Procedure : 2019/2734(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0012/2019

Ingediende teksten :

RC-B9-0012/2019

Debatten :

PV 18/07/2019 - 5.1
CRE 18/07/2019 - 5.1

Stemmingen :

PV 18/07/2019 - 7.3
CRE 18/07/2019 - 7.3

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0006

<Date>{17/07/2019}17.7.2019</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0012/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0016/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0018/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0022/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0025/2019</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 177kWORD 56k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0012/2019 (Verts/ALE)

B9‑0016/2019 (ECR)

B9‑0018/2019 (S&D)

B9‑0022/2019 (PPE)

B9‑0025/2019 (Renew)</TablingGroups>


<Titre>over Rusland en in het bijzonder de situatie van milieuactivisten en Oekraïense politieke gevangenen</Titre>

<DocRef>(2019/2734(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, Antonio Tajani, Tomáš Zdechovský, Romana Tomc, Eva Maydell, Andrius Kubilius, Roberta Metsola, Adam Jarubas, Krzysztof Hetman, Milan Zver, Ivan Štefanec, Andrey Kovatchev, Peter Pollák, Vladimír Bilčík, Michal Wiezik, Michaela Šojdrová, Željana Zovko, Róża Thun und Hohenstein, David McAllister, Andrzej Halicki, Isabel Wiseler-Lima, Loránt Vincze, Karoline Edtstadler, Dubravka Šuica, David Lega, Arba Kokalari, Sandra Kalniete, Luděk Niedermayer, Stanislav Polčák, Jiří Pospíšil, Inese Vaidere</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Kati Piri, Isabel Santos</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Ramona Strugariu, Andrus Ansip, Petras Auštrevičius, José Ramón Bauzá Díaz, Jordi Cañas, Catherine Chabaud, Olivier Chastel, Dacian Cioloș, Pascal Durand, Laurence Farreng, Valter Flego, Luis Garicano, Cristian Ghinea, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Bernard Guetta, Irena Joveva, Pierre Karleskind, Ondřej Kovařík, Ilhan Kyuchyuk, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa, Dragoş Pîslaru, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Stéphane Séjourné, Michal Šimečka, Susana Solís Pérez, Nicolae Ştefănuță, Irène Tolleret, Dragoş Tudorache, Marie-Pierre Vedrenne</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Catherine Rowett, Sergey Lagodinsky, Alyn Smith, Markéta Gregorová, Reinhard Bütikofer, Gina Dowding, Hannah Neumann, Petra De Sutter, Viola Von Cramon-Taubadel</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Anna Fotyga, Karol Karski, Ruža Tomašić, Zdzisław Krasnodębski, Assita Kanko, Evžen Tošenovský, Witold Jan Waszczykowski, Charlie Weimers, Jan Zahradil, Alexandr Vondra</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over Rusland en in het bijzonder de situatie van milieuactivisten en Oekraïense politieke gevangenen

(2019/2734(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Rusland en over de situatie op de Krim en met name die van 11 juni 2015 over de strategische militaire situatie in het Zwarte Zeebekken na de illegale annexatie van de Krim door Rusland[1]; van 10 september 2015 over Rusland, met name de gevallen Eston Kohver, Oleg Sentsov en Aleksandr Koltsjenko[2]; van 4 februari 2016 over de mensenrechtensituatie in de Krim, in het bijzonder van de Krim-Tataren[3]; van 12 mei 2016 over de Krim-Tartaren[4]; van 16 maart 2017 over de Oekraïense gevangenen in Rusland en de situatie op de Krim[5]; van 5 oktober 2017 over de gevallen van de leiders van de Krim-Tataren Akhtem Chiygoz en Ilmi Umerov en journalist Mykola Semena[6]; van 8 februari 2018 over Rusland, de zaak van Ojoeb Titiev en het mensenrechtencentrum Memorial[7]; van 14 juni 2018 over Rusland, met name de zaak van de Oekraïense politieke gevangene Oleh Sentsov[8], van 25 oktober 2018 over de situatie in de Zee van Azov[9], van 14 februari 2019 over de situatie in Tsjetsjenië en de zaak van Ojoeb Titiev[10], van 12 december 2018 over de uitvoering van de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne[11] en van 12 maart 2019 over de stand van zaken in de politieke betrekkingen tussen de EU en Rusland[12],

 gezien de verklaringen van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden van 25 mei 2018 over de zaken van diverse gevangenen in of uit de illegaal geannexeerde gebieden van de Krim en Sebastopol, van 10 januari 2019 over de zaken van illegaal gedetineerde Oekraïense staatsburgers, van 17 januari 2019 over de aanhoudende illegale detentie van Oekraïense militairen door Rusland, van 22 maart 2019 over de veroordeling van Pavlo Hryb, en van 17 april 2019 over de verlengde illegale detentie van Oekraïense militairen,

 gezien de resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 28 juni 2018 over Oekraïense staatsburgers die als politieke gevangenen worden vastgehouden in de Russische Federatie,

 gezien de resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 24 januari 2019 over de escalatie van de spanningen rondom de Zee van Azov en de Straat van Kertsj en bedreigingen voor de Europese veiligheid,

 gezien de resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 25 juni 2019 over het versterken van het besluitvormingsproces van de Parlementaire Vergadering met betrekking tot geloofsbrieven en stemmen,

 gezien de beschikking van het Internationaal Hof voor het Recht van de Zee (Itlos) van 25 mei 2019 in zaak nr. 26 inzake de vasthouding van drie Oekraïense marinevaartuigen,

 gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

 gezien de grondwet van de Russische Federatie, met name hoofdstuk 2 over de rechten en vrijheden van de mens en de burger,

 gezien resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN van 27 maart 2014 getiteld “Territoriale integriteit van Oekraïne” en resolutie 71/205 van de Algemene Vergadering van de VN van 19 december 2016 getiteld “Mensenrechtensituatie in de Autonome Republiek de Krim en de stad Sebastopol (Oekraïne)”,

 gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de protocollen daarbij, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en de Verklaring van de VN over de rechten van inheemse volkeren,

 gezien artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), waarbij de Russische Federatie partij is, en artikel 7 van het International Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, in beide waarvan is bepaald dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en gezien artikel 9 UVRM, waarin is bepaald dat niemand mag worden onderworpen aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning, en gezien de artikelen 19 en 20 UVRM, waarin respectievelijk de vrijheid van mening en meningsuiting en de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging zijn verankerd,

 gezien het verslag de Commissie van Venetië van 18 maart 2019 over de financiering van verenigingen,

 gezien het advies van de Commissie van Venetië van 13 juni 2016 over de Russische federale wet nr. 129-FZ (federale wet over ongewenste activiteiten van buitenlandse en internationale non-gouvernementele organisaties),

 gezien het Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd van 12 augustus 1949,

A. overwegende dat de Russische Federatie, uit hoofde van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, en als volwaardig lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa zich heeft verplicht om de beginselen van de democratie en de rechtsstaat na te leven en de fundamentele vrijheden en mensenrechten te eerbiedigen;

B. overwegende dat de Europese Unie de handhaving van de Russische wetgeving in Sebastopol en op de Krim niet erkent en eist dat alle illegaal gedetineerde Oekraïense staatsburgers op het Schiereiland de Krim en in Sebastopol onmiddellijk worden vrijgelaten;

C. overwegende dat de EU nog altijd de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen steunt en er opnieuw op wijst dat het beleid van niet-erkenning van de illegale annexatie van de Krim en Sebastopol van het grootste belang is;

D. overwegende dat de Russische autoriteiten en politieke leiders hun repressieve en autoritaire regime handhaven tegen hun eigen burgers, het maatschappelijk middenveld, de politieke oppositie en medewerkers van de media; overwegende dat Ruslands afglijden naar een autoritair regime negatieve gevolgen heeft gehad voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland en voor de stabiliteit in Europa en de wereld; overwegende dat deze repressie zich ook uit in het uitsluiten van kandidaten van de oppositie van verkiezingen, zoals op dit moment het geval is bij kandidaten in lokale verkiezingen zoals Ilja Jasjin, Ljoebov Sobol en Ivan Zjdanov, kandidaten voor de verkiezingen in Moskou;

E. overwegende dat de wet van 2015 inzake “ongewenste organisaties” de Russische procureur-generaal in staat heeft gesteld buitenlandse en internationale organisaties die als “ongewenst” worden beschouwd zonder enige gerechtelijke procedure te verbieden; overwegende dat deze wet in toenemende mate wordt gebruikt om Russische ngo’s en maatschappelijke activisten te bestraffen;

F. overwegende dat verschillende meldingen voorliggen van foltering en wrede en vernederende behandeling; overwegende dat deze beschuldigingen tot nu toe niet goed zijn onderzocht; overwegende dat foltering is gebruikt om bekentenissen af te dwingen en vals bewijs van schuld te verkrijgen; overwegende dat ook juristen van de Krim die juridische bijstand verlenen aan slachtoffers, en mensenrechtenactivisten die melding maken van gevallen van politiek gemotiveerde gedwongen verdwijningen op de Krim, alsook journalisten die over de situatie van de Krim-Tataren berichten, tot doelwit zijn geworden;

G. overwegende dat veel gevangenen en gearresteerden onder harde en onmenselijke omstandigheden worden vastgehouden, resulterend in lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen; overwegende dat de gevangenen hoogdringend medische verzorging en behandeling nodig hebben;

H. overwegende dat de Russische Federatie op 25 november 2018 nabij de Straat van Kertsj met militair geweld 24 Oekraïense matrozen gevangen heeft genomen en hun drie vaartuigen in beslag heeft genomen; overwegende dat deze Oekraïense militairen sinds 25 november 2018 illegaal worden vastgehouden;

I. overwegende dat de door Rusland gesteunde separatistische strijdkrachten ten minste 130 Oekraïense gevangenen vasthouden in de Donbasregio, onder wie niet minder dan 25 militairen;

J. overwegende dat het Itlos in zijn beschikking van 25 mei 2019 met 19 tegen 1 stem heeft geoordeeld dat de Russische Federatie de Oekraïense vaartuigen Berdjansk, Nikopol en Jani Kapoe onmiddellijk moet vrijgeven en moet overdragen aan Oekraïne, en de 24 Oekraïense militairen onmiddellijk moet vrijlaten en hen toe moet staan terug te keren naar Oekraïne, alsook dat beide partijen zich moeten onthouden van elke actie die het geschil zou kunnen verergeren of verlengen;

K. overwegende dat de Europese Unie in reactie op de escalatie in de Straat van Kertsj en de Zee van Azov, waaronder de illegale detentie van 24 Oekraïense militairen, op 15 maart 2019 acht Russische functionarissen heeft toegevoegd aan haar lijst van personen en entiteiten die zijn onderworpen aan beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen;

L. overwegende dat Rusland volgens het OHCHR-verslag van 25 juni 2019 op 27 maart 2019 26 huiszoekingen heeft verricht en vervolgens 24 personen heeft gearresteerd, van wie de meesten Krim-Tartaarse activisten zijn, die nu mogelijk gevangenisstraffen van tot wel 20 jaar opgelegd kunnen krijgen; overwegende dat op de illegaal bezette Krim gedurende de eerste zes maanden van 2019 ten minste 37 Oekraïense staatsburgers onrechtmatig zijn gearresteerd door Rusland; overwegende dat bijna ieder van hen tot het inheemse Krim-Tartaarse volk behoort;

N. overwegende dat tot begin juni 2018 meer dan 70 Oekraïense staatsburgers op politieke gronden werden vastgehouden in verschillend regio’s van de Russische Federatie en op de bezette Krim; overwegende dat er naar schatting van het mensenrechtencentrum Memorial in maart 2019 in Rusland 297 personen werden vastgehouden als politiek gevangenen, in vergelijking met 50 personen vier jaar geleden, onder wie filmmaker Oleg Sentsov, laureaat van de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken 2018;

N. overwegende dat Andrej Roedomacha, het hoofd van de ngo Environmental Watch for the North Caucausus (Milieu-observatorium voor de Noordelijke Kaukasus) en zijn collega’s Viktor Tsjirikov, Aleksandr Saveljev en Vera Cholodnaja in december 2017 op brute wijze zijn aangevallen door gemaskerde mannen, waarna de heer Roedomacha is gediagnosticeerd met een hersenschudding en meerdere schedelfracturen; overwegende dat de autoriteiten over materieel bewijs beschikken, waaronder beeldmateriaal van een gesloten televisiesysteem en de vingerafdrukken van de belagers, maar het onderzoek nog geen concrete resultaten heeft opgeleverd en de daders en organisatoren van de brute aanval ongestraft blijven; overwegende dat er in plaats daarvan een gerechtelijk onderzoek naar de heer Roedomacha loop voor “belastering” van een lid van de Staatsdoema;

O. overwegende dat op grond van de Russische wet inzake “buitenlandse agenten” ngo’s die financiering uit het buitenland ontvangen en zich bezighouden met “politieke activiteiten” verplicht zijn zich te registreren op een speciale door de overheid bijgehouden lijst van buitenlandse agenten die worden onderworpen aan extra en intensieve controle door de overheid, en in al hun publicaties, persberichten en rapporten moeten vermelden dat deze zijn geproduceerd door een buitenlandse agent;

P. overwegende dat een van de oudste en prominentste milieuactivisten in het land, Aleksandra Koroljova, hoofd van de ngo Ekozasjtsjita! (Ecoverdediging!), die is gevestigd in Kaliningrad, het land heeft moeten ontvluchten en in het buitenland asiel heeft moeten aanvragen vanwege de strafrechtelijke aanklachten tegen haar wegens het niet betalen van boetes omdat de ngo weigert zich als “buitenlands agent” te registreren; overwegende dat zij tot twee jaar gevangenisstraf kan worden veroordeeld wanneer zij schuldig wordt bevonden;

Q. overwegende dat Ecozasjtsjita! een van de 49 Russische ngo’s is die een beroep zijn gegaan bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (verzoek nr. 9988/13), en stelt dat de wet inzake buitenlandse agenten in strijd is met meerdere mensenrechtennormen, waaronder die betreffende de vrijheid van meningsuiting en vereniging, een conclusie die wordt onderschreven door de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa;

R. overwegende dat in de afgelopen maanden ten minste twee strafzaken zijn geopend tegen milieuactivisten Andrej Borovikov en Vjatsjeslav Jegorov wegens herhaalde overtredingen van de wetgeving inzake openbare bijeenkomsten, in verband met milieuprotesten in de regio’s Archangelsk en Moskou;

S. overwegende dat de Europese Unie en Oekraïne in hun gemeenschappelijke verklaring naar aanleiding van de meest recente top EU-Oekraïne op 8 juli 2019 hebben verzocht om de onmiddellijke vrijlating van alle illegaal gevangengenomen en vastgehouden Oekraïense staatsburgers op het schiereiland de Krim en in Rusland, met inbegrip van de Krim-Tartaarse activisten;

T. overwegende dat vier Oekraïense politieke gevangenen – Oleg Sentsov, laureaat van de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken 2018, Oleksandr Koltsjenko, Oleksandr Sjoemov en Volodymyr Baloech – in juni 2018 in hongerstaking waren om te protesteren tegen de aanhoudende detentie van Oekraïense politieke gevangen door Rusland;

U. overwegende dat de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa de Russische Federatie opnieuw heeft toegelaten tot de Raad van Europa, de belangrijkste mensenrechtenorganisatie in Europa, en op 25 juni 2019 het stemrecht van de Russische Federatie heeft hersteld, waarbij de Parlementaire Vergadering benadrukte dat tegenover deze hervatting van de betrekkingen de naleving van haar waarden en normen moest staan;

1. verzoekt de Russische autoriteiten om de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle illegaal en willekeurig vastgehouden Oekraïense staatsburgers[13], zowel in Rusland als in de tijdelijk bezette gebieden van Oekraïne, en om te voorzien in hun veilige terugkeer, met inbegrip van de Krim-Tartaren, de onlangs gearresteerde vreedzame demonstranten van de demonstratie op het Rode Plein op 10 juli 2019, de Oekraïense staatsburgers die vastzitten op grond van politieke beschuldigingen en de 24 bemanningsleden van de Oekraïense marinevaartuigen;

2. verzoekt de Russische autoriteiten om de onmiddellijke en onvoorwaardelijke beëindiging van alle intimidatie, waaronder juridische intimidatie, van Aleksandra Koroljova, Ekozasjtsjita! en van alle mensenrechtenverdedigers en milieuactivisten in het land, en eist dat hun wordt toegestaan hun legitieme werk zonder enige belemmering uit te voeren;

3. verzoekt de Russische autoriteiten dringend de zogenoemde wet inzake “buitenlandse agenten” in te trekken en ondersteuning te vragen aan de Commissie van Venetië van de Raad van Europa, en al haar aanbevelingen volledig uit te voeren, overeenkomstig zijn internationale verplichtingen in dit verband;

4. verzoekt Rusland een volledige lijst van alle gevangenen in de bezette Oekraïense gebieden in de Donbas en Loehansk te publiceren en het contact tussen hen en hun familieleden en advocaten te faciliteren;

5. veroordeelt met klem de aanhoudende schendingen door Rusland van de fundamentele beginselen en normen van het internationaal recht, en met name zijn weigering om te voldoen aan de beslissingen van internationale tribunalen en gerechten; verzoekt de Russische Federatie met klem de uitspraken op te volgen van het Europees Hof van de Rechten van de Mens over de schending van de mensenrechten van personen die gevangen worden gehouden op het schiereiland de Krim en in de Russische Federatie;

6. benadrukt dat de Russische rechtbanken, hetzij militaire hetzij civiele rechtbanken, niet bevoegd zijn om te oordelen over handelingen die buiten het internationaal erkende grondgebied van Rusland hebben plaatsgevonden, en wijst erop dat de gerechtelijke procedures in deze zaak niet als rechtsgeldig mogen worden beschouwd;

7. verzoekt de Russische Federatie ongehinderde toegang tot de bezette Oekraïense gebieden van de Krim en de Donbas te garanderen voor internationale intergouvernementele organisaties, en met name de VN-missie voor toezicht op de mensenrechten, de Human Rights Assessment Mission van de OVSE op de Krim, de mensenrechten­commissaris van de Raad van Europa, andere verdragen en institutionele mechanismen van de Raad van Europa, en internationale humanitaire organisaties, met name het Internationale Comité van het Rode Kruis;

8. verzoekt de Russische autoriteiten volledige medewerking te verlenen aan de speciale procedures van de VN, onder meer door uitnodigingen om het land te bezoeken te versturen aan de speciaal rapporteur voor mensenrechten en het milieu, de speciale rapporteur voor de situatie van mensenrechtenverdedigers en de speciale vertegenwoordiger voor het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, zodat zij verslag kunnen doen van de situatie van milieuactivisten en mensenrechtenverdedigers;

9. wijst erop dat mensenrechtenverdedigers in de Russische Federatie, met inbegrip van milieuactivisten, vaak worden blootgesteld aan intimidatie, observatie, fysieke aanvallen, bedreigingen, huiszoekingen in hun kantoor en woning, lastercampagnes, juridische intimidatie, willekeurige detentie en mishandeling, alsook aan schendingen van het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering;

10. stelt voor dat de Europese Unie overweegt permanente monitoring van de rechtszaken van de slachtoffers van politieke vervolging in de Russische Federatie en de bezette gebieden van de Krim in te voeren, en verzoekt de EU-delegatie in Rusland en de ambassades van de lidstaten hun monitoring en aanwezigheid bij de rechtszaken van mensenrechtenactivisten en Oekraïense politieke gevangen voort te zetten, en om bezoeken te organiseren met onafhankelijke artsen aan Oekraïense staatsburgers die op politieke gronden gevangen worden gehouden in de Russische Federatie en de bezette gebieden van de Krim, teneinde hun detentieomstandigheden en gezondheidstoestand te monitoren;

11. verzoekt de Russische autoriteiten op alle niveaus met klem te erkennen wat voor cruciale rol milieuactivisten spelen bij de bescherming van het milieu en het waarborgen van de eerbiediging van milieurechten, en om alle aanvallen, intimidatie, pesterijen en criminalisering van milieuactivisten publiekelijk te veroordelen;

12. verzoekt de Russische autoriteiten met klem de vreedzame en legitieme activiteiten van milieuorganisaties niet langer te beknotten door middel van het fabriceren van strafzaken tegen lokale milieuactivisten, het arresteren van deelnemers aan vreedzame lokale demonstraties en het opleggen van onevenredig hoge boetes;

13. verzoekt de Russische autoriteiten de passende juridische maatregelen te nemen en alle beschikbare juridische middelen aan te wenden om de aanvallen op milieuactivisten te voorkomen en te stoppen; verzoekt de Russische autoriteiten met klem ervoor te zorgen dat een effectief onderzoek wordt uitgevoerd in de zaak van Andrej Roedomacha en andere gevallen van aanvallen op milieuactivisten, en ervoor te zorgen dat verantwoording moet worden afgelegd;

14. verzoekt de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de mensenrechten, de EU-delegatie in Rusland en de ambassades van de EU-lidstaten om voortdurend aandacht te besteden aan de situatie van de milieuactivisten; verzoekt de EU en haar lidstaten extra maatregelen te nemen ter ondersteuning van de Russische milieuactivisten en mensenrechtenverdedigers;

15. uit zijn bezorgdheid over meldingen over de detentieomstandigheden, waaronder beschuldigingen van foltering, mishandeling en ontzegging van essentiële gezondheidszorg, herhaalt daarom zijn verzoek aan de Russische autoriteiten om te zorgen voor de volledige eerbiediging van de rechten van alle gevangen gehouden personen, om te waarborgen dat alle gevangenen passende medische verzorging en behandeling ontvangen, en om de medische ethiek te eerbiedigen, onder meer door af te zien van ongewenste behandeling en dwangvoeding in het geval van hongerstakingen, wat mogelijk neerkomt op foltering en mishandeling;

16. is verheugd over het besluit van de Raad om de restrictieve maatregelen te verlengen; herhaalt dat het er sterk van overtuigd is dat de EU-sancties niet mogen worden opgeheven voordat Rusland aan zijn internationale verplichtingen voldoet, met inbegrip van de eerbiediging van het akkoorden van Minsk; verzoekt de lidstaten zich vastberaden en eendrachtig te houden aan de overeengekomen sancties tegen Rusland en gerichte maatregelen te overwegen tegen de personen die verantwoordelijk zijn voor de gevangenhouding van en het proces tegen politieke gevangenen; verzoekt de internationale gemeenschap de druk op te voeren om de vrijlating van alle politieke gevangen in de door Rusland bezette gebieden te bewerkstelligen;

17. verzoekt de volgende vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid een nieuwe brede strategie ten aanzien van de EU en Rusland uit te werken die erop is gericht de vrede en stabiliteit de versterken; onderstreept dat de noodzakelijke dialoog gebaseerd moet zijn op resolute beginselen, waaronder de eerbiediging van het internationaal recht en de territoriale integriteit van de buurlanden van Rusland, terwijl tegelijkertijd de contacten van mens tot mens met de burgers van Rusland worden versterkt; onderstreept dat de sancties tegen Rusland alleen kunnen worden opgeheven wanneer het land volledig voldoet aan zijn verplichtingen; benadrukt echter dat de EU, als Rusland het internationale recht blijft schenden, bereid moet zijn om verdere sancties te overwegen, met inbegrip van gerichte persoonlijke sancties en het beperken van de toegang tot financiering en technologie;

18. spreekt opnieuw zijn steun uit voor een Europese sanctieregeling voor mensenrechtenschendingen, waarbij sancties moeten worden opgelegd aan de plegers van ernstige mensenrechtenschendingen, en verzoekt de Raad de werkzaamheden met betrekking hiertoe onverwijld uit te voeren; benadrukt dat geen EU-visa mogen worden verleend aan de plegers van mensenrechtenschendingen en dat zij geen activa in de lidstaten mogen hebben;

19. herhaalt zijn krachtige veroordeling van de daad van agressie die de Russische Federatie op 25 november 2018 tegen Oekraïne heeft begaan nabij de Straat van Kertsj, voor de kust van de illegaal bezette Krim; benadrukt dat Itlos Rusland heeft bevolen de vaartuigen vrij te geven en de militairen onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten; onderstreept dat de weigering om de beschikking van Itlos uit te voeren een nieuwe grove schending van de internationale verplichtingen vormt; is van oordeel dat de “voorwaarden” van Rusland voor het vrijgeven van de vaartuigen en het vrijlaten van de militairen, die het in zijn nota aan Oekraïne van 25 juni 2019 heeft vermeld, duidelijk in strijd zijn met de beschikking en mogelijk een nog grotere schending vormen, omdat zij het geschil verergeren of verlengen;

20. verzoekt de speciaal vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de mensenrechten voortdurend aandacht te besteden aan de mensenrechtensituatie op het schiereiland de Krim en in de gebieden in Oost-Oekraïne die niet onder het gezag van de Oekraïense overheid vallen;

21. verzoekt de Russische Federatie volledige uitvoering te geven aan de resoluties van de Algemene Vergadering van de VN van 27 maart 2014 getiteld “Territoriale integriteit van Oekraïne”, van 19 december 2016 getiteld “Mensenrechtensituatie in de Autonome Republiek de Krim en de stad Sebastopol (Oekraïne)”, van 19 december 2017 en van 22 december 2018, en de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof betreffende voorlopige maatregelen in de zaak Oekraïne v. Rusland inzake de toepassing van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie;

22. brengt met bezorgdheid in herinnering dat veel van de Russische vonnissen tegen Oekraïense politieke gevangen betrekking hebben op spionage (onder meer de zaken van Pavlo Hryb, Oleksi Stohni, Hlib Sjabli, Volodymyr Prysytsj, Volodymyr Doedka, Dmitry Sjtyblikov, Jevhen Panov, Andri Zachtej, Valentyn Vygovski, Viktor Sjoer en Dmytro Dolgopolov), wat doet denken aan de periode van repressie in de jaren 30 tot het midden van de jaren 50 van de vorige eeuw, toen veel staatsburgers van de toenmalige Sovjet-Unie op deze gronden gevangen werden genomen en werden veroordeeld;

23. maakt bezwaar tegen de beslissing van de Russische procureur-generaal waarin het Oekraïense Wereldcongres tot een gevaar voor de nationale veiligheid van Rusland wordt verklaard;

24. verwacht dat het besluit van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 25 juni 2019 zal leiden tot directe verbeteringen op het vlak van de eerbiediging van de mensenrechten en de normen van de Raad van Europa in Rusland, en met name wat betreft de tenuitvoerlegging van de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;

25. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, alsmede de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie, en de president, regering en het parlement van Oekraïne.

 

[1] PB C 407 van 4.11.2016, blz. 74.

[2] PB C 316 van 22.9.2017, blz. 198.

[3] PB C 35 van 31.1.2018, blz. 38.

[4] PB C 76 van 28.2.2018, blz. 27.

[5] PB C 263 van 25.7.2018, blz. 109.

[6] PB C 346 van 27.9.2018, blz. 86.

[7] PB C 463 van 21.12.2018, blz. 31.

[8] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0259.

[9] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0435.

[10] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0115.

[11] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0518.

[12] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0157.

[13] Op de lijst, die niet volledig is, staan onder meer: Oleg Sentsov, Oleksandr Koltsjenko, Oleksi Tsjyrni, Mykola Karpjoek, Stanislav Klych, Valentyn Vyhivski, Joeri Primov, Roestem Vaitov, Roeslan Zejtoellajev, Ferat Sajfoellajev, Viktor Sjoer, Andri Kolomijets, Roman Soesjtsjenko, Pavlo Hryb, Oleksi Syzonovitsj, Enver Mamoetov, Roestem Abiltarov, Zevri Absejtov, Remzi Memetov, Hennadi Lymesjko, Jevhen Panov, Hlib Sjabli, Volodymyr Prysytsj, Ihor Kyjasjko, Tejmur Abdoellajev, Oezeir Abdoellajev, Roestem Ismailov, Aider Saledinov, Emil Dzjemadenov, Volodymyr Baloech, Dmytro Sjtyblikov, Moeslim Alijev, Emir Oesein Koekoe, Vadym Siroek, Inver Bekirov, Refat Alimov, Arsen Dzjepparov, Oleksandr Sjoemkov, Tofik Abdoelgazijev, Izzet Abdoellajev, Vladlen Abdoelkadyrov, Medzjit Abdoerachmanov, Biljal Adilov, Osman Arifmemetov, Farchod Bazarov, Servet Gazijev, Dzjemil Gafarov, Reza Ivetov, Alim Karimov, Sejran Moertaza, Jasjar Moejedinov, Erfan Osmanov, Sejtveli Sijetabdijev, Roestem Sijetchalilov, Roeslan Soelejmanov, Sjaban Oemerov, Marlen Asanov, Sejran Sakijev, Memet Beljalov, Tymoer Ibrahimov, Server Zekirjajev, Ernes Ametov, Oleksi Bessarabov, Volodymyr Doedka, Oleksi Stohni, Mykola Sjyptoer, Jevhen Karakasjev, Nariman Memedeminov, Oleksandr Stesjenko, Enver Sejtosmanov, Server Moestafajev, Edem Smailov, Edem Bekirov, Diljaver Gafarov, Renat Soelejmanov, Eskender Abdoelganijev, Roestem Emiroesejnov, Arsen Abchairov, Raim Ajvazov, Ajder Dzjepparov, Taljat Abdoerachmanov, Sejran Moestafajev, Arsen Koebedinov, Moestafa Dechermendzji, Ali Asanov, Arsen Joesoenov, Eskender Kantemirov, Eskender Emirvalijev, Soelejman Kadyrov, Taljat Joesoenov, Mykola Semena, Moesa Abkerimov, Vitali Koecharenko, Asan Tsjapoech, Bekir Dechermendzji, Kjazim Ametov, Roeslan Troebatsj, Sjaban Oemerov, Roestem Sejtchalilov, Riza Izetov, Farid Bazarov, Dzemil Gafarov, Sejran Moertazi, Alim Kerimov, Tofik Abdoelgarijev, Biljal Adilov, Medzjit Abdoerachmanov, Roestem Sjejchalijev, Alim Sjechalijev, Sejtveli Sejtabdijev, Jasjar Moejedinov, Asan Janikov, Enver Ametov, Roeslan Soelejmanov, Akim Bekirov, Erfan Osmanov, Server Gazijev, Remzi Bekirov, Osman Arifmetov, Vladlen Abdoelkadyrov, Izzet Abdoellajev, Tair Ibragimov, Ajder Dzjepparov, Eldar Kantemirov, Roeslan Mesoetov, Roeslan Nagajev, Enver Omerov, Riza Omerov, Eskander Soelejmanov, Lenoer Chalilov.

Laatst bijgewerkt op: 17 juli 2019Juridische mededeling