Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2724(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0066/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/07/2014 - 10.9

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0013

Aangenomen teksten
PDF 122kWORD 56k
Donderdag 17 juli 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Misdrijf van agressie
P8_TA(2014)0013RC-B8-0066/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 17 juli 2014 over het misdrijf agressie (2014/2724(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof, en in het bijzonder artikel 5 betreffende het misdrijf agressie als een van de belangrijkste misdrijven waarover het Internationaal Strafhof rechtsmacht heeft,

–  gezien de Kampala-amendementen op het Statuut van Rome, die werden aangenomen tijdens de toetsingsconferentie in Kampala (Uganda) in 2010, met name wat betreft resolutie RC/Res. 6, met betrekking tot het misdrijf agressie,

–  gezien Besluit 2011/168/GBVB van de Raad en de daarin opgenomen verwijzing naar de Kampala-amendementen,

–  gezien het herziene actieplan dat in overeenstemming met Besluit 2011/168/GBVB van de Raad op 12 juli 2011 is aangenomen,

–  gezien zijn resolutie van 19 mei 2010 over de toetsingsconferentie over het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof in Kampala (Uganda)(1),

–  gezien zijn resolutie van 17 november 2011 over steun van de EU voor het Internationaal Strafhof: aangaan van uitdagingen en overwinnen van moeilijkheden(2),

–  gezien zijn eerdere resoluties over de jaarverslagen over de mensenrechten in de wereld en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie, waaronder de implicaties voor het strategische mensenrechtenbeleid van de EU,

–  gezien het negende verslag van het Internationaal Strafhof aan de Verenigde Naties voor de jaren 2012 en 2013,

–  gezien de uitkomst van de 25e bijeenkomst van de Raad voor de mensenrechten van de Verenigde Naties in april 2014,

–  gezien de resolutie van de algemene vergadering van het Latijns-Amerikaans parlement van 19 en 20 oktober 2013 over de "bevordering van het Internationaal Strafhof en de ratificatie van de Kampala-amendementen" (AO/2013/07XXIX),

–  gezien de resolutie van de vergadering van de staten die partij zijn bij het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof van 27 november 2013 inzake de "versterking van het Internationaal Strafhof en de vergadering van staten die partij zijn", die onder meer een oproep bevat aan de staten die willen toetreden om het Statuut in zijn gewijzigde vorm te ratificeren, een oproep aan alle staten die partij zijn om te overwegen de amendementen te ratificeren evenals een erkenning van de recente ratificatie van de amendementen door een aantal staten die partij zijn (ICC-ASP/12/Res. 8),

–  gezien het handboek inzake de ratificatie en tenuitvoerlegging van de Kampala-amendementen op het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof dat is uitgegeven door de permanente missie van het Vorstendom Liechtenstein bij de Verenigde Naties, het mondiale instituut ter voorkoming van agressie en het instituut inzake zelfbeschikking van Liechtenstein aan de universiteit Princeton,

–  gezien de op 17 juli gehouden werelddag voor justitie, waarop de vooruitgang naar meer verantwoordingsplicht voor misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en genocide wordt gevierd,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de EU-lidstaten van het begin af aan trouwe bondgenoten van het Internationaal Strafhof zijn geweest en financiële, politieke, diplomatieke en logistieke steun hebben verstrekt, terwijl zij de universaliteit van het Statuut van Rome hebben bevorderd en de integriteit ervan hebben verdedigd, teneinde de onafhankelijkheid van het Hof te versterken;

B.  overwegende dat het Parlement op 17 november 2011(3) de goedkeuring van de Kampala-amendementen op het Statuut van Rome, onder meer met betrekking tot het misdrijf agressie, heeft verwelkomd, en er bij alle lidstaten op heeft aangedrongen deze amendementen te ratificeren en op te nemen in hun nationale wetgeving;

C.  overwegende dat het Parlement vervolgens op 18 april 2012 een resolutie(4) heeft aangenomen en er bij de Raad en de Commissie op heeft aangedrongen hun internationale autoriteit aan te wenden om de universaliteit van het Statuut van Rome te beschermen en te versterken voor wat betreft een internationaal overeengekomen definitie van daden van agressie die in strijd zijn met het internationaal recht;

D.  overwegende dat de ratificatie van de Kampala-amendementen op het Statuut van Rome inzake het misdrijf agressie door ten minste 30 staten die partij zijn en een na 1 januari 2017 door een twee derde meerderheid van de staten die partij zijn te nemen besluit het mogelijk zullen maken een permanent systeem van internationale strafrechtelijke verantwoordingsplicht te creëren door het misdrijf agressie strafbaar te maken;

E.  overwegende dat 122 landen partij zijn bij het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof;

F.  overwegende dat tot dusver 14 partij zijnde staten het Kampala-amendement over het misdrijf agressie hebben geratificeerd, waaronder acht EU-lidstaten, namelijk België, Kroatië, Cyprus, Estland, Duitsland, Luxemburg, Slowakije en Slovenië; overwegende dat ten minste 35 partijstaten momenteel actief bezig zijn de amendementen inzake het misdrijf agressie te ratificeren, en andere landen hebben toegezegd tot ratificatie over te gaan;

G.  overwegende dat Liechtenstein het eerste land was dat op 8 mei 2012 de amendementen inzake het misdrijf agressie ratificeerde, samen met de amendementen op artikel 8 (oorlogsmisdrijven) die werden aangenomen op de toetsingsconferentie over het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof, die in 2010 in Kampala (Uganda) werd gehouden;

H.  overwegende dat de staten die geen partij zijn bij het Statuut van Rome het Statuut van Rome inclusief de Kampala-amendementen kunnen ratificeren en zo kunnen bijdragen aan de inwerkingtreding van de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof met betrekking tot het misdrijf agressie;

I.  overwegende dat de Kampala-amendementen volledig verenigbaar zijn met het Handvest van de Verenigde Naties, aangezien zij alleen de ernstigste vormen van illegale geweldpleging strafbaar stellen, namelijk de vormen die een duidelijke schending van het VN-Handvest inhouden uit hoofde van de "aard, ernst en omvang" ervan;

J.  overwegende dat de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof met betrekking tot het misdrijf agressie op internationaal niveau zal bijdragen aan de rechtsstaat alsook aan wereldwijde vrede en veiligheid door het illegaal gebruik van geweld te ontmoedigen en aldus proactief bij te dragen aan de voorkoming van dergelijke misdrijven en aan de consolidering van duurzame vrede;

K.  overwegende dat de ratificatie door staten van beide Kampala-amendementen en de inwerkingtreding van de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof over het misdrijf agressie ertoe zullen bijdragen dat een einde wordt gemaakt aan de straffeloosheid van degenen die dit misdrijf hebben begaan;

L.  overwegende dat de ratificatie van de Kampala-amendementen en de inwerkingtreding van de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof met betrekking tot het misdrijf agressie zullen bijdragen tot de bescherming van mensenrechten door de strafbaarstelling van de daad van agressie die vaak aan het begin staat van een causale keten van massale mensenrechtenschendingen en ernstige inbreuken op het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechtenwetgeving;

M.  overwegende dat de strafbaarstelling van daden van agressie tevens het recht op leven zal beschermen van strijders die illegaal ten oorlog worden gezonden en van de strijders van de aangevallen staat, waarmee een lacune wordt gedicht in het Statuut van Rome en in het internationaal humanitair recht, in zoverre dat die momenteel alleen tot doel hebben burgers en andere categorieën van "beschermde personen" te beschermen;

N.  overwegende dat de inwerkingtreding van de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof met betrekking tot het misdrijf agressie zal bijdragen aan de universaliteit van het Statuut van Rome, aangezien diverse staten wellicht bereid zullen zijn het aangevulde Statuut van Rome, met inbegrip van de Kampala-amendementen, te ratificeren, hetgeen tevens in dienst staat van hun nationale beleidsdoelstelling om het illegaal gebruik van geweld jegens hen te ontmoedigen;

1.  spreekt opnieuw zijn volledige steun uit voor de werkzaamheden van het Internationaal Strafhof die erop zijn gericht een einde te maken aan de straffeloosheid ten aanzien van plegers van de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan;

2.  dringt erop aan dat de EU een gemeenschappelijk standpunt over het misdrijf agressie en de Kampala-amendementen inneemt;

3.  benadrukt het belang van het universaliteitsbeginsel van het Statuut van Rome en dringt erop aan dat de EU het voortouw neemt om het Kampala-amendement inzake het misdrijf agressie in werking te doen treden, steun verleent aan de inspanningen om dit doel te verwezenlijken, en haar lidstaten aanspoort eerst het amendement te bekrachtigen en dan positieve steun te verlenen aan het eenmalige besluit van de vergadering van de staten die partij zijn bij het Statuut van Rome – zodra de vereiste 30 ratificaties bereikt zijn – om de rechtsmacht van het Strafhof voor het misdrijf agressie in werking te stellen;

4.  benadrukt de noodzaak om de steun voor het Internationaal Strafhof, de ratificatie van het gewijzigde Statuut van Rome en de ratificatie van beide Kampala-amendementen actief te bevorderen in al het extern optreden van de EU, o.a. via de speciale vertegenwoordiger van de EU voor mensenrechten en EU-delegaties ter plekke, met inbegrip van technische bijstand voor staten die tot ratificatie of tenuitvoerlegging willen overgaan; dringt er in dit verband bij de EU en haar lidstaten op aan zich opnieuw achter het Internationaal Strafhof te scharen en het andermaal ‑ ook financieel ‑ te ondersteunen;

5.  dringt er bij de EU op aan zich in te zetten voor de bestrijding van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en het misdrijf agressie, en benadrukt dat bestrijding van straffeloosheid bij ernstige mensenrechtenschendingen tot prioriteit moet worden gemaakt van het extern optreden van de EU en haar lidstaten; spoort de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter ertoe aan meer inspanningen te leveren ter bevordering van de toepassing en naleving van internationale humanitaire rechtsnormen in het algemeen, mede door ongeregelde gewapende groepen;

6.  verzoekt de EU-lidstaten om hun nationale wetgeving spoedig in overeenstemming te brengen met de definities van de Kampala-amendementen, alsook met overige uit het Statuut van Rome voortvloeiende verplichtingen, teneinde nationaal onderzoek naar en vervolging van de misdrijven door de lidstaten te faciliteren en samen te werken met het Strafhof;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen van de lidstaten, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten en de voorzitter van het Internationaal Strafhof.

(1) PB C 161 E van 31.5.2011, blz. 78.
(2) PB C 153 E van 31.5.2013, blz. 115.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0507.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0126.

Juridische mededeling