Procedure : 2019/2821(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0049/2019

Ingediende teksten :

RC-B9-0049/2019

Debatten :

PV 19/09/2019 - 4.1
CRE 19/09/2019 - 4.1

Stemmingen :

PV 19/09/2019 - 7.1

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0017

<Date>{18/09/2019}18.9.2019</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0049/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0083/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0084/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0085/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0088/2019</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 159kWORD 58k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0049/2019 (Verts/ALE)

B9‑0083/2019 (S&D)

B9‑0084/2019 (Renew)

B9‑0085/2019 (GUE/NGL)

B9‑0088/2019 (PPE)</TablingGroups>


<Titre>over de situatie in Turkije, met name de afzetting van verkozen burgemeesters</Titre>

<DocRef>(2019/2821(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, Michaela Šojdrová, Antonio López‑Istúriz White, Vladimír Bilčík, David McAllister, Željana Zovko, Loránt Vincze, Arba Kokalari, Lefteris Christoforou, Loucas Fourlas, Romana Tomc, Karoline Edtstadler, Tomáš Zdechovský, Ivan Štefanec, Vangelis Meimarakis, Milan Zver, Manolis Kefalogiannis, David Lega, Isabel Wiseler‑Lima, Tomasz Frankowski, Sandra Kalniete, Esther de Lange, Stanislav Polčák, Stelios Kympouropoulos, Paulo Rangel, Rosa Estaràs Ferragut, Inese Vaidere, Andrey Kovatchev, Ioan‑Rareş Bogdan</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Kati Piri, Nacho Sánchez Amor</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Abir Al‑Sahlani, Andrus Ansip, Petras Auštrevičius, Phil Bennion, Izaskun Bilbao Barandica, Sylvie Brunet, Olivier Chastel, Katalin Cseh, Chris Davies, Anna Júlia Donáth, Laurence Farreng, Fredrick Federley, Valter Flego, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Irena Joveva, Nathalie Loiseau, Karen Melchior, Javier Nart, Lucy Nethsingha, Bill Newton Dunn, Urmas Paet, Dragoş Pîslaru, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Michal Šimečka, Susana Solís Pérez, Nicolae Ştefănuță, Ramona Strugariu, Hilde Vautmans, Marie‑Pierre Vedrenne, Chrysoula Zacharopoulou</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Sergey Lagodinsky, Heidi Hautala, Hannah Neumann, Ernest Urtasun, Klaus Buchner, Saskia Bricmont, Katrin Langensiepen, Bronis Ropė, Ville Niinistö, Catherine Rowett, Reinhard Bütikofer, Erik Marquardt, Anna Cavazzini, Viola Von Cramon‑Taubadel, Kim Van Sparrentak, Tineke Strik, Ellie Chowns</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Özlem Demirel, Miguel Urbán Crespo, Konstantinos Arvanitis, Marisa Matias, José Gusmão, Idoia Villanueva Ruiz, Eugenia Rodríguez Palop, Sira Rego, Kateřina Konečná, Younous Omarjee, Stelios Kouloglou, Dimitrios Papadimoulis, Manu Pineda</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

<Depute>Fabio Massimo Castaldo</Depute>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Turkije, met name de afzetting van verkozen burgemeesters

(2019/2821(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Turkije, met name die van 24 november 2016 over de betrekkingen tussen de EU en Turkije[1], die van 27 oktober 2016 over de situatie van journalisten in Turkije[2], die van 8 februari 2018 over de huidige mensenrechtensituatie in Turkije[3] en die van 13 maart 2019 over het Commissieverslag 2018 over Turkije[4],

 gezien de mededeling van de Commissie van 29 mei 2019 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over het EU-uitbreidingsbeleid (COM(2019)0260), en het werkdocument van de diensten van de Commissie bij het verslag Turkije 2019 (SWD(2019)0220),

 gezien de conclusies van de Raad van 18 juni 2018, en eerdere conclusies van de Raad en de Europese Raad,

 gezien de voorlopige conclusies van de verkiezingswaarnemingsmissie van het Congres van lokale en regionale overheden van de Raad van Europa,

 gezien de aanbevelingen van de Commissie van Venetië en de verplichtingen van Turkije met betrekking tot het Europees Handvest inzake lokale autonomie,

 gezien Resolutie 2260 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 24 januari 2019 getiteld “The worsening situation of opposition politicians in Turkey: what can be done to protect their fundamental rights in a Council of Europe member State?”,

 gezien de verklaringen van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 19 augustus 2019 over de schorsing van verkozen burgemeesters en de detentie van honderden mensen in Zuidoost-Turkije,

 gezien de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Selahattin Demirtaş tegen Turkije,

 gezien Resolutie 2156 (2017) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over de werking van de democratische instellingen in Turkije,

 gezien het feit dat de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten tot de fundamentele waarden van de EU behoren, waarden die ook voor alle kandidaat-lidstaten van de EU gelden,

 gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), waarbij Turkije partij is,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,

 gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Turkije een belangrijke partner van de EU is en dat van Turkije als kandidaat-lidstaat verwacht wordt dat het de strengste democratische normen naleeft, met inbegrip van de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat, geloofwaardige verkiezingen, de fundamentele vrijheden en het universele recht op een eerlijk proces;

B. overwegende dat er op 31 maart 2019 in Turkije gemeenteraadsverkiezingen werden gehouden en dat deze volgens de voorlopige conclusies van de verkiezingswaarnemingsmissie van het Congres van lokale en regionale overheden van de Raad van Europa “op ordelijke wijze zijn verlopen”; overwegende dat de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen opvallend hoog was; overwegende dat waarnemers zich kritisch hebben uitgelaten over deze verkiezingen vanwege de vooringenomenheid van de media in het voordeel van de Volksalliantie;

C. overwegende dat burgemeester Adnan Selçuk Mızraklı van Diyarbakır bij de gemeenteraadsverkiezingen van 31 maart 2019 een meerderheid van 63 % van de stemmen behaalde, burgemeester Ahmet Türk van Mardin een meerderheid van 56 %, en burgemeester Bedia Özgökçe van Van een meerderheid van 54 %, wat inhoudt dat deze drie burgemeesters een duidelijk volksmandaat hebben gekregen om de bij hun burgemeestersambt behorende taken uit te voeren;

D. overwegende dat deze drie burgemeesters van de Turkse hoge kiesraad toestemming kregen om zich bij de verkiezingen kandidaat te stellen;

E. overwegende dat de democratisch verkozen burgemeesters van Diyarbakır, Van en Mardin in het zuidoosten van Turkije zijn vervangen door door de regering benoemde gouverneurs/zaakgelastigden met het argument dat tegen hen momenteel een strafrechtelijk onderzoek loopt wegens vermeende terroristische banden;

F. overwegende dat de vervanging van Adnan Selçuk Mızraklı, Ahmet Türk, en Bedia Özgökçe Ertan door door de staat aangestelde gouverneurs zeer verontrustend is, aangezien de democratische uitkomst van de verkiezingen van 31 maart 2019 daarmee in twijfel wordt getrokken; overwegende dat nog eens 418 burgers, hoofdzakelijk raadsleden en medewerkers van 29 verschillende provincies in heel Turkije op 18 augustus 2019 gevangen zijn genomen op grond van soortgelijke, ongefundeerde aantijgingen;

G. overwegende dat de Turkse wet inzake gemeenten in september 2016 onder de afkondiging van de noodtoestand werd gewijzigd om het administratief makkelijker te maken om van terroristische banden beschuldigde burgemeesters af te zetten en te vervangen door provinciegouverneurs; overwegende dat de Commissie van Venetië de Turkse autoriteiten heeft opgeroepen de bij Turks Wetsbesluit nr. 674 van 1 september 2016 ingevoerde bepalingen in te trekken, aangezien deze niet door de noodtoestand worden gerechtvaardigd, met name de regels die het mogelijk maken om vacante posities voor burgemeesters, locoburgemeesters of gemeenteraadsleden via benoemingen in te vullen;

H. overwegende dat de Turkse hoge kiesraad op 9 april 2019 vier andere verkozen burgemeesters en gemeenteraadsleden in het zuidoosten van Turkije ongeschikt verklaarde om hun ambt op te nemen, hoewel deze kiesraad hun kandidatuur voorafgaand aan de verkiezingen van 31 maart 2019 had goedgekeurd, met het argument dat de kandidaten in het verleden ambtenaren waren die bij regeringsbesluit waren ontslagen; overwegende dat de Turkse hoge kiesraad deze posten heeft toegewezen aan kandidaten van de Partij van Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP); overwegende dat de repressieve campagne tegen de Turkse politieke oppositie plaatsvindt in een context waarbinnen er steeds minder ruimte is voor democratische geluiden en waarbinnen de Turkse autoriteiten voortdurend maatregelen treffen om tegengeluiden van onder meer journalisten, mensenrechtenverdedigers, academici, rechters en advocaten te smoren;

I. overwegende dat vele van de genomen maatregelen onevenredig zijn, de Turkse nationale wetgeving schenden, een inbreuk vormen op de verbintenissen van een lid van de Raad van Europa en in tegenspraak zijn met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten; overwegende dat bij de repressie na de coup meer dan 150 000 mensen in hechtenis zijn genomen en dat 78 000 mensen zijn gearresteerd op verdenking van terrorisme, en dat meer dan 50 000 mensen nog steeds in de gevangenis zitten, meestal zonder afdoende bewijs; overwegende dat het totale aantal gedetineerden dat sinds december 2018 vastzit zonder aanklacht of proces circa 57 000 bedraagt; overwegende dat meer dan 20 % van de gevangenen vastzit wegens beschuldigingen in verband met terrorisme, onder wie journalisten, politieke activisten, advocaten en mensenrechtenverdedigers, hetgeen leidt tot toenemende zorgen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht;

J. overwegende dat de besluiten van de Turkse hoge kiesraad om de burgemeestersverkiezingen in Istanbul over te doen en om het merendeel van de afzonderlijke gemeenten in het zuidoosten van Turkije toe te wijzen aan kandidaten die op de tweede plaats zijn geëindigd, zeer zorgwekkend zijn, met name met betrekking tot de eerbiediging van de wettigheid en integriteit van het verkiezingsproces en de onafhankelijkheid van de hoge kiesraad ten aanzien van politieke inmenging;

K. overwegende dat de Turkse minister van Binnenlandse Zaken op 3 september 2019 aankondigde dat er nadere orders zouden volgen om gekozen overheidsfunctionarissen af te zetten, en daarbij met name dreigde met de vervanging van de burgemeester van Istanbul, Ekrem İmamoğlu;

L. overwegende dat de voorzitter van de provinciale afdeling van de Republikeinse Volkspartij (CHP), Canan Kaftancıoğlu, op 6 september 2019 werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar en 8 maanden op beschuldiging van belediging van de president, belediging van overheidsfunctionarissen, vernedering van de staat, het aanzetten tot vijandigheid en haat, en het gebruik van haar socialemediakanalen voor de verspreiding van propaganda voor een terreurorganisatie tussen 2012 en 2017;

M. overwegende dat diverse openbare demonstraties tegen de afzetting van de burgemeesters verboden werden vanwege de veiligheid, en dat de demonstraties die wel plaatsvonden met geweld uiteen werden geslagen door de politie en vaak eindigden met massale gevangennemingen en de vervolging van demonstranten; overwegende dat dit het gevolg is van wetgeving die meteen na het opheffen van de noodtoestand werd ingevoerd;

N. overwegende dat Turkije te lijden heeft gehad van verschillende aanvallen en de couppoging in 2016, waarbij 248 mensen omkwamen;

1. veroordeelt het besluit van de Turkse autoriteiten om democratisch verkozen burgemeesters uit hun ambt te ontzetten op basis van dubieus bewijs; benadrukt dat deze acties de politieke oppositie voortdurend beletten hun rechten uit te oefenen en hun democratische rol te vervullen; roept de Turkse autoriteiten op de leden van de oppositie die waren gearresteerd als onderdeel van de repressiecampagne om alle tegengeluiden die in het land te horen waren in de kiem te smoren, onvoorwaardelijk vrij te laten en alle aanklachten tegen hen te laten vallen;

2. is sterk gekant tegen de willekeurige vervanging van lokaal gekozen vertegenwoordigers door niet-gekozen zaakgelastigden, waardoor de democratische structuur van Turkije verder wordt uitgehold; roept de Turkse autoriteiten op alle burgemeesters en andere gekozen overheidsfunctionarissen die de gemeenteraadsverkiezingen van 31 maart 2019 hadden gewonnen en die hun ambt niet mochten opnemen, werden ontslagen of werden vervangen door niet-gekozen zaakgelastigden op basis van ongefundeerde aantijgingen, in hun ambt te herstellen;

3. veroordeelt de door politieke motieven ingegeven straf van Canan Kaftancıoğlu vanwege zijn cruciale rol in de succesvolle verkiezingscampagne van de burgemeester van Istanbul, en eist dat die straf onmiddellijk wordt teruggedraaid;

4. veroordeelt de dreigementen van de Turkse autoriteiten om andere gekozen overheidsfunctionarissen te ontslaan, en verzoekt Turkije af te zien van verdere intimiderende maatregelen;

5. herhaalt het belang van goede betrekkingen met Turkije die zijn gebaseerd op gedeelde waarden, de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat, vrije en democratische verkiezingen – waaronder het respecteren van verkiezingsuitslagen –, de fundamentele vrijheden en het universele recht op een eerlijk proces; verzoekt de Turkse regering de mensenrechten van alle mensen die in Turkije wonen en werken, ook degenen die internationale bescherming behoeven, te garanderen;

6. toont zich andermaal bezorgd over de constante verslechtering van de situatie van fundamentele mensenrechten en de rechtsstaat in Turkije, en veroordeelt de willekeurige detenties, intimidatie door gerechtelijke en bestuurlijke instanties, reisverboden en andere methodes om duizenden Turkse burgers te vervolgen, onder wie politici en gekozen overheidsfunctionarissen, mensenrechtenverdedigers, ambtenaren, leden van maatschappelijke organisaties, academici en talloze gewone burgers; drukt zijn bezorgdheid uit vanwege voortdurende vervolgingen en onderzoeken naar zeer algemene en vage terroristische misdrijven;

7. dringt er bij Turkije op aan zijn anti-terrorismewetgeving in overeenstemming te brengen met internationale mensenrechtennormen; wijst erop dat zeer algemeen geformuleerde Turkse anti-terrorismewetgeving niet mag worden ingezet om burgers en de media te straffen voor de uitoefening van hun vrijheid van meningsuiting, of om gekozen vertegenwoordigers uit hun ambt te ontzetten en ze te vervangen door zaakgelastigden van de regering;

8. roept de Turkse autoriteiten op internationale beginselen te eerbiedigen, waarmee pluralisme, de vrijheid van vereniging, de vrijheid van meningsuiting en optimale werkmethoden worden gewaarborgd en er een gunstig klimaat wordt gecreëerd voor de personen die zijn gekozen via de vrije en eerlijke uitdrukking van de wil van de Turkse bevolking; benadrukt dat deze besluiten indruisen tegen het recht op vrije verkiezingen, het recht op politieke participatie en de vrijheid van meningsuiting krachtens het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM);

9. herhaalt zijn zorgen over het excessieve gebruik van gerechtelijke procedures tegen lokaal gekozen vertegenwoordigers in Turkije, en over hun vervanging door benoemde functionarissen – een praktijk die de correcte werking van de lokale democratie ernstig ondermijnt;

10. roept de Turkse regering op erop toe te zien dat alle personen het recht hebben op een eerlijke rechtsgang en het recht hebben hun zaak overeenkomstig de internationale normen te laten toetsen door een onafhankelijke rechtbank die kan zorgen voor verhaalmogelijkheden – waaronder een vergoeding voor de veroorzaakte materiële en morele schade; roept Turkije op de operationele, structurele en financiële onafhankelijkheid van het Turkse instituut voor mensenrechten en gelijkheid en van de Turkse Ombudsman te waarborgen zodat zij werkelijke toets- en verhaalmogelijkheden kunnen bieden en zich kunnen houden aan uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;

11. veroordeelt de voortdurende arrestatie van Selahattin Demirtaş, oppositieleider en presidentskandidaat, en pleit voor zijn onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating; neemt kennis van de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in zijn zaak, waarin de Turkse autoriteiten worden opgeroepen hem onmiddellijk vrij te laten;

12. is erg verontrust vanwege het toezicht op de sociale media en het afsluiten van socialemedia-accounts door de Turkse autoriteiten;

13. verzoekt de EDEO en de Commissie het Parlement een uitvoerige debriefing te geven over de onderwerpen die zijn besproken tijdens de politieke dialoog tussen de EU en Turkije op 13 september 2019;

14. dringt er bij de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie en de lidstaten op aan de situatie van gearresteerde oppositieleden, mensenrechtenverdedigers, politieke activisten, advocaten, journalisten en academici in detentie te blijven aanroeren bij hun Turkse gesprekspartners, en deze mensen diplomatieke en politieke steun te bieden, waaronder waarneming tijdens rechtszittingen en het op de voet volgen van hun zaak; verzoekt de Commissie en de lidstaten veelvuldiger gebruik te maken van noodsubsidies voor mensenrechtenverdedigers en te zorgen voor de volledige tenuitvoerlegging van de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers;

15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de president van Turkije, de regering en het parlement van Turkije, en verzoekt om een Turkse vertaling van deze resolutie.

 

[1] PB C 224 van 27.6.2018, blz. 93.

[2] PB C 215 van 19.6.2018, blz. 199.

[3] PB C 463 van 21.12.2018, blz. 56.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0200.

Laatst bijgewerkt op: 18 september 2019Juridische mededeling