Procedure : 2019/2732(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0013/2019

Ingediende teksten :

RC-B9-0013/2019

Debatten :

PV 18/07/2019 - 3.1
CRE 18/07/2019 - 3.1

Stemmingen :

PV 18/07/2019 - 7.1

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0004

<Date>{17/07/2019}17.7.2019</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0013/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0015/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0017/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0021/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0023/2019</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 153kWORD 56k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0013/2019 (Verts/ALE)

B9‑0015/2019 (ECR)

B9‑0017/2019 (S&D)

B9‑0021/2019 (PPE)

B9‑0023/2019 (Renew)</TablingGroups>


<Titre>over de situatie in Hongkong</Titre>

<DocRef>(2019/2732(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, Tomáš Zdechovský, Antonio Tajani, Romana Tomc, Eva Maydell, Andrius Kubilius, Roberta Metsola, Krzysztof Hetman, Adam Jarubas, Milan Zver, Ivan Štefanec, Andrey Kovatchev, Peter Pollák, Vladimír Bilčík, Michal Wiezik, Michaela Šojdrová, Željana Zovko, David McAllister, Andrzej Halicki, Isabel Wiseler‑Lima, Loránt Vincze, Karoline Edtstadler, Dubravka Šuica, David Lega, Arba Kokalari, Sandra Kalniete, Luděk Niedermayer, Stanislav Polčák, Jiří Pospíšil, Benoît Lutgen, Inese Vaidere</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Kati Piri, Tonino Picula</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Antony Hook, Andrus Ansip, Petras Auštrevičius, José Ramón Bauzá Díaz, Izaskun Bilbao Barandica, Jordi Cañas, Catherine Chabaud, Olivier Chastel, Pascal Durand, Laurence Farreng, Valter Flego, Luis Garicano, Cristian Ghinea, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Bernard Guetta, Irena Joveva, Pierre Karleskind, Ondřej Kovařík, Ilhan Kyuchyuk, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa, Mauri Pekkarinen, Dragoş Pîslaru, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Stéphane Séjourné, Michal Šimečka, Susana Solís Pérez, Nicolae Ştefănuță, Ramona Strugariu, Irène Tolleret, Dragoş Tudorache, Viktor Uspaskich, Hilde Vautmans, Marie‑Pierre Vedrenne</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Reinhard Bütikofer, Ernest Urtasun, Viola Von Cramon‑Taubadel, Monika Vana, Hannah Neumann, Gina Dowding</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Anna Fotyga, Jadwiga Wiśniewska, Alexandr Vondra, Beata Kempa, Valdemar Tomaševski, Evžen Tošenovský, Assita Kanko, Charlie Weimers</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Fabio Massimo Castaldo</Depute>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Hongkong

(2019/2732(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Hongkong,

 gezien de verklaring van 12 juni 2019 van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) over de aanhoudende protesten tegen de voorgestelde uitleveringshervormingen in Hongkong,

 gezien de verklaring van 1 juli 2019 van de woordvoerder van de EDEO over de recentste ontwikkelingen in Hongkong,

 gezien de basiswet van de Speciale Administratieve Regio (SAR) Hongkong, die op 4 april 1990 werd aangenomen en op 1 juli 1997 in werking is getreden,

 gezien de gezamenlijke verklaring van de regering van het Verenigd Koninkrijk en de regering van de Volksrepubliek China over de kwestie Hongkong van 19 december 1984, de zogenaamde Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring,

 gezien het gezamenlijke verslag van 8 mei 2018 van de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) aan het Europees Parlement en de Raad, getiteld “Speciale administratieve regio Hongkong: Jaarverslag 2018”,

 gezien de gezamenlijke verklaring van de 21e EU-China-top van 9 april 2019,

 gezien de dialoog tussen de EU en China over de mensenrechten, die is gestart in 1995, en de 37e ronde van deze dialoog, die is gehouden op 1-2 april 2019,

 gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de VV/HV aan het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2019 getiteld “EU-China – Een strategische visie”,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966,

 gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien de universele periodieke doorlichting (UPR) van China die de Verenigde Naties in november 2018 hebben uitgevoerd,

 gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat de kern moeten blijven uitmaken van de langlopende relatie tussen de EU en China, in overeenstemming met de inspanningen van de EU om deze waarden in haar extern optreden uit te dragen; overwegende dat China interesse heeft geuit om in zijn eigen ontwikkeling en internationale samenwerking zich juist aan deze waarden te houden;

B. overwegende dat de regering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong (HKSAR) in 2019 de wet inzake voortvluchtige delinquenten en wederzijdse rechtshulp in strafzaken heeft voorgesteld tot wijziging van de verordening inzake voortvluchtige delinquenten en de verordening inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken;

C. overwegende dat de Hongkongse regeringsleider Carrie Lam de omstreden wet op 9 juli “dood en begraven” verklaarde; overwegende dat zij op dat moment niet heeft aangekondigd het voorstel ook effectief in te trekken;

D. overwegende dat de voorgestelde wet het mogelijk zou maken mensen om politieke redenen aan China uit te leveren en hen zou blootstellen aan een rechtsstelsel met ernstige tekortkomingen op het vlak van de mensenrechten; overwegende dat de rechtbank van Hongkong volgens de voorgestelde wetswijziging niet duidelijk uitdrukkelijk bevoegd en wettelijke verplicht is te onderzoeken welke mensenrechten er in het geding zijn in zaken die behandeld worden door rechtbanken op het Chinese vasteland of in andere landen;

E. overwegende dat de rechterlijke macht op het Chinese vasteland niet onafhankelijk van de regering en de Chinese communistische partij functioneert, en het gerechtelijk apparaat gekenmerkt wordt door willekeurige opsluitingen, foltering en andere vormen van mishandeling, ernstige schendingen van het recht op een eerlijk proces, gedwongen verdwijningen en verschillende vormen van opsluiting zonder contact met de buitenwereld en zonder proces;

F. overwegende dat veel burgers in Hongkong, gaande van activisten voor de democratie tot zakenlui, vrezen uitgeleverd te worden aan het Chinese vasteland;

G. overwegende dat de bevolking van Hongkong nog nooit zo talrijk de straat op is gekomen om haar grondrecht op vrije vergadering en op betoging vreedzaam uit te oefenen; overwegende dat op 12 juni tienduizenden betogers aan het gebouw van de Wetgevende Raad en in de straten daarrond zijn bijeengekomen om te eisen dat de regering haar voorgestelde wijzigingen van de uitleveringswetgeving van Hongkong zou laten vallen;

H. overwegende dat meer dan 70 mensenrechten-ngo’s, waaronder Amnesty International, Human Rights Watch, Human Rights Monitor, alsook de Balie van Hongkong en de Orde van Advocaten van Hongkong samen een brief hebben gericht aan de regeringsleider van Hongkong, Carrie Lam, met het verzoek de uitleveringswet te laten vallen omdat deze de mensenrechten in het gedrang zou brengen;

I. overwegende dat de politie van Hongkong de gewelddaden van een klein aantal demonstranten als voorwendsel heeft gebruikt om onnodig en buitensporig geweld, bijvoorbeeld het gebruik van traangas, rubberen kogels, zakjes ganzenhagel en peperspray, tegen de overgrote meerderheid van vreedzame betogers te legitimeren en het incident als een “opstand” te bestempelen, om vervolgens enkele tientallen mensen te arresteren; overwegende dat verschillende mensen beschuldigd werden van het veroorzaken van rellen, waarvoor de gevangenisstraf tien jaar bedraagt;

J. overwegende dat de bevolking van Hongkong in de loop der jaren massabetogingen vóór democratie en de volledige uitvoering van de basiswet heeft gehouden, waaronder de betogingen van de zogenoemde Paraplubeweging in 2014, alsook de betogingen over vrijheden van de media en onder andere tegen de verdwijning van verschillende boekhandelaars van Hongkong;

K. overwegende dat eind 2015 vier inwoners van Hongkong, waaronder Gui Minhai, en één buitenlander, allen verbonden aan de uitgeverij Mighty Current en de bijbehorende boekhandel, vermist werden; overwegende dat maanden later bleek dat zij op niet nader genoemde plaatsen op het vasteland van China werden vastgehouden; overwegende dat een van de naar Hongkong teruggekeerde boekhandelaars sindsdien naar Taiwan is verhuisd uit angst om te worden uitgeleverd;

L. overwegende dat de bescherming van de mensenrechten en de individuele vrijheden in de basiswet is vastgelegd; overwegende dat in artikel 27 van de basiswet de vrijheid van meningsuiting, pers en publicatie, en van vereniging, vergadering, optocht en demonstratie worden gegarandeerd; overwegende dat in de artikelen 45 en 68 van de basiswet wordt bepaald dat de hoofdbestuurder en alle leden van de wetgevende raad verkozen worden via algemene verkiezingen;

M. overwegende dat de EU het “één land, twee systemen”-beginsel en de hoge mate van autonomie van Hongkong ondersteunt;

1. verzoekt de regering van de HKSAR de wet inzake voortvluchtige delinquenten en wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 2019 in te trekken;

2. verzoekt de regering van de HKSAR alle vreedzame demonstranten en alle personen die gevangen werden genomen wegens de vreedzame uitoefening van hun vrijheid van meningsuiting tijdens of in de aanloop naar de protesten, onmiddellijk vrij te laten en alle aanklachten tegen hen te laten vallen;

3. roept op tot een onafhankelijk, onpartijdig, doeltreffend en onverwijld onderzoek naar het gewelddadige optreden van de politie van Hongkong tegen betogers;

4. benadrukt dat de EU veel van de bezorgdheden van de burgers van Hongkong over de voorgestelde uitleveringshervormingen deelt, en deze punten van zorg ook aan de regering van de HKSAR heeft meegedeeld; onderstreept dat het wetsvoorstel verregaande gevolgen heeft voor Hongkong en zijn burgers, de EU en buitenlandse burgers, alsook voor het ondernemersvertrouwen in Hongkong;

5. dringt er bij Hongkong op aan dat het volledige overeenstemming van zijn wetgeving met de internationale mensenrechtenverplichtingen waarborgt, met inbegrip van de bepalingen van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) en het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;

6. erkent dat de bevolking van Hongkong de afgelopen weken in buitengewoon grote aantallen op straat is gekomen, namelijk met naar schatting meer dan een miljoen mensen op 9 juni en meer dan twee miljoen de week daarna, in voornamelijk vreedzame massaprotesten naar aanleiding van de grote bezorgdheid over de voorgestelde uitleveringswet;

7. onderstreept dat de rechten van Hongkongse burgers in Hongkong in het algemeen worden geëerbiedigd, maar is zeer bezorgd over de gestage achteruitgang van de burgerrechten, de politieke rechten en de persvrijheid; is uitermate bezorgd over de ongekende druk op journalisten en hun steeds grotere zelfcensuur, vooral met betrekking tot verslaggeving over onderwerpen die voor het Chinese vasteland gevoelig liggen of kwesties die verband houden met de regering van Hongkong;

8. benadrukt dat in de basiswet de vrijheid van meningsuiting, pers en publicatie, en van vereniging, vergadering, optocht en demonstratie worden gegarandeerd; roept de autoriteiten in Hongkong en China op de bescherming van de mensenrechten te verzekeren, evenals de vrijheden waarin in de basiswet voor alle burgers is voorzien;

9. veroordeelt krachtig de voortdurende en toenemende inmenging van China in de interne aangelegenheden van Hongkong, alsook de recente verklaring van China dat de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring van 1984 een historisch document is, en bijgevolg niet langer geldig is; benadrukt dat de Chinese regering gebonden is aan de Gezamenlijke Verklaring om de hoge mate van autonomie en de rechten en vrijheden van Hongkong in stand te houden;

10. merkt in dit verband met grote bezorgdheid op dat oppositiekandidaten als Anges Chow en voormalig lid van de Wetgevende Raad Lau Siu-Lai niet mochten opkomen bij de tussentijdse verkiezingen voor de Wetgevende Raad wegens hun politieke overtuigingen en standpunten;

11. verzoekt de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap samen te werken om passende mechanismen voor de controle op de uitvoer in te voeren, teneinde China, en met name Hongkong, de toegang te ontzeggen tot technologieën die worden gebruikt om de grondrechten te schenden;

12. dringt aan op structurele hervormingen om de rechtstreekse verkiezing van de regeringsleider en de Wetgevende Raad mogelijk te maken, zoals vastgelegd in de basiswet, en dringt aan op een akkoord over een kiesstelsel dat volledig democratisch, eerlijk, open en transparant is, en dat de bevolking van de HKSAR het recht geeft kandidaten te kiezen en zich kandidaat te stellen voor alle hoge functies;

13. herhaalt zijn oproep om uitgever Gui Minhai, een Zweeds staatsburger, onmiddellijk vrij te laten;

14. benadrukt de inzet van de EU voor de versterking van de democratie, met inbegrip van de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de fundamentele vrijheden en de grondrechten, transparantie en vrijheid van informatie en meningsuiting, in Hongkong;

15. herinnert eraan hoe belangrijk het is dat de EU de kwestie van de mensenrechtenschendingen in China op elke politieke en mensenrechtendialoog met de Chinese autoriteiten aan de orde blijft stellen, in overeenstemming met de belofte van de EU om in haar betrekkingen met het land een sterke, duidelijke en eensgezinde stem te laten horen; brengt verder in herinnering dat China er in de context van zijn permanente hervormingsproces en steeds prominentere rol op het wereldtoneel voor gekozen heeft aan het internationale mensenrechtenkader deel te nemen door zijn handtekening te zetten onder een breed scala van internationale mensenrechtenverdragen; dringt er derhalve bij de EU op aan om met China in dialoog te blijven gaan om te verzekeren dat het land deze verbintenis nakomt;

16. verzoekt de VV/HV, de EDEO en de lidstaten om al deze kwestie aan de orde te stellen en te zorgen voor een dialoog met de regeringen van de HKSAR en China;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China en het hoofd van het bestuur en de Wetgevende Vergadering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong.

 

Laatst bijgewerkt op: 17 juli 2019Juridische mededeling