Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2918(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0350/2014

Ingediende teksten :

B8-0350/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/12/2014 - 10.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0102

Aangenomen teksten
PDF 140kWORD 194k
Woensdag 17 december 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Verlenging van de interneveiligheidsstrategie voor de EU
P8_TA(2014)0102B8-0350/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2014 over vernieuwing van de EU-strategie voor interne veiligheid (2014/2918(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 2, 3, 6, 7 en 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en de artikelen 4, 16, 20, 67, 68, 70, 71, 72, 75, 82, 83, 84, 85, 86, 87 en 88 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in het bijzonder de artikelen 6, 7, 8, 10, lid 1, 11, 12, 21, 47 tot 50, 52 en 53 daarvan,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 juni 2014 over het laatste verslag over de tenuitvoerlegging van de EU-interneveiligheidsstrategie 2010-2014 (COM(2014)0365),

–  gezien het verslag van Europol voor 2014 over de stand van zaken en de tendensen in verband met het terrorisme in Europa (TE-SAT),

–  gezien de dreigingsevaluatie van Europol voor 2014 inzake door internet gefaciliteerde georganiseerde criminaliteit (Threat Assessment on Internet Facilitated Organised Crime (iOCTA)),

–  gezien de dreigingsevaluatie van Europol voor 2013 inzake zware en georganiseerde criminaliteit (Serious and Organised Crime Threat Assessment (SOCTA)),

–  gezien Advies 01/2014 van de Groep gegevensbescherming artikel 29 over de toepassing van noodzakelijkheids- en evenredigheidsconcepten en gegevensbescherming binnen de wethandhavingssector,

–  gezien de resolutie van de VN-Veiligheidsraad van 24 september 2014 over terroristische daden die een bedreiging vormen voor de internationale vrede en veiligheid (Resolutie 2178(2014)),

–  gezien zijn resolutie van 2 april 2014 over de tussentijdse herziening van het Programma van Stockholm(1),

–  gezien zijn resolutie van 12 maart 2014 over het surveillanceprogramma van de NSA in de VS, toezichthoudende instanties in verschillende lidstaten en de gevolgen voor de grondrechten van EU-burgers(2),

–  gezien zijn resolutie van 27 februari 2014 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie (2012)(3),

–  gezien zijn resolutie van 12 september 2013 over het tweede verslag over de tenuitvoerlegging van de EU-interneveiligheidsstrategie(4),

–  gezien de interneveiligheidsstrategie van de EU, zoals goedgekeurd door de Raad op 25 februari 2010,

–  gezien de vragen aan de Raad en de Commissie over vernieuwing van de EU-strategie voor interne veiligheid (O-000089/2014 – B8-0044/2014 en O-000090/2014 – B8-0045/2014),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Verdrag van Lissabon de grondslag heeft gelegd voor de ontwikkeling van een EU-veiligheidsbeleid dat gedeeld wordt door de EU en haar lidstaten, gebaseerd is op de rechtsstaat, op eerbiediging van de grondrechten en op solidariteit, en op zowel Europees als nationaal niveau onder democratisch toezicht staat, terwijl het subsidiariteitsbeginsel geëerbiedigd wordt; dat het Europees Parlement sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon een volwaardige speler is op het vlak van het veiligheidsbeleid, waar het voor democratische controle moet zorgen, en dat het derhalve het recht heeft om actief deel te nemen aan de vaststelling van de prioriteiten op dit gebied en om met alle relevante spelers op EU- en nationaal niveau samen te werken om een omvattend, doelgericht en doeltreffend EU-veiligheidsbeleid tot stand te brengen;

B.  overwegende dat de veiligheidssituatie in Europa de afgelopen jaren drastisch is veranderd vanwege nieuwe conflicten en omwentelingen in de onmiddellijke nabijheid van de EU, de snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën en de toenemende radicalisering, die tot geweld en terrorisme leidt; dat veel van de huidige veiligheidsproblemen van grens- en sectoroverschrijdende aard zijn en het vermogen van de afzonderlijke lidstaten om ze op doeltreffende wijze het hoofd te bieden te boven gaan, en dus een gemeenschappelijke Europese aanpak vereisen;

C.  overwegende dat de EU en haar lidstaten samen verantwoordelijk zijn voor het waarborgen van de veiligheid en vrijheid van de Europese burgers; dat vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid doelstellingen zijn die parallel aan elkaar moeten worden nagestreefd en dat, om vrijheid en rechtvaardigheid te bereiken, veiligheidsmaatregelen daarom altijd empirisch moeten worden onderbouwd, overeenkomstig de beginselen van noodzakelijkheid, evenredigheid en eerbiediging van de grondrechten, en op basis van passende democratische controle en verantwoording;

D.  overwegende dat bijzondere aandacht moet uitgaan naar de ondersteuning en bescherming van alle slachtoffers van misdrijven in de hele EU;

E.  overwegende dat de interneveiligheidsstrategie voor de periode 2010-2014 ten einde loopt en dat er een nieuwe interneveiligheidsstrategie voor de periode 2015-2019 wordt voorbereid;

1.  is ingenomen met de voorbereiding van een nieuwe interneveiligheidsstrategie voor de komende vier jaar; wijst erop dat er sinds de vaststelling van de huidige strategie nieuwe dreigingen zijn ontstaan, terwijl andere om een nieuwe beleidsrespons vragen; herhaalt voorts dat met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie opgenomen is in het EU-recht; meent daarom dat de huidige interneveiligheidsstrategie grondig moet worden geëvalueerd, bijgewerkt en vernieuwd;

2.  is van mening dat een grondige analyse van de veiligheidsdreigingen waaraan het hoofd moet worden geboden, die door Europol moet worden verricht in nauwe samenwerking met de overige betrokken EU-organen en met de lidstaten, een van de essentiële voorwaarden voor een doeltreffende interneveiligheidsstrategie is;

3.  betreurt dat het in de mededeling van de Commissie ontbreekt aan een evaluatie van de bestaande instrumenten, met een bijbehorende beoordeling van de resterende lacunes; verzoekt tot de Commissie dringend om zo'n inventarisatie uit te voeren en haar inspanningen te concentreren op een goede tenuitvoerlegging en een beter gebruik van de bestaande wetten en instrumenten alvorens met voorstellen voor nieuwe wetten of instrumenten te komen; verzoekt de Raad meer bepaald om in samenwerking met de Commissie een omvattende evaluatie op te maken van de maatregelen die vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op het gebied van de interne veiligheid zijn genomen, en daarbij gebruik te maken van de procedure waarin artikel 70 VWEU voorziet;

4.  wenst dat de nieuwe interneveiligheidsstrategie toekomstgericht en strategisch is en gemakkelijk kan worden aangepast aan de ontwikkelingen, doordat de aandacht niet alleen gericht is op bestaande, maar ook op nieuw ontstaande veiligheidsdreigingen, en doordat er een geïntegreerde, omvattende en holistische aanpak wordt gevolgd op prioritaire gebieden zoals cyberveiligheid, mensenhandel en terrorismebestrijding en met betrekking tot met elkaar samenhangende vraagstukken zoals georganiseerde misdaad, witwassen en corruptie;

5.  constateert met bezorgdheid dat steeds meer EU-onderdanen naar conflictgebieden afreizen om zich aan te sluiten bij terroristische organisaties en vervolgens terugkeren naar EU-grondgebied, waar zij voor nieuwe soorten bedreiging van de interne veiligheid zorgen; is voornemens deze verontrustende trend tegen te gaan met een multidimensionale aanpak die onder meer bestaat in i) het over de hele lijn aanpakken van de onderliggende factoren zoals radicalisering, intolerantie en discriminatie door politieke en godsdienstige tolerantie te stimuleren, sociale cohesie en integratie te ontwikkelen en re-integratie te vergemakkelijken, ii) het analyseren en neutraliseren van de factoren die aanzetten tot het plegen van door extremisme ingegeven terreurdaden en tot het afreizen naar conflictgebieden om zich aan te sluiten bij terroristische organisaties, iii) het voorkomen en indammen, binnen passende rechtskaders, van het ronselen voor en deelnemen aan conflicten, waaronder het effectieve afreizen van buitenlandse strijders naar conflictgebieden, iv) het doorbreken van de financiële steun aan terroristische organisaties en aan personen die zich daarbij willen aansluiten, en v) in voorkomend geval, het overgaan tot rechtsvervolging;

6.  wijst erop dat de veiligheidsdreigingen gevarieerder, internationaler, veelvuldiger en asymmetrischer zijn geworden en dus een nauwere samenwerking tussen landen en tussen instanties vereisen; dringt aan op een operationele samenwerking tussen de lidstaten die doeltreffender wordt dankzij het feit dat meer gebruik wordt gemaakt van bestaande, waardevolle instrumenten zoals gemeenschappelijke onderzoeksteams en doordat er een vlottere en doeltreffendere uitwisseling van relevante gegevens en informatie plaatsvindt, met passende waarborgen inzake gegevensbescherming en privacy; benadrukt in dit verband opnieuw het enorme belang van een spoedige vaststelling van de voorgestelde gegevensbeschermingsrichtlijn, zodat er een omvattend rechtskader wordt geboden voor het delen van gegevens op het gebied van de wetshandhaving; wijst erop dat er voor verdere verbetering van de operationele samenwerking tussen de lidstaten behoefte is aan meer maatregelen om het onderlinge vertrouwen te versterken; steunt derhalve de uitbreiding van Europese opleidings- en uitwisselingsprogramma's voor nationale beroepsbeoefenaars om een Europese rechtshandhavingscultuur nog meer te stimuleren;

7.  herinnert de Europese Raad aan zijn verplichting op grond van artikel 222 van het Verdrag betreffende de Europese Unie om regelmatig de dreigingen te evalueren waarmee de EU wordt geconfronteerd en verzoekt de Commissie concrete voorstellen te doen voor de beste wijze om deze verplichting na te komen en de huidige verbrokkelde en nauw gefocuste dreigings- en risicoanalyses op EU-niveau en op nationaal niveau bijeen te brengen;

8.  verlangt derhalve dat er gestreefd wordt naar een goed evenwicht tussen preventiebeleid en repressiemaatregelen, opdat vrijheid, veiligheid en recht behouden blijven; benadrukt voorts dat veiligheidsmaatregelen altijd moeten worden nagestreefd in overeenstemming met de beginselen van de rechtsstaat en de bescherming van alle grondrechten; verzoekt de Commissie om bij de ontwikkeling en uitvoering van de nieuwe interneveiligheidsstrategie terdege rekening te houden met de recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie inzake de gegevensbewaringsrichtlijn, die inhoudt dat alle instrumenten in overeenstemming moeten zijn met de beginselen van evenredigheid, noodzakelijkheid en wettigheid en passende garanties inzake verantwoording en gerechtelijk beroep moeten bieden;

9.  vindt het betreurenswaardig dat de interneveiligheidsstrategie nog steeds geen duidelijke "justitiële dimensie" heeft; wijst erop dat overeenkomstig het programma van Stockholm het wederzijds vertrouwen moet worden versterkt door geleidelijk een Europese rechtscultuur te ontwikkelen die stoelt op de diversiteit van rechtsstelsels en -tradities, door middel van Europese samenwerking en wetgeving op dit gebied en meer bepaald dankzij de ontwikkeling van justitiële samenwerking in strafzaken;

10.  wijst erop dat een correcte tenuitvoerlegging van de nieuwe interneveiligheidsstrategie van het grootste belang is, dat de taken op EU-niveau en die op nationaal niveau duidelijk moeten worden gescheiden, en dat zowel het Europees Parlement als de nationale parlementen deel moeten uitmaken van dit monitoringproces; is daarom voornemens om in nauwe samenwerking met de nationale parlementen regelmatig te toetsen of de interneveiligheidsstrategie naar behoren ten uitvoer wordt gelegd;

11.  wijst nadrukkelijk op het belang van samenhang tussen de interne en externe aspecten van veiligheid; meent dat er meer synergie moet komen tussen de instrumenten van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en die van justitie en binnenlandse zaken (JBZ), zoals informatie-uitwisseling en politiële en justitiële samenwerking met derde landen, met name door gebruik te maken van overeenkomsten inzake wederzijdse rechtshulp, wat volledig in overeenstemming is met de beginselen van de artikelen 2,3,6 en 21 van het VEU; benadrukt in dit verband dat alle betrokken spelers, waaronder de EU-coördinator voor terrorismebestrijding en de EU-coördinator voor de bestrijding van mensenhandel, nauw moeten samenwerken en de interne en externe aspecten moeten integreren;

12.  benadrukt dat er passende financiële middelen moeten worden uitgetrokken voor de correcte tenuitvoerlegging van de maatregelen van het interneveiligheidsbeleid en dat er met name voor moet worden gezorgd dat EU-organen zoals Europol en Eurojust over voldoende middelen beschikken om de hun toevertrouwde taken te verrichten; beseft in dit verband dat onderzoek en innovatie een belangrijke rol kunnen spelen bij het ontwikkelen van instrumenten om terrorisme en zware en georganiseerde misdaad te helpen bestrijden;

13.  wijst erop dat de interneveiligheidsstrategie in de praktijk ook gevolgen heeft voor de vaststelling van de prioriteiten voor het optreden van Europese agentschappen en voor Europese financiering op JBZ-gebied, waarbij het Parlement medewetgever is; verzoekt de Raad daarom de bijdrage van het Parlement aan de nieuwe interneveiligheidsstrategie naar behoren in aanmerking te nemen alvorens de nieuwe strategie goed te keuren;

14.  is voornemens zijn standpunt over prioriteiten en acties op het gebied van interne veiligheid nader uit te werken, onder meer op basis van de verwachte mededeling van de Commissie over het nieuwe interneveiligheidsbeleid, en hierover een vruchtbare dialoog aan te gaan met de Raad en de Commissie, in de geest van het Verdrag van Lissabon;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, alsmede aan de parlementen van de lidstaten.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0276.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0230.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0173.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0384.

Juridische mededeling