Procedure : 2019/2562(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0107/2019

Ingediende teksten :

RC-B8-0107/2019

Debatten :

PV 14/02/2019 - 8.1
CRE 14/02/2019 - 8.1

Stemmingen :

PV 14/02/2019 - 10.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0115

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 155kWORD 49k
13.2.2019
PE635.332v01-00}
PE635.333v01-00}
PE635.334v01-00}
PE635.339v01-00}
PE635.342v01-00} RC1
 
B8-0107/2019}
B8-0108/2019}
B8-0109/2019}
B8-0114/2019}
B8-0117/2019} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:

B8‑0107/2019 (Verts/ALE)

B8‑0108/2019 (PPE)

B8‑0109/2019 (S&D)

B8‑0114/2019 (ALDE)

B8‑0117/2019 (ECR)


over de situatie in Tsjetsjenië en de zaak van Ojoeb Titiev  (2019/2562(RSP))


Cristian Dan Preda, Jaromír Štětina, David McAllister, Elmar Brok, Marijana Petir, Eduard Kukan, Patricija Šulin, Jarosław Wałęsa, Tunne Kelam, Roberta Metsola, Csaba Sógor, Milan Zver, Bogusław Sonik, Adam Szejnfeld, Michaela Šojdrová, Pavel Svoboda, Lorenzo Cesa, Giovanni La Via, Antonio López‑Istúriz White, Tomáš Zdechovský, Krzysztof Hetman, Ivo Belet, Dubravka Šuica, Sandra Kalniete, Anders Sellström, Seán Kelly, Francis Zammit Dimech, Deirdre Clune, Ivana Maletić, Romana Tomc, Andrey Kovatchev, Laima Liucija Andrikienė, László Tőkés, Anna Maria Corazza Bildt, Jiří Pospíšil, Stanislav Polčák, Inese Vaidere namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Victor Boştinaru, Soraya Post namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Jana Žitňanská, Ryszard Czarnecki, Jadwiga Wiśniewska, Ruža Tomašić, Jan Zahradil, Branislav Škripek, Roberts Zīle, Monica Macovei namens de ECR-Fractie
Marietje Schaake, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Marian Harkin, Nadja Hirsch, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Valentinas Mazuronis, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie
Rebecca Harms namens de Verts/ALE-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Tsjetsjenië en de zaak van Ojoeb Titiev  (2019/2562(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Tsjetsjenië, en met name die van 8 februari 2018 over Rusland, de zaak van Ojoeb Titiev en het mensenrechtencentrum Memorial(1) en 23 oktober 2014 over de ontbinding van Memorial (Sacharovprijs 2009) in Rusland(2),

–  gezien de mededeling van de voorzitters van de Commissie buitenlandse zaken en de Subcommissie mensenrechten van het Parlement van 12 januari 2018, waarin wordt opgeroepen tot de onmiddellijke vrijlating van mensenrechtenactivist Ojoeb Titiev,

–  gezien de mededeling van de EU van 19 januari 2018 over mensenrechtenschendingen met betrekking tot het mensenrechtencentrum Memorial in Rusland, en de mededelingen van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 11 januari 2018 over de gevangenneming van de directeur van het mensenrechtencentrum Memorial in de Tsjetsjeense Republiek en van 27 juni 2018 over de zaak van de Russische mensenrechtenverdedigers Ojoeb Titiev en Joeri Dmitriev,

–  gezien artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, die er beide in voorzien dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en waarbij de Russische Federatie partij is,

–  gezien de VN-verklaring over mensenrechtenverdedigers, aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN op 9 december 1998,

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–  gezien de grondwet van de Russische Federatie, met name hoofdstuk 2 over de rechten en vrijheden van de mens en de burger,

–  gezien het zevende periodieke verslag van de Russische Federatie, dat de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties tijdens haar 3 136e en 3 137e vergadering op 16 en 17 maart 2015 heeft bestudeerd,

–  gezien het rapport van de OVSE-rapporteur van 21 december 2018 in het kader van het Moskou-mechanisme over mogelijke mensenrechtenschendingen en straffeloosheid in de Tsjetsjeense Republiek van de Russische Federatie,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake verdedigers van de mensenrechten,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Russische Federatie, als ondertekenaar van de Universele Verklaring van de rechten van de mens, het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, zich heeft verplicht om de beginselen van de democratie en de rechtsstaat na te leven en de fundamentele vrijheden en mensenrechten te eerbiedigen;

B.  overwegende dat de internationale verplichtingen van de Russische Federatie de verplichting omvatten om mensenrechtenverdedigers te beschermen; overwegende dat de wet inzake "buitenlandse agenten" van 2012 de mogelijkheden voor ngo's om onafhankelijk en doeltreffend te werken, sterk beperkt; overwegende dat het mensenrechtencentrum Memorial uit hoofde van deze wet door het Ministerie van Justitie van de Russische Federatie is bestempeld als "buitenlands agent";

C.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in Tsjetsjenië de afgelopen jaren dramatisch is verslechterd, waardoor onafhankelijke journalisten en mensenrechtenactivisten feitelijk hun werk niet kunnen voortzetten zonder hun eigen leven en dat van hun familieleden, vrienden en collega's in gevaar te brengen; overwegende dat de talrijke meldingen van systematische en ernstige mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië erop wijzen dat de Tsjetsjeense en Russische autoriteiten nalaten de rechtsstaat te handhaven;

D.  overwegende dat Ojoeb Titiev, de Tsjetsjeense directeur van Memorial, op 9 januari 2018 is gearresteerd en officieel is aangeklaagd en in voorlopige hechtenis is genomen op grond van valse beschuldigingen van drugsbezit en -aankoop; overwegende dat de beschuldigingen door Ojoeb Titiev zijn ontkend en door andere ngo's en mensenrechtenverdedigers zijn gehekeld als zijnde vals en een poging om de werkzaamheden voor de mensenrechten van Ojoeb Titiev en zijn organisatie te belemmeren;

E.  overwegende dat de rechtbanken de detentie van Ojoeb Titiev meermaals hebben verlengd voordat de hoorzittingen in de stadsrechtbank van Sjali, Tsjetsjenië op 19 juli 2018 begonnen; overwegende dat het vonnis nadert en medio februari 2019 wordt verwacht; overwegende dat Ojoeb Titiev het gevaar loopt dat hij wordt veroordeeld voor een misdrijf dat hij niet heeft begaan en wordt veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf;

F.  overwegende dat de familie van Ojoeb Titiev te maken heeft gekregen met intimidatie en bedreigingen die hen ertoe hebben gedwongen Tsjetsjenië te verlaten; overwegende dat Memorial in 2018 het doelwit is geworden van andere acties, waaronder een brandstichting in het kantoor in Ingoesjetië op 17 januari 2018, een aanval op de auto van de advocaat van de heer Titiev op 22 januari 2018 in Dagestan en een aanval op het hoofd van de vestiging van Memorial in Dagestan op 28 maart 2018; overwegende dat sinds de moord in 2009 op Natalja Estemirova, de voorganger van Ojoeb Titiev als directeur van Memorial in Tsjetsjenië, de daders van dit misdrijf nog steeds niet voor de rechter zijn gebracht;

G.  overwegende dat Memorial een van de laatste organisaties is die nog werkzaam zijn voor de mensenrechten in Tsjetsjenië – door mensenrechtenschendingen te documenteren en aan het licht te brengen, de slachtoffers van deze mensenrechtenschendingen te ondersteunen en hen te helpen gerechtigheid te eisen – en waarschijnlijk is aangevallen als vergelding omdat Memorial mensenrechtenschendingen aan het licht brengt en hiervoor gerechtigheid eist; overwegende dat aan Memorial in 2009 de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken is toegekend en in 2018 aan Ojoeb Titiev de Frans-Duitse Prijs voor de mensenrechten en de rechtsstaat (december), de Václav Havel-prijs voor de mensenrechten (oktober) en de Prijs van de Helsinki-mensenrechtengroep Moskou (mei) zijn toegekend;

H.  overwegende dat Tsjetsjeense functionarissen herhaaldelijk bedreigingen hebben geuit tegen mensenrechtenverdedigers of hun werk hebben gehekeld en hebben nagelaten openlijk te veroordelen dat mensenrechtenverdedigers met geweld werden bedreigd, waardoor zij een klimaat van straffeloosheid hebben gecreëerd en in stand gehouden voor de plegers van geweld tegen mensenrechtenverdedigers; overwegende dat de meeste slachtoffers daarom geen aangifte doen uit angst voor represailles van de lokale autoriteiten;

1.  herhaalt zijn oproep om de onmiddellijke vrijlating van Ojoeb Titiev, de directeur van het mensenrechtencentrum Memorial in Tsjetsjenië, die op 9 januari 2018 werd gearresteerd en is beschuldigd van illegaal drugsbezit en -aankoop, en die naar verwachting medio februari 2019 zal worden veroordeeld; dringt er bij de Tsjetsjeense autoriteiten op aan om Ojoeb Titievs juridische en mensenrechten volledig te eerbiedigen, met inbegrip van zijn recht op een onpartijdig gerecht, ongehinderde toegang tot zijn advocaat en medische zorg, en bescherming tegen gerechtelijke intimidatie en criminalisering;

2.  veroordeelt ten stelligste de herhaaldelijke openbare verklaringen van Tsjetsjeense functionarissen waarin zij de werkzaamheden van mensenrechtenverdedigers en mensenrechtenorganisaties hekelen of zich tegen specifieke personen richten, evenals het feit dat zij nalaten bedreigingen en geweld tegen deze groepen publiekelijk te veroordelen en te onderzoeken;

3.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de zorgwekkende tendens van arrestaties, aanvallen en intimidatie van onafhankelijke journalisten, mensenrechtenverdedigers en hun medestanders en gewone burgers, die deel uit lijken te maken van gecoördineerde campagnes; is van mening dat de zaak van Ojoeb Titiev illustratief is voor talrijke andere gevallen van vervolging op grond van gefabriceerd bewijs die het gebrekkige rechtsstelsel in de Tsjetsjeense Republiek en de Russische Federatie schragen; herinnert eraan dat soortgelijke beschuldigingen van drugsbezit ook zijn ingediend tegen Zjalaoedi Geriev, journalist bij "Kavkazky Oezel" (Knoop van de Kaukasus) en mensenrechtenactivist Roeslan Koetajev, en dringt ook aan op hun vrijlating;

4.  dringt er bij de autoriteiten van zowel de Tsjetsjeense Republiek als de Russische Federatie op aan om een einde te maken aan de intimidatie en vervolging van hun burgers en een einde te maken aan het klimaat van straffeloosheid voor de plegers van geweld tegen mensenrechtenverdedigers, hun familieleden, collega's en medestanders en hun organisaties;

5.  verzoekt de Russische Federatie al haar burgers te beschermen, met volledige eerbiediging van hun mensenrechten, om haar eigen grondwet en wetgeving na te leven, en haar internationale verplichtingen na te komen om de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden en mensenrechten van al haar burgers te eerbiedigen, met inbegrip van de burgers die hun tijd, middelen en werkzaamheden wijden aan het verdedigen van de rechten van hun medeburgers;

6.  roept de Russische autoriteiten op om de wet inzake "ongewenste organisaties" van 2015 en de wet inzake "buitenlandse agenten" van 2012 in te trekken, evenals alle andere daaraan gerelateerde wetgeving, die consequent is gebruikt om mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties te intimideren en aan te vallen; spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat sommige Russische ngo's hebben moeten sluiten om te voorkomen dat zij zouden worden bedoezeld met het stigma van "buitenlands agent" en om rechtsvervolging te voorkomen;

7.  vraagt om de onmiddellijke beëindiging van de intimidatie en arrestaties van mensenrechtenverdedigers in Tsjetsjenië die worden vervolgd op grond van valse beschuldigingen, de onmiddellijke beëindiging van de aanvallen op hun collega's en familieleden en de intimidatie van hun medestanders, die tot doel lijken te hebben de nuttige werkzaamheden van hun organisaties te hinderen en uiteindelijk te beëindigen;

8.  herhaalt zijn verzoek aan de Commissie, de EDEO en de lidstaten om de mensenrechtensituatie in Tsjetsjenië nauwgezet te blijven volgen, met inbegrip van het proces van Ojoeb Titiev, om te verzoeken om de onmiddellijke beëindiging van voornoemde mensenrechtenschendingen, om de zaken van alle om politieke redenen vervolgde personen aan de orde te stellen in alle relevante bijeenkomsten met Russische vertegenwoordigers en om snelle en doelmatige steun te bieden aan de slachtoffers van vervolging en hun familieleden, ook bij de behandeling van asielaanvragen;

9.  verzoekt de Commissie samen te werken met internationale mensenrechtenorganisaties die actief zijn in de Russische Federatie, met Russische mensenrechtenorganisaties en het maatschappelijk middenveld, ondanks de Russische wet inzake "buitenlandse agenten", en steun te blijven bieden aan Memorial en andere vergelijkbare organisaties;

10.  roept internationaal bekende sporters en artiesten op om zich te onthouden van deelname aan openbare evenementen in Tsjetsjenië of evenementen die gesponsord worden door de autoriteiten van de Tsjetsjeense Republiek; spreekt opnieuw zijn steun uit voor een "Magnitsky-wet" van de Europese Unie, waarbij sancties moeten worden opgelegd aan de plegers van ernstige mensenrechtenschendingen, en verzoekt de Raad de werkzaamheden met betrekking hiertoe onverwijld uit te voeren; benadrukt in dit verband dat geen EU-visa mogen worden verleend aan de plegers van mensenrechtenschendingen in de Tsjetsjeense Republiek van de Russische Federatie en dat zij geen activa in EU-lidstaten mogen hebben;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, alsmede de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie, en de Tsjetsjeense autoriteiten.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA (2018)0034.

(2)

PB C 274 van 27.7.2016, blz. 21.

Laatst bijgewerkt op: 13 februari 2019Juridische mededeling