Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees Parlement
Negende zittingsperiode - Juli 2019
EPUB 146kPDF 1225k
INHOUD
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL VIII : COMMISSIES EN DELEGATIES
HOOFDSTUK 1 : COMMISSIES

Artikel 208 : Enquêtecommissies

1.   Overeenkomstig artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 2 van Besluit 95/167/EG, Euratom, EGKS van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 19 april 1995 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Europees Parlement kan het Parlement op verzoek van een vierde van zijn leden een enquêtecommissie instellen dat onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht die zouden zijn toe te schrijven aan een instelling of een orgaan van de Europese Unie, aan een overheidsdienst van een lidstaat, of aan personen die krachtens het Unierecht gemachtigd zijn dit recht toe te passen. (1)

Noch op het voorwerp van de enquête als omschreven door een vierde van de leden van het Parlement noch op de in lid 11 vastgestelde termijn kunnen amendementen worden ingediend.

2.   Het besluit tot instelling van een enquêtecommissie wordt binnen een maand bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3.   Voor de werkwijze van een enquêtecommissie gelden de bepalingen van dit Reglement die betrekking hebben op de commissies, onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen zoals vermeld in dit artikel en in Besluit 95/167/EG, Euratom, EGKS.

4.   Het verzoek om instelling van een enquêtecommissie moet het voorwerp van de enquête nauwkeurig vermelden en de gronden voor die enquête uitvoerig uiteenzetten. Het Parlement beslist op voorstel van de Conferentie van voorzitters over het al dan niet instellen van de commissie en indien het tot instelling daarvan beslist, over het aantal leden ervan.

5.   Enquêtecommissies zijn niet gerechtigd adviezen uit te brengen aan andere commissies.

6.   In alle stadia van haar werkzaamheden hebben in een enquêtecommissie alleen gewone leden of, indien deze afwezig zijn, hun plaatsvervangers stemrecht.

7.   De enquêtecommissie kiest haar voorzitter en ondervoorzitters en benoemt één of meer rapporteurs. De commissie kan voorts haar leden met opdrachten en specifieke taken belasten of bevoegdheden aan hen overdragen, die daarover nadien uitvoerig verslag uitbrengen.

8.   In de periode tussen de vergaderingen worden de bevoegdheden van de commissie in dringende of noodzakelijke gevallen uitgeoefend door de commissiecoördinatoren, onder voorbehoud van bekrachtiging door die commissie op haar eerstvolgende vergadering.

9.   Voor het gebruik van de talen houdt de enquêtecommissie zich aan artikel 167. Het bureau van de commissie kan evenwel:

-   de vertolking beperken tot de officiële talen van de commissieleden die bij de beraadslagingen betrokken zijn, indien het dit om redenen van vertrouwelijkheid noodzakelijk acht;

-   voor de vertaling van de ingekomen stukken zodanige beslissingen nemen dat de beraadslagingen snel en doelmatig kunnen verlopen en de noodzakelijke geheimhouding en vertrouwelijkheid wordt betracht.

10.   Wanneer vermeende inbreuken op het Unierecht of vermeend wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht zouden kunnen toe te schrijven zijn aan een instelling of een overheidsdienst van een lidstaat, dan kan de enquêtecommissie het parlement van de betrokken lidstaat verzoeken om aan het onderzoek mee te werken.

11.   Een enquêtecommissie sluit haar werkzaamheden af door het Parlement binnen twaalf maanden na haar constituerende vergadering verslag uit te brengen over de resultaten van haar werkzaamheden. Het Parlement kan tweemaal beslissen deze termijn met drie maanden te verlengen. In voorkomend geval kan het verslag minderheidsstandpunten bevatten overeenkomstig de in artikel 55 gestelde voorwaarden. Dit verslag wordt gepubliceerd.

Op verzoek van de enquêtecommissie behandelt het Parlement dit verslag in de eerstvolgende vergaderperiode na de indiening ervan.

12.   De enquêtecommissie kan het Parlement ook een tot de instellingen of organen van de Europese Unie of van de lidstaten gerichte ontwerpaanbeveling voorleggen.

13.   De Voorzitter van het Parlement gelast de op grond van bijlage VI bevoegde commissie toe te zien op het gevolg dat aan de bevindingen van de enquêtecommissie wordt gegeven en hierover zo nodig verslag uit te brengen. De Voorzitter neemt alle verdere maatregelen die hij voor de concrete tenuitvoerlegging van de conclusies van de enquêtes dienstig acht.

(1) Besluit 95/167/EG, Euratom, EGKS van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 19 april 1995 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Europees Parlement (PB L 113 van 19.5.1995, blz. 1).
Laatst bijgewerkt op: 22 juni 2019Juridische mededeling