Procedure : 2018/2717(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0254/2018

Ingediende teksten :

RC-B8-0254/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 31/05/2018 - 7.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0231

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 276kWORD 49k
30.5.2018
PE621.639v01-00}
PE621.640v01-00}
PE621.641v01-00}
PE621.642v01-00}
PE621.643v01-00} RC1
 
B8-0254/2018}
B8-0255/2018}
B8-0256/2018}
B8-0257/2018}
B8-0258/2018} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

B8‑0254/2018 (ECR)

B8‑0255/2018 (Verts/ALE)

B8‑0256/2018 (S&D)

B8‑0257/2018 (PPE)

B8‑0258/2018 (ALDE)


over de situatie van gedetineerde personen met een dubbele Iraanse en EU-nationaliteit in Iran (2018/2717(RSP))


Cristian Dan Preda, Lars Adaktusson, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Pavel Svoboda, Jaromír Štětina, Tomáš Zdechovský, Marijana Petir, Tunne Kelam, Csaba Sógor, Laima Liucija Andrikienė, József Nagy, Ivan Štefanec, Eduard Kukan, Roberta Metsola, Jarosław Wałęsa, Giovanni La Via, Elisabetta Gardini, Željana Zovko, David McAllister, Michaela Šojdrová, Bogdan Brunon Wenta, Adam Szejnfeld, Seán Kelly, Deirdre Clune, Mairead McGuinness, Francis Zammit Dimech, Dubravka Šuica, Anna Záborská, László Tőkés, Sandra Kalniete, Ivana Maletić, Ivo Belet, Jiří Pospíšil, Andrey Kovatchev, Elmar Brok, Ramona Nicole Mănescu, Inese Vaidere namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Victor Boştinaru, Soraya Post, Knut Fleckenstein, Josef Weidenholzer namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Karol Karski, Ruža Tomašić, Jan Zahradil, Pirkko Ruohonen-Lerner, Valdemar Tomaševski, Raffaele Fitto, Monica Macovei, Branislav Škripek namens de ECR-Fractie
Marietje Schaake, Nedzhmi Ali, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, Nadja Hirsch, Filiz Hyusmenova, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Valentinas Mazuronis, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans namens de ALDE-Fractie
Klaus Buchner, Barbara Lochbihler, Bodil Valero, Pascal Durand, Keith Taylor namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Aymeric Chauprade

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van gedetineerde personen met een dubbele Iraanse en EU-nationaliteit in Iran (2018/2717(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Iran, in het bijzonder die van 25 oktober 2016 over de EU-strategie ten aanzien van Iran na de sluiting van de nucleaire overeenkomst(1), die van 3 april 2014 over de EU-strategie ten aanzien van Iran(2), die van 17 november 2011 over Iran – recente gevallen van schending van de mensenrechten(3), en die van 10 maart 2011 over de benadering van Iran door de EU(4),

–  gezien zijn eerdere resoluties over de jaarverslagen van de EU over de mensenrechten,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake de doodstraf, foltering, vrijheid van meningsuiting en mensenrechtenactivisten,

–  gezien het nieuwe strategisch kader en actieplan inzake mensenrechten en democratie van de EU, dat erop gericht is de bescherming van en het toezicht op de mensenrechten centraal te stellen op alle beleidsterreinen van de EU,

–  gezien het besluit van de Raad (GBVB) 2018/568 van 12 april 2018(5) om de beperkende maatregelen in verband met ernstige mensenrechtenschendingen in Iran met een jaar te verlengen, tot 13 april 2019,

–  gezien de op 16 april 2016 in Teheran afgelegde gezamenlijke verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) Federica Mogherini, en de minister van Buitenlandse Zaken van de Islamitische Republiek Iran, Javad Zarif, waarin overeen was gekomen een mensenrechtendialoog aan te gaan en uitwisselingsbezoeken te organiseren tussen de EU en Iran met betrekking tot mensenrechtengerelateerde kwesties,

–  gezien het jaarverslag van de hoge commissaris van de VN voor de mensenrechten en het Bureau van de Hoge Commissaris en de secretaris-generaal van de VN voor de situatie van de mensenrechten in de Islamitische Republiek Iran van 23 maart 2018,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, waarbij Iran partij is,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat verschillende personen met een dubbele Iraanse en EU-nationaliteit vastzitten in Iraanse gevangenissen, onder wie de heer Ahmadreza Djalali, een Zweeds-Iraanse onderzoeker die is beschuldigd van spionage en na een oneerlijk proces zonder toegang tot een advocaat of tot de nodige medische zorg ter dood is veroordeeld, waarbij hij het gevaar loopt te worden terechtgesteld en zich in een slechte gezondheid bevindt;

B.  overwegende dat de heer Kamran Ghaderi, een Oostenrijks-Iraanse burger, op zakenreis was in Iran toen hij werd gearresteerd en na een gedwongen bekentenis tot tien jaar gevangenisstraf werd veroordeeld; overwegende dat eveneens mevrouw Nazanin Zaghari-Ratcliffe, een Brits-Iraanse die werkzaam was voor een liefdadigheidsorganisatie, momenteel in Iran is gedetineerd, en dat bij haar een gevorderde depressie is vastgesteld; overwegende dat de heer Abbas Edalat, een Brits-Iraans academicus, in april 2018 is gearresteerd en dat de hem ten laste gelegde beschuldiging nog niet is meegedeeld;

C.  overwegende dat de aanhoudende praktijk van arrestaties van personen met een dubbele Iraanse en EU-nationaliteit wordt gevolgd door een patroon van verlengde eenzame opsluiting en ondervragingen, een gebrek aan een behoorlijke rechtsgang, ontzegging van toegang tot consulaire diensten of bezoeken door de VN of humanitaire organisaties, geheimzinnige processen waarin de gedetineerde slechts beperkt toegang krijgt tot verdediging, lange gevangenisstraffen op basis van vage of niet gespecificeerde aanklachten in verband met de nationale veiligheid en spionage, en door de overheid gesteunde lastercampagnes tegen de gedetineerden;

D.  overwegende dat Iran, als partij bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR), de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst moet eerbiedigen, evenals de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering, conform zijn verplichtingen;

E.  overwegende dat Iran doorgaat met het opsluiten van activisten uit het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenverdedigers en politieke en milieuactivisten, en de arrestaties onlangs heeft opgevoerd; overwegende dat mensenrechtenverdedigers, journalisten en politieke activisten actief worden vervolgd voor hun vreedzame acties;

F.  overwegende dat in Iran gedetineerde personen met een dubbele nationaliteit niet altijd toegang hebben gekregen tot een advocaat en een eerlijk proces; overwegende dat Iran personen met een dubbele nationaliteit in de praktijk behandelt alsof zij enkel Iraniër zijn, waardoor de toegang van buitenlandse ambassades tot hun in het land gedetineerde burgers wordt beperkt, evenals de toegang van gedetineerden tot consulaire bescherming;

G.  overwegende dat diverse politieke gevangenen en personen die beschuldigd zijn van misdrijven tegen de nationale veiligheid te kampen hebben gehad met een gebrek aan gepaste toegang tot medische zorg tijdens hun detentie, met de ernstige gevolgen van dien;

1.  veroordeelt de aanhoudende praktijk van de detentie van personen met een dubbele Iraanse en EU-nationaliteit door de Iraanse autoriteiten na een oneerlijk proces; roept op tot hun onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating, of tot een nieuw proces voor deze personen overeenkomstig internationale normen, en dringt erop aan dat de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de schending van hun rechten ter verantwoording worden geroepen;

2.  toont zich ernstig bezorgd over de arrestaties van personen met een dubbele Iraanse en EU-nationaliteit bij binnenkomst in Iran, zonder prima-faciebewijs dat zij een misdrijf hebben gepleegd; benadrukt dat deze arrestaties de mogelijkheid tot persoonlijke contacten verhinderen;

3.  betreurt dat personen met een dubbele Iraanse en EU-nationaliteit onder erbarmelijke omstandigheden in Iraanse gevangenissen worden vastgehouden, en dat zij vaak door middel van foltering en onmenselijke behandeling tot een bekentenis worden gedwongen;

4.  verzoekt de Iraanse autoriteiten de heer Djalali te verzekeren van volledige toegang tot zijn advocaat en tot medische zorg indien hij daarom verzoekt; dringt er bij de Iraanse autoriteiten op aan dat zij gehoor geven aan de verzoeken van de internationale gemeenschap en zijn doodsvonnis intrekken en hem onmiddellijk vrijlaten;

5.  verzoekt de Iraanse autoriteiten een nieuw proces voor Kamran Ghaderi te waarborgen en zo te garanderen dat zijn recht op een eerlijk proces wordt geëerbiedigd, Nazanin Zaghari-Ratcliffe, die reeds in aanmerking komt voor vervroegde vrijlating, onmiddellijk vrij te laten, en de aanklacht tegen Abbas Edalat dringend bekend te maken;

6.  roept de Iraanse autoriteiten ertoe op het fundamentele recht van de beklaagden op toegang tot een advocaat van hun keuze en hun recht op een eerlijk proces te eerbiedigen, gezien de internationale verplichtingen van Iran zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens;

7.  veroordeelt, naar aanleiding van geloofwaardige berichten, de toepassing van foltering en andere wrede behandeling, met name tijdens ondervragingen, en verzoekt de Iraanse autoriteiten de menselijke waardigheid van de gevangenen te eerbiedigen; betreurt de wrede en onmenselijke detentieomstandigheden en verzoekt Iran erop toe te zien dat alle gevangenen gepaste medische zorg krijgen;

8.  roept de rechterlijke macht ertoe op de beginselen van een eerlijk proces en behoorlijke rechtsgang te eerbiedigen en verdachten toegang te bieden tot juridische bijstand, consulaire bezoeken en bezoeken van de VN en humanitaire organisaties, evenals volledige toegang tot medische zorg en gezondheidsdiensten, conform de internationale verplichtingen van Iran; verzoekt Iran de nodige stappen te nemen met het oog op een herziening van de wet om eerlijke processen en toegang tot een advocaat tijdens de onderzoeksfasen te waarborgen, en een eind te maken aan door foltering verkregen
gedwongen bekentenissen;

9.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden en de Commissie een interne taskforce op te richten ter ondersteuning van EU-burgers die in derde landen ter dood zijn veroordeeld of aan een onmiskenbaar oneerlijk proces worden onderworpen, teneinde de beschikbare steun van hun nationale consulaire of diplomatieke diensten uit te breiden;

10.  verzoekt de Iraanse autoriteiten in samenwerking met de ambassades van de EU-lidstaten in Teheran een lijst samen te stellen van personen met een dubbele Iraanse en EU-nationaliteit die momenteel vastzitten in Iraanse gevangenissen, en nauwlettend toezicht te houden op ieder afzonderlijk geval, aangezien de veiligheid van burgers en de bescherming van hun grondrechten voor de EU van primair belang zijn;

11.  dringt erop aan dat alle in Iran gedetineerde mensenrechtenverdedigers worden vrijgelaten en dat aan iedere tegen hen gerichte vorm van intimidatie een eind wordt gemaakt;

12.  juicht toe dat de criteria voor drugsgerelateerde misdrijven waarop de doodstraf staat aanzienlijk zijn verhoogd, en beschouwt dit als een eerste stap in de richting van een invoering van een moratorium op de doodstraf in Iran;

13.  roept Iran ertoe op in nauwere dialoog te treden met internationale mensenrechtenmechanismen door medewerking te verlenen aan speciale rapporteurs en speciale mechanismen, onder meer door verzoeken om toegang tot het land door mandaathouders in te willigen; verzoekt de Iraanse autoriteiten er met name op toe te zien dat de toekomstige speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Iran toestemming krijgt het land binnen te komen;

14.  staat achter de besprekingen over de mensenrechten in het kader van de dialoog op hoog niveau tussen de EU en Iran, die werd opgestart na de lancering van het gezamenlijk alomvattend actieplan; benadrukt dat de EU vastbesloten moet blijven haar zorgen op het vlak van de mensenrechten bij Iran aan te kaarten, zowel bilateraal als binnen multilaterale fora;

15.  wijst er andermaal op dat Iran een mensenrechtendialoog is aangegaan en staat positief tegenover de open houding van de Iraanse autoriteiten bij het voeren van deze dialoog;

16.  verzoekt de VV/HV de kwesties van gevangenisomstandigheden en mensenrechtenschendingen bij de autoriteiten ter sprake te brengen, en met name de gevallen van de personen met een dubbele Iraanse en EU-nationaliteit die vastzitten in Iran, om een eind te maken aan de wrede en onmenselijke behandeling in Iraanse gevangenissen; verzoekt de VV/HV en de lidstaten problemen in verband met de mensenrechten stelselmatig bij de Iraanse autoriteiten aan te kaarten, met inbegrip van de situatie van politieke gevangenen en mensenrechtenverdedigers en de vrijheid van meningsuiting en vereniging;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de regering en het parlement van Iran.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0402.

(2)

PB C 408 van 30.11.2017, blz. 39.

(3)

PB C 153E van 31.5.2013, blz. 157.

(4)

PB C 199E van 7.7.2012, blz. 163.

(5)

PB L 95 van 13.4.2018, blz. 14.

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2018Juridische mededeling