Procedure : 2019/2511(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0056/2019

Ingediende teksten :

RC-B8-0056/2019

Debatten :

PV 17/01/2019 - 8.1
CRE 17/01/2019 - 8.1

Stemmingen :

PV 16/01/2019 - 21.9
PV 17/01/2019 - 10.1
CRE 17/01/2019 - 10.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0033

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 156kWORD 56k
16.1.2019
PE631.652v01-00}
PE631.654v01-00}
PE631.655v01-00}
PE631.659v01-00}
PE631.660v01-00}
PE631.662v01-00} RC1
 
B8-0056/2019}
B8-0058/2019}
B8-0059/2019}
B8-0063/2019}
B8-0064/2019}
B8-0066/2019} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:

B8‑0056/2019 (Verts/ALE)

B8‑0058/2019 (EFDD)

B8‑0059/2019 (ECR)

B8‑0063/2019 (ALDE)

B8‑0064/2019 (S&D)

B8‑0066/2019 (PPE)


over Azerbeidzjan, en met name het geval van Mehman Huseynov (2019/2511(RSP))


Cristian Dan Preda, Željana Zovko, Elmar Brok, Pavel Svoboda, Eduard Kukan, Milan Zver, Jarosław Wałęsa, Agnieszka Kozłowska‑Rajewicz, Krzysztof Hetman, Jaromír Štětina, Elisabetta Gardini, Csaba Sógor, Patricija Šulin, Romana Tomc, Luděk Niedermayer, Michaela Šojdrová, Tunne Kelam, Bogusław Sonik, Lorenzo Cesa, Marijana Petir, Dubravka Šuica, Sandra Kalniete, Seán Kelly, Ivana Maletić, Andrey Kovatchev, Stanislav Polčák, Laima Liucija Andrikienė, Deirdre Clune, Francis Zammit Dimech, Jiří Pospíšil, Anna Záborská namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Pier Antonio Panzeri, Ana Gomes namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Jana Žitňanská, Valdemar Tomaševski, Ruža Tomašić, Branislav Škripek namens de ECR-Fractie
Marietje Schaake, Izaskun Bilbao Barandica, Mirja Vehkaperä, Beatriz Becerra Basterrechea, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Nadja Hirsch, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Jozo Radoš, Robert Rochefort, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie
Rebecca Harms, Heidi Hautala, Jordi Solé, Indrek Tarand namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Isabella Adinolfi, Ignazio Corrao namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Azerbeidzjan, en met name het geval Mehman Huseynov (2019/2511(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Azerbeidzjan, met name van 15 juni 2017 over de zaak van de Azerbeidzjaanse journalist Afgan Mukhtarli(1), van 10 september 2015 over Azerbeidzjan(2) en die van 18 september 2014 over de vervolging van mensenrechtenactivisten in Azerbeidzjan(3),

–  gezien zijn aanbeveling van 4 juli 2018 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) betreffende de onderhandelingen voor een brede overeenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan(4),

–  gezien zijn eerdere resoluties over het Europees nabuurschapsbeleid en met name zijn aanbeveling van 15 november 2017 aan de Raad, de Commissie en de EDEO over het Oostelijk Partnerschap, in de aanloop naar de top in november 2017(5),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over corruptie en het effect op de mensenrechten in derde landen(6),

–  gezien de 15e vergadering van de parlementaire samenwerkingscommissie EU-Azerbeidzjan in Baku van 7 en 8 mei 2018,

–  gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Azerbeidzjan van 1996 en de goedkeuring door de Raad op 14 november 2016 van een mandaat voor de Europese Commissie en de VV/HV betreffende de onderhandelingen voor een brede overeenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan en de opening van de onderhandelingen over de bovengenoemde overeenkomst op 7 februari 2017,

–  gezien de verklaring van de VV/HV van 7 maart 2017 over de veroordeling van Mehman Huseynov in Azerbeidzjan,

–  gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de online en offline vrijheid van meningsuiting,

–  gezien het laatste verslag van de werkgroep inzake willekeurige detentie aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties over haar werkbezoek aan Azerbeidzjan(7),

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Mehman Huseynov, een corruptiebestrijdingsblogger en directeur van het Instituut voor journalistieke vrijheid en veiligheid (IRFS) een gevangenisstraf van twee jaar uitzit, na zijn veroordeling op 3 maart 2017 voor zijn publiekelijk geuite klachten over de slechte behandeling en de foltering door de politie alsook vanwege kritiek op regeringsfunctionarissen door hun onverklaarde rijkdom aan het licht te brengen;

B.  overwegende dat de heer Huseynov, die in maart 2019 vrijgelaten zou moeten worden, mogelijk nog eens vijf tot zeven jaar extra gevangenisstraf wacht in eerste instantie vanwege aanklachten in verband met "het gebruik van levens- of gezondheidsbedreigend geweld tegen een met autoriteit beklede persoon", strafbaar gesteld in artikel 315, lid 2, maar wat later is veranderd in artikel 317, lid 2, " toepassing van niet levens- of gezondheidsbedreigend geweld tegen personeel van strafinrichtingen of individuele onderzoekers";

C.  overwegende dat Huseynov ervan wordt beschuldigd op 26 december 2018 gevangenispersoneel te hebben aangevallen om een routinecontrole te voorkomen; overwegende dat hij na de vermeende aanval in eenzame opsluiting werd geplaatst zonder het recht om zijn advocaat te zien; overwegende dat op 28 december de heer Huseynov een hongerstaking is gestart tegen deze pogingen tot verlenging van zijn straftijd en mogelijke nieuwe aanklachten; overwegende dat op 30 december de gezondheidstoestand van de blogger is verslechterd en hij is flauwgevallen; overwegende dat hij, op aandringen van zijn familieleden, gestopt is met het weigeren van vloeistoffen en begonnen is deze in te nemen; overwegende dat op 10 januari 2019 de EU-delegatie in Azerbeidzjan hem heeft kunnen bezoeken en bevestigd werd dat hij medische bijstand kreeg;

D.  overwegende dat dit geen op zichzelf staand geval is aangezien ook andere gevallen bekend zijn waarin de autoriteiten nieuwe aanklachten indienen tegen politieke gevangenen wier gevangenisstraf binnenkort aflopen; overwegende dat volgens het forum van het maatschappelijk middenveld van het Oostelijk Partnerschap dit het vijfde geval betreft in de afgelopen maanden;

E.  overwegende dat op 4 januari 2019 de rechtbank van het district Nizami in Baku heeft geoordeeld over de administratieve bestraffing van hen die hebben deelgenomen aan het protest tegen de nieuwe strafzaak tegen de heer Huseynov, namelijk Mete Turksoy, Afghan Sadigov, Nurlan Gahramanli, Elimkhan Aghayev, Sakhavat Nabiyev, Ismayil Islamoghlu, Goshgar Ahmadov, Yashar Khaspoladov, Farid Abdinov, Elchin Rahimzade, Orkhan Mammadov, Bakhtiyar Mammadli, Fatima Movlamli, Matanat Mahmurzayeva en Parvin Abishova; overwegende dat alle beklaagden schuldig bevonden werden aan artikel 513, lid 2, (schending van de voorschriften voor bijeenkomsten, het posten en demonstraties) van het wetboek van administratieve delicten;

F.  overwegende dat er wat betreft het mediaklimaat en de vrijheid van meningsuiting in Azerbeidzjan geen sprake van substantiële vooruitgang; overwegende dat Azerbeidzjan de 163e plaats inneemt van de 180 op de door Verslaggevers zonder grenzen gepubliceerde Wereldindex voor persvrijheid van 2018; overwegende dat momenteel tien journalisten gevangenisstraffen uitzitten in Azerbeidzjan;

G.  overwegende dat verscheidene websites en portals van onafhankelijke media in het land geblokkeerd en ontoegankelijk blijven, zoals Azadliq Radio (Radio Free Europe/Radio Liberty Azerbaijan Service) en zijn internationale dienst, Radio Free Europe Radio Liberty, het nieuwsblad Azadliq (geen banden met Azadliq Radio), Meydan TV, en Azerbaijan Saadi (Azerbaijan Hour), en andere; overwegende dat eind 2017 en begin 2018 tientallen Azerbeidzjaanse burgers ondervraagd zijn in verband met het leveren van kritiek op Facebook, of eenvoudigweg het "liken" van een socialemediastatus, of het klikken op "bijwonen" van politieke bijeenkomsten;

H.  overwegende dat in december 2018 het economisch en administratief gerecht van Baku de onderzoeksjournalist Khadija Ismayilova veroordeeld heeft tot het betalen van een boete van meer dan 23 000 EUR in verband met een zaak van vermeende belastingontwijking door Radio Free Europe, waar zij werkte als redacteur en nimmer een positie bekleed heeft van juridisch vertegenwoordiger; overwegende dat haar advocaat Yalchin Imanov een van degenen is van wie het lidmaatschap van de Azerbeidzjaanse orde van advocaten is afgenomen; overwegende dat op 10 januari 2019 het Europees Hof van de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat de klacht van Khadija Ismayilova tegen de regering van Azerbeidzjan in verband met het verspreiden van video's over het privéleven van Khadija gegrond is en de rechten van Ismayilova op grond van artikel 8 (eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven) en artikel 10 (vrijheid van meningsuiting) van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens geschonden zijn;

I.  overwegende dat in 2017 ingevoerde wijzigingen van het wetboek van burgerlijke en administratieve rechtsvordering en de advocatenwet verbieden dat advocaten die geen lid zijn van de orde van advocaten voor de rechter verschijnen en hun cliënten vertegenwoordigen; overwegende dat deze nieuwe regel gericht is op talrijke advocaten die leden van de oppositie en mensenrechtenactivisten vertegenwoordigen en die uit de orde van advocaten zijn gezet of met disciplinaire maatregelen te maken krijgen;

J.  overwegende dat Azerbeidzjan lid is van de Raad van Europa en zich er bijgevolg toe verbonden heeft democratische beginselen, mensenrechten en de rechtsstaat te eerbiedigen; overwegende dat de twee corapporteurs voor Azerbeidzjan van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa (PACE) en de commissaris voor de mensenrechten hun grote bezorgdheid hebben geuit over de nieuwe aanklachten die tegen de heer Huseynov zijn ingediend; overwegende dat de OVSE-vertegenwoordiger voor mediavrijheid dezelfde bezorgdheid heeft geuit;

K.  overwegende dat de EU en Azerbeidzjan op 11 juli 2018 hun partnerschapsprioriteiten definitief hebben vastgesteld, waarbij de gezamenlijke beleidsprioriteiten zijn vastgesteld om het partnerschap tussen de EU en Azerbeidzjan de komende jaren te sturen en te verbeteren;

1.  roept op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Mehman Huseynov en dringt er bij de Azerbeidzjaanse autoriteiten op aan alle nieuwe aanklachten tegen hem in te trekken; uit zijn bezorgdheid over zijn gezondheid, in verband waarmee de autoriteiten alle nodige medische zorg moeten bieden en regelmatige toegang voor zijn familie en individuele rechtsbijstand mogelijk moeten maken;

2.  dringt aan op beëindiging van het hardhandige optreden van Azerbeidzjan tegen andersdenkenden en verzoekt om de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen, waaronder journalisten, mensenrechtenactivisten en andere maatschappelijke activisten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot Afgan Mukhtarli, Ilkin Rusthedah, Rashad Ramazanov, Seymur Hazi, Giyas Ibrahimov, Mehman Huseynov, Bayram Mammadov, Araz Guliyev, Tofig Hasanli, Ilgiz Qahramanov en Afgan Sadygov, en dringt erop aan dat alle aanklachten tegen hen worden ingetrokken en dat hun politieke en burgerrechten volledig worden hersteld;

3.  is ingenomen met de vrijlating in de afgelopen jaren van een aantal vooraanstaande mensenrechtenactivisten, journalisten, oppositieleden en activisten in Azerbeidzjan; dringt er bij de Azerbeidzjaanse autoriteiten op aan te zorgen voor vrijheid van beweging van persoenen die met beperkingen geconfronteerd worden, zoals Ilgar Mammadov, Intigam Alyiev, Khadija Khadijylova en andere journalisten, en hen in staat te stellen in vrijheid te werken; is bezorgd over de nieuwe strafrechtelijke aanklachten tegen mevrouw Ismayilova en verzoekt om deze aanklachten in te trekken;

4.  wijst Azerbeidzjan op zijn verplichtingen uit hoofde van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en verzoekt de Azerbeidzjaanse autoriteiten de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volledig te eerbiedigen en uit te voeren;

5.  dringt er bij de regering van Azerbeidzjan op aan volledig samen te werken met en uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de Commissie van Venetië en de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa, alsook aan de speciale procedures van de VN met betrekking tot mensenrechtenactivisten, en ervoor te zorgen dat onafhankelijke maatschappelijke organisaties en activisten vrij en onbeperkt kunnen opereren, onder meer door de wetten die de financiering van het maatschappelijk middenveld ernstig beperken, te wijzigen;

6.  verzoekt Azerbeidjan de vrijheid van de pers en de media volledig te waarborgen, zowel in de wetgeving als in de praktijk, zowel online als offline, en de vrijheid van meningsuiting overeenkomstig de internationale normen te garanderen;

7.  dringt er bij de Azerbeidzjaanse autoriteiten op aan te zorgen voor de feitelijke onafhankelijkheid van de orde van advocaten van de uitvoerende macht; dringt erop aan dat onafhankelijk praktiserende advocaten hun vak mogen blijven uitoefenen en hun cliënten vertegenwoordigen met notariële volmacht, verzoekt om beëindiging van de willekeurige ontneming van het lidmaatschap van de orde van advocaten van advocaten die leden van de oppositie en mensenrechtenactivisten vertegenwoordigen;

8.  uit zijn bezorgdheid over de beschuldigingen ten aanzien van verschillende leden van Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa en vermeende pogingen om de Europese beleidsmakers te beïnvloeden via illegale middelen om kritiek op ernstige schendingen van de mensenrechten in Azerbeidzjan te verhinderen;

9.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de situatie van LGBTI-personen in Azerbeidzjan en roept de Azerbeidzjaanse regering te stoppen met het tegenwerken en intimideren van mensenrechtenactivisten die de rechten van LGBTI-personen bevorderen en beschermen;

10.  onderstreept het belang van de nieuwe overeenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan; beklemtoont dat democratische hervormingen, de rechtsstaat, goed bestuur en eerbiediging van mensenrechten en fundamentele vrijheden bij de nieuwe overeenkomst leidend moeten zijn; benadrukt dat voordat het besluit over het verlenen van goedkeuring aan de overeenkomst wordt genomen de situatie gedurende de onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst van nabij zal worden gevolgd;

11.  verzoekt de Raad, de Commissie en de VV/HV ervoor te zorgen dat de vrijlating van de heer Huseynov en alle andere politieke gevangenen in Azerbeidzjan een prioriteit blijft in de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Azerbeidzjan;

12.  dringt er bij de delegaties van de EU en de lidstaten in Azerbeidzjan op aan hun inspanningen in het kader van het steunen en bijstaan van politieke gevangenen, verslaggevers en bloggers, corruptiebestrijdingsactivisten, mensenrechtenactivisten en leden van het maatschappelijk middenveld te verdubbelen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Dienst voor extern optreden, de Commissie, de president, de regering en het parlement van de Republiek Azerbeidzjan, de Raad van Europa, alsmede aan de OVSE.

 

 

 

(1)

PB C 331 van 18.9.2018, blz. 105.

(2)

PB C 316 van 22.9.2017, blz. 207.

(3)

PB C 234 van 28.6.2016, blz. 2.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0294.

(5)

PB C 356 van 4.10.2018, blz. 130.

(6)

PB C 337 van 20.9.2018, blz. 82.

(7)

Verslag A/HRC/36/37/Add.1 van 2.8.2017.

Laatst bijgewerkt op: 16 januari 2019Juridische mededeling