Procedure : 2018/2752(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0308/2018

Ingediende teksten :

RC-B8-0308/2018

Debatten :

PV 11/09/2018 - 15
CRE 11/09/2018 - 15

Stemmingen :

PV 12/09/2018 - 6.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0341

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 276kWORD 49k
10.9.2018
PE621.719v01-00}
PE621.720v01-00}
PE624.059v01-00}
PE624.069v01-00}
PE624.070v01-00}
PE624.071v01-00} RC1
 
B8-0308/2018}
B8-0309/2018}
B8-0355/2018}
B8-0360/2018}
B8-0361/2018}
B8-0362/2018} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:

B8‑0308/2018 (Verts/ALE)

B8‑0309/2018 (PPE)

B8‑0355/2018 (ALDE)

B8‑0360/2018 (EFDD)

B8‑0361/2018 (GUE/NGL)

B8‑0362/2018 (S&D)


over autonome wapensystemen (2018/2752(RSP))


Michael Gahler, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Cristian Dan Preda, José Ignacio Salafranca Sánchez‑Neyra, David McAllister, Sandra Kalniete, Laima Liucija Andrikienė, Elmar Brok, Tunne Kelam, Eduard Kukan, Julia Pitera, Fernando Ruas namens de PPE-Fractie
Ana Gomes, Victor Boştinaru, Knut Fleckenstein, Arne Lietz, Clare Moody namens de S&D-Fractie
Norica Nicolai, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Gérard Deprez, Ivan Jakovčić, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Ramon Tremosa i Balcells, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Ivo Vajgl namens de ALDE-Fractie
Sabine Lösing, Javier Couso Permuy, Kateřina Konečná, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Kostadinka Kuneva namens de GUE/NGL-Fractie
Philippe Lamberts, Ernest Urtasun, Bodil Valero, Max Andersson, Klaus Buchner namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Dario Tamburrano namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over autonome wapensystemen (2018/2752(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 21 en artikel 21, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien de Martens-clausule, opgenomen in het eerste aanvullend protocol van 1977 bij de Verdragen van Genève,

–  gezien deel IV van de ontwapeningsagenda van de VN van 2018 over het veiligstellen van onze gezamenlijke toekomst,

–  gezien zijn studie van 3 mei 2013 over de gevolgen voor de mensenrechten van de inzet van drones en onbemande robots bij oorlogvoering,

–  gezien zijn diverse standpunten, aanbevelingen en resoluties waarin wordt aangedrongen op een internationaal verbod op dodelijke autonome wapensystemen (LAWS), zoals zijn aanbeveling aan de Raad van 5 juli 2018 over de 73e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(1), het mandaat voor het starten van onderhandelingen dat tijdens de plenaire vergadering van 13 maart 2018 werd aangenomen met het oog op de goedkeuring van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie, zijn resolutie van 13 december 2017 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld 2016 en het beleid van de Europese Unie ter zake(2), zijn aanbeveling aan de Raad van 7 juli 2016 over de 71e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(3) en zijn resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones(4),

–  gezien het jaarverslag d.d. 9 april 2013 van Christof Heyns, speciaal rapporteur van de VN inzake buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies (UN A/HRC/23/47),

–  gezien de verklaringen van de EU over dodelijke autonome wapensystemen in de Groep regeringsdeskundigen van de partijen bij het Verdrag inzake bepaalde conventionele wapens in Genève tijdens de bijeenkomsten van 13 t/m 17 november 2017, 9 t/m 13 april 2018 en 27 t/m 31 augustus 2018,

–  gezien de bijdragen van de verschillende staten, waaronder de lidstaten van de EU, voorafgaande aan de bijeenkomsten van de Groep van regeringsdeskundigen in 2017 en 2018,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 31 mei 2017 waarin wordt aangedrongen op een human in command-benadering van kunstmatige intelligentie en een verbod op dodelijke autonome wapensystemen,

–  gezien de oproep van de Heilige Stoel voor een verbod op dodelijke autonome wapens,

–  gezien de open brief van juli 2015, ondertekend door meer dan 3 000 onderzoekers op het gebied van kunstmatige intelligentie en robotica, de open brief van 21 augustus 2017, ondertekend door 116 oprichters van toonaangevende ondernemingen op het gebied van robotica en kunstmatige intelligentie, waarin wordt gewaarschuwd voor dodelijke autonome wapensystemen, en de brief van 240 technologieorganisaties en 3 089 personen, met daarin de toezegging om nooit dodelijke autonome wapensystemen te ontwikkelen, te produceren of in te zetten,

–  gezien de verklaringen van het Internationale Comité van het Rode Kruis en de initiatieven van maatschappelijke organisaties, zoals de campagne tegen killerrobots, die gesteund wordt door 70 organisaties in 30 verschillende landen, waaronder Human Rights Watch, Article 36, PAX en Amnesty International,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het beleid en het optreden van de EU gebaseerd zijn op de eerbiediging van de mensenrechten, eerbied voor de menselijke waardigheid en de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationale recht; overwegende dat deze beginselen geëerbiedigd moeten worden om de vrede te handhaven, conflicten te voorkomen en de internationale veiligheid te versterken;

B.  overwegende dat met de term "dodelijke autonome wapensystemen" wapensystemen worden bedoeld die zonder beduidende menselijke controle de kritische taken van het kiezen en aanvallen van afzonderlijke doelwitten verrichten;

C.  overwegende dat een onbekend aantal landen, door de overheid gefinancierde ondernemingen en private ondernemingen naar verluidt onderzoek doen naar dodelijke autonome wapensystemen en deze ontwikkelen, waarbij deze wapensystemen variëren van raketten die in staat zijn hun doelwit te kiezen tot leermachines met cognitieve vaardigheden die bepalen wanneer en waar zij vechten en tegen wie;

D.  overwegende dat niet-autonome systemen zoals automatische, op afstand bediende systemen niet als dodelijke autonome wapensystemen zouden moeten worden beschouwd;

E.  overwegende dat dodelijke autonome wapensystemen het potentieel hebben de oorlogvoering fundamenteel te veranderen door een ongekende en ongecontroleerde wapenwedloop in gang te zetten;

F.  overwegende dat de inzet van dodelijke autonome wapensystemen fundamentele ethische en juridische vragen over menselijke tussenkomst opwerpen, met name ten aanzien van kritische taken, zoals het kiezen van doelwitten en het inzetten van een aanval; overwegende dat machines en robots niet in staat zijn om menselijke beslissingen te nemen en dus geen rekening kunnen houden met het onderscheid tussen militaire en burgerdoelwitten, het evenredigheidsbeginsel of het voorzorgsbeginsel;

G.  overwegende dat betrokkenheid van en toezicht door mensen van essentieel belang zijn voor het tot dodelijk geweld leidende besluitvormingsproces, aangezien het deze mensen zijn die verantwoording verschuldigd blijven voor de beslissing over leven of dood;

H.  overwegende dat het internationaal recht, waaronder het humanitair en het mensenrechtenrecht vallen, volledig van toepassing is op alle wapensystemen en degenen die deze systemen bedienen, en overwegende dat naleving van het internationaal recht een cruciaal vereiste is waaraan staten moeten voldoen, met name wanneer het gaat om het eerbiedigen van beginselen als bescherming van de burgerbevolking of het nemen van voorzorgsmaatregelen bij een aanval;

I.  overwegende dat de inzet van dodelijke autonome wapensystemen essentiële vragen oproept over de tenuitvoerlegging van het internationaal recht inzake de mensenrechten, het internationaal humanitair recht en de Europese normen en waarden inzake toekomstige militaire acties;

J.  overwegende dat 116 oprichters van internationale toonaangevende ondernemingen op het gebied van robotica en kunstmatige intelligentie in augustus 2017 een open brief aan de VN hebben gestuurd waarin de regeringen ertoe werden opgeroepen een wedloop met deze wapens te voorkomen en de destabiliserende uitwerking van deze technologieën te verhinderen;

K.  overwegende dat de werking van dodelijke autonome wapensystemen verstoord kan raken door slecht geschreven codes of na een door een vijandelijke staat of niet-statelijke actor uitgevoerde cyberaanval;

L.  overwegende dat het Parlement bij herhaling heeft aangedrongen op de ontwikkeling en vaststelling, op korte termijn, van een gemeenschappelijk standpunt over dodelijke autonome wapensystemen, op een internationaal verbod op de ontwikkeling, de productie en het gebruik van dodelijke autonome wapensystemen waarmee aanvallen kunnen worden uitgevoerd zonder beduidende menselijke controle, en op het openen van doeltreffende onderhandelingen over een verbod op dergelijke systemen;

1.  herinnert aan de ambitie van de EU om zich in te zetten voor de vrede in de wereld en dringt erop aan dat de EU haar rol op het gebied van ontwapening en inspanningen op het gebied van non-proliferatie versterkt en wenst dat de EU zich met haar optreden en beleid inzet voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, de eerbiediging van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten en de bescherming van de burgers en de civiele infrastructuur;

2.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), de lidstaten en de Europese Raad om voorafgaand aan de bijeenkomst van de hoge verdragsluitende partijen bij het Conventionelewapensverdrag die in november 2018 zal plaatsvinden, dringend een gemeenschappelijk standpunt over dodelijke autonome wapensystemen vast te stellen, waarin beduidende menselijke controle over kritische functies van wapensystemen, ook tijdens de inzet ervan, gewaarborgd wordt, en op desbetreffende fora met één stem te spreken en hiernaar te handelen; roept in dit verband de VV/HV, de lidstaten en de Raad op om optimale praktijken uit te wisselen en advies in te winnen bij deskundigen, wetenschappers en het maatschappelijk middenveld;

3.  verzoekt de VV/HV, de lidstaten en de Raad zich sterk te maken voor internationale onderhandelingen over een juridisch instrument om dodelijke autonome wapensystemen te verbieden;

4.  onderstreept in dit verband het grote belang van het voorkomen van de ontwikkeling en productie van dodelijke autonome wapensystemen die zonder menselijke controle de kritische taken van het kiezen van doelwitten en het inzetten van een aanval verrichten;

5.  herinnert aan zijn standpunt van 13 maart 2013 over de verordening inzake een industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie, met name artikel 6, lid 4, (subsidiabele acties), en onderstreept zijn bereidheid een soortgelijk standpunt in te nemen in het kader van het komende onderzoeksprogramma voor defensie, het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de defensie en andere relevante onderdelen van het Europees Defensiefonds in de periode na 2020;

6.  onderstreept dat geen van de wapens of wapensystemen die momenteel door EU-troepen gebruikt worden, dodelijke autonome wapensystemen zijn; herinnert eraan dat wapens en wapensystemen die specifiek zijn ontworpen om de eigen platforms, troepen en bevolking te beschermen tegen hoogdynamische bedreigingen zoals vijandelijke raketten, munitie en luchtvaartuigen, niet als dodelijke autonome wapensystemen worden beschouwd; benadrukt dat besluiten om luchtvaartuigen die mensen aan boord hebben aan te vallen, door menselijke operators zouden moeten worden genomen;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Verenigde Naties en de secretaris-generaal van de NAVO.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0312.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0494.

(3)

PB C 101 van 16.3.2018, blz. 166.

(4)

PB C 285 van 29.8.2017, blz. 110.

Laatst bijgewerkt op: 11 september 2018Juridische mededeling