Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees Parlement
Negende zittingsperiode - Juli 2019
EPUB 146kPDF 1225k
INHOUD
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL II : WETGEVINGS-, BEGROTINGS-, KWIJTINGS- EN OVERIGE PROCEDURES
HOOFDSTUK 1 : WETGEVINGSPROCEDURES - ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 47 : Verzoeken aan de Commissie om voorstellen in te dienen

1.   Overeenkomstig artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kan het Parlement door het aannemen van een resolutie op basis van een overeenkomstig artikel 54 opgesteld initiatiefverslag van de bevoegde commissie de Commissie verzoeken het Parlement een passend voorstel tot vaststelling van een nieuwe handeling of tot wijziging van een bestaande handeling voor te leggen. De resolutie wordt bij de eindstemming aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement. Tegelijkertijd kan het Parlement een termijn vaststellen voor de indiening van een dergelijk voorstel.

2.   Ieder lid kan een voorstel voor een Uniehandeling indienen uit hoofde van het in artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan het Parlement toegekende initiatiefrecht.

Een dergelijk voorstel kan door maximaal tien leden gezamenlijk worden ingediend. Het voorstel vermeldt de rechtsgrond waarop het berust en kan vergezeld gaan van een toelichting van maximaal 150 woorden.

Het voorstel wordt ingediend bij de Voorzitter, die controleert of de toepasselijke wettelijke vereisten zijn nageleefd. Hij kan het voorstel met het oog op een advies over de juistheid van de rechtsgrond naar de voor die controle bevoegde commissie verwijzen. Indien de Voorzitter het voorstel ontvankelijk verklaart, maakt hij dat tijdens de plenaire vergadering bekend en verwijst hij het voorstel naar de ter zake bevoegde commissie.

Voorafgaand aan die verwijzing naar de ter zake bevoegde commissie wordt het voorstel vertaald in de officiële talen die de voorzitter van die commissie voor een summiere behandeling noodzakelijk acht.

De ter zake bevoegde commissie neemt binnen drie maanden na de verwijzing en na de indieners van het voorstel de gelegenheid te hebben geboden zich tot de commissie te richten, een besluit over het verdere verloop van de procedure.

De indieners van het voorstel worden in de titel van het verslag genoemd.

3.   De resolutie van het Parlement vermeldt de passende rechtsgrond en gaat vergezeld van aanbevelingen betreffende de inhoud van het verlangde voorstel.

4.   Indien een voorstel financiële gevolgen heeft, geeft het Parlement aan hoe voldoende financiële middelen kunnen worden gevonden.

5.   De ter zake bevoegde commissie ziet toe op de voortgang van de voorbereiding van elke voorgestelde Unierechtshandeling die op specifiek verzoek van het Parlement wordt uitgewerkt.

6.   De Conferentie van commissievoorzitters ziet regelmatig toe op de naleving door de Commissie van punt 10 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven, dat bepaalt dat de Commissie binnen drie maanden moet antwoorden op verzoeken om de indiening van voorstellen door in een specifieke mededeling aan te geven welk gevolg zij aan die verzoeken wenst te geven. De Conferentie van commissievoorzitters brengt over de resultaten van dit toezicht regelmatig verslag uit aan de Conferentie van voorzitters.

Laatst bijgewerkt op: 22 juni 2019Juridische mededeling