Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees ParlementPDF
Achtste zittingsperiode - juli 2018
EPUB 184kPDF 1059k
INHOUD
AANHANGSEL
ZAAKREGISTER
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL VII : ZITTINGEN
HOOFDSTUK 4 : MAATREGELEN IN GEVAL VAN NIET-NALEVING VAN DE GEDRAGSREGELS

Artikel 166 : Sancties

1.   In ernstige gevallen van ordeverstoring of verstoring van de werkzaamheden van het Parlement in strijd met de in artikel 11 neergelegde beginselen, legt de Voorzitter bij een met redenen omkleed besluit de passende sanctie op.

Het betrokken lid wordt door de Voorzitter verzocht om schriftelijke opmerkingen in te dienen vooraleer het besluit wordt vastgesteld. In uitzonderlijke gevallen kan de Voorzitter een mondelinge hoorzitting met het betrokken lid bijeenroepen.

Dat besluit wordt bij aangetekende brief of, in dringende gevallen, via de bodes, ter kennis gebracht van het betrokken lid.

Nadat dat besluit ter kennis is gebracht van het betrokken lid, worden alle aan het lid opgelegde sancties door de Voorzitter meegedeeld ter plenaire vergadering. De voorzitters van de organen, commissies en delegaties waarvan de betrokkene lid is, worden op de hoogte gebracht.

Nadat de sanctie definitief is geworden, wordt deze gepubliceerd op een prominente plaats op de website van het Parlement gedurende de resterende zittingsperiode.

2.   Bij de beoordeling van het waargenomen gedrag wordt rekening gehouden met het uitzonderlijke, recurrente dan wel permanente karakter en de ernst ervan.

Een onderscheid moet worden gemaakt tussen visuele gedragingen, die kunnen worden getolereerd voor zover zij niet beledigend, lasterlijk, racistisch of xenofoob zijn en binnen redelijke grenzen blijven, en gedragingen die tot actieve verstoring van parlementaire werkzaamheden leiden.

3.   De sanctie kan uit een of meer van de volgende maatregelen bestaan:

(a)   een berisping;

(b)   het verlies van het recht op de verblijfsvergoeding voor een duur van twee tot dertig dagen;

(c)   onverminderd de uitoefening van het stemrecht ter plenaire vergadering, en in dit geval onder voorbehoud van strikte naleving van de gedragsregels, tijdelijke uitsluiting van deelname aan alle of een deel van de werkzaamheden van het Parlement gedurende een periode van twee tot dertig vergaderdagen van het Parlement of een van zijn organen, commissies of delegaties;

(d)   een voor maximaal een jaar geldend verbod voor het lid om het Parlement te vertegenwoordigen in een interparlementaire delegatie, een interparlementaire conferentie of een interparlementair forum.

(e)   in geval van een schending van de vertrouwelijkheid, een voor maximaal een jaar geldende beperking van het recht van toegang tot vertrouwelijke of gerubriceerde informatie.

4.   De in lid 3, onder b) tot en met e), bedoelde maatregelen kunnen worden verdubbeld bij herhaling van de overtreding of wanneer het lid weigert te voldoen aan een overeenkomstig artikel 165, lid 3, genomen maatregel.

5.   Voorts kan de Voorzitter de Conferentie van voorzitters voorstellen het lid te schorsen of uit het door hem beklede ambt of een of meer door hem beklede ambten te ontheffen overeenkomstig de in artikel 21 neergelegde procedure.

Laatst bijgewerkt op: 22 mei 2019Juridische mededeling