Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2973(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0286/2014

Ingediende teksten :

B8-0286/2014

Debatten :

PV 26/11/2014 - 20
CRE 26/11/2014 - 20

Stemmingen :

PV 27/11/2014 - 10.8
CRE 27/11/2014 - 10.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0071

Aangenomen teksten
PDF 154kWORD 203k
Donderdag 27 november 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Digitale interne markt
P8_TA(2014)0071B8-0286/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 27 november 2014 over ondersteuning van de consumentenrechten op de digitale interne markt (2014/2973(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 3, lid 3, en artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 9, 10, 12, 14, 16, 26, 36, 114, lid 3, en 169, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name de artikelen 7, 8, 11, 21, 38 en 52 daarvan,

–  gezien medebeslissingsprocedure 2013/0309 over een voorstel voor een verordening tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen (COM(2013)0627),

–  gezien het werkdocument van de Commissie van 23 april 2013 getiteld "E-commerce Action Plan 2012-2015 – State of play 2013" (SWD(2013)0153),

–  gezien Internemarktscorebord 26 van de Commissie van 18 februari 2013,

–  gezien de verslagen van de Commissie van 2014 over het Scorebord voor de digitale agenda,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 11 januari 2012 met de titel "Een coherent kader voor een groter vertrouwen in de digitale eengemaakte markt voor elektronische handel en onlinediensten" (COM(2011)0942),

–  gezien zijn resolutie van 11 juni 2013 over een nieuwe agenda voor het Europese consumentenbeleid(1),

–  gezien zijn resolutie van 4 februari 2014 over de toepassing van Richtlijn 2005/29/EG over oneerlijke handelspraktijken(2),

–  gezien zijn resolutie van 10 december 2013 over het aanboren van het potentieel van cloud computing in Europa(3),

–  gezien zijn resolutie van 4 juli 2013 over het voltooien van de digitale interne markt(4),

–  gezien zijn resolutie van 11 december 2012 over het voltooien van de digitale interne markt(5),

–  gezien zijn resolutie van 22 mei 2012 over een strategie ter versterking van de rechten van kwetsbare consumenten(6),

–  gezien zijn resolutie van 20 april 2012 over "Een concurrerende digitale interne markt – e-overheid als speerpunt"(7),

–  gezien zijn resolutie van 15 november 2011 over een nieuwe strategie voor het consumentenbeleid(8),

–  gezien de studie van zijn beleidsondersteunende afdeling A uit 2013 over de opbouw van een alomtegenwoordige digitale samenleving in de EU,

–  gezien de studie van zijn beleidsondersteunende afdeling A uit 2013 getiteld “De bijdrage van Entertainment x.0 aan het versnellen van de uitrol van breedband”,

–  gezien zijn aanbeveling aan de Raad van 26 maart 2009 over de versterking van de veiligheid en van de fundamentele vrijheden op het internet(9),

–  gezien zijn resolutie van 12 maart 2014 over het surveillanceprogramma van de NSA in de VS, toezichthoudende instanties in verschillende lidstaten en gevolgen voor de grondrechten van EU-burgers en voor de trans-Atlantische samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken(10),

–  gezien de studie van 2013 door zijn beleidsondersteunende afdeling A over de discriminatie van consumenten op de digitale interne markt,

–  gezien het arrest van het Hof van Justitie van 8 april 2014 in de gevoegde zaken C-293/12 en C-594/12, waarin de richtlijn gegevensbewaring ongeldig werd verklaard,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de digitale interne markt tot de terreinen behoort waarop vooruitgang kan worden geboekt, en ondanks alle moeilijkheden kansen biedt op efficiëntiewinst die kan oplopen tot 260 miljard EUR per jaar, waarmee Europa wordt geholpen om zich van de crisis te herstellen;

B.  overwegende dat de voltooiing van de Europese digitale interne markt miljoenen banen zou opleveren waardoor het bbp van Europa tegen 2020 met 4 % zou kunnen stijgen;

C.  overwegende dat alleen al de app-economie zijn inkomsten in de periode 2013-2018 zal zien verdrievoudigen, en dat er in diezelfde periode 3 miljoen banen zullen worden gecreëerd;

D.  overwegende dat het Parlement heeft laten uitzoeken hoeveel het zou kosten wanneer Europa niet intervenieert op de digitale interne markt, wat aangeeft hoe belangrijk het is om digitale oplossingen te zien als een kans voor consumenten, burgers en het bedrijfsleven en niet als een dreiging;

E.  overwegende dat de Unie de massale invoering van cloud computing in Europa moet stimuleren, omdat het de groei van de Europese economie zal aanjagen; overwegende dat het onderzoek aantoont dat er aanzienlijke winst kan worden behaald wanneer cloud computing snel wordt ontwikkeld;

F.  overwegende dat de obstakels die de deelname van de consumenten aan de digitale interne markt belemmeren verband houden met discriminerende praktijken, zoals de beperking van bepaalde providers tot bepaalde landen of territoria, een simpel verbod om te verkopen, automatische rerouting, en ongerechtvaardigde diversificatie van de verkoopsvoorwaarden;

G.  overwegende dat veilige, efficiënte, concurrerende en innoverende mobiele betalings- en e-betalingsmethoden van cruciaal belang zijn, willen consumenten optimaal kunnen genieten van de voordelen van de interne markt;

H.  overwegende dat de bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer, alsmede cyberveiligheid en de veiligheid van de elektronische verbindingen en netwerken van prioritair belang zijn in de digitale interne markt, omdat dit fundamentele voorwaarden zijn voor het functioneren ervan en om ervoor te zorgen dat het vertrouwen van de burgers en de consumenten niet wordt beschaamd;

I.  overwegende dat het voor de sociale en economische groei, het concurrentievermogen, de sociale inclusie en de interne markt belangrijk is dat over heel Europa een wijdverbreide, hogesnelheids-, en veilige snelle internettoegang en digitale diensten van openbaar belang beschikbaar zijn;

J.  overwegende dat onderzoek, ontwikkeling en innovatie in de digitale economie ertoe zullen bijdragen dat Europa op de middellange en langere termijn concurrerend zal blijven;

K.  overwegende dat een snelle toepassing van snelle breedbandnetwerken cruciaal is voor de groei van de Europese productiviteit en voor de opkomst van nieuwe en kleine ondernemingen die een leidende rol kunnen spelen in verschillende sectoren, zoals de gezondheidszorg, de productie en de dienstensector;

L.  overwegende dat de private sector het voortouw moet nemen bij het uitrollen en moderniseren van breedbandnetwerken, ondersteund door een regelgevingskader dat concurrentie en investeringen bevordert;

M.  overwegende dat de digitale interne markt een van de meest innovatieve sectoren van de economie is en daarom een belangrijke factor is voor het concurrentievermogen van de Europese economie en een bijdrage levert aan de economische groei door de ontwikkeling van elektronische handel, terwijl ook de administratieve en financiële regelnaleving door het bedrijfsleven erdoor wordt vergemakkelijkt en consumenten een ruimere keuze aan goederen en diensten wordt geboden;

N.  overwegende dat de digitale interne markt niet alleen economische voordelen biedt, maar ook in politiek, sociaal en cultureel opzicht een sterke weerslag heeft op het dagelijkse bestaan van EU-consumenten en -burgers;

O.  overwegende dat een concurrerende digitale interne markt het niet kan stellen zonder snelle breedband- en telecommunicatienetwerken met een hogere capaciteit in alle regio's van de EU, ook in afgelegen gebieden;

P.  overwegende dat de bestaande en gestaag breder wordende digitale kloof zonder meer een ongunstig effect heeft op de ontwikkeling van de digitale interne markt, waar het gaat om toegang tot het internet alsook om e-vaardigheden;

Q.  overwegende dat de bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer, en de beveiliging van elektronische communicatie en netwerken van prioritair belang zijn in de digitale interne markt, omdat dit fundamentele voorwaarden zijn voor het functioneren ervan en om zich van het vertrouwen van de burgers en de consumenten te verzekeren;

R.  overwegende dat online markten, om te kunnen groeien en expanderen, zowel flexibel als consumentvriendelijk moeten zijn;

S.  overwegende dat e-handel een belangrijke aanvulling vormt op de offline handel en veel in beweging brengt waar het gaat om consumentenkeuze, mededinging en technologische innovatie en daardoor bijdraagt aan de overgang van de Europese Unie naar een kenniseconomie;

T.  overwegende dat ongebreidelde concurrentie en een egaal speelveld voor het bedrijfsleven, waardoor investeringen worden aangemoedigd, essentieel zijn voor deze sector van de economie omdat zij ervoor zorgen dat deze sector zich op lange termijn duurzaam kan ontwikkelen ten voordele van de eindgebruiker; overwegende dat een goed functionerende mededinging een goede aanjager is van doelgerichte investeringen en de consument tot voordeel kan strekken waar het gaat om keuze, prijs en kwaliteit;

U.  overwegende dat de digitale interne markt op sommige punten zwakke plekken vertoont door te grote marktconcentratie en dominante marktdeelnemers;

V.  overwegende dat problemen als marktversnippering en gebrek aan interoperabiliteit in de Europese Unie belemmerend werken op de snelle ontwikkeling van de digitale interne markt;

W.  overwegende dat de digitale interne markt over het geheel genomen hooggeschoolde en goed betaalde banen genereert, en daardoor een belangrijke bijdrage levert aan de schepping van duurzame en hoogwaardige werkgelegenheid;

X.  overwegende dat de Commissie antitrustpraktijken moet tegengaan die de pluraliteit van de media aantasten, zowel wat betreft aanbod van inhoud als eigendom, aangezien toegang tot informatie essentieel is voor een bloeiende democratie;

1.  vraagt de lidstaten en de Commissie om, door niet aflatende inspanningen gericht op de toepassing van de bestaande regels en de handhaving van die regels, in het kader van een overkoepelende strategie, alle bestaande belemmeringen op te ruimen die de ontwikkeling van de digitale interne markt in de weg staan, en tegelijkertijd erop toe te zien dat alle maatregelen op hun effect beoordeeld zijn, toekomstbestendig en geschikt zijn voor het digitale tijdperk; is van mening dat zulke inspanningen centraal moeten staan in de pogingen van de EU om economische groei en werkgelegenheid te genereren en haar concurrentievermogen en veerkracht binnen de mondiale economie te versterken;

2.  onderstreept dat elk wetgevingsvoorstel met betrekking tot de digitale interne markt in overeenstemming moet zijn met het EU-Handvest van de grondrechten, zodat de daarin verankerde rechten volledige bescherming genieten in het digitale domein;

3.  wijst in het bijzonder op het potentieel van de e-handel die de consument naar schatting meer dan 11,7 miljard euro zou kunnen besparen als zij bij hun online bestellingen uit het volledige aanbod van goederen en diensten in de EU konden kiezen;

4.  stelt vast dat, hoewel het de groei van e-handel toejuicht, in sommige lidstaten slechts een paar actoren een dominante positie hebben bij de rechtstreekse verkoop van fysieke goederen of als een op de markt gebaseerd platform voor anderen om fysieke goederen te verkopen; benadrukt dat er op Europees niveau toezicht moet worden uitgeoefend op misbruik van een dergelijke dominante positie in termen van beschikbaarheid van goederen en de kosten die in rekening worden gebracht bij het kmo voor het gebruik van dergelijke op de markt gebaseerde platforms en dat dit misbruik moet worden voorkomen;

5.  onderstreept dat de digitale kloof moet worden aangepakt en bestreden om het volle potentieel van de digitale interne markt te laten uitkomen en in de maatschappij van het digitale tijdperk de inclusie van alle burgers mogelijk te maken, ongeacht hun inkomen, sociale situatie, geografische locatie, gezondheidstoestand of leeftijd;

6.  wijst er met name op dat de obstakels moeten worden aangepakt waarmee consumenten en bedrijven nog steeds te maken hebben waar het gaat om e-handel, zoals online diensten, toegang tot digitale inhoud, fraudepreventie, websiteregistratie, verkooppromotie en etikettering;

7.  verzoekt de Commissie om toe te zien op de snelle totstandbrenging van de interne markt voor diensten en te zorgen voor de uitvoering en handhaving van regelgeving, zoals de richtlijn consumentenrechten, alternatieve geschillenbeslechting en online geschillenbeslechting, en daarbij de administratieve lasten terug te dringen;

8.  dringt aan op snelle goedkeuring van het nieuwe en gemoderniseerde gegevensbeschermingspakket met het oog op een juist evenwicht tussen een hoge mate van bescherming voor persoonsgegevens, veiligheid van gebruikers en zeggenschap over de eigen persoonsgegevens, en een stabiel, voorspelbaar wetgevingsklimaat waarin het bedrijfsleven kan gedijen binnen een sterkere interne markt ten voordele van de eindgebruiker, een egaal speelveld dat investeringen aanmoedigt en randvoorwaarden die de aantrekkelijkheid van de EU als vestigingsplaats voor bedrijven verhogen; vraagt de Commissie en de lidstaten de nodige middelen uit te trekken om cybercriminaliteit tegen te gaan door middel van wettelijke maatregelen en samenwerking bij de wethandhaving, op zowel nationaal als EU-niveau;

9.  onderstreept dat voor een egaal speelveld moet worden gezorgd voor bedrijven die zich op de digitale interne markt begeven, zodat zij kunnen concurreren; vraagt de Commissie daarom terdege de hand te houden aan de EU-mededingingsregels om te grote marktconcentratie en misbruik van machtsposities tegen te gaan, en de mededinging in het oog te houden waar het gaat om gebundelde inhoud en diensten;

10.  merkt op dat bedrijven op de digitale interne markt verzekerd moeten zijn van een gelijk speelveld om een dynamische digitale economie in de EU te garanderen; onderstreept dat een stevige handhaving van de EU-mededingingsregels op de digitale interne markt bepalend zal zijn voor de groei van de markt, de toegangs- en keuzemogelijkheden van de consument en het concurrentievermogen op lange termijn; acht het belangrijk dat consumenten online dezelfde bescherming geboden wordt als zij op hun traditionele markten genieten;

11.  dringt erop aan dat de Raad snel vooruitkomt en onderhandelingen met het Parlement aangaat over het voorstel voor een verordening tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen, omdat dit concreet een einde zou maken aan roamingtarieven in de EU, meer rechtszekerheid inzake netneutraliteit zou scheppen en de consumentenbescherming op de digitale interne markt zou verbeteren; is van mening dat deze verordening een cruciale stap zou kunnen zijn in de richting van een Europese interne markt voor mobiele communicatie;

12.  is van oordeel dat de Commissie een wettelijk en rechtszeker kader tot stand moet brengen en moet waarborgen, dat gunstig is voor de creativiteit en innovatie van start-ups, micro-ondernemingen en kmo's;

13.  verzoekt de Commissie om met een initiatief te komen voor digitaal ondernemerschap, aangezien dit van cruciaal belang is voor het creëren van nieuwe werkgelegenheid en innovatieve ideeën, inclusief maatregelen om ervoor te zorgen dat nieuwe digitale ondernemers gemakkelijker toegang krijgen tot financiering (bijvoorbeeld door crowdsourcing) en ondernemers die failliet zijn gegaan een tweede kans te geven;

14.  benadrukt dat al het internetverkeer gelijk moet worden behandeld, zonder discriminatie, beperking of inmenging, ongeacht afzender, ontvanger, type, inhoud, apparatuur, dienst of toepassing;

15.  stelt vast dat de markt voor online zoeken van bijzonder belang is als men voor behoorlijke mededingingsvoorwaarden op de digitale interne markt wil zorgen, aangezien zoekmachines potentieel tot "gatekeepers" kunnen worden ontwikkeld en de secundaire exploitatie van vergaarde informatie voor commerciële doeleinden kan worden gebruikt; roept de Commissie daarom op vastbesloten de hand te houden aan de EU-mededingingsregels, uitgaande van de input van alle betrokken partijen en rekening houdende met de algehele structuur van de digitale interne markt, om tot oplossingen te komen die werkelijk baat opleveren voor consumenten, internetgebruikers en online-bedrijven; vraagt de Commissie voorts om voorstellen in overweging te nemen voor de ontvlechting van zoekmachines van andere commerciële diensten, als één van de mogelijke manieren om op langere termijn bovengenoemde doelstellingen te bereiken;

16.  dringt er verder bij de Commissie op aan op korte termijn mogelijke oplossingen te overwegen die gericht zijn op een afgewogen, eerlijke en open structuur voor het zoeken op internet;

17.  benadrukt dat bij de exploitatie van zoekmachines voor gebruikers, het zoekproces en de zoekresultaten neutraal moeten zijn om ervoor te zorgen dat het zoeken op internet non-discriminatoir blijft, dat er meer concurrentie is en meer keuzevrijheid voor gebruikers en consumenten bestaat en dat de diversiteit van de informatiebronnen wordt gehandhaafd; merkt derhalve op dat indexering, evaluatie, presentatie en klassering door zoekmachines neutraal en transparant moeten zijn; dringt er bij de Commissie op aan, misbruik door exploitanten van zoekmachines die onderling gekoppelde diensten op de markt aanbieden, te voorkomen;

18.  verneemt met voldoening dat er door de Commissie nader onderzoek zal worden gedaan naar de praktijken rond zoekmachines en de digitale markt in het algemeen;

19.  acht het belangrijk dat er een doelmatig en evenwichtig kader tot stand komt voor de bescherming van auteursrechten en intellectuele eigendom, dat is afgestemd op de realiteit van de digitale economie;

20.  moedigt aan tot snelle goedkeuring en uitvoering van internationale regelgeving die gehandicapte gebruikers gemakkelijker toegang moet geven tot digitale inhoud en tot gedrukt materiaal dankzij digitalisering daarvan;

21.  is verheugd over de sluiting van het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang voor visueel gehandicapten tot boekwerken, en spoort alle verdragsluitende partijen aan dit verdrag te ratificeren; beschouwt het verdrag van Marrakesh als flinke stap voorwaarts, maar meent dat er nog veel werk te doen is om ook voor mensen met enige andere handicap dan een verminderd zichtvermogen, de toegang tot inhoud volledig vrij te maken; hecht veel belang aan verdere verruiming van de toegankelijkheid over een breed scala aan onderwerpen, van auteursrecht en zoekmachines tot telecommunicatiebedrijven;

22.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de regelgevingskaders op EU- en nationaal niveau verder te ontwikkelen en te implementeren om een geïntegreerde, en veilige markt voor online en mobiele betalingen mogelijk te maken, waarbij de bescherming van de consumenten en consumentengegevens moet worden gewaarborgd; onderstreept in dit verband dat er behoefte is aan duidelijke en voorspelbare voorschriften die in wetgeving moeten worden verankerd;

23.  wijst erop dat cloud computing een machtig instrument kan worden met het oog op de ontwikkeling van de digitale interne markt en economische voordelen kan opleveren, met name voor kmo's, in de vorm van lagere kosten voor de IT-infrastructuur en anderszins; wijst er in dit verband op dat als cloud-diensten alleen worden verleend door een beperkt aantal grote providers, er een steeds grotere hoeveelheid informatie zal terechtkomen in de handen van die providers; wijst er verder op dat er aan cloud computing ook risico’s kleven voor de gebruikers, vooral waar het gaat om gevoelige gegevens; dringt aan op een adequate uitvoering van de Europese strategie om te garanderen dat cloud computing concurrerend en veilig is;

24.  dringt er bij de Commissie op aan het voortouw te nemen bij het bevorderen van internationale normen en specificaties voor cloud computing , waardoor er privacy-vriendelijke, betrouwbare, toegankelijke, in hoge mate interoperabele, veilige en energie-efficiënte cloud-diensten kunnen worden geleverd als integraal onderdeel van een toekomstig industriebeleid van de Unie; benadrukt dat betrouwbaarheid, beveiliging en gegevensbescherming noodzakelijk zijn voor consumentenvertrouwen en concurrentievermogen;

25.  onderstreept dat de online veiligheid op het internet moet worden verzekerd, met name voor kinderen, en dat kindermisbruik moet worden voorkomen door installering van middelen die illegale afbeeldingen van kindermisbruik op het internet kunnen ontdekken en verwijderen, en die kinderen en adolescenten de toegang tot leeftijdsbeperkte inhoud kunnen beletten;

26.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0239.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0063.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0535.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0327.
(5) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0468.
(6) PB C 264 E van 13.9.2013, blz. 11.
(7) PB C 258 E van 7.9.2013, blz. 64.
(8) PB C 153 E van 31.5.2013, blz. 25.
(9) PB C 117 E van 6.5.2010, blz. 206.
(10) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0230.

Juridische mededeling