Procedure : 2019/2610(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0204/2019

Ingediende teksten :

RC-B8-0204/2019

Debatten :

PV 14/03/2019 - 8.1
CRE 14/03/2019 - 8.1

Stemmingen :

PV 14/03/2019 - 11.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0203

<Date>{13/03/2019}13.3.2019</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B8‑0204/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B8‑0205/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B8‑0206/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B8‑0207/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B8‑0208/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B8‑0209/2019</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 159kWORD 60k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B8‑0204/2019 (Verts/ALE)

B8‑0205/2019 (ECR)

B8‑0206/2019 (GUE/NGL)

B8‑0207/2019 (ALDE)

B8‑0208/2019 (S&D)

B8‑0209/2019 (PPE)</TablingGroups>


<Titre>over de mensenrechtensituatie in Kazachstan</Titre>

<DocRef>(2019/2610(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Roberta Metsola, Jaromír Štětina, Tunne Kelam, Milan Zver, Agnieszka Kozłowska‑Rajewicz, Eduard Kukan, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Elisabetta Gardini, Cristian Dan Preda, Patricija Šulin, Tomáš Zdechovský, Csaba Sógor, Jarosław Wałęsa, Andrzej Grzyb, Michael Gahler, Elmar Brok, Sandra Kalniete, Dubravka Šuica, Andrey Kovatchev, Francis Zammit Dimech, Seán Kelly, Ivana Maletić, Deirdre Clune, Laima Liucija Andrikienė, László Tőkés, Jiří Pospíšil, Stanislav Polčák, Adam Szejnfeld</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Elena Valenciano, Victor Boştinaru, Soraya Post, Ana Gomes</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Charles Tannock, Monica Macovei</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Wolf Klinz, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Ilhan Kyuchyuk, Valentinas Mazuronis, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Matthijs van Miltenburg, Hilde Vautmans, Mirja Vehkaperä</Depute>

<Commission>{ALDE}namens de ALDE-Fractie</Commission>

<Depute>Barbara Lochbihler, Heidi Hautala</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Helmut Scholz, Marie‑Christine Vergiat, Luke Ming Flanagan</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

<Depute>Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Isabella Adinolfi</Depute>

<Commission>{EFDD}namens de EFDD-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


Resolutie van het Europees Parlement over de mensenrechtensituatie in Kazachstan

(2019/2610(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn resolutie van 12 december 2017 betreffende het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Unie, van de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds[1] en zijn resolutie van 10 maart 2016 over de vrijheid van meningsuiting in Kazachstan[2],–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 12 december 2017 over het ontwerp van besluit van de Raad inzake de sluiting, namens de Europese Unie, van de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds[3],

 gezien zijn eerdere resoluties over Kazachstan, waaronder die van 18 april 2013[4], 15 maart 2012[5] en 17 september 2009 over de zaak Yevgeny Zhovtis in Kazachstan[6],

 gezien de op 21 december 2015 in Astana ondertekende versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (EPCA),

 gezien zijn resolutie van 15 december 2011 over de staat van de uitvoering van de EU-strategie voor Centraal-Azië[7] en zijn resolutie van 13 april 2016 over de tenuitvoerlegging en herziening van de EU-strategie voor Centraal-Azië[8],

 gezien de conclusies van de Raad van 22 juni 2015 en 19 juni 2017 over de EU-strategie voor Centraal-Azië,

 gezien de jaarlijkse mensenrechtendialogen tussen de EU en Kazachstan,

 gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Europese Unie en Kazachstan op 21 december 2015 een versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (EPCA) hebben ondertekend, gericht op het bieden van een uitgebreid kader voor versterkte politieke dialoog, samenwerking op het gebied van binnenlandse zaken en justitie en vele andere domeinen; overwegende dat in deze overeenkomst sterk de nadruk wordt gelegd op democratie en de rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden, de beginselen van de markteconomie en duurzame ontwikkeling, en de samenwerking in het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de beleidsvorming;

B. overwegende dat Kazachstan in maart 2012 is toegetreden tot de Europese Commissie voor democratie middels het recht (Commissie van Venetië);

C. overwegende dat de regering van Kazachstan kennelijk geen stappen heeft ondernomen voor de herziening van de breed geformuleerde bepalingen van artikel 174 van het wetboek van strafrecht, dat "het aanzetten" tot sociale, nationale of andersoortige verdeeldheid verbiedt, en artikel 274, waarin "de verspreiding van informatie waarvan het bekend is dat zij vals is" wordt verboden, maar dat zij deze bepalingen blijft gebruiken als rechtsgrond om activisten uit het maatschappelijk middenveld en journalisten aan te klagen en gevangen te zetten;

D. overwegende dat het aantal politieke gevangenen in Kazachstan is toegenomen; overwegende dat in 2016 in verschillende regio's van Kazachstan vreedzame bijeenkomsten tegen wijzigingen in de wetgeving inzake grondbezit hebben plaatsgevonden, die hebben geleid tot de detentie van meer dan 1 000 deelnemers (waaronder 55 journalisten), waarvan er vervolgens meer dan 30 zijn gearresteerd; overwegende dat de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie het willekeurige karakter van de detentie, het ontbreken van een eerlijk proces en grove schendingen van de rechten heeft erkend in een aantal gevallen; overwegende dat maatschappelijk activist Maks Bokayev een gevangenisstraf uitzit wegens zijn legitieme deelname aan deze vreedzame massabetoging;

E. overwegende dat de regering van Kazachstan heeft samengewerkt met de missie op hoog niveau van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en zich ertoe heeft verbonden een routekaart ten uitvoer te leggen om tegemoet te komen aan de bezorgdheid van de IAO, maar geen zinvolle stappen heeft ondernomen om bepalingen van de routekaart ten uitvoer te leggen, zoals onder meer het wijzigen van het vakbondsrecht; overwegende dat zij evenmin uitvoering heeft gegeven aan de eerdere aanbevelingen van het IAO-comité voor de toepassing van normen, om het vakbondsrecht en de arbeidswet te herzien en alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de Confederatie van Onafhankelijke Vakbonden van Kazachstan (CITUK) en haar leden hun vakbondsrechten volledig kunnen uitoefenen;

F. overwegende dat de vakbondsactivisten Nurbek Kushakbaev en Amin Eleusinov in mei 2018 voorwaardelijk zijn vrijgelaten, maar nog steeds geen vakbondsactiviteiten mogen uitoefenen; overwegende dat de activiste Larisa Kharkova met soortgelijke beperkingen alsook met voortdurende gerechtelijke intimidatie wordt geconfronteerd, en dat er tegen Erlan Baltabay, een andere vakbondsactivist uit Shymkent, een strafrechtelijk onderzoek loopt op grond van dubieuze beschuldigingen;

G. overwegende dat de nieuwe ngo-wetgeving de boekhoudregels voor de middenveldorganisaties heeft aangescherpt; overwegende dat mensenrechtenorganisaties fiscaal onder druk worden gezet in verband met subsidies van internationale donoren;

H. overwegende dat de vrijheid van godsdienst en geloofsovertuiging ernstig is ondermijnd; overwegende dat religieuze overtuigingen door de autoriteiten worden gebruikt als voorwendsel voor willekeurige detentie; overwegende dat Saken Tulbayev werd opgesloten nadat hij werd beschuldigd van "het aanzetten tot religieuze haat";

I. overwegende dat de autoriteiten op 13 maart 2018 een verbod hebben uitgevaardigd tegen de vreedzame oppositiebeweging Democratic Choice of Kazakhstan (DCK) en dat meer dan 500 personen op diverse manieren hun steun aan de DCK hebben geuit; overwegende dat de burgeractivisten Almat Zhumagulov en de dichter Kenzhebek Abishev het slachtoffer zijn geworden van de strijd van de Kazachse autoriteiten tegen de DCK en veroordeeld zijn tot een celstraf van respectievelijk 8 en 7 jaar; overwegende dat Ablovas Dzhumayev is veroordeeld tot een celstraf van 3 jaar en Aset Abishev tot een celstraf van 4 jaar omdat zij op online kritiek hebben geuit op de autoriteiten en steun hebben betuigd aan de DCK;

J. verwegende dat het recht op vrijheid van vereniging, hoewel het in de grondwet van Kazachstan wordt beschermd, grotendeels beperkt is gebleven in het land en dat de wet op openbare verenigingen blijft vereisen dat alle openbare verenigingen zich bij het ministerie van Justitie laten registreren; overwegende dat de wet in december 2015 opnieuw is gewijzigd waardoor omslachtige rapportageverplichtingen werden opgelegd alsook overheidsregulering van de financiering door middel van een door de regering benoemde instantie; overwegende dat mensen die zich bezighouden met activiteiten in niet-geregistreerde organisaties, met administratieve en strafrechtelijke sancties kunnen worden geconfronteerd;

K. overwegende dat maatschappelijke en mensenrechtenactivisten nog steeds te maken hebben met represailles en beperkingen in hun activiteiten, onder meer mensenrechtenactiviste Elena Semenova, die onder reisverbod werd geplaatst voor "het bewust verspreiden van valse informatie" en activiste Ardak Ashim uit Shymkent, die beschuldigd werd voor "het aanzetten tot verdeeldheid" wegens haar kritische berichten in de sociale media en in gedwongen psychiatrische detentie werd geplaatst; overwegende dat de politie op 10 mei 2018 tijdens het bezoek van een delegatie van het Europees Parlement aan Kazachstan buitensporig geweld heeft gebruikt tegen vreedzame demonstranten die probeerden leden van het Europees Parlement te ontmoeten; overwegende dat meer dan 150 mensen door de politie werden vastgehouden en meer dan 30 demonstranten onder administratieve detentie werden geplaatst; overwegende dat de Kazachse politie op 17 en 18 september 2018 verschillende activisten die leden van de delegatie van het Europees Parlement wilden ontmoeten, heeft vastgehouden;

L. overwegende dat in april 2018 nieuwe beperkende wijzigingen op de media- en informatiewetgeving van kracht zijn geworden, dat de toegang tot informatie op de sociale media nog steeds geblokkeerd wordt en dat er een strafrechtelijk onderzoek is ingesteld tegen Forbes Kazachstan en Ratel.kz wegens "het bewust verspreiden van valse informatie"; overwegende dat het gebruik van sociale netwerken door de autoriteiten wordt gecontroleerd en beperkt; overwegende dat bloggers en gebruikers van sociale netwerken, waaronder Ruslan Ginatullin, Igor Chupina en Igor Sychev, zijn veroordeeld tot celstraf; overwegende dat blogger Muratbek Tungishbayev door Kirgizië aan Kazachstan is uitgeleverd in grove schending van de wet en in Kazachstan is mishandeld;

M. overwegende dat straffeloosheid voor foltering en mishandeling van gevangenen en verdachten de norm blijft, ondanks de belofte van de regering van nultolerantie ten aanzien van foltering; overwegende dat de autoriteiten geen geloofwaardig onderzoek hebben verricht naar de beschuldigingen van foltering tijdens de grote stakingen in de olie-industrie in Zhanaozen in 2011;

N. overwegende dat het Openbaar Ministerie van Almaty geen geloofwaardige bewijzen heeft gevonden ter staving van de beschuldigingen van foltering van de zakenman Iskander Yerimbetov, die in oktober 2018 is veroordeeld tot zeven jaar celstraf op beschuldiging van grootschalige fraude; overwegende dat de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie in 2018 tot de conclusie is gekomen dat zijn arrestatie en detentie willekeurig waren, om zijn vrijlating heeft verzocht en zijn bezorgdheid heeft uitgesproken over de beschuldigingen van foltering tijdens zijn voorarrest;

O. overwegende dat het veelvuldig geweld tegen vrouwen en de traditionele patriarchale normen en stereotypen een grote belemmering vormen voor gendergelijkheid in Kazachstan; overwegende dat ngo's verklaren dat geweld tegen vrouwen niet voldoende wordt gemeld en dat het aantal vervolgingen van gevallen van geweld tegen vrouwen en seksuele intimidatie laag is;

P. overwegende dat LGBTI-personen in Kazachstan geconfronteerd worden met juridische problemen en discriminatie; overwegende dat zowel mannelijke als vrouwelijke seksuele betrekkingen tussen personen van hetzelfde geslacht legaal zijn in Kazachstan, maar dat koppels van hetzelfde geslacht en huishoudens met een koppel van hetzelfde geslacht aan het hoofd geen aanspraak kunnen maken op dezelfde rechtsbescherming die getrouwde heterokoppels genieten;

Q. overwegende dat Kazachstan in de World Democracy Index op de 143e plaats staat op een totaal van 167, wat maakt dat het land als een autoritair regime wordt gedefinieerd;

1. dringt er bij Kazachstan op aan zijn internationale verplichtingen na te komen en de mensenrechten en fundamentele vrijheden te eerbiedigen; verzoekt de Kazachse autoriteiten een einde te maken aan de schendingen van de mensenrechten en elke vorm van politieke repressie overeenkomstig de beginselen en artikelen 1, 4, 5 en 235 van de EPCA;

2. benadrukt dat de versterking van de politieke, economische en culturele betrekkingen tussen de EU en Kazachstan gebaseerd moet zijn op gemeenschappelijke inzet voor universele waarden, in het bijzonder met betrekking tot democratie, de rechtsstaat, goed bestuur en de eerbiediging van mensenrechten; verwacht dat de EPCA een versterking van de rechtsstaat en democratische participatie van alle burgers, een diverser politiek landschap, een beter functionerende, onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke macht, meer transparantie en verantwoording van de regering en verbeteringen van de arbeidswetgeving bevordert;

3. toont zich verheugd over de vrijlating van een aantal politieke gevangenen, met name: Vladimir Kozlov, Gyuzyal Baydalinova, Seytkazy Matayev, Edige Batyrov, Yerzhan Orazalinov, Sayat Ibrayev, Aset Matayev, Zinaida Mukhortova, Talgat Ayan en de arbeiders uit de olie-industrie van Zhanaozen, evenals de vakbondsleden Amin Eleusinov en Nurbek Kushakbayev, wiens vrijheid niettemin beperkt blijft; is verheugd over het besluit om Ardak Ashim te ontslaan uit de psychiatrische kliniek; veroordeelt een dergelijke brutale maatregel als criminele psychiatrie en roept op tot stopzetting van de verplichte ambulante psychiatrische behandeling van Ashum en van alle medische dwangmaatregelen tegen activiste Natalia Ulasik;

4.  dringt aan op de volledige rehabilitatie en onmiddellijke vrijlating van alle activisten en politieke gevangenen die momenteel in de gevangenis zitten, namelijk Mukhtar Dzhakishev, Maks Bokayev, Iskander Yerimbetov, Aron Atabek, Sanat Bukenov en Makhambet Abzhan, Saken Tulbayev, Max Bokayev, en op de opheffing van de beperkingen op de bewegingsvrijheid van anderen;

5. dringt er bij de regering van Kazachstan op aan dat zij artikel 174 van het wetboek van strafrecht, dat betrekking heeft op "het aanzetten tot sociale, nationale, clan-, raciale, klassen- of religieuze verdeeldheid", zo wijzigt dat het uitsluitend dient ter voorkoming van willekeurige vervolgingen die in strijd zijn met de mensenrechtennormen, alsook artikel 274 van het wetboek van strafrecht, dat een algemeen verbod legt op "het verspreiden van informatie waarvan bekend is dat deze vals is", en dat zij activisten, journalisten en andere personen die kritiek uiten en die momenteel op grond van deze artikelen worden vastgehouden, in vrijheid stelt;

6. dringt er bij de regering van Kazachstan op aan een einde te maken aan het harde optreden tegen onafhankelijke vakbonden en de beperkingen op hun activiteiten op te heffen, een einde te maken aan de politiek gemotiveerde strafrechtelijke vervolging van vakbondsleiders, de veroordelingen van Larissa Kharkova, Nurbek Kushakbaev en Amin Eleusinov te vernietigen en hen toe te staan hun vakbondsactiviteiten zonder inmenging of intimidatie te hervatten; vraagt met aandrang aan de regering dat zij de bezorgdheid van het Europees Parlement over het strafrechtelijk onderzoek tegen Erlan Baltabay wegneemt, en de vakbondswet van 2014 en het arbeidswetboek van 2015 herziet om ze in overeenstemming te brengen met de IAO-normen;

7. dringt er bij de regering van Kazachstan op aan uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de speciale VN-rapporteur voor het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, en de wet op openbare verenigingen en de voorwaarden voor toegang tot financiering te herzien;

8. dringt er bij de regering van Kazachstan op aan een einde te maken aan alle vormen van willekeurige detentie, represailles en pesterijen tegen mensenrechtenactivisten en maatschappelijke organisaties en politieke oppositiebewegingen, ook tegen feitelijke of vermeende aanhangers van de DVK;

9. dringt er bij de regering van Kazachstan op aan de wijzigingen van de media- en informatiewet die dit jaar in werking zijn getreden, te herzien, een moratorium in te stellen op laster als strafbaar feit, alle nodige stappen te ondernemen om de relevante artikelen in het nieuwe wetboek van strafrecht met betrekking tot laster als strafbaar feit af te schaffen, een plafond in te stellen voor schadevergoedingen in smaadzaken, een einde te maken aan de intimidatie van en represailles tegen journalisten die kritiek hebben op de regering en op te houden met het blokkeren van de toegang tot informatie online en offline;

10. verzoekt initiatieven te nemen in verband met de mededelingen van het VN-mensenrechtencomité, de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie en de speciale VN-rapporteur inzake foltering; dringt aan op bescherming van slachtoffers van foltering, op passende medische zorg en op een gedegen onderzoek naar gevallen van foltering; verlangt dat er een einde komt aan het misbruik van de uitleveringsprocedures van Interpol en aan de intimidatie van leden van de politieke oppositie; dringt er bij de regering van Kazachstan op aan dat zij haar belofte van nultolerantie ten aanzien van folteringen naleeft en dat zij ervoor zorgt dat beschuldigingen van foltering, ook in de context van de gebeurtenissen in Zhanaozen, volledig worden onderzocht; dringt er bij de regering op aan de zaak van Iskander Yerimbetov opnieuw te bekijken in het licht van de conclusies van de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie en ervoor te zorgen dat beschuldigingen van foltering naar behoren worden onderzocht;

11. wijst op het multi-etnische en multireligieuze karakter van Kazachstan en benadrukt dat minderheden en hun rechten moeten worden beschermd, met name wat betreft het gebruik van talen, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, non-discriminatie en gelijke kansen; is verheugd over het vreedzame samenleven van verschillende gemeenschappen in Kazachstan; dringt er bij Kazachstan op aan een einde te maken aan de vervolging van mensen vanwege hun legitieme uitoefening van de vrijheid van geweten en godsdienst; eist de onmiddellijke vrijlating van personen die veroordeeld zijn wegens hun geloof;

12. roept de autoriteiten op alle vormen van geweld tegen vrouwen te bestrijden; dringt er voorts op aan te zorgen voor doeltreffende en toegankelijke rapportagekanalen en beschermingsmaatregelen waarbij aandacht wordt gegeven aan de behoeften van de slachtoffers en vertrouwelijkheid; dringt erop aan een einde te maken aan de straffeloosheid en te zorgen voor passende strafrechtelijke sancties tegen de daders;

13. dringt erop aan dat de rechten van de LGBTI-gemeenschap volledig worden geëerbiedigd; verzoekt de regering van Kazachstan te waarborgen dat de LGBTI-gemeenschap niet wordt gediscrimineerd;

14. dringt er bij Kazachstan op aan volledig uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de internationale OVSE/ODIHR-waarnemingsmissie bij de verkiezingen van 20 maart 2016, volgens welke het land nog een lange weg te gaan heeft bij het nakomen van zijn OVSE-verbintenissen ten aanzien van democratische verkiezingen; dringt er bij de Kazachse autoriteiten op aan dat zij de activiteiten van onafhankelijke kandidaten niet inperken; verlangt voorts dat de kiesrechten van burgers worden geëerbiedigd;

15. wijst nogmaals op het belang van samenwerking tussen de EU en de OVSE voor het verbeteren van goede praktijken op het gebied van democratisch bestuur in het land, met name op het gebied van de mensenrechten en de rechtsstaat; dringt er bij de autoriteiten van Kazachstan op aan het OVSE-mandaat in het land uit te breiden, en met name het mandaat van het OVSE-centrum in Astana te herstellen, als een belangrijke voorwaarde voor verdere samenwerking tussen de EU en Kazachstan;

16. dringt er bij de EU, en met name bij de Europese Dienst voor extern optreden, op aan om nauwlettend toe te zien op de ontwikkelingen in Kazachstan, zo nodig punten van zorg aan de orde te stellen bij de Kazachse overheid, bijstand te verlenen en regelmatig verslag uit te brengen aan het Europees Parlement; verzoekt de EU-delegatie in Astana een actieve rol te blijven spelen bij het volgen van de situatie en de kwestie van de vrijheid van meningsuiting in alle relevante bilaterale bijeenkomsten aan de orde te stellen; dringt er bij de EDEO op aan proactief deel te nemen aan waarnemingsmissies voor rechtszaken teneinde toe te zien op politiek gevoelige processen en politiek gemotiveerde vervolgingen en ervoor te zorgen dat het recht op een eerlijk proces voor iedereen van toepassing is;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor Centraal-Azië, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van Kazachstan.

 

[1]Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0485.

[2]Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0083.

[3]Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0484.

[4] PB C 45 van 5.2.2016, blz. 85.

[5] PB C 251 E van 31.8.2013, blz. 93.

[6] PB C 224 E van 19.8.2010, blz. 30.

[7] PB C 168 E van 14.6.2013, blz. 91.

[8] PB C 58 van 15.2.2018, blz. 119.

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2019Juridische mededeling