Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2042(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0004/2014

Ingediende teksten :

A8-0004/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/09/2014 - 9.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0017

Aangenomen teksten
PDF 230kWORD 194k
Woensdag 17 september 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering - aanvraag EGF/2014/001 EL/Nutriar - Griekenland
P8_TA(2014)0017A8-0004/2014
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 17 september 2014 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/001 EL/Nutriar, ingediend door Griekenland) (COM(2014)0376 – C8-0032/2014 – 2014/2042(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0376 – C8‑0032/2014),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (nieuwe EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 2 december 2013 betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0004/2014),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd op het overleg van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 2 december 2013 wat betreft het nemen van besluiten om gebruik te maken van het EFG;

C.  overwegende dat Griekenland aanvraag EGF/2014/001 EL/Nutriart heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van ontslagen bij Nutriart S.A. en bij 25 leveranciers en downstreamproducenten en 24 zelfstandigen die hun werkzaamheden, die van de primaire onderneming in Griekenland afhankelijk waren, hebben beëindigd tijdens de referentieperiode van 16 juli 2013 tot 16 november 2013, waarbij 508 werknemers in aanmerking komen voor maatregelen met medefinanciering door het EFG;

D.  overwegende dat 66,34% van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben man is, en 33,66% vrouw; overwegende dat de grote meerderheid (86,42%) van de werknemers tussen de 30 en 54 jaar oud is; overwegende dat 8,07% van de werknemers tussen de 55 en 64 jaar oud is;

E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria die zijn vastgelegd in de EFG-verordening;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4, lid 1, onder a), van de nieuwe EFG-verordening en dat Griekenland bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  merkt op dat de Griekse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage van het EFG op 5 februari 2014 hebben ingediend en tot 2 april 2014 aanvullende informatie hebben verstrekt, en dat de Commissie haar beoordeling op 24 juni 2014 openbaar heeft gemaakt; is ingenomen met de snelle beoordeling in vier maanden;

3.  merkt op dat dit de eerste aanvraag is die wordt ingediend en beoordeeld volgens de nieuwe EFG-verordening;

4.  is van mening dat de ontslagen bij Nutriart S.A. en bij 25 leveranciers en downstreamproducenten en de 24 zelfstandigen die hun werkzaamheden, die van de primaire onderneming in Griekenland afhankelijk waren, hebben beëindigd, verband houden met de wereldwijde financiële en economische crisis, onder verwijzing naar het feit dat de Griekse economie sinds 2008 met in totaal 5% van het bbp is gekrompen en weliswaar langzaam uit de recessie raakt, maar nog steeds niet in staat is nieuwe werkgelegenheid te scheppen en het historisch hoge werkloosheidspercentage van 26 à 27% van de beroepsbevolking te verminderen;

5.  neemt er nota van dat de ontslagen drie belangrijke oorzaken hadden: (1) de daling van het beschikbare gezinsinkomen (ingevolge de hogere belastingdruk, de dalende lonen, zowel in de privé- als in de overheidssector, en de stijgende werkloosheid), die een zeer sterke daling van de koopkracht tot gevolg had en een zeer negatieve invloed op het verbruik van een reeks producten had, (2) de vertraging waarmee de meeste klanten van Nutriart betaalden, en 3) de drastische afname van de leningen aan ondernemingen en particulieren door de inspanningen van het Griekse bankstelsel om de uitstaande leningen af te bouwen;

6.  benadrukt dat de 508 ontslagen de werkloosheidssituatie in Attica en Centraal-Macedonië verder zullen verslechteren, aangezien de werkloosheid daar in het vierde kwartaal respectievelijk 28,2 en 30,3% bedroeg(4); merkt voorts op dat Attica 43% van het Griekse bbp vertegenwoordigt en dat de gevolgen van de sluiting van ondernemingen die in deze regio gevestigd zijn, zich bijgevolg in de hele Griekse economie zullen laten voelen; merkt ook op dat de toenemende werkloosheid in de twee grootste stadcentra van Griekenland de sociale cohesie heeft verzwakt en sociale spanningen heeft vergroot;

7.  is verheugd dat de Griekse autoriteiten, om de werknemers snel bijstand te verlenen, hebben beslist om met de uitvoering van de individuele dienstverlening aan de getroffen werknemers te beginnen op 30 april 2014, lang vóór het definitieve besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

8.  is zeer verheugd dat de Griekse autoriteiten niet alleen aan 508 ontslagen werknemers door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening zullen verstrekken, maar ook aan maximaal 505 jongeren jonger dan 30 jaar die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's), zodat het totale aantal beoogde begunstigden 1 013 bedraagt; benadrukt dat dit de eerste keer is dat deze bepaling van de nieuwe EFG-verordening wordt gebruikt;

9.  merkt op dat 150 geselecteerde werknemers en NEET's die een eigen bedrijf oprichten, het maximale bedrag van 15 000 EUR zullen ontvangen als bijdrage in de oprichtingskosten; benadrukt dat deze maatregel tot doel heeft ondernemerschap te bevorderen door financiering te verstrekken, wat op de middellange termijn moet leiden tot het creëren van extra banen;

10.  neemt er nota van dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening waarvoor medefinanciering wordt aangevraagd, maatregelen ten behoeve van ontslagen werknemers, zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd en NEET's omvat, zoals loopbaanbegeleiding, opleiding, omscholing en beroepsopleiding, begeleiding bij het oprichten van een eigen bedrijf, een bijdrage aan het opstarten van een bedrijf, een toelage voor het zoeken naar werk en mobiliteitstoelagen; is zeer verheugd dat medefinanciering door het EFG voor het eerst ook naar zelfstandigen gaat;

11.  is verheugd over het plan om een starterscentrum voor innovatieve nieuwe bedrijven te ontwikkelen;

12.  is verheugd dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening is opgesteld in overleg met de vertegenwoordigers van de beoogde begunstigden, de vakbond GSEE (Algemene confederatie van Griekse werknemers) en de Helleense Confederatie van ondernemingen, en dat een beleid van gelijkheid van mannen en vrouwen en non-discriminatie zal worden toegepast in de verschillende stadia van de uitvoering van het EFG en bij de toegang ertoe;

13.  herinnert aan het belang van een verbetering van de inzetbaarheid van alle werknemers door aangepaste opleiding en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat;

14.  merkt op dat de informatie die is verstrekt over het gecoördineerde pakket van individuele diensten dat uit het EFG moet worden gefinancierd, gegevens bevat over de complementariteit met maatregelen die worden gefinancierd uit de structuurfondsen; benadrukt dat de Griekse autoriteiten bevestigen dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslagen een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen om ervoor te zorgen dat de bestaande verordeningen volledig in acht worden genomen en dubbel gebruik van door de Unie gefinancierde diensten wordt voorkomen;

15.  waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement in het leven heeft geroepen om de toekenning van subsidies te versnellen; stelt vast dat de Commissie binnen twaalf weken na de ontvangst van de volledige aanvraag heeft beoordeeld of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage;

16.  benadrukt dat er overeenkomstig artikel 9 van de nieuwe EFG-verordening op moet worden toegezien dat de EFG-steun beperkt blijft tot hetgeen noodzakelijk is om aan de beoogde begunstigden solidariteit te betonen en tijdelijke, eenmalige steun te verlenen, en niet in de plaats komt van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten;

17.  is ingenomen met de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening, die vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Europees Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, om de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60% van de totale geschatte kosten van de voorgestelde maatregelen, om de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, om de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en om stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

18.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

19.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(3) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(4) Bron: ELSTAT, Arbeidskrachtenenquête Q4 2013.


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/001 EL/Nutriart, ingediend door Griekenland)

(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit 2014/698/EU.)

Juridische mededeling