Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees Parlement
Negende zittingsperiode - Juli 2019
EPUB 145kPDF 682k
INHOUD
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL VII : ZITTINGEN
HOOFDSTUK 4 : MAATREGELEN IN GEVAL VAN NIET-NALEVING VAN DE GEDRAGSREGELS

Artikel 176 : Sancties

1.   In ernstige gevallen van schending van artikel 10, leden 2 tot en met 9, legt de Voorzitter het betrokken lid overeenkomstig dit artikel bij een met redenen omkleed besluit de passende sanctie op.

De Voorzitter kan uit hoofde van artikel 10, lid 3 of lid 4 een met redenen omkleed besluit nemen, ongeacht de vraag of aan het betreffende lid al dan niet reeds eerder een onmiddellijke maatregel in de zin van artikel 175 is opgelegd.

De Voorzitter kan uitsluitend een met redenen omkleed besluit uit hoofde van artikel 10, lid 6, nemen nadat overeenkomstig de toepasselijke interne administratieve procedure inzake intimidatie en de preventie ervan is vastgesteld dat sprake is van intimidatie.

In gevallen waarin dit Reglement of een door het Bureau op grond van artikel 25 vastgesteld besluit voorziet in toepassing van dit artikel, kan de Voorzitter een lid een sanctie opleggen.

2.   Het betrokken lid wordt door de Voorzitter verzocht om schriftelijke opmerkingen in te dienen vooraleer het besluit wordt vastgesteld. De Voorzitter kan besluiten in plaats daarvan een mondelinge hoorzitting bijeen te roepen telkens wanneer dit passender is.

Het besluit tot oplegging van de sanctie wordt bij aangetekende brief of, in dringende gevallen, via de bodes, ter kennis gebracht van het betrokken lid.

Nadat dat besluit ter kennis is gebracht van het betrokken lid, worden alle aan het lid opgelegde sancties door de Voorzitter meegedeeld ter plenaire vergadering. De voorzitters van de organen, commissies en delegaties waarvan de betrokkene lid is, worden op de hoogte gebracht.

Nadat de sanctie definitief is geworden, wordt deze gepubliceerd op een prominente plaats op de website van het Parlement gedurende de resterende zittingsperiode.

3.   Bij de beoordeling van het waargenomen gedrag wordt rekening gehouden met het uitzonderlijke, recurrente dan wel permanente karakter en de ernst ervan. Tevens wordt, indien van toepassing, rekening gehouden met eventuele aantasting van de waardigheid en de reputatie van het Parlement.

4.   De sanctie kan uit een of meer van de volgende maatregelen bestaan:

(a)   een berisping;

(b)   het verlies van het recht op de verblijfsvergoeding voor een duur van twee tot dertig dagen;

(c)   onverminderd de uitoefening van het stemrecht ter plenaire vergadering, en in dit geval onder voorbehoud van strikte naleving van de gedragsregels, tijdelijke uitsluiting van deelname aan alle of een deel van de werkzaamheden van het Parlement gedurende een periode van twee tot dertig vergaderdagen van het Parlement of een van zijn organen, commissies of delegaties;

(d)   een voor maximaal een jaar geldend verbod voor het lid om het Parlement te vertegenwoordigen in een interparlementaire delegatie, een interparlementaire conferentie of een interparlementair forum.

(e)   in geval van een schending van de vertrouwelijkheid, een voor maximaal een jaar geldende beperking van het recht van toegang tot vertrouwelijke of gerubriceerde informatie.

5.   De in lid 4, onder b) tot en met e), bedoelde maatregelen kunnen worden verdubbeld bij herhaalde inbreuken of wanneer het lid weigert te voldoen aan een overeenkomstig artikel 175, lid 3, genomen maatregel.

6.   Voorts kan de Voorzitter de Conferentie van voorzitters voorstellen het lid te schorsen of uit het door hem beklede ambt of een of meer door hem beklede ambten te ontheffen overeenkomstig de in artikel 21 neergelegde procedure.

Laatst bijgewerkt op: 19 december 2019Juridische mededeling