Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees Parlement
Negende zittingsperiode - Juli 2019
EPUB 146kPDF 1225k
INHOUD
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL II : WETGEVINGS-, BEGROTINGS-, KWIJTINGS- EN OVERIGE PROCEDURES
HOOFDSTUK 1 : WETGEVINGSPROCEDURES - ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 43 : Verificatie van de eerbiediging van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid

1.   Bij de behandeling van een voorstel voor een wetgevingshandeling besteedt het Parlement met name aandacht aan de vraag of dat voorstel de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid in acht neemt.

2.   Alleen de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel kan aanbevelingen doen aan de commissie die bevoegd is voor het voorstel voor een wetgevingshandeling.

3.   Uitgezonderd in spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen, gaat de ter zake bevoegde commissie niet over tot haar definitieve stemming vóór het verstrijken van de in artikel 6 van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bedoelde termijn van acht weken.

4.   Indien een nationaal parlement de Voorzitter overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 1 een gemotiveerd advies toezendt, wordt dat document naar de ter zake bevoegde commissie verwezen en ter informatie toegezonden aan de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel.

5.   Indien gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een voorstel voor een wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel ten minste een derde vertegenwoordigen van alle overeenkomstig artikel 7, lid 1, tweede alinea, van Protocol nr. 2 aan de nationale parlementen toebedeelde stemmen dan wel een vierde indien het van een op grond van artikel 76 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ingediend voorstel voor een wetgevingshandeling betreft, neemt het Parlement geen besluit alvorens de indiener van het ontwerp te kennen heeft gegeven hoe hij verder te werk wil gaan.

6.   Indien in het kader van de gewone wetgevingsprocedure gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een voorstel voor een wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een gewone meerderheid vertegenwoordigen van alle overeenkomstig artikel 7, lid 1, tweede alinea, van Protocol nr. 2 aan de nationale parlementen toebedeelde stemmen, kan de ter zake bevoegde commissie, na inoverwegingneming van de gemotiveerde adviezen van de nationale parlementen en de Commissie en na raadpleging van de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel, het Parlement aanbevelen het voorstel wegens schending van het subsidiariteitsbeginsel te verwerpen dan wel een andere aanbeveling doen, die voorstellen tot amendering in verband met de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel kan inhouden. Het advies van de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel wordt aan een eventuele aanbeveling tot verwerping gehecht.

De aanbeveling wordt in het Parlement in een debat behandeld en in stemming gebracht. Indien een aanbeveling tot verwerping met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen wordt aangenomen, verklaart de Voorzitter de procedure voor beëindigd. Wanneer het Parlement het ontwerp niet verwerpt, wordt de procedure voortgezet met inachtneming van de door het Parlement aangenomen aanbevelingen.

Laatst bijgewerkt op: 22 juni 2019Juridische mededeling