Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2041(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0003/2014

Ingediende teksten :

A8-0003/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/09/2014 - 9.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0016

Aangenomen teksten
PDF 237kWORD 64k
Woensdag 17 september 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering - aanvraag EGF/2014/000 TA 2014 - Technische bijstand op initiatief van de Commissie
P8_TA(2014)0016A8-0003/2014
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 17 september 2014 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/000 TA 2014 – Technische bijstand op initiatief van de Commissie) (COM(2014)0366 – C8-0031/2014 – 2014/2041(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0366 – C8‑0031/2014),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 28-29 juni 2012 over het Pact voor groei en banen,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 7-8 februari 2013,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 2 december 2013 betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0003/2014),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, dramatisch verergerd door de economische, financiële en sociale crisis, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat het beschikbaar te stellen bedrag van 330 000 EUR voor technische bijstand in 2014 dat wordt voorgesteld door de Commissie lager is dan het maximum van 0,5% van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG (150 miljoen EUR in prijzen van 2011), zoals vastgelegd in artikel 11, lid 1, van de EFG-verordening;

C.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers adequaat moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 2 december 2013 wat betreft het nemen van besluiten om gebruik te maken van het EFG;

D.  overwegende dat uit de bevindingen van de interne audit van de Commissie blijkt dat de functies van de EFG-gegevensbank verbeterd en gegarandeerd moeten worden, waarvoor externe deskundigheid nodig is;

E.  overwegende dat op initiatief van de Commissie maximaal 0,5% van het jaarlijks bedrag voor het EFG gebruikt kan worden voor technische bijstand ter financiering van de voorbereiding van, het toezicht op, de gegevensverzameling voor, het creëren van een kennisbasis, administratieve en technische bijstand, informatie- en communicatieactiviteiten alsook boekhoudkundige controle en evaluatiewerkzaamheden die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de EFG-verordening, zoals bepaald in artikel 11, lid 1, van die verordening; overwegende dat de technische bijstand het verstrekken van informatie en richtsnoeren aan de lidstaten voor het gebruik van, het toezicht op en de evaluatie van het EFG, alsook aan de Europese en nationale sociale partners, omvat, zoals bepaald in artikel 11, lid 4, van de EFG-verordening;

F.  overwegende dat de technische bijstand in 2014 aanzienlijk verlaagd is ten opzichte van het voorgaande jaar, mede vanwege het feit dat er geen evaluaties gefinancierd hoeven te worden;

G.  overwegende dat de Commissie krachtens artikel 12, lid 2, van de EFG-verordening verplicht is een internetsite op te zetten, beschikbaar in alle talen van de Unie, ter verstrekking en verspreiding van informatie over toepassingen, waarbij de rol van het Parlement en de Raad in de begrotingsprocedure wordt benadrukt;

H.  overwegende dat de eindfase van de ex-post evaluatie van het EFG (2007-2013) plaatsvond in 2013;

I.  overwegende dat de Commissie op grond van deze artikelen heeft verzocht middelen uit het EFG ter beschikking te stellen om uitgaven te dekken in verband met technische bijstand om toe te zien op de ontvangen en betaalde aanvragen en op de voorgestelde en geïmplementeerde maatregelen, de website uit te breiden en nieuwe onderdelen in alle talen van de Unie te vertalen, het EFG meer zichtbaarheid te geven, publicaties en audiovisuele middelen te produceren, een kennisbasis tot stand te brengen, aan de lidstaten en regionale overheden administratieve en technische bijstand te verlenen, en voor 2014 niet om middelen voor evaluaties heeft verzocht;

J.  overwegende dat het aantal EFG-dossiers dat tot nu toe is afgehandeld zorgt voor een aanzienlijke hoeveelheid kwalitatieve en kwantitatieve gegevens over de effecten van het EFG op de inzetbaarheid van werknemers die gedwongen zijn ontslagen ten gevolge van de globalisering en de financiële en economische crisis;

K.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria die zijn vastgelegd in de EFG-verordening;

L.  overwegende dat de kosten voor informatieactiviteiten in 2014 aanzienlijk zijn gedaald;

M.  overwegende dat de EFG-werkgroepen regelmatig hebben gewezen op de noodzaak om de zichtbaarheid van het EFG te verbeteren als EU-instrument voor solidariteit met werknemers die gedwongen zijn ontslagen;

N.  overwegende dat voorbereidingen worden getroffen voor de integratie van het EFG in het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014);

O.  overwegende dat de technische bijstand die de Commissie aan de lidstaten verleent het gebruik van het EFG ondersteunt en verbetert, door informatie te bieden over de aanvragen en door beste praktijken onder de lidstaten te verspreiden;

1.  stemt ermee in dat de door de Commissie voorgestelde maatregelen gefinancierd worden als technische bijstand, in overeenstemming met artikel 11, leden 1 en 4, en artikel 12, leden 2, 3 en 4, van de EFG-verordening;

2.  herinnert aan het belang van netwerken en informatie-uitwisseling inzake het EFG; steunt daarom de financiering van de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG evenals andere netwerkactiviteiten tussen lidstaten, met inbegrip van het dit jaar georganiseerde netwerkseminar over de implementatie van het EFG voor mensen uit de beroepspraktijk; benadrukt dat het nodig is het contact verder te versterken tussen alle betrokkenen bij EFG-aanvragen, waaronder met name de sociale partners en de belanghebbenden op regionaal en lokaal niveau, om zo veel mogelijk synergieën tot stand te brengen;

3.  wijst erop dat de kosten voor informatieactiviteiten in 2014 aanzienlijk zijn gedaald; benadrukt dat dit geen nadelige gevolgen mag hebben voor de productie en toereikende distributie van informatiemateriaal en voor het bieden van de nodige ondersteuning inzake de EFG-verordening in het eerste jaar na de inwerkingtreding daarvan;

4.  moedigt de Commissie aan om haar werkzaamheden in verband met de gestandaardiseerde procedures voor vereenvoudigde toepassingen, een snellere verwerking van de aanvragen en betere verslaglegging verder te intensiveren teneinde de administratieve lasten voor de lidstaten te verlichten; moedigt de Commissie aan om het EFG bij verdere acties meer zichtbaarheid te geven;

5.  onderstreept het belang van het geven van meer bekendheid en zichtbaarheid aan het EFG; herinnert de lidstaten die aanvragen indienen aan hun taak om bekendheid te geven aan de acties die met het EFG worden gefinancierd en zich daarbij te richten tot de beoogde begunstigden, de autoriteiten, de sociale partners, de media en het grote publiek, zoals bepaald in artikel 12 van de EFG-verordening;

6.  neemt er nota van dat de Commissie een kleine gedrukte oplage alsook een onlinepublicatie van de evaluatie achteraf van het EFG ter beschikking zal stellen;

7.  verwelkomt het feit dat de eindfase van de ex-post evaluatie van het EFG (2007-2013) plaatsvond in 2013; roept op tot een tijdige publicatie van de definitieve evaluatie, overeenkomstig de termijn zoals vastgesteld in de voorgaande EFG-verordening (Verordening (EG) nr. 1927/2006);

8.  vraagt de medewetgevers bijzondere bepalingen in te voeren om de terbeschikkingstelling van middelen uit het EFG te vereenvoudigen in lidstaten die te maken hebben met ernstige sociale, economische en financiële beperkingen;

9.  neemt kennis van het feit dat de Commissie reeds in 2011 is begonnen met de voorbereidingen voor de invoering van het elektronisch aanvraagformulier en gestandaardiseerde procedures voor vereenvoudigde aanvragen, een snellere verwerking van de aanvragen en een betere verslaglegging; neemt verder kennis van de voorbereidingen om het EFG te integreren in het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014); verzoekt de Commissie om aan te geven welke vooruitgang is geboekt dankzij het gebruik van de technische bijstand tussen 2011 en 2013;

10.  betreurt ten zeerste dat de Commissie de doeltreffendheid van het gebruik van het "crisisafwijking"-criterium niet naar behoren geanalyseerd heeft, met name gezien het feit dat deze EFG-gevallen niet naar behoren zijn onderzocht in het kader van de evaluatie van het EFG; betreurt echter dat de resultaten te laat zijn gekomen om bij te dragen aan de discussie over de nieuwe verordening voor het EFG voor de periode 2014-2020, met name wat de doeltreffendheid van het gebruik van het "crisisafwijking"-criterium betreft; is nog steeds van mening dat dit in aanmerking moet worden genomen bij de toekomstige evaluatie van het EFG; vraagt de medewetgevers te overwegen om deze maatregel onverwijld weer in te voeren, met name in de context van de sociale noodgevallen in verschillende lidstaten;

11.  herinnert aan het belang van netwerken en informatie-uitwisseling inzake het EFG, met name inzake de bepalingen van de EFG-verordening; steunt daarom de financiering van de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG; roept de Commissie op het Parlement uit te nodigen voor de vergaderingen en seminars van de Deskundigengroep, overeenkomstig de relevante bepalingen van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie(4); onderstreept verder het belang van het onderhouden van contact met alle partijen die betrokken zijn bij de EFG-aanvragen, waaronder de sociale partners;

12.  moedigt de lidstaten aan om de uitwisseling van best practices te benutten en met name te leren van de ervaringen van die lidstaten en regionale en lokale autoriteiten die reeds nationale informatienetwerken op het gebied van het EFG hebben opgezet, waarbij sociale partners en belanghebbenden op lokaal en regionaal niveau zijn betrokken, teneinde over een goede structuur voor steunverlening te beschikken als zich een situatie voordoet die binnen het toepassingsgebied van het EFG valt; wijst erop dat steun met autonomie en toegankelijkheid op regionaal niveau moet worden aangemoedigd teneinde een bottom-up ethos te bewerkstellingen en plaatselijke oplossingen op regionaal niveau mogelijk te maken als zich een situatie voordoet die binnen het toepassingsgebied van het EFG valt;

13.  verzoekt de lidstaten en alle betrokken instellingen de nodige inspanningen te leveren om de procedurele en begrotingsregelingen te verbeteren teneinde de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen; wijst in dit opzicht op de verbeterde procedure die de Commissie heeft aangenomen naar aanleiding van het verzoek van het Parlement voor het versnellen van de toekenning van subsidies, met als doel het Parlement en de Raad de beoordeling door de Commissie van de subsidiabiliteit van een EFG-aanvraag voor te leggen samen met het voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG; neemt nota van de vaststelling van de EFG-verordening, die meer doelmatigheid, transparantie, rekenschap en zichtbaarheid van het EFG mogelijk zal maken;

14.  is ervan overtuigd dat het van wezenlijk belang is om de uitgaven van de Unie streng te controleren, uitgaande van kosteneffectiviteit; verzoekt de Commissie duidelijk aan te geven wat de toegevoegde waarde is, in de vorm van tastbare resultaten, van het creëren van een afzonderlijke begrotingslijn voor het EFG;

15.  is verheugd over het feit dat de doelstellingen van en de criteria voor de EFG-verordening in december 2013 zijn uitgebreid teneinde aanvragen van landen met een lagere bevolkingsdichtheid te integreren en te vergemakkelijken; betreurt ten zeerste dat dit een uitzondering is en beperkt is tot maximaal 15% van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG, en dat terwijl deze regio ' s veel zwaarder te lijden hebben onder de wereldwijde sociale, financiële en economische crisis;

16.  is verheugd over het feit dat het toepassingsgebied van het EFG is uitgebreid wat de in aanmerking komende begunstigden betreft, met name zelfstandigen en de door het EFG medegefinancierde verlening van gepersonaliseerde diensten aan een aantal NEET ' s jonger dan 25 jaar of, als de lidstaten dat beslissen, jonger dan 30 jaar; is echter van mening dat het EFG doelmatiger zou zijn en veel meer effect zou ressorteren als de algemene drempel op 200 werknemers werd vastgesteld in plaats van 500;

17.  benadrukt dat nu de doelstellingen, criteria en in aanmerking komende begunstigden van het EFG zijn uitgebreid, de beschikbare vastleggings- en betalingskredieten voor het EFG moeten worden verhoogd tot ten minste het niveau van 2013, d.w.z. 500 miljoen EUR, hetgeen volledig strookt met de beleidsprioriteiten die de Unie heeft vastgesteld met betrekking tot de bevordering van investeren in groei en werkgelegenheid; herinnert de Raad er voorts aan dat het Parlement van mening is dat in het kader van de herziening van het MFK moet worden overwogen om het EFG, overeenkomstig het beginsel van eenheid van de begroting, op te nemen in de begroting van de Unie;

18.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

19.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(3) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(4) PB L 304 van 20.11.10, blz. 47.


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/000 TA 2014 – Technische bijstand op initiatief van de Commissie)

(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit 2014/697/EU.)

Juridische mededeling