Procedure : 2019/2628(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0225/2019

Ingediende teksten :

RC-B8-0225/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/03/2019 - 8.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0327

<Date>{27/03/2019}27.3.2019</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B8‑0225/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B8‑0227/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B8‑0229/2019</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 154kWORD 50k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B8‑0225/2019 (PPE)

B8‑0227/2019 (ECR)

B8‑0229/2019 (ALDE)</TablingGroups>


<Titre>over de noodsituatie in Venezuela</Titre>

<DocRef>(2019/2628(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>José Ignacio Salafranca Sánchez‑Neyra, Luis de Grandes Pascual, Cristian Dan Preda, David McAllister, Sandra Kalniete, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Paulo Rangel, Nuno Melo, Gabriel Mato, José Inácio Faria, Antonio López‑Istúriz White, Francisco José Millán Mon, Cláudia Monteiro de Aguiar, Laima Liucija Andrikienė, Lorenzo Cesa, Ivan Štefanec, Eduard Kukan, Tunne Kelam, Manolis Kefalogiannis, Julia Pitera, Fernando Ruas, Anna Maria Corazza Bildt</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Karol Karski, Jadwiga Wiśniewska, Anna Elżbieta Fotyga, Monica Macovei, Ryszard Czarnecki, Ryszard Antoni Legutko, Charles Tannock</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Javier Nart, Dita Charanzová, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, María Teresa Giménez Barbat, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Ilhan Kyuchyuk, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Ramon Tremosa i Balcells, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Mirja Vehkaperä</Depute>

<Commission>{ALDE}namens de ALDE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de noodsituatie in Venezuela

(2019/2628(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, in het bijzonder zijn resolutie van 3 mei 2018 over de presidentsverkiezingen in Venezuela[1], van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land met Colombia en Brazilië[2], en van 25 oktober 2018[3] en 31 januari 2019 over de situatie in Venezuela[4], in de laatste waarvan Juan Guaidó wordt erkend als de rechtmatige interim-president van Venezuela,

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over Venezuela van 10 januari 2019, 26 januari 2019 en 24 februari 2019, en de laatste conclusies van de Raad,

 gezien de verklaring van 20 april 2018 van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) over de verslechterende humanitaire situatie in Venezuela, en de gezamenlijke verklaring van de OAS-lidstaten over Venezuela van 24 januari 2019,

 gezien de verklaring van de Groep van Lima van 25 februari 2019,

 gezien de verklaringen over Venezuela van de hoge commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties van 25 januari 2019 en 20 maart 2019,

 gezien de grondwet van Venezuela, in het bijzonder artikel 233 daarvan,

 gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

 gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Venezuela kampt met een diepe en ongekende politieke, economische, institutionele, maatschappelijke en multidimensionale humanitaire crisis, tekorten aan geneesmiddelen en voedsel, massale mensenrechtenschendingen, hyperinflatie, politieke onderdrukking, corruptie en geweld; overwegende dat de levensomstandigheden ernstig zijn verslechterd en 87 % van de bevolking nu in armoede leeft; overwegende dat 78 % van de kinderen in Venezuela het risico loopt ondervoed te raken; overwegende dat 31 op de 1 000 kinderen voor de leeftijd van 5 jaar overlijden; overwegende dat meer dan een miljoen kinderen niet meer naar school gaan;

B. overwegende dat de reeds beperkte voedselvoorraad in Venezuela dreigt te bederven; overwegende dat mensen moeilijk aan water, voedsel en geneesmiddelen raken; overwegende dat, volgens de Hoge Commissaris van de VN voor de vluchtelingen (UNHCR) en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), sinds 2015 meer dan 2,7 miljoen Venezolanen het land zijn ontvlucht, en dat hun aantal tegen het einde van het jaar tot 5 miljoen kan stijgen als de crisis blijft aanslepen;

C. overwegende dat op 23 februari 2019 de in Colombia en Brazilië opgeslagen humanitaire hulp fel is geweigerd en in bepaalde gevallen is vernietigd door militaire en paramilitaire troepen van het illegale regime van Maduro; overwegende dat er bij het repressieve optreden een aantal doden is gevallen, tientallen mensen gewond zijn geraakt en honderden mensen zijn gearresteerd; overwegende dat de Venezolaanse militaire operaties, georganiseerde misdaad en terroristen een risico vormen voor de stabiliteit van de regio, in het bijzonder voor het grondgebied van buurland Colombia;

D. overwegende dat begin maart Venezuela is getroffen door een enorme, meer dan 100 uur durende stroomuitval, waardoor de al dramatische crisis in de gezondheidszorg verder is verergerd, doordat ziekenhuizen door hun drinkwaterreserves zijn geraakt en hun diensten zijn ingestort, en plunderingen hebben plaatsgevonden; overwegende dat volgens de organisatie Doctors for Health ten minste 26 mensen in ziekenhuizen zijn gestorven door het gebrek aan elektriciteit; overwegende dat op 25 maart opnieuw sprake was van een langdurige stroomuitval, waardoor Caracas en twintig andere regio's in het land volledig in het duister zijn gehuld;

E. overwegende dat al vele jaren sprake is van stroomuitvallen, die een rechtstreeks gevolg zijn van slecht beheer, gebrekkig onderhoud en corruptie door het illegale regime van Maduro;

F. overwegende dat in februari 2019 een delegatie van vier leden van de Fractie van de Europese Volkspartij die officieel was uitgenodigd door de Nationale Vergadering en de interim-president Juan Guaidó, het land is uitgezet;

G. overwegende dat het illegale regime van Maduro op 6 maart 2019 de Duitse ambassadeur heeft gelast het land te verlaten, onder beschuldiging van aanhoudende pogingen tot inmenging in binnenlandse zaken; overwegende dat een aantal buitenlandse en lokale journalisten eveneens is gearresteerd, waarbij hun media-apparatuur in beslag is genomen, en na vrijlating het land is uitgezet;

H. overwegende dat Juan Guaidó, Ricardo Hausmann heeft benoemd als nationale vertegenwoordiger bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank en de Inter-Amerikaanse Investeringsmaatschappij;

I. overwegende dat de Venezolaanse inlichtingendienst op 21 maart 2019 de stafchef van Juan Guaidó, Roberto Marrero, heeft gearresteerd, en met geweld het huis van Sergio Vergara, lid van de Nationale Vergadering voor de deelstaat Táchira, is binnengedrongen, wat neerkomt op een schending van zijn parlementaire onschendbaarheid;

J. overwegende dat op 23 maart 2019 twee vliegtuigen van de Russische luchtmacht met militaire uitrusting en minstens 100 militairen geland zijn op de internationale luchthaven Simón Bolívar, in Maiquetía, en dat dit soort feiten de afgelopen maanden vaker heeft plaatsgevonden;

K. overwegende dat op 21 maart 2019 de Venezolaanse rechter Afiuni Mora een vijfjarige gevangenisstraf is opgelegd op beschuldiging van "spirituele corruptie"; overwegende dat deze rechter in het verleden reeds een lange gevangenisstraf had uitgezeten en nog onder onbillijk huisarrest stond;

L. overwegende dat op 15 maart 2019 bericht werd dat Tomasz Surdel, de correspondent van de Poolse krant Gazeta Wyborcza voor Venezuela, hardhandig aangevallen was in zijn auto in Caracas, naar verluidt door de speciale actietroepen van de Venezolaanse staatspolitie;

M. overwegende dat de Cubaanse politie en militaire inlichtingendienst het strategische element zijn dat het voortbestaan van het illegale regime van Maduro mogelijk maakt;

1. bevestigt zijn erkenning van Juan Guaidó als de rechtmatige interim-president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, overeenkomstig artikel 233 van de Venezolaanse grondwet, en spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de Nationale Vergadering, het enige rechtmatige democratische orgaan van Venezuela; drukt zijn volledige steun uit voor het stappenplan van Juan Guaidó, om een einde te maken aan wederrechtelijke inbezitneming, om een nationale overgangsregering te vormen en om vervroegde presidentsverkiezingen te houden; is verheugd dat een groot deel van de internationale gemeenschap en de overgrote meerderheid van de EU-lidstaten de legitimiteit van Juan Guaidó hebben erkend, en roept de overige lidstaten op dit onverwijld te doen;

2. veroordeelt de felle repressie en het geweld, die hebben geleid tot doden en gewonden; spreekt zijn solidariteit uit met de Venezolaanse bevolking en betuigt zijn oprechte medeleven aan de familieleden en vrienden van de slachtoffers;

3. herhaalt zijn diepe bezorgdheid over ernstige humanitaire noodsituatie, die de levens van Venezolanen diepe schade toebrengt;

4. herhaalt zijn verzoek om volledige erkenning van de door de rechtmatige interim-president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, Juan Guaidó, benoemde diplomatieke vertegenwoordigers, als ambassadeurs bij de EU en haar lidstaten; is erover verheugd dat de raad van bestuur van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) en de Inter-Amerikaanse Investeringsmaatschappij Ricardo Hausmann hebben erkend als gouverneur van Venezuela; betreurt de opschorting van jaarvergadering 2019 van de raad van bestuur van de IDB door de Chinese gastheren ervan;

5. keurt het misbruik van rechtshandhaving af en de wrede repressie door veiligheidstroepen, die de toevoer van humanitaire hulp hebben belemmerd; veroordeelt de inzet van irreguliere gewapende groepen om burgers en wetgevers die zich inspannen voor het verdelen van de bijstand, aan te vallen en te intimideren; steunt de leden van het Venezolaanse leger die geweigerd hebben de burgerbevolking tijdens deze crisis te onderdrukken en die gedeserteerd zijn; erkent de inspanningen van de Colombiaanse autoriteiten om deze aan de Venezolaanse grondwet en bevolking loyale militairen bescherming en zorg te bieden;

6. veroordeelt ten sterkste de intimidatie, opsluiting en uitzetting van meerdere journalisten die verslag uitbrengen over de situatie in Venezuela; herhaalt zijn reeds eerder geformuleerde verzoeken aan het illegale regime van Maduro om onmiddellijk een einde te maken aan de repressie tegen politieke leiders, journalisten en leden van de oppositie, met inbegrip van Sacharovprijswinnaar Leopoldo López; dringt aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle personen die opgepakt zijn op grond van het feit dat zij familieleden zijn van interim-president Guaidó, of leden van zijn team;

7. veroordeelt de invallen door de veiligheidsdiensten van Maduro en de arrestatie van Roberto Marrero, stafchef van interim-president Juan Guaidó, alsook het met geweld binnendringen van de woning van Sergio Vergara, lid van de Nationale Vergadering; roept op tot de onmiddellijke vrijlating van Marrero; veroordeelt de ontvoering van Juan Requesens, lid van de Nationale Vergadering, en roept op tot zijn onmiddellijke vrijlating;

8. herhaalt zijn standpunt vóór een vreedzame oplossing voor het land door middel van vrije, transparante en geloofwaardige presidentsverkiezingen op basis van een overeengekomen kalender, eerlijke voorwaarden voor alle spelers, met inbegrip van een neutrale Nationale Verkiezingsraad, transparantie en de aanwezigheid van geloofwaardige internationale waarnemers;

9. prijst de inspanningen van de landen van de Groep van Lima, die fungeert als een vooraanstaand regionaal mechanisme dat zich inspant voor een democratische oplossing voor de crisis onder leiding van Juan Guaidó als rechtmatige interim-president van Venezuela;

10. vestigt de aandacht op de toegenomen migratiecrisis in de hele regio, en erkent de inspanningen en de solidariteit van de buurlanden; verzoekt de Commissie te blijven samenwerken met deze landen, niet alleen door humanitaire hulp te verstrekken maar ook door meer middelen ter beschikking te stellen en door middel van ontwikkelingsbeleid;

11. uit zijn diepe bezorgdheid over de aanwezigheid van terroristische bendes en georganiseerde misdaad in Venezuela, en de uitbreiding en grensoverschrijdende werking daarvan, in het bijzonder in de richting van Colombia, hetgeen de stabiliteit van de gehele regio in gevaar brengt;

12. roept op tot bijkomende sancties tegen onwettig vermogen van nationale autoriteiten in het buitenland en tegen personen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en repressie; is van mening dat de EU-autoriteiten de bewegingsvrijheid van deze personen en van hun nauwste verwanten consequent moeten beperken, en hun vermogensbestanddelen en visa moeten bevriezen;

13. neemt kennis van de oprichting van de Internationale Contactgroep, die niet door het illegale regime van Maduro mag worden gebruikt als strategie om de oplossing van de crisis uit te stellen om aan de macht te kunnen blijven; merkt op dat er tot nu toe nog geen praktische resultaten zijn bereikt door de Contactgroep, waarvan het enige doel zou moeten zijn om de omstandigheden te creëren die kunnen leiden tot vervroegde presidentsverkiezingen en de verstrekking van humanitaire hulp kunnen faciliteren om in te kunnen spelen op de dringende behoeften van de Venezolaanse bevolking; verzoekt de Internationale Contactgroep samen te werken met de Groep van Lima, als vooraanstaande regionale speler; verzoekt in dit verband de EDEO om in samenwerking met het Europees Parlement zijn expertise aan te bieden op het gebied van verkiezingsbijstand;

14. roept de lidstaten, de VV/HV en de landen uit de regio op om de mogelijkheid te onderzoeken om een internationale donorconferentie te houden met als doel brede financiële steun te verwerven voor wederopbouw en de overgang naar democratie;

15. staat volledig achter de oproep van de secretaris-generaal van de VN om een onafhankelijk en volledig onderzoek uit te voeren naar de gemelde slachtoffers; herinnert aan de inzet van de EU voor effectief multilateralisme in het kader van de VN om een humanitaire ramp met grotere gevolgen te voorkomen; spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de rol van het ICC in de strijd tegen straffeloosheid en om de plegers van geweld en mensenrechtenschendingen voor de rechter te brengen, en voor de opening van een onderzoek volgend op het voorafgaand onderzoek naar misdrijven door het illegale Maduro-regime, waaronder een aantal ernstige misdrijven tegen de menselijkheid;

16. hekelt de invloed van het Cubaanse regime in Venezuela, dat met zijn agenten heeft bijgedragen aan de destabilisering van de democratie de toename van de politieke repressie tegen de Venezolaanse democratische krachten; wijst erop dat een dergelijke inmenging gevolgen kan hebben voor de betrekkingen tussen de EU en Cuba, met inbegrip van de Overeenkomst betreffende politieke dialoog en samenwerking tussen de EU en Cuba;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de rechtmatige interim-president alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regeringen en parlementen van de landen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

 

[1] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

[2] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

[3] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0436.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0061.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling