Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees Parlement
Negende zittingsperiode - Juli 2019
EPUB 146kPDF 1225k
INHOUD
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL I : LEDEN, ORGANEN VAN HET PARLEMENT EN FRACTIES
HOOFDSTUK 1 : LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Artikel 7 : Verdediging van de voorrechten en van de immuniteit

1.   Wanneer wordt gesteld dat de voorrechten en de immuniteit van een lid of een voormalig lid door de autoriteiten van een lidstaat zijn of dreigen te worden geschonden, kan overeenkomstig artikel 9, lid 1, worden verzocht om een besluit van het Parlement over de vraag of er een schending van deze voorrechten en immuniteiten heeft plaatsgevonden of waarschijnlijk zal plaatsvinden.

2.   Een dergelijk verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit kan met name worden ingediend wanneer wordt geoordeeld dat de omstandigheden zouden neerkomen op een bestuursrechtelijke of andersoortige beperking van de bewegingsvrijheid van de leden op hun reizen naar en van de plaats van bijeenkomst van het Parlement dan wel op een bestuursrechtelijke of andersoortige beperking van een mening die is geuit of een stem die is uitgebracht tijdens de uitoefening van hun taken, of dat de omstandigheden binnen het toepassingsgebied van artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie zouden vallen.

3.   Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid is niet ontvankelijk wanneer reeds een verzoek om opheffing of verdediging van de immuniteit van dat lid in verband met dezelfde feiten is ontvangen, ongeacht of dat eerdere verzoek tot een beslissing heeft geleid.

4.   Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid wordt niet verder behandeld wanneer een verzoek om opheffing van de immuniteit van dit lid in verband met dezelfde feiten wordt ontvangen.

5.   Wanneer een besluit is genomen om de voorrechten en de immuniteit van een lid niet te verdedigen, kan het lid bij wijze van uitzondering een verzoek indienen om het besluit te heroverwegen door nieuw bewijsmateriaal in te dienen overeenkomstig artikel 9, lid 1. Het verzoek om heroverweging is niet ontvankelijk wanneer overeenkomstig artikel 263 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie tegen het besluit beroep is ingesteld of wanneer de Voorzitter van oordeel is dat het ingediende nieuwe bewijsmateriaal onvoldoende onderbouwd is om een heroverweging te rechtvaardigen.

Laatst bijgewerkt op: 22 juni 2019Juridische mededeling