Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2183(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0063/2014

Ingediende teksten :

A8-0063/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/12/2014 - 5.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0082

Aangenomen teksten
PDF 240kWORD 65k
Dinsdag 16 december 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: aanvraag EGF/2014/013 EL/Odyssefs Fokas
P8_TA(2014)0082A8-0063/2014
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 16 december 2014 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/013 EL/Odyssefs Fokas, ingediend door Griekenland) (COM(2014)0702 – C8-0245/2014 – 2014/2183(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0702 – C8‑0245/2014),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13 hiervan,

–  gezien de trialoogprocedure waarin is voorzien in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0063/2014),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden of die van een wereldwijde economische en financiële crisis, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.  overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geschatte kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat de Griekse autoriteiten op 29 juli 2014 aanvraag EGF/2014/013 EL/Odyssefs Fokas hebben ingediend naar aanleiding van het ontslag van 551 werknemers bij Odyssefs Fokas S.A., een onderneming die actief was in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 47 ("Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen");

E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiecriteria van de EFG-verordening,

1.  is ingenomen met het feit dat de Griekse autoriteiten de grote voordelen van dit financieel instrument inzien en het reeds meerdere malen hebben gebruikt om de negatieve gevolgen van de financiële en economische crisis te bestrijden;

2.  stelt vast dat de Griekse autoriteiten de aanvraag hebben ingediend op grond van het criterium voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, dat vereist dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen of zelfstandigen hun werkzaamheden hebben beëindigd, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd bij leveranciers of downstreamproducenten;

3.  merkt op dat de Griekse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 29 juli 2014 hebben ingediend en dat de beoordeling daarvan door de Commissie op 11 november 2014 is gepubliceerd; is ingenomen met het feit dat de beoordelingsprocedure binnen vijf maanden is afgerond;

4.  merkt op dat de Griekse autoriteiten aanvoeren dat er voornamelijk twee gebeurtenissen waren die tot de gedwongen ontslagen hebben geleid: de daling van het beschikbare gezinsinkomen ― ingevolge de hogere belastingdruk, de dalende lonen (zowel in de privé- als in de overheidssector) en de stijgende werkloosheid ― wat een zeer sterke daling van de koopkracht tot gevolg had; en de drastische afname van de leningen aan ondernemingen en particulieren door het gebrek aan liquide middelen in de Griekse banken;

5.  is het ermee eens dat deze factoren verband houden met de wereldwijde financiële en economische crisis als bedoeld in Verordening (EG) nr. 546/2009(4), en dat Griekenland bijgevolg in aanmerking komt voor een EFG-bijdrage;

6.  merkt op dat tot nu toe voor de detailhandel reeds drie andere EFG-aanvragen werden ingediend, waarvan twee door Griekenland, die eveneens op de wereldwijde financiële en economische crisis gebaseerd waren;

7.  merkt op dat als gevolg van deze ontslagen, de werkloosheid verder zal stijgen in een land dat het aantal werklozen in de periode 2008-2013 zag verviervoudigen en dat het hoogste werkloosheidspercentage heeft van de lidstaten en wereldwijd het op vier na hoogste werkloosheidspercentage; is met name bezorgd over de regio's Attica en Centraal-Macedonië, waar 90 % van de ontslagen is gevallen en die nu al kampen met werkloosheidspercentages die hoger liggen dan het landelijk gemiddelde van 27,5 %;

8.  wijst erop dat naast de 551 binnen de referentieperiode ontslagen werknemers nog eens 49 werknemers in aanmerking komen die vóór de referentieperiode van vier maanden werden ontslagen, waarmee het totaal op 600 personen komt; merkt op dat 89,17 % van de ontslagen werknemers die in aanmerking komen voor EFG-steun vrouw zijn;

9.  is ingenomen met het feit dat de Griekse autoriteiten daarnaast individuele, door het EFG medegefinancierde dienstverlening zullen verstrekken aan maximaal 500 jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's) en die op de datum van de indiening van de aanvraag jonger waren dan 30 jaar, aangezien alle ontslagen die in punt 8 worden vermeld zich voordoen in de NUTS II-regio's Κεντρική Μακεδονία (Centraal-Macedonië) (EL12), Θεσσαλία (Thessalië) (EL14) en Aττική (Attica) (EL30), die voor het Jeugdwerkgelegenheidsinitiatief in aanmerking komen, wat dus betekent dat er in totaal 1 100 begunstigden zijn;

10.  merkt op dat de Griekse autoriteiten besloten hebben om door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening te verstrekken aan maximaal 500 jongeren onder de 30 jaar die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's); merkt op dat de Griekse autoriteiten volgens de aanvraag onder meer criteria zullen toepassen die zijn afgestemd op de criteria van het uitvoeringsplan voor de Griekse jongerengarantie (m.a.w. met uitsluiting bedreigde jongeren, de hoogte van het gezinsinkomen, het onderwijsniveau, de duur van de werkloosheid, enz.), alsook blijken van belangstelling; verzoekt de Griekse autoriteiten de sociale criteria in acht te nemen en ervoor te zorgen dat bij de selectie van de ontvangers van EFG-steun de beginselen van niet-discriminatie en gelijke kansen ten volle worden geëerbiedigd;

11.  onderschrijft de sociale criteria die door de Griekse autoriteiten worden gehanteerd om vast te stellen wie er als NEET's in aanmerking komen voor de EFG-maatregelen, rekening houdend met het inkomen per huishouden, het opleidingsniveau en de duur van de werkloosheid; dringt er op aan dat het beginsel van non-discriminatie bij de selectie van de begunstigden ten volle wordt geëerbiedigd om ervoor te zorgen dat degenen die het verst afstaan van de arbeidsmarkt een kans krijgen;

12.  dringt er bij de Griekse autoriteiten op aan gedetailleerde informatie te verschaffen over de gefinancierde acties en resultaten om beste praktijken te delen, met name met betrekking tot de selectie en de steun die wordt verleend aan NEET's;

13.  merkt op dat de totale geraamde kosten 10 740 000 EUR bedragen, waarvan 210 000 EUR bestemd is voor de implementatie, en dat de financiële bijdrage van het EFG 6 444 000 EUR bedraagt, wat goed is voor 60 % van de totale kosten;

14.  merkt op dat de bijdrage voor de activiteiten op het gebied van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit en controle en rapportage 1,96 % van het totale budget vormt; wijst er verder op dat bijna de helft van deze bijdrage voor voorlichting en publiciteit zal worden gebruikt;

15.  is ingenomen met het feit dat de Griekse autoriteiten, om de werknemers snel bijstand te verlenen, hebben beslist om met de uitvoering van de individuele dienstverlening aan de getroffen werknemers te beginnen op 20 oktober 2014, lang vóór het definitieve besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

16.  merkt op dat de Griekse autoriteiten hebben laten weten dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd opgesteld in overleg met vertegenwoordigers van de beoogde begunstigden (voormalige werknemers van Fokas en de advocaten van de werknemers) en de Federatie van werknemers uit de privésector in Griekenland;

17.  merkt op dat het pakket van individuele dienstverlening is afgestemd op de specifieke behoeften van de NEET's en de volgende maatregelen omvat: loopbaanbegeleiding, opleiding, omscholing en beroepsopleiding, bijdragen aan het opstarten van een bedrijf, toelagen voor het zoeken naar werk, opleidingstoelagen en mobiliteitstoelagen;

18.  benadrukt het belang van individuele dienstverlening om de beoogde begunstigden te helpen hun vaardigheden in kaart te brengen en om een realistisch loopbaanontwikkelingsplan op te stellen op basis van hun belangen en kwalificaties;

19.  is ingenomen met het feit dat de voorgestelde maatregelen ook monitoring omvatten, waarbij wordt voorzien in een follow-up van de deelnemers tijdens de zes maanden na afloop van de uitvoering van de maatregelen;

20.  merkt op dat het merendeel van de gevraagde financiering bestemd is om de bijdrage voor het opzetten van een bedrijf (3 000 000 EUR) en opleidingsmaatregelen (2 960 000 EUR) te steunen;

21.  merkt op dat maximaal 200 geselecteerde werknemers en NEET's die een eigen bedrijf oprichten, het maximale bedrag van 15 000 EUR zullen ontvangen als bijdrage in de oprichtingskosten; benadrukt dat deze maatregel tot doel heeft ondernemerschap te bevorderen door financiering te verstrekken aan levensvatbare bedrijfsinitiatieven, wat op de middellange termijn moet leiden tot het creëren van extra banen; merkt op dat de toekenning van dit maximale bedrag afhankelijk is van specifieke voorwaarden en de levensvatbaarheid van de gesteunde nieuwe bedrijven;

22.  benadrukt de werkelijke toegevoegde waarde en beveelt aan om actieve arbeidsmarktmaatregelen aan te bieden; merkt op dat circa een derde van de geplande steun bestaat uit toelagen en derhalve passieve arbeidsmarktmaatregelen;

23.  merkt op dat de kosten voor de opleidingsmaatregelen in deze aanvraag vergelijkbaar zijn met die in eerdere aanvragen van Griekenland; wijst erop dat deze kosten in vergelijkbare aanvragen van andere lidstaten variëren;

24.  is van mening dat de binnen de nieuwe ESF-programmeringsperiode geplande ESF-maatregelen complementair moeten zijn met de EFG-planning en de reïntegratie van werknemers in toekomstgerichte en duurzame economische sectoren moeten stimuleren; herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het door het EFG gesteunde gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte economie;

25.  is ingenomen met het feit dat bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden gerespecteerd;

26.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

27.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

28.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie samen met de bijlage te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.
(2)PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(3)PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(4)PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26.


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/013 EL/Odyssefs Fokas, ingediend door Griekenland)

(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2015/43.)

Juridische mededeling