Procedure : 2018/2925(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0526/2018

Ingediende teksten :

RC-B8-0526/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/11/2018 - 5.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0459

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 287kWORD 57k
14.11.2018
PE624.235v01-00}
PE624.236v01-00}
PE624.238v01-00}
PE624.239v01-00}
PE624.240v01-00}
PE631.524v01-00} RC1
 
B8-0526/2018}
B8-0527/2018}
B8-0529/2018}
B8-0530/2018}
B8-0531/2018}
B8-0540/2018} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:

B8‑0526/2018 (ECR)

B8‑0527/2018 (Verts/ALE)

B8‑0529/2018 (EFDD)

B8‑0530/2018 (S&D)

B8‑0531/2018 (ALDE)

B8‑0540/2018 (PPE)


over Vietnam, met name de situatie van politieke gevangenen (2018/2925(RSP))


Cristian Dan Preda, Michaela Šojdrová, Tunne Kelam, Eduard Kukan, Elisabetta Gardini, Milan Zver, Jarosław Wałęsa, Lorenzo Cesa, Tomáš Zdechovský, Ivan Štefanec, Pavel Svoboda, József Nagy, Agnieszka Kozłowska‑Rajewicz, Krzysztof Hetman, Csaba Sógor, Patricija Šulin, Romana Tomc, Adam Szejnfeld, David McAllister, Lefteris Christoforou, Elmar Brok, Andrey Kovatchev, Dubravka Šuica, Deirdre Clune, Ivana Maletić, Seán Kelly, Marijana Petir, Laima Liucija Andrikienė, László Tőkés, Stanislav Polčák, Anders Sellström, Željana Zovko, Francis Zammit Dimech, Jiří Pospíšil, Inese Vaidere namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Victor Boştinaru, Soraya Post, Maria Arena namens de S&D-Fractie
Raffaele Fitto, Ruža Tomašić, Charles Tannock, Valdemar Tomaševski, Pirkko Ruohonen‑Lerner, Jana Žitňanská, Notis Marias, Monica Macovei namens de ECR-Fractie
Fredrick Federley, Izaskun Bilbao Barandica, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Gérard Deprez, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Patricia Lalonde, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Robert Rochefort, Marietje Schaake, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Mirja Vehkaperä, Cecilia Wikström, Filiz Hyusmenova, Ilhan Kyuchyuk, Nedzhmi Ali namens de ALDE-Fractie
Barbara Lochbihler, Bodil Valero, Klaus Buchner, Jordi Solé namens de Verts/ALE-Fractie
Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo, Isabella Adinolfi namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Vietnam, met name de situatie van politieke gevangenen (2018/2925(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties, met name de resolutie van 14 december 2017 over de vrijheid van meningsuiting in Vietnam, met name de zaak van Nguyen Van Hoa(1), en de resolutie van 9 juni 2016 over Vietnam(2), met name wat betreft de vrijheid van meningsuiting,

–  gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Vietnam, die op 27 juni 2012 is ondertekend,

–  gezien de zevende mensenrechtendialoog tussen de EU en Vietnam, die op 1 december 2017 plaatsvond,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de EDEO van 9 februari 2018 over de veroordeling van mensenrechtenverdedigers in Vietnam en de verklaring van 5 april 2018 over de veroordeling van mensenrechtenactivisten in Vietnam,

–  gezien de plaatselijke verklaring van de EU van 20 augustus 2018 over de recente veroordeling van de heer Le Dinh Luong,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers,

–  gezien de verklaring van deskundigen van de VN van 23 februari 2018, die aandrongen op vrijlating van activisten die gevangen zijn genomen vanwege het feit dat zij protesteerden tegen lozingen van giftige stoffen, en de verklaring van 12 april 2018 van deskundigen van de VN, die na de gevangenneming van mensenrechtenverdedigers opriepen tot verandering,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) waarbij Vietnam sinds 1982 partij is,

–  gezien het besluit van de Europese Ombudsman van 26 februari 2016 in zaak 1409/2014/MHZ betreffende de niet-nakoming door de Europese Commissie van de verplichting om vóór de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam een effectbeoordeling uit te voeren,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat er volgens de Vietnamese databank inzake politieke gevangenen, samengesteld door Project 88, in Vietnam naar schatting 160 activisten een gevangenisstraf uitzitten en ongeveer 16 activisten in voorlopige hechtenis worden gehouden;

B.  overwegende dat de Vietnamese autoriteiten stelselmatig mensenrechtenverdedigers, journalisten, bloggers, mensenrechtenadvocaten en medewerkers van maatschappelijke organisaties in het land arresteren, opsluiten, mishandelen en intimideren; overwegende dat mensenrechtenverdedigers lange gevangenisstraffen hebben gekregen vanwege hun activiteiten op het gebied van de mensenrechten en vanwege het feit dat zij, online of offline, hun recht op vrijheid van meningsuiting hebben uitgeoefend, en dat deze handelwijze van de Vietnamese autoriteiten in strijd is met de op het land rustende verplichtingen uit hoofde van het internationale recht;

C.  overwegende dat politieke activisten en mensenrechtenverdedigers in gevangenschap onder zeer slechte omstandigheden leven, geen toegang hebben tot medische zorg of rechtshulp en evenmin contact mogen hebben met hun familie;

D.  overwegende dat de vrijheid van godsdienst en overtuiging in Vietnam wordt onderdrukt en dat de katholieke kerk en niet-erkende godsdiensten, zoals de verenigde boeddhistische kerk van Vietnam, diverse protestante kerken en andere groeperingen, waaronder de etnische minderheidsgroep de Montagnards, nog altijd lijden onder religieuze vervolging;

E.  overwegende dat Hoang Duc Binh is veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf vanwege zijn blogs over protesten naar aanleiding van de Formosa-ramp; overwegende dat Nguyen Nam Phong veroordeeld is tot twee jaar gevangenisstraf vanwege het negeren van bevelen van overheidsfunctionarissen terwijl hij onderweg was naar een demonstratie; overwegende dat hun inspanningen zeer belangrijk zijn geweest om de aandacht te vestigen op de lozingen van de staalfabriek Formosa en het ter verantwoording roepen van de personen die schuldig zijn aan de ramp;

F.  overwegende dat leden van de Vietnamese broederschap voor democratie in april 2018 in het kader van een operatie gericht op strikte handhaving van de bepalingen van het wetboek van strafrecht inzake nationale veiligheid veroordeeld zijn tot gevangenisstraffen tussen de zeven en vijftien jaar; overwegende dat in september 2018 een ander lid van deze groep, Nguyen Trung Truc, werd veroordeeld tot twaalf jaar cel omdat hij schuldig werd bevonden aan pogingen tot ondermijning van de staat;

G.  overwegende dat de heer Le Dinh Luong, een mensenrechtenverdediger die zich op vreedzame wijze inzet voor de bevordering en de bescherming van de mensenrechten, op 16 augustus 2018 op grond van de bepalingen van het wetboek van strafrecht inzake nationale veiligheid is veroordeeld tot twintig jaar cel en vijf jaar huisarrest; overwegende dat vertegenwoordigers van de EU-delegatie en de ambassades van de EU-lidstaten geen toestemming kregen om dit proces bij te wonen; overwegende dat er in Vietnam veel meer mensenrechtenverdedigers en andere gewetensgevangenen zijn die in dezelfde omstandigheden verkeren;

H.  overwegende dat een groep deskundigen van de VN, de speciale rapporteur voor de situatie van mensenrechtenverdedigers, de voorzitter-rapporteur van de werkgroep van de VN inzake willekeurige detentie en de speciale rapporteur inzake de bevordering en bescherming van de vrijheid van mening en meningsuiting er op 12 april 2018 bij Vietnam op hebben aangedrongen niet hardhandig op te treden tegen maatschappelijke organisaties, en dissidenten niet het zwijgen op te leggen;

I.  overwegende dat het wetboek van strafrecht van Vietnam repressieve bepalingen bevat die worden misbruikt om mensenrechtenactivisten, dissidenten, advocaten, vakbonden, religieuze groeperingen en ngo’s, met name als zij zich kritisch opstellen ten opzichte van de Vietnamese regering, het zwijgen op te leggen, te arresteren, gevangen te zetten, te veroordelen of te beperken in hun activiteiten;

J.  overwegende dat de Vietnamese regering onafhankelijke en particuliere media verbiedt om actief te zijn en zeer strenge controle uitoefent op radio- en televisiestations en de gedrukte pers; overwegende dat de Nationale Assemblee in april 2016 een wet heeft aangenomen die de persvrijheid in Vietnam sterk beperkt;

K.  overwegende dat de Nationale Assemblee van Vietnam op 12 juni 2018 een wet inzake cyberveiligheid heeft aangenomen die ten doel heeft het onlinetoezicht aan te scherpen, en op grond waarvan providers posts die als een bedreiging voor de nationale veiligheid worden beschouwd moeten verwijderen; overwegende dat deze wet de vrijheid van meningsuiting via internet in ernstige mate beperkt en ten doel heeft het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer te beperken;

L.  overwegende dat op 1 januari 2018 een volledig nieuwe wet inzake geloof en godsdienst in werking is getreden, waarin is bepaald dat alle religieuze groeperingen in Vietnam zich moeten laten registreren en de autoriteiten in kennis moeten stellen van hun activiteiten; overwegende dat de autoriteiten verzoeken om registratie kunnen belemmeren en afwijzen en religieuze activiteiten die zij in strijd achten met het nationaal belang, de openbare orde of de nationale eenheid op arbitraire wijze kunnen verbieden; overwegende dat de inmenging van de regering in religieuze aangelegenheden en het staatstoezicht op religieuze organisaties door middel van deze wet nu zijn geïnstitutionaliseerd;

M.  overwegende dat Vietnam op de index voor persvrijheid 2018 van verslaggevers zonder grenzen op de 175e plaats staat van in totaal 180 landen;

N.  overwegende dat Vietnam nog altijd de doodstraf uitvoert, maar dat het aantal executies onbekend is, omdat de Vietnamese autoriteiten de statistieken met betrekking tot de doodstraf als staatsgeheim bestempelen; overwegende dat het aantal misdrijven waarop de doodstraf staat in januari 2018 werd teruggebracht van 22 naar 18;

O.  overwegende dat Vietnam een aantal belangrijke verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie nog niet heeft geratificeerd, met name verdrag nr. 98 betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, verdrag nr. 105 betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid en verdrag nr. 87 betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht;

P.  overwegende dat de mensenrechtendialoog tussen de EU en Vietnam een belangrijk platform is voor een permanente omvattende dialoog over onderwerpen die de EU aan het hart gaan, zoals de volledige eerbiediging van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en vrijheid van vreedzame vergadering; overwegende dat de betrekkingen tussen de Europese Unie en Vietnam gebaseerd moeten zijn op eerbiediging van de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat en op de naleving van de internationale normen ter zake;

Q.  overwegende dat er een duidelijk verband bestaat tussen de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst en de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam, in het kader waarvan beide partijen hebben toegezegd hun verplichtingen op het gebied van de mensenrechten na te leven;

1.  veroordeelt de aanhoudende schendingen van de mensenrechten in Vietnam, onder meer door het politiek intimideren, onder gericht toezicht stellen, lastigvallen, mishandelen en op oneerlijke wijze voor de rechter brengen en veroordelen van politieke activisten, journalisten, bloggers, dissidenten en mensenrechtenverdedigers wegens de uitoefening van hun recht op vrije meningsuiting online dan wel offline, waarmee Vietnam zijn internationale verplichtingen op het gebied van de mensenrechten overduidelijk niet nakomt;

2.  roept de Vietnamese autoriteiten op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle mensenrechtenverdedigers en gewetensgevangenen die gevangen zitten of veroordeeld zijn omdat zij slechts hun recht op vrije meningsuiting hebben uitgeoefend, waaronder Hoang Duc Binh, Nguyen Nam Phong, Nguyen Trung Truc en Le Dinh Luong, en om alle aanklachten tegen hen te laten vallen;

3.  roept de Vietnamese autoriteiten nogmaals op om alle beperkingen voor en intimidatie van mensenrechtenverdedigers te beëindigen en in alle omstandigheden te garanderen dat zij hun legitieme activiteiten op het gebied van de mensenrechten kunnen uitvoeren zonder angst voor represailles en zonder enige beperking, met inbegrip van gerechtelijke intimidatie; roept de regering van Vietnam op om alle beperkingen voor de vrijheid van godsdienst op te heffen en een einde te maken aan de intimidatie van religieuze gemeenschappen;

4.  dringt er bij de Vietnamese regering op aan ervoor te zorgen dat alle gevangenen worden behandeld overeenkomstig de internationale normen op dit gebied; benadrukt dat het recht op toegang tot advocaten, medische beroepsbeoefenaren en familieleden een belangrijke waarborg is tegen foltering en mishandeling, en van cruciaal belang is voor het recht op een eerlijk proces;

5.  veroordeelt het misbruik van repressieve wettelijke bepalingen die de fundamentele rechten en vrijheden beperken; roept de Vietnamese autoriteiten op alle repressieve wetten in te trekken, te herzien of te wijzigen, met name het wetboek van strafrecht, de wet inzake cyberveiligheid en de wet inzake geloof en godsdienst, en ervoor te zorgen dat alle wetgeving in overeenstemming is met de internationale normen en verplichtingen op het gebied van de mensenrechten, met inbegrip van het ICCPR, waarbij Vietnam partij is; roept de regering op om de wetgeving betreffende openbare bijeenkomsten en demonstraties in overeenstemming te brengen met het recht van vrije vergadering en vereniging;

6.  roept Vietnam op alle relevante mensenrechtenverdragen van de Verenigde Naties en het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, alsmede de IAO-verdragen nr. 87, nr. 98 en nr. 105 te ondertekenen en te ratificeren;

7.  dringt er bij Vietnam op aan een permanente uitnodiging te richten tot de speciale procedures van de VN-Mensenrechtenraad, met name de speciale rapporteur voor de vrijheid van mening en meningsuiting en de speciale rapporteur voor mensenrechtenactivisten;

8.  roept de autoriteiten van Vietnam op om onafhankelijke vakbonden te erkennen;

9.  dringt er bij de EU op aan toezicht te houden op en samen te werken met de autoriteiten en alle relevante belanghebbenden om de mensenrechtensituatie in Vietnam te verbeteren;

10.  herhaalt dat het onder alle omstandigheden tegenstander van de doodstraf blijft; verzoekt de Vietnamese autoriteiten op om een onmiddellijk moratorium in te stellen op de toepassing van de doodstraf, en dit te beschouwen als een stap in de richting van volledige afschaffing; roept de Vietnamese autoriteiten op om alle doodvonnissen te herzien om ervoor te zorgen dat de desbetreffende processen in overeenstemming zijn met de internationale normen;

11.  roept de EDEO en de Commissie op steun te verlenen aan groepen en individuen uit het maatschappelijk middenveld die zich actief inzetten voor de mensenrechten in Vietnam, onder meer door in alle contacten die zij met de Vietnamese autoriteiten onderhouden aan te dringen op de vrijlating van mensenrechtenactivisten en gewetensgevangenen; dringt er bij de EU-delegatie in Hanoi op aan passende steun te verlenen aan de gevangen gezette mensenrechtenverdedigers en gewetensgevangenen, onder meer door het organiseren van gevangenisbezoeken, het volgen van processen en het verlenen van juridische bijstand;

12.  roept de lidstaten van de EU op tot het opvoeren van hun inspanningen om aan te dringen op concrete verbeteringen van de mensenrechten in Vietnam, onder meer tijdens de komende universele periodieke doorlichting van Vietnam in de VN-Mensenrechtenraad;

13.  herhaalt zijn oproep tot een verbod in de hele EU op de uitvoer, de verkoop, het up-to-date houden en het onderhoud van elke vorm van veiligheidsapparatuur die kan worden of wordt gebruikt voor binnenlandse repressie, met inbegrip van internet-bewakingstechnologie, naar landen met een zorgwekkende mensenrechtenstatus;

14.  is ingenomen met het versterkte partnerschap en de mensenrechtendialoog tussen de EU en Vietnam en herinnert aan het belang van de mensenrechtendialoog als een belangrijk instrument dat op efficiënte wijze kan worden gebruikt om Vietnam te begeleiden en aan te moedigen bij de uitvoering van de noodzakelijke hervormingen; dringt er bij de Commissie sterk op aan de vooruitgang in het kader van de mensenrechtendialoog te volgen door de invoering van benchmarks en toezichtmechanismen;

15.  verzoekt de Vietnamese regering en de EU, als belangrijke partners, om zich ertoe te verbinden de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in Vietnam te verbeteren, omdat dit een belangrijk element is in de bilaterale betrekkingen tussen Vietnam en de Unie, met name in het licht van de ratificatie van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam en de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Vietnam;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de secretaris-generaal van de Associatie van Zuidoost-Aziatische state (ASEAN), de regering en de Nationale Assemblee van Vietnam, de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens van de VN en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

 

(1)

PB C 369 van 11.10.2018, blz. 73.

(2)

PB C 86 van 6.3.2018, blz. 122.

Laatst bijgewerkt op: 14 november 2018Juridische mededeling