Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees Parlement
Negende zittingsperiode - Juli 2019
EPUB 146kPDF 1225k
INHOUD
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL II : WETGEVINGS-, BEGROTINGS-, KWIJTINGS- EN OVERIGE PROCEDURES
HOOFDSTUK 9 : OVERIGE PROCEDURES

Artikel 110 : Herschikking

1.   Indien een voorstel tot herschikking van Uniewetgeving aan het Parlement wordt voorgelegd, wordt het naar de voor juridische zaken bevoegde commissie en naar de ter zake bevoegde commissie verwezen.

2.   Overeenkomstig de op interinstitutioneel niveau (1) overeengekomen regelingen gaat de voor juridische zaken bevoegde commissie na of het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel zijn aangegeven.

In het kader van dit onderzoek zijn amendementen op de tekst van het voorstel niet ontvankelijk. Artikel 109, lid 3, tweede alinea, is evenwel van toepassing op de bepalingen die in het herschikkingsvoorstel ongewijzigd zijn gebleven.

3.   Indien de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel zijn aangegeven, stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.

In dat geval en onverminderd de in de artikelen 180 en 181 vastgestelde voorwaarden zijn amendementen in de ter zake bevoegde commissie alleen ontvankelijk als zij betrekking hebben op onderdelen van het voorstel die wijzigingen bevatten.

Amendementen op ongewijzigd gebleven onderdelen van het voorstel kunnen evenwel in uitzonderlijke en individuele gevallen door de voorzitter van de ter zake bevoegde commissie worden aanvaard indien hij van oordeel is dat dit noodzakelijk is om dwingende redenen die verband houden met de interne logica van de tekst of omdat de amendementen onlosmakelijk verbonden zijn met andere ontvankelijke amendementen. Deze redenen dienen in een schriftelijke motivering bij de amendementen te worden vermeld.

4.   Indien de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het voorstel andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel zijn aangegeven, stelt zij het Parlement voor het voorstel te verwerpen en stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.

In dat geval verzoekt de Voorzitter de Commissie het voorstel in te trekken. Indien de Commissie het voorstel intrekt, dan verklaart de Voorzitter dat de procedure in het Parlement zinledig is geworden en stelt hij de Raad hiervan in kennis. Indien de Commissie het voorstel niet intrekt, verwijst het Parlement het naar de ter zake bevoegde commissie, die het volgens de gebruikelijke procedure behandelt.

(1) Punt 9 van het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten (PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1).
Laatst bijgewerkt op: 22 juni 2019Juridische mededeling