Procedure : 2018/2862(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0456/2018

Ingediende teksten :

RC-B8-0456/2018

Debatten :

PV 04/10/2018 - 5.1
PV 04/10/2018 - 5.2
CRE 04/10/2018 - 5.1
CRE 04/10/2018 - 5.2

Stemmingen :

PV 04/10/2018 - 7.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0376

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 282kWORD 54k
3.10.2018
PE624.134v01-00}
PE624.137v01-00}
PE624.140v01-00}
PE624.145v01-00} RC1
 
B8-0456/2018}
B8-0459/2018}
B8-0462/2018}
B8-0467/2018} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:

B8-0456/2018 (Verts/ALE)

B8-0459/2018 (S&D)

B8-0462/2018 (ALDE)

B8-0467/2018 (GUE/NGL)


over de VAE, met name de situatie van verdediger van de mensenrechten Ahmed Mansoor (2018/2862(RSP))


Elena Valenciano, Victor Boştinaru, Soraya Post, Pier Antonio Panzeri namens de S&D-Fractie
Marietje Schaake, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Gérard Deprez, María Teresa Giménez Barbat, Nathalie Griesbeck, Nadja Hirsch, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Valentinas Mazuronis, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ivo Vajgl, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie
Marie-Christine Vergiat, Marie-Pierre Vieu, Luke Ming Flanagan, Helmut Scholz, Barbara Spinelli, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Marina Albiol Guzmán namens de GUE/NGL-Fractie
Barbara Lochbihler, Pascal Durand, Bodil Valero, Jordi Solé namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Isabella Adinolfi namens de EFDD-Fractie
Anna Maria Corazza Bildt, Amjad Bashir, Monica Macovei

Resolutie van het Europees Parlement over de VAE, met name de situatie van verdediger van de mensenrechten Ahmed Mansoor  (2018/2862(RSP))  

Het Europees Parlement,

–    gezien zijn eerdere resoluties, met onder andere die van 26 oktober 2012 over de situatie van de mensenrechten in de Verenigde Arabische Emiraten(1),

–    gezien de verklaring van 4 juni 2018 van de voorzitter van de Subcommissie mensenrechten met een veroordeling van de gevangenisstraf van 10 jaar die tegen Ahmed Mansoor is uitgesproken;

–    gezien artikel 30 van de grondwet van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE),

–    gezien het Arabisch Handvest voor de rechten van de mens, waarbij de VAE partij zijn,

–    gezien het strategisch kader en het actieplan van de EU voor mensenrechten en democratie 2018-2019,

–    gezien de conclusies van de Raad van 16 oktober 2017 over de tussentijdse evaluatie van het actieplan inzake mensenrechten en democratie,

–    gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenactivisten van 2004, die in 2008 zijn geactualiseerd,

–    gezien de verklaring van de mensenrechtendeskundigen van de VN van 12 juni 2018, waarin wordt opgeroepen tot onmiddellijke vrijlating van de opgesloten mensenrechtenverdediger Ahmed Mansoor,

–    gezien de verklaring van de covoorzitters van 18 juli 2016 tijdens de 25e Gezamenlijke raad en ministeriële bijeenkomst van de Europese Unie en de Raad voor Samenwerking van de Arabische Golfstaten in Brussel,

–    gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), waarbij de VAE partij zijn,

–  gezien artikel 135 van zijn Reglement,

A.    overwegende dat Ahmed Mansoor in maart 2017 gearresteerd is door veiligheidsbeambten van de VAE; overwegende dat Ahmed Mansoor een prominent mensenrechtenactivist is en laureaat van 2015 van de Martin Ennals-prijs voor verdedigers van de mensenrechten; overwegende dat de heer Mansoor wellicht de laatste overblijvende mensenrechtenverdediger in de VAE was die publiek kritiek kon uitoefenen op de autoriteiten;

B.    overwegende dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en Internationale Samenwerking van de VAE in een verklaring van 29 maart 2017 heeft uitgelegd dat de dienst van de openbaar aanklager voor elektronische misdrijven had bevolen tot de detentie van de heer Ahmed Mansoor op basis van de aanklacht dat hij via internet valse en misleidende informatie verspreidde, door middel van agenda's die gericht waren op de verspreiding van afkeer en sektarisme; overwegende dat deze en andere officiële verklaringen van de autoriteiten van de VAE duidelijk maken dat de enige reden voor zijn detentie, berechting en veroordeling de inhoud was van zijn op het internet geuite mening en dat de aanklacht tegen hem gebaseerd is op overtredingen die hij zou hebben begaan van de repressieve wet van 2012 van het VAE op cyberdelicten, op grond waarvan de autoriteiten van de VAE mensenrechtenverdedigers het zwijgen kunnen opleggen en strenge gevangenisstraffen en ernstige geldboetes kunnen opleggen aan personen die de machthebbers in het land bekritiseren;

C.    overwegende dat volgens de beoordeling van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, de arrestatie en geheime detentie van Ahmed Mansoor een vergeldingsmaatregel kunnen zijn voor zijn betrokkenheid bij de mensenrechtenmechanismen van de VN, de standpunten die hij heeft ingenomen op sociale media, o.a. Twitter, en het feit dat hij een actief lid is van organisaties als het Gulf Centre for Human Rights;

D.    overwegende dat een groep mensenrechtendeskundigen van de VN de regering van de VAE ertoe heeft opgeroepen de heer Mansoor vrij te laten, waarbij zij zijn arrestatie omschrijven als een directe aanval op het legitieme werk van mensenrechtenverdedigers in de VAE;

E.    overwegende dat Ahmed Mansoor op 29 mei 2018 veroordeeld is tot een gevangenisstraf van 10 jaar voor het uitoefenen van zijn recht op vrije meningsuiting in Twitter-posts, na een volstrekt oneerlijk proces in Abu Dhabi; overwegende dat hem ook een boete is opgelegd van één miljoen dirham (232.475 EUR) en dat hij bij zijn vrijlating voor drie jaar onder toezicht moest worden geplaatst; overwegende dat de heer Mansoor tegen zijn veroordeling beroep heeft aangetekend, maar dat de timing van het proces in beroep onduidelijk blijft;

F.    overwegende dat het de heer Mansoor na zijn arrestatie in maart 2017 naar verluidt verboden is geworden om contact op te nemen met zijn familie, in welke vorm ook, en dat hem na die dag slechts vier keer een bezoek is toegestaan van zijn echtgenote; overwegende dat hij naar verluidt sinds zijn aanhouding in eenzame opsluiting zit en dat hij zou zijn onderworpen aan foltering; overwegende dat hij volgens de autoriteiten van de VAE wordt vastgehouden in de gevangenis van Al Sadr in Abu Dhabi;

G.    overwegende dat het er alle schijn van heeft dat de heer Mansoor geen onafhankelijke advocaat van zijn eigen keuze heeft kunnen aanstellen, ondanks beweringen van de regering dat hij dit recht heeft; overwegende dat het recht om een advocaat te raadplegen een grondrecht is van eenieder die in bewaring wordt gehouden, overeenkomstig artikel 16 van het Arabisch Handvest voor de rechten van de mens, dat door de VAE is geratificeerd;

H.    overwegende dat Ahmed Mansoor al meer dan zes jaar door de autoriteiten van de VAE wordt geïntimideerd en vervolgd en dat hij herhaaldelijk te maken heeft gekregen met fysieke aanvallen, doodsbedreigingen en fysiek en elektronisch toezicht; overwegende dat hij, na zeven maanden voorlopige hechtenis, in 2011 veroordeeld is tot een gevangenisstraf van drie jaar voor "het beledigen van ambtenaren", in een proces dat wordt beschouwd als oneerlijk; overwegende dat hij na acht maanden is vrijgelaten doordat hem gratie is verleend door de president, maar dat de autoriteiten nooit zijn paspoort hebben teruggegeven, zodat hij de facto is onderworpen aan een reisverbod;

I.    overwegende dat Mansoor vóór zijn arrestatie een van 133 ondertekenaars was van een verzoekschrift inzake universele en rechtstreekse verkiezingen in de VAE en de verlening van wetgevingsbevoegdheden aan de federale nationale raad, een adviesraad van de regering; overwegende dat Mansoor ook een onlineforum beheerde met de naam Al-Hiwar al-Emarati, waar kritiek werd uitgeoefend op het overheidsbeleid en de leiders van de VAE; overwegende dat hij lid is van het raadgevend comité voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika van Human Rights Watch en als actief speler betrokken is bij de mensenrechtenmechanismen van de VN;

J.    overwegende dat inwoners van de VAE die zich uitspreken over mensenrechtenkwesties, een ernstig risico lopen van willekeurige detentie, opsluiting en foltering; overwegende dat het hardhandig optreden tegen vreedzaam activisme waarbij wordt opgeroepen tot constitutionele hervormingen en hervormingen op het gebied van de mensenrechten, nog steeds aan de gang is; overwegende dat de afgelopen jaren steeds vaker aanvallen worden gepleegd op leden van het maatschappelijk middenveld, inclusief acties om verdedigers van de mensenrechten, journalisten, advocaten en anderen het zwijgen op te leggen, gevangen te nemen of te intimideren;

K.    overwegende dat de speciaal rapporteur van de VN voor de onafhankelijkheid van rechters en advocaten na haar bezoek aan de VAE in 2014 heeft verklaard dat advocaten die zaken aanhangig maken in verband met de veiligheid van de staat, "worden lastiggevallen, bedreigd en onder druk gezet"; overwegende dat zij het feit aan de kaak heeft gesteld dat "het rechtsstelsel onder de feitelijke controle blijft van de uitvoerende macht";

L.    overwegende dat bewijs is opgedoken dat EU-lidstaten de uitvoer hebben goedgekeurd van diverse technologieën voor cybertoezicht naar landen met een ontstellende staat van dienst op het gebied van de mensenrechten, inclusief de VAE;

M.    overwegende dat de doodstraf in de VAE nog steeds wordt toegepast; overwegende dat minstens 19 personen zich momenteel in de dodencel bevinden en dat één persoon in 2017 is geëxecuteerd;

1.    veroordeelt krachtig de intimidatie, vervolging en detentie van Ahmed Mansoor, alsmede alle andere verdedigers van de mensenrechten, uitsluitend voor hun werkzaamheden op het gebied van de mensenrechten en hun gebruik van recht op vrijheid van meningsuiting, zowel online als offline; dringt er bij de autoriteiten van de VAE op aan grondige en onpartijdige onderzoeken uit te voeren van de aanvallen op actoren uit het maatschappelijk middenveld, om de daders voor het gerecht te brengen;

2.    verzoekt de autoriteiten de heer Mansoor onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten en alle aanklachten tegen hem te laten vallen, aangezien hij een politiek gevangene is, die uitsluitend wordt vastgehouden voor de vreedzame uitoefening van zijn recht op vrijheid van meningsuiting, onder meer door zijn werkzaamheden op het gebied van de mensenrechten; eist ook de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle politiek gevangenen in de VAE, alsmede de intrekking van alle aanklachten tegen hen;

3.    spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de berichten dat Ahmed Mansoor tijdens zijn detentie onderworpen is aan vormen van foltering of mishandeling en dat hij wordt vastgehouden in eenzame opsluiting; dringt er bij de autoriteiten op aan deze beweringen te onderzoeken en hem onmiddellijk regelmatige toegang te verlenen tot een advocaat, zijn gezin en alle medische zorg die hij eventueel nodig heeft; herinnert de autoriteiten van de VAE eraan dat langdurige en onbeperkte eenzame opsluiting kan neerkomen op foltering of een andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling in het kader van het internationaal recht inzake de mensenrechten en aan het feit dat het ontbreken van een aanhoudingsbevel of enig rechterlijk toezicht met betrekking tot zijn arrestatie en detentie schending inhoudt van de fundamentele beginselen van een eerlijke rechtsgang in het kader van het internationaal recht inzake de mensenrechten;

4.    verzoekt de autoriteiten van de VAE erop toe te zien dat gedetineerden die de wet zouden hebben overtreden, een eerlijke rechtsgang genieten en een vrij en eerlijk proces krijgen dat voldoet aan de internationale normen;

5.    verzoekt de VAE om een herziening van de federale wet op de bestrijding van cyberdelicten, teneinde deze aan te passen aan de internationale normen inzake het recht van iedereen om informatie en denkbeelden op te sporen, te ontvangen, te verspreiden en door te geven aan anderen, het recht op vrijheid van mening, meningsuiting en informatie, het recht op toegang tot internet en het recht op privacy; dringt bij de autoriteiten van de VAE aan op een wijziging van de wet op terrorismebestrijding, de wet van 2012 op cyberdelicten en federale wet nr. 2/2008, die herhaaldelijk worden gebruikt om verdedigers van de mensenrechten te vervolgen;

6.    verzoekt de autoriteiten van de VAE elke vorm van intimidatie jegens personen stop te zetten en het reisverbod voor verdedigers van de mensenrechten onmiddellijk op te heffen en dringt erop aan dat zij in alle omstandigheden garanderen dat verdedigers van de mensenrechten in de VAE hun legitieme werkzaamheden op het gebied van de mensenrechten kunnen verrichten, zowel in het land als in het buitenland, zonder angst voor represailles;

7.    vraagt een verbod in de hele EU op de uitvoer, de verkoop, de modernisering en het onderhoud van om het even welke vorm van veiligheidsuitrusting voor de VAE die gebruikt wordt of kan worden voor binnenlandse repressie, met inbegrip van technologie voor cybertoezicht; spreekt zijn bezorgdheid uit over het steeds verdergaande gebruik van bepaalde technologieën voor cybertoezicht voor tweeërlei gebruik tegen activisten en journalisten; is in dit opzicht verheugd over de huidige inspanningen van de EU-instellingen om de verordening inzake de controles op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik te actualiseren;

8.    maakt zich zorgen over het toenemend aantal personen dat gestraft wordt voor zijn samenwerking met de VN en de diverse VN-organen; dringt er bij de autoriteiten van de VAE op aan een einde te maken aan de obstructie en intimidatie van personen die betrokken zijn bij de diverse mensenrechtenmechanismen van de VN; dringt er voorts bij de autoriteiten op aan deskundigen van de VN, internationale ngo's of EU-ambtenaren toegang te verlenen om de heer Mansoor te bezoeken;

9.    roept op tot meer vrijheden in de VAE; onderstreept het feit dat het belangrijk is dat de VAE hun internationale verplichtingen op grond van het recht inzake de mensenrechten nakomen en dringt er bij de autoriteiten op aan te zorgen voor de bescherming van de vrijheid van gedachte en meningsuiting, zowel online als offline, voor alle burgers, en alle bepalingen na te leven van de verklaring van de Verenigde Naties over mensenrechtenverdedigers, met name artikel 1, artikel 6, onder a), en artikel 12, lid 2; benadrukt het feit dat deze vrijheden niet alleen gegarandeerd worden door universele instrumenten op het gebied van de mensenrechten, maar ook door het Arabisch Handvest voor de rechten van de mens, waarbij de VAE partij is;

10.    verzoekt de VAE te bevestigen dat zij voornemens zijn "de strengste normen te handhaven bij de bevordering en de bescherming van de mensenrechten" door het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en de facultatieve protocols hiervan te ratificeren en door een permanente uitnodiging af te geven voor een bezoek aan alle mandaathouders van de VN voor speciale procedures;

11.  verzoekt de VV/HV, de EU en de lidstaten deze flagrante schending van de mensenrechten publiekelijk krachtig te veroordelen, onder meer door de vrijlating van de heer Mansoor te eisen in alle contacten die zij met de autoriteiten van de VAE hebben; dringt er bij de EU-delegatie in Abu Dhabi op aan Ahmed Mansoor alle passende steun te verlenen, met inbegrip van gevangenisbezoeken, toezicht op het proces en het verstrekken van juridische of andere vormen van bijstand die hij eventueel nodig heeft; verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) verslag uit te brengen bij het Europees Parlement over de acties die de EU-delegatie al ter ondersteuning van de heer Mansoor heeft ondernomen;

12.  verzoekt de EDEO gerichte EU-maatregelen voor ernstige schendingen van de mensenrechten voor te stellen en verzoekt de lidstaten deze goed te keuren;

13.  herhaalt gekant te zijn tegen de doodstraf in alle omstandigheden en vraagt dat een moratorium wordt ingesteld met het oog op de afschaffing ervan;

14.  moedigt permanente dialoog aan tussen de EU, haar lidstaten en de VAE; is van mening dat regelmatige interparlementaire bijeenkomsten tussen het Europees Parlement en zijn partners in de regio van de Golf een belangrijk forum zijn voor de ontwikkeling van een constructieve en oprechte dialoog over kwesties die een gemeenschappelijke zorg zijn; benadrukt het feit dat bij interparlementaire besprekingen niet alleen mag worden gefocust op veiligheids- en handelskwesties, maar dat ook de eerbiediging van de mensenrechten aan bod moet komen als cruciaal thema in de besprekingen;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de regering en het parlement van de Verenigde Arabische Emiraten, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de parlementen en de regeringen van de lidstaten, de hoge commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, en de regeringen van de lidstaten van de Samenwerkingsraad van de Golf. vraagt de vertaling van deze resolutie in het Arabisch.

(1)

PB C 72 E van 11.3.2014, blz. 40.

Laatst bijgewerkt op: 3 oktober 2018Juridische mededeling