Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees Parlement
Negende zittingsperiode - Juli 2019
EPUB 146kPDF 1225k
INHOUD
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL VIII : COMMISSIES EN DELEGATIES
HOOFDSTUK 1 : COMMISSIES

Artikel 218 : Stemming in de commissie

1.   Onverminderd artikel 65, lid 3, inzake de tweede lezing, worden ter behandeling in de commissie ingediende amendementen of ontwerpvoorstellen tot verwerping altijd door een gewoon lid of een plaatsvervangend lid van de betrokken commissie ondertekend dan wel door ten minste een dergelijk lid medeondertekend.

2.   Een commissie kan geldig stemmen wanneer een vierde van haar leden daadwerkelijk aanwezig is. Indien evenwel leden of een fractie of fracties die ten minste de hoge drempel bereiken in de commissie hierom vóór het begin van een stemming verzoeken, is deze stemming slechts geldig wanneer de meerderheid van haar leden aan de stemming heeft deelgenomen.

3.   Bij een enkele stemming en/of bij de eindstemming in de commissie over een verslag of een advies wordt hoofdelijk gestemd overeenkomstig artikel 190, leden 3 en 4. De stemming over amendementen en andere stemmingen vinden plaats bij handopsteken, tenzij de voorzitter besluit tot een elektronische stemming of leden of fracties die ten minste de hoge drempel bereiken in de commissie om hoofdelijke stemming verzoeken.

De bepalingen van artikel 218, lid 3, over de hoofdelijke stemming gelden niet voor de verslagen die zijn bedoeld in artikel 8, lid 2, en artikel 9, leden 4, 7 en 9, in het kader van procedures aangaande de immuniteit van een lid.

4.   In het licht van de ingediende amendementen kan de commissie, in plaats van tot stemming over te gaan, de rapporteur verzoeken een nieuw ontwerp voor te leggen dat zoveel mogelijk rekening houdt met deze amendementen. Voor de indiening van amendementen wordt dan een nieuwe termijn vastgesteld.

Laatst bijgewerkt op: 22 juni 2019Juridische mededeling