigen; dringt er bij de EU op aan de situatie op de voet te volgen en in voorkomend geval te beoordelen welke maatregelen moeten worden genomen; waarschuwt voor de ernstige gevolgen die de mensenrechtenschendingen kunnen hebben op het gebied van politiek, economie en investeringen;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse staten, de Euro-Latijns-Amerikaanse parlementaire vergadering, het Midden-Amerikaans parlement, de Groep van Lima en de regering en het parlement van de Republiek Nicaragua.

 

(1)

PB C 45 E van 23.2.2010, blz. 89.

(2)

PB C 285 E van 21.10.2010, blz. 74.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0043.

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2018Juridische mededeling