Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2717(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0025/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/07/2014 - 10.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0009

Aangenomen teksten
PDF 139kWORD 70k
Donderdag 17 juli 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Situatie in Oekraïne
P8_TA(2014)0009RC-B8-0025/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 17 juli 2014 over de situatie in Oekraïne (2014/2717(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het Europees Nabuurschapsbeleid, het Oostelijk Partnerschap en Oekraïne, en met name zijn resolutie van 17 april 2014 over Russische druk op de landen van het Oostelijk Partnerschap en in het bijzonder de destabilisatie van Oost-Oekraïne(1),

–  gezien de gezamenlijke verklaring die de G7-leiders hebben afgelegd tijdens hun bijeenkomst in Den Haag op 24 maart 2014,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 17 maart, 14 april, 12 mei en 23 juni 2014,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 20 maart en 27 juni 2014,

–  gezien het eindverslag van de internationale verkiezingswaarnemingsmissie van de OVSE/ODIHR over de vervroegde presidentsverkiezingen in Oekraïne,

–  gezien de ondertekening op 27 juni 2014 van de laatste onderdelen van de associatieovereenkomst EU-Oekraïne, met inbegrip van de diepe en brede vrijhandelsovereenkomst (Deep and Comprehensive Free Trade Area, DCFTA),

–  gezien de rapporten van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties over de mensenrechtensituatie in Oekraïne van 15 mei en 15 juni 2014,

–  gezien de verklaring van de NAVO-Oekraïne-Commissie van 1 april 2014,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Oekraïne nog steeds wordt geconfronteerd met ernstige veiligheids-, politieke en sociaaleconomische uitdagingen; overwegende dat het conflict in het oosten van Oekraïne een ernstige belemmering vormt voor de ontwikkeling en welvaart van het land;

B.  overwegende dat de bezetting en annexatie van de Krim door Rusland in strijd zijn met het volkenrecht en de internationale verplichtingen van Rusland uit hoofde van het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki, het statuut van de Raad van Europa en het memorandum van Boedapest uit 1994 betreffende veiligheidsgaranties, alsook bilaterale verplichtingen in het kader van de bilaterale overeenkomst uit 1997 inzake vriendschap, samenwerking en partnerschap;

C.  overwegende dat Petro Porosjenko op 25 mei 2014 tot nieuwe president van Oekraïne is verkozen; overwegende dat op de verkiezingen toezicht werd gehouden door een internationale verkiezingswaarnemingsmissie onder leiding van de OVSE/ODIHR en dat – ondanks de vijandige veiligheidssituatie in het oosten van Oekraïne en de illegale annexatie van de Krim door Rusland – wordt geoordeeld dat deze verkiezingen grotendeels beantwoordden aan de internationale verplichtingen en dat daarbij de fundamentele vrijheden in het overgrote deel van het land in acht zijn genomen;

D.  overwegende dat de nieuwe president Petro Porosjenko een 15-puntenplan heeft voorgesteld voor een vreedzame regeling van de situatie in Oost-Oekraïne met behoud van de soevereiniteit, de territoriale integriteit en de nationale eenheid van Oekraïne op basis van amnestie voor wie zich overgeeft en geen zware misdaden heeft begaan, de instelling van gecontroleerde corridors voor de terugtrekking van Russische huursoldaten en het opzetten van een inclusieve dialoog;

E.  overwegende dat president Porosjenko als eerste stap een eenzijdig staakt-het-vuren voor de periode van 20-30 juni 2014 heeft uitgeroepen opdat overleg tussen Oekraïne, Rusland en separatistische troepen mogelijk zou zijn; overwegende dat het door de Oekraïense regering eenzijdig afgekondigde staakt-het-vuren herhaaldelijk werd geschonden, vooral door de separatisten, hetgeen aan beide zijden dodelijke slachtoffers heeft geëist;

F.  overwegende dat de Raad van de Russische Federatie op 25 juni 2014 een besluit van president Poetin heeft goedgekeurd om af te zien van het recht om Russische troepen naar het grondgebied van Oekraïne te sturen;

G.  overwegende dat de Raad Buitenlandse Zaken op 27 juni 2014 de beoordeling van de Commissie heeft onderschreven dat Oekraïne voldoet aan alle benchmarks van de eerste fase van het actieplan voor visumliberalisering, en de tweede fase van het visumliberaliseringsproces heeft aangevat;

H.  overwegende dat de EU en Oekraïne op 27 juni 2014 de nog resterende bepalingen van de AO/DCFTA (de associatieovereenkomst met de daarin vastgestelde diepe en brede vrijhandelsruimte) hebben ondertekend; overwegende dat door deze overeenkomst de verlangens worden erkend van het Oekraïense volk om te leven in een land waarin Europese waarden, democratie en de rechtsstaat bestaan;

I.  overwegende dat president Porosjenko na het mislukken van het unilaterale staakt-het-vuren heeft beslist de antiterroristische operatie te vernieuwen om de separatistische opstand in het oosten te verslaan; overwegende dat het Oekraïense leger opnieuw de controle over een aantal steden in Oost-Oekraïne in handen heeft gekregen en de opstandelingen en huurlingen heeft gedwongen zich terug te trekken in de richting van Donetsk; overwegende dat het geweld echter nog steeds voortduurt;

J.  overwegende dat de ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Frankrijk, Rusland en Oekraïne op 2 juli 2014 in Berlijn zijn samengekomen en overeenstemming hebben bereikt over een reeks maatregelen die tot een duurzame wapenstilstand in Oost-Oekraïne moeten leiden;

K.  overwegende dat president Porosjenko zich bereid heeft verklaard tot het uitroepen van een ​​tweede staakt-het-vuren op drie voorwaarden, namelijk dat het bestand wederzijds wordt gerespecteerd, dat alle gijzelaars worden vrijgelaten en dat de OVSE effectief toezicht houdt op de grensovergangen;

L.  overwegende dat president Porosjenko op 14 juli 2014 heeft verklaard dat officieren van het Russische leger aan de zijde van separatistische opstandelingen strijd leverden met de Oekraïense troepen en dat er een nieuw Russisch raketsysteem is ingezet; overwegende dat uit NAVO-bronnen blijkt dat Rusland naar verluidt zware gevechtstanks, artillerie en andere wapens naar de rebellen zou hebben gestuurd en huurlingen zou hebben toegestaan vanuit Rusland de grens over te steken om zich bij de rebellenmilities te voegen;

M.  overwegende dat op 11 juli 2014 in Brussel een tripartiete overlegvergadering tussen de EU, Oekraïne en Rusland werd gehouden over de uitvoering van de associatie- en vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Oekraïne; overwegende dat dit een nuttig proces is dat kan bijdragen tot het wegnemen van lang bestaande verschillende interpretaties, doordat de voordelen van de AO/DCFTA worden verduidelijkt en rekening wordt gehouden met de legitieme zorgen van alle partijen;

1.  is ingenomen met de ondertekening van de nog resterende bepalingen van de associatieovereenkomst met de daarin vastgestelde diepe en brede vrijhandelsruimte, en is ervan overtuigd dat deze overeenkomst een drijvende kracht zal vormen voor politieke en economische hervormingen, voor modernisering, versterking van de rechtsstaat en economische groei; betuigt zijn steun aan Oekraïne in de aanloop naar de voorlopige toepassing van de overeenkomst; verklaart dat het Europees Parlement zijn procedure voor de ratificatie van de overeenkomst zo spoedig mogelijk zal afronden; roept de lidstaten en Oekraïne ertoe op de overeenkomst spoedig te ratificeren, zodat zij zo snel mogelijk volledig ten uitvoer kan worden gelegd; benadrukt dat de AO/DCFTA op geen enkele wijze verband houdt met integratie in de NAVO;

2.  is eveneens zeer verheugd over de ondertekening van de associatieovereenkomsten met Georgië en Moldavië, die een nieuw tijdperk in de politieke en economische betrekkingen van deze landen met de EU inluiden; dringt aan op de spoedige ratificatie daarvan en is verheugd dat het parlement van Moldavië daartoe al is overgegaan; wijst de instelling van commerciële "strafmaatregelen" door Rusland tegen de landen die een associatieovereenkomst met de EU hebben ondertekend, van de hand, aangezien deze overeenkomsten geen bedreiging voor Rusland vormen; onderstreept dat deze maatregelen in strijd zijn met de regels van de WTO, dat zij politiek gemotiveerd zijn en dus niet aanvaardbaar;

3.  is verheugd over het feit dat Petro Porosjenko al in de eerste ronde van eerlijke en democratische verkiezingen tot president van Oekraïne is verkozen; merkt op dat de uitslag van de verkiezingen wijst op de krachtige steun van de bevolking voor een Europees en democratisch perspectief voor hun land;

4.  steunt het vredesplan als een belangrijke kans voor de-escalatie en vrede; spreekt zijn steun uit voor de doortastende maatregelen van president Porosjenko om de eenheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne te waarborgen; is verheugd over zijn vaste voornemen om het probleem van de systematische corruptie en misbruik van overheidsmiddelen aan te pakken; wijst er eens te meer op dat Rusland betrokken is bij de militaire interventie en de bevoorrading; dringt er bij Rusland op aan zijn internationale verplichtingen na te komen, zich daadwerkelijk in te zetten voor vreedzame onderhandelingen en zijn reële invloed aan te wenden voor de stopzetting van alle vormen van geweld;

5.  pleit voor een nieuwe bijeenkomst van de trilaterale contactgroep over de beslechting van het geschil in Zuidoost-Oekraïne en steunt nieuwe communicatievormen tussen de partijen;

6.  benadrukt het fundamentele recht van het Oekraïense volk om 's lands economische en politieke toekomst vrijelijk te bepalen, en bevestigt het recht van Oekraïne op zelfverdediging overeenkomstig artikel 51 van het VN-Handvest; wijst er eens te meer op dat de internationale gemeenschap de eenheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne steunt; vraagt de Oekraïense veiligheidstroepen het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechtenwetgeving volledig in acht te nemen wanneer zij zogenoemde terrorismebestrijdingsoperaties uitvoeren en benadrukt dat de burgerbevolking beschermd moet worden; roept de opstandelingen en huurlingen op hetzelfde te doen en geen burgers als menselijk schild te gebruiken; benadrukt dat een politieke oplossing voor de crisis moet worden gevonden; en dringt er bij alle partijen op aan om blijk te geven van terughoudendheid en een staakt-het-vuren in acht te nemen, dat zo spoedig mogelijk moet worden afgekondigd en strikt moet worden uitgevoerd;

7.  veroordeelt de Russische agressie op de Krim als een ernstige schending van de Oekraïense soevereiniteit en territoriale integriteit krachtens internationaal recht en verwerpt de Russische politiek van voldongen feiten in buitenlandse betrekkingen; beschouwt de annexatie van de Krim als illegaal en weigert het de facto Russische bewind op het schiereiland te erkennen; is ingenomen met het besluit de import van goederen uit de Krim en Sebastopol te verbieden als die geen Oekraïens certificaat hebben, en spoort andere landen aan soortgelijke maatregelen te nemen in overeenstemming met resolutie 68/262 van de AVVN;

8.  spreekt zijn veroordeling uit over het voortdurende geweld en het dagelijkse verlies aan mensenlevens in Oost-Oekraïne, de vernieling van huizen en eigendommen en de vlucht van vele duizenden burgers uit de conflictgebieden naar veiliger oorden, is ingenomen met de goede wil die de Oekraïense zijde heeft getoond door eenzijdig een staakt-het-vuren af te kondigen en betreurt het dat de rebellen en huurlingen hebben geweigerd dat voorbeeld te volgen; is diep bezorgd over de veiligheid van de gewone mensen die nog steeds vastzitten in de regio's Donetsk en Loegansk; betreurt het verlies aan levens en het feit dat zich onder de slachtoffers ook kinderen bevinden; spreekt hun familieleden zijn diepgemeende gevoelens van medeleven uit; veroordeelt alle activiteiten waarbij de burgerbevolking tot doelwit wordt gemaakt en dringt erop aan dat het internationale humanitaire recht strikt in nageleefd moet worden;

9.  roept Rusland ertoe op het vredesplan met reële vastberadenheid te steunen, maatregelen te nemen om zijn eigen grens met Oekraïne daadwerkelijk te controleren, en een halt toe te roepen aan de voortdurende invasie van illegale gewapende manschappen, wapens en uitrusting, aan vijandige actie en infiltratie, zijn troepen onmiddellijk te verminderen en van de grens met Oekraïne terug te trekken en zijn gezag over de rebellen en huurlingen aan te wenden om hen te dwingen het staakt-het-vuren te respecteren, hun wapens neer te leggen en zich via een beschermde corridor naar Rusland terug te trekken, zoals in het vredesplan van Porosjenko is voorgesteld, als langverwachte eerste concrete stap om te bewijzen dat het Rusland menens is met het de-escaleren van de crisis;

10.  betreurt de illegale detentie van de Oekraïense luchtmachtnavigator Nadija Savtsjenko in Rusland en eist haar onmiddellijke vrijlating, alsook de vrijlating van alle in Oekraïne of Rusland vastgehouden gijzelaars;

11.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken (VV / HV) en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) zich te beijveren voor een grotere aanwezigheid en zichtbaarheid in de dialoogmechanismen die zijn opgezet om de crisis op te lossen, ook in het kader van de Contactgroep;

12.  is ingenomen met de uitbreiding van de lopende sancties tot 11 extra personen, voornamelijk functionarissen van de zogenaamde separatistische autoriteiten; is ingenomen met de voorbereidende werkzaamheden van de Raad, de EDEO en de lidstaten tot instelling van verdere sancties tegen Rusland, die zich ook zouden moeten uitstrekken tot de economische, financiële en energiesector, alsook tot het embargo op de handel in wapens en technologie voor tweeërlei gebruik; verzoekt om een collectief verbod op de verkoop van wapens aan Rusland en wenst dat dit verbod van kracht blijft totdat de situatie in het oosten van Oekraïne is genormaliseerd; waarschuwt dat verdere stappen van Rusland gericht op de destabilisering van Oekraïne tot bijkomende sancties zullen leiden en verregaande gevolgen voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland zullen hebben;

13.  verlangt dat de Raad Rusland oproept aan zijn verplichtingen krachtens het internationale recht te voldoen, en dat hij fase 3-sancties toepast wanneer de situatie daartoe noopt;

14.  vraagt de Europese Raad een meer coherente en standvastige strategie te hanteren en met één stem te spreken ten aanzien van de Oekraïense crisis en de gedragingen van de Russische regering, ook in aangelegenheden die te maken hebben met de continuïteit van de energievoorziening van de EU; betreurt het dat sommige lidstaten in dit opzicht blijk geven van verdeeldheid en gebrek aan solidariteit in EU-verband;

15.  spreekt zijn steun uit voor een nieuw, onderling overeen te komen staakt-het-vuren om de veiligheidssituatie te stabiliseren, te komen tot een reële de-escalatie en een nieuwe impuls te geven aan de uitvoering van het vredesplan van president Porosjenko, met als voorwaarde dat het staakt-het-vuren wederzijds wordt gerespecteerd, dat de gijzelaars worden vrijgelaten en de grens effectief wordt gecontroleerd door de OVSE; is verheugd over het feit dat de Oekraïense strijdkrachten in Oost-Oekraïne er de laatste dagen in zijn geslaagd opnieuw een aantal belangrijke steden onder controle te krijgen;

16.  is ervan overtuigd dat de rol van de speciale monitoringmissie van de OVSE moet worden versterkt en dat hieraan meer materiële en financiële middelen moeten worden gegeven, zodat Oekraïne wordt gesteund bij de beveiliging van en het toezicht op de grensregio's;

17.  herinnert de Oekraïense regering eraan dat binnenlandse economische en politieke hervormingen hard nodig zijn; wijst erop dat binnenlandse hervormingen niet alleen moeten worden gestart onder druk van buitenaf, maar moeten kunnen rekenen op brede steun onder de bevolking voor de totstandbrenging van duurzame economische en sociale mogelijkheden dankzij modernisering van het land;

18.  vraagt dat er een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek komt naar alle dodelijke incidenten en misdrijven tegen de menselijkheid die sinds november 2013 in alle delen van Oekraïne zijn gepleegd, met een duidelijke internationale component en onder toezicht van de Raad van Europa, en dat de verantwoordelijken worden berecht; is ervan overtuigd dat alleen een effectief onderzoek naar deze misdrijven de Oekraïense samenleving en de familie en vrienden van de slachtoffers zal helpen opnieuw vertrouwen te hebben in de instellingen;

19.  herinnert eraan dat er een einde moet komen aan de stelselmatige en structurele inperking van de mensenrechten, het wanbestuur, de wijdverspreide corruptie en de enorme schaduweconomie in Oekraïne; wijst op het belang van het voortgaande proces van constitutionele hervormingen en de ondersteuning van de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld bij het streven naar een op echte participatie gebaseerde democratie, die de mensenrechten bevordert en beschermt, rechtvaardigheid en goed bestuur voor alle mensen in alle regio's van het land garandeert en daarmee bijdraagt aan de veiligheid en stabiliteit van het land; vraagt een antidiscriminatiewetgeving in lijn met de Europese normen aan te nemen;

20.  onderstreept dat er vertrouwen moet worden geschapen tussen de verschillende gemeenschappen in de samenleving en dringt aan op een duurzaam verzoeningsproces; benadrukt in dit verband het belang van een inclusieve nationale dialoog, waarbij propaganda en tot haat aanzettende taal, ook die afkomstig van Rusland, die het conflict nog verder kan verscherpen, moeten worden vermeden;

21.  meent dat het van het grootste belang is een proces aan te vatten waarbij centrale bevoegdheden geleidelijk worden gedecentraliseerd naar de regionale en gemeentelijke overheden, zonder het interne machtsevenwicht of de doeltreffende werking van de staat te ondermijnen;

22.  is verheugd over de goedkeuring van de wet inzake overheidsopdrachten en dringt erop aan dat daaraan strikt de hand wordt gehouden; spreekt de hoop uit dat er spoedig een politiek onafhankelijk bureau voor corruptiebestrijding wordt opgericht met bevoegdheden om corrupte gedragingen te onderzoeken;

23.  benadrukt dat de rechtsstaat moet worden versterkt, ook door middel van een hervorming van justitie, die zou bijdragen tot het herstel van het vertrouwen van de burgers in het gerechtelijk apparaat, en dat de structuur van de wetshandhavingsinstanties moet worden gedepolitiseerd en gedemilitariseerd;

24.  is ingenomen met het besluit om een solide, naar Oekraïne te sturen civiele gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleidsdelegatie samen te stellen; dringt er bij de VV / HV en de lidstaten op aan binnen korte termijn tot stationering van deze delegatie over te gaan; is ervan overtuigd dat deze delegatie een ambitieus mandaat dient te krijgen om de Oekraïners effectief te ondersteunen bij de noodzakelijke verregaande inspanningen om de situatie in het land te stabiliseren;

25.  spreekt opnieuw zijn steun uit voor de intentie van president Porosjenko om spoedig parlementsverkiezingen te houden; benadrukt dat deze verkiezingen overeenkomstig de aanbevelingen van de Venetiëcommissie moeten worden georganiseerd;

26.  geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over de verslechterende mensenrechten- en humanitaire situatie in Oost-Oekraïne en de Krim, die op instigatie van Rusland is teweeggebracht door rebellen en huurlingen, met berichten over martelingen, moorden, verdwijningen van journalisten en activisten en het nemen van gijzelaars, waaronder gevallen van ontvoering van kinderen; pleit voor een betere bescherming van burgers en voor het verlenen van humanitaire hulp door de Oekraïense autoriteiten in de betrokken regio's;

27.  vestigt in dit verband de aandacht op het recente verslag van Amnesty International en veroordeelt ten stelligste de gevallen van ontvoering, afranseling, foltering, moord, buitengerechtelijke executie en andere zware schendingen van de mensenrechten en het humanitaire recht die de afgelopen drie maanden zijn gepleegd tegen actievoerders, betogers, journalisten en tal van andere burgers die niet actief zijn in het conflict in Oost-Oekraïne, voornamelijk door gewapende separatisten en in sommige gevallen ook door regeringstroepen; steunt de oproep aan de Oekraïense regering om één regelmatig geactualiseerd register van gemelde ontvoeringen te creëren en alle aantijgingen van misbruik van geweld, mishandeling en foltering aan een grondig en onafhankelijk onderzoek te onderwerpen;

28.  onderstreept dat er een duidelijke, eerlijke en stabiele oplossing moet worden gevonden om een continue gasvoorziening door Rusland aan Oekraïne te waarborgen, omdat dit een noodzakelijke voorwaarde is voor de economische ontwikkeling en de stabiliteit van Oekraïne; is van mening dat de EU een faciliterende rol moet blijven spelen bij het zoeken naar een akkoord, zodat Oekraïne in staat wordt gesteld om een ​​concurrerende en niet politiek gemotiveerde prijs voor zijn gasvoorziening te betalen; benadrukt dat het gebruik van energiebronnen als instrument in het buitenlands beleid de Russische geloofwaardigheid op de lange termijn als betrouwbare handelspartner van de EU ondermijnt en dat verdere maatregelen om de afhankelijkheid van de EU van Russisch gas te verkleinen prioritair moeten zijn;

29.  verzoekt de lidstaten een toereikende gasvoorziening te waarborgen door het mogelijk te maken gas in omgekeerde richting te sturen uit de buurlanden in de EU; is in dit verband ingenomen met het memorandum van overeenstemming inzake omgekeerde gasstromen tussen Slowakije en Oekraïne, waardoor Oekraïne ertoe zou moeten worden aangemoedigd een transparant en betrouwbaar gastransportsysteem tot stand te brengen; wijst opnieuw op de strategische rol van de energiegemeenschap, waarvan Oekraïne in 2014 voorzitter is; is verheugd over het feit dat de samenwerking met Oekraïne een integraal onderdeel vormt van de in juni 2014 door de Commissie gepresenteerde Europese strategie voor energiezekerheid;

30.  is verheugd over het feit dat Oekraïne onlangs is overgegaan tot de tweede fase van het actieplan voor visumliberalisering en daarmee opnieuw blijk heeft gegeven van zijn vaste voornemen om het daarvoor benodigde wetgevings-, beleids- en institutionele kader tot stand te brengen; uit zijn sterke overtuiging dat de spoedige invoering van een visumvrije regeling daarvan het einddoel zou moeten zijn; dringt ondertussen aan op de onmiddellijke invoering van tijdelijke, zeer eenvoudige en goedkope visumprocedures op het niveau van de EU en de lidstaten;

31.  is ingenomen met de oprichting door de Commissie van de Steungroep voor Oekraïne, die de Oekraïense autoriteiten de nodige bijstand moet verlenen bij het doorvoeren van politieke en economische hervormingen en zich zal bezighouden met de tenuitvoerlegging van de "Europese hervormingsagenda";

32.  benadrukt dat de Europese belangen en waarden moeten worden verdedigd en dat stabiliteit, welvaart en democratie in de landen van het Europese continent moeten worden bevorderd;

33.  herhaalt zijn mening dat de associatieovereenkomsten met Oekraïne en de andere landen van het Oostelijk Partnerschap niet het einddoel van de betrekkingen tussen de EU en deze landen vormen; wijst er in dit verband op dat overeenkomstig artikel 49 VEU, Georgië, Moldavië en Oekraïne, net als alle andere Europese staten, een Europees perspectief hebben en het EU-lidmaatschap kunnen aanvragen, mits zij de democratische beginselen in acht nemen, de fundamentele vrijheden, de mensenrechten en de rechten van minderheden eerbiedigen en het functioneren van de rechtsstaat garanderen;

34.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van Oekraïne, de Raad van Europa en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

(1)Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0457.

Juridische mededeling