Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/3011(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0036/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/01/2015 - 11.10
CRE 15/01/2015 - 11.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0014

Aangenomen teksten
PDF 133kWORD 191k
Donderdag 15 januari 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Vrijheid van meningsuiting in Turkije: recente arrestaties van journalisten, mediadirecties en systematische druk op de media
P8_TA(2015)0014RC-B8-0036/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 15 januari 2015 over de vrijheid van meningsuiting in Turkije: recente arrestaties van journalisten en leidinggevende mediamedewerkers en stelselmatige druk op de media (2014/3011(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Turkije,

–  gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 16 december 2014,

–  gezien de verklaring van 15 december 2014 van de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de commissaris voor het Europees Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen van 14 december 2014,

–  gezien het voortgangsverslag 2014 over Turkije van 8 oktober 2014,

–  gezien het indicatieve strategiedocument voor Turkije (2014-2020) van de Europese Commissie van 26 augustus 2014,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, en met name artikel 19 van dit verdrag,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Turkse politie op 14 december 2014 journalisten en leidinggevende mediamedewerkers heeft gearresteerd, onder wie Ekrem Dumanlı, hoofdredacteur van de krant Zaman, en Hidayet Karaca, directeur van de omroeporganisatie Samanyolu; overwegende dat in een door een rechter in Istanbul uitgevaardigd arrestatiebevel staat dat zij het voorwerp van een strafrechtelijk onderzoek zijn wegens de vorming van een organisatie die, aldus de bewoordingen van het bevel, door middel van pressie, intimidatie en bedreigingen heeft getracht zich de staatsmacht toe te eigenen en daarbij gebruik heeft gemaakt van leugens, vrijheidsberoving en valsheid in geschrifte;

B.  overwegende dat een aantal van de in december 2014 gearresteerde personen inmiddels is vrijgelaten; overwegende dat een rechtbank in Istanbul op 19 december 2014 bekendmaakte dat Ekrem Dumanlı in afwachting van een strafrechtelijk onderzoek voorwaardelijk en met oplegging van een reisverbod zou worden vrijgelaten, maar dat Hidayet Karaca in hechtenis zou blijven totdat het onderzoek is afgerond; overwegende dat een rechtbank in Istanbul op 31 december 2014 het bezwaar van een officier van justitie tegen de vrijlating van Ekrem Dumanlı en zeven andere personen heeft verworpen;

C.  overwegende dat de reactie van de regering op de beschuldigingen van corruptie in december 2013 ernstige twijfels doet rijzen omtrent de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht, en heeft aangetoond dat de onverdraagzaamheid ten aanzien van politieke oppositie, openbaar protest en kritische media toeneemt;

D.  overwegende dat in Turkije al een bijzonder groot aantal journalisten gevangen zit of in afwachting is van een proces, en dat de druk op de media, inclusief eigenaren en directieleden van mediagroepen, onlineplatforms en sociale media, de laatste jaren nog sterker is geworden; overwegende dat de intimiderende verklaringen van politici en de gerechtelijke stappen tegen kritische journalisten in combinatie met de eigendomsstructuur van de mediasector hebben geleid tot wijdverbreide zelfcensuur bij media-eigenaren en journalisten, alsook tot het ontslaan van journalisten; overwegende dat de Turkse overheid journalisten meestal aanklaagt uit hoofde van de Turkse antiterreurwet (TMK) en de artikelen uit de strafwet die betrekking hebben op terroristische bewegingen;

E.  overwegende dat de Nederlandse journaliste Frederike Geerdink op 6 januari 2015 in Diyarbakir werd opgepakt en ondervraagd door de politie alvorens dezelfde dag nog te worden vrijgelaten, na tussenkomst van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, die op dat ogenblik op bezoek was in Turkije, en overwegende dat een andere Nederlandse journalist, Mehmet Ülger, op 7 januari 2015 bij zijn vertrek in de luchthaven van Istanbul werd opgepakt, ter ondervraging naar een politiekantoor werd gebracht en later die dag werd vrijgelaten;

F.  overwegende dat de rechtsstaat en de grondrechten, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, tot de essentiële waarden van de EU behoren, en dat Turkije in het kader van zijn kandidatuur voor EU-lidmaatschap en de onderhandelingen hierover alsook op grond van zijn lidmaatschap van de Raad van Europa formeel verplicht is deze waarden te respecteren;

G.  overwegende dat de EU en haar lidstaten scherpe kritiek hebben geuit op de arrestaties op 14 december 2014 en deze onverenigbaar met de Europese waarden en onverenigbaar met de vrijheid van de media hebben genoemd; overwegende dat president Erdogan de kritiek van de EU resoluut heeft afgewezen;

1.  veroordeelt de recente politie-invallen en de opsluiting op 14 december 2014 van een aantal journalisten en mediavertegenwoordigers in Turkije; benadrukt dat de eerbiediging van de rechtsstaat en de vrijheid van de media, een kernbeginsel van de democratie, door dit optreden op losse schroeven komt te staan;

2.  brengt in herinnering dat een vrije en pluriforme pers een essentieel element vormt van om het even welke democratie, net als een reguliere rechtsgang, het vermoeden van onschuld en justitiële onafhankelijkheid; benadrukt daarom dat het noodzakelijk is dat, wat betreft deze laatste ronde van arrestaties, in alle zaken a) uitvoerige en transparante informatie wordt verschaft inzake de beschuldigingen tegen de verdachten, b) de verdachten onbeperkt toegang krijgen tot belastend bewijsmateriaal evenals het volledige recht op verdediging, en c) de zaken op gepaste wijze worden afgehandeld en er zonder vertraging en met meer dan redelijke zekerheid wordt vastgesteld of de beschuldigingen gegrond zijn; herinnert de Turkse autoriteiten eraan dat zij in de omgang met media en journalisten uiterst voorzichtig te werk moeten gaan, omdat vrijheid van meningsuiting en vrijheid van de media centrale voorwaarden blijven voor het goede functioneren van een democratische en open samenleving;

3.  uit zijn bezorgdheid over de terugval op het gebied van democratische hervormingen en met name over de afnemende tolerantie van de regering ten opzichte van openbaar protest en kritische media; stelt in dit verband vast dat de arrestaties van 14 december 2014 deel uitmaken van een betreurenswaardig patroon waarin almaar meer druk wordt uitgeoefend op en steeds meer beperkingen worden opgelegd aan persorganen en media, inclusief sociale media en internetfora; merkt op dat verboden op websites in Turkije doorgaans een buitenproportionele reikwijdte hebben; betreurt het hoge aantal journalisten dat in voorlopige hechtenis zit en aldus daadwerkelijk wordt gestraft, en dringt er bij de gerechtelijke autoriteiten van Turkije op aan deze zaken zo snel mogelijk te beoordelen en te behandelen;

4.  vraagt Turkije met klem om aan hervormingen te werken die tot een degelijk systeem van wederzijdse controle ('checks and balances') leiden en volledige garanties bieden ten aanzien van de vrijheid, waaronder de vrijheid van denken en meningsuiting en de vrijheid van de media, de democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten;

5.  onderstreept het belang van persvrijheid en eerbiediging van de democratische waarden voor het EU-uitbreidingsproces; benadrukt dat een aantal bepalingen uit het Turkse rechtskader en de interpretatie ervan door leden van de rechterlijke macht een hinderpaal blijven vormen voor de vrijheid van meningsuiting, inclusief de mediavrijheid; herinnert eraan dat vrijheid van meningsuiting en pluriformiteit van de media essentiële Europese waarden zijn, en dat een onafhankelijke pers cruciaal is voor een democratische samenleving, aangezien zij burgers in staat stelt geïnformeerd deel te nemen aan de collectieve besluitvorming en daardoor de democratie versterkt; dringt er op aan dat de Turkse regering in dit verband prioriteit verleent aan het vraagstuk van de mediavrijheid en voorziet in een adequaat juridisch kader dat pluriformiteit garandeert, overeenkomstig de internationale normen; dringt er bovendien op aan een einde te maken aan de uitoefening van druk en intimidatie ten aanzien van kritische media en journalisten;

6.  stelt vast dat het actieplan ter voorkoming van schendingen van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens niet voorziet in een herziening van alle relevante bepalingen in de antiterreurwet of strafwet die zijn gebruikt om de vrijheid van meningsuiting te beknotten; benadrukt dat de hervorming van deze wetten de hoogste prioriteit moet genieten;

7.  benadrukt dat er, blijkens de conclusies van de Raad van 16 december 2014, in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun voor de periode 2014-2020 (IPA II) meer zal worden gelet op de samenhang tussen financiële steun en de algehele vooruitgang bij de uitvoering van de pretoetredingsstrategie, onder meer op het vlak van de volledige eerbiediging van fundamentele rechten en vrijheden;

8.  vraagt dat er in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) meer aandacht wordt besteed aan onafhankelijke media; onderstreept voorts het belang van de ondersteuning van organisaties uit het maatschappelijk middenveld, aangezien de opbouw van vertrouwen tussen verschillende delen van een levendige, democratische samenleving alleen mogelijk is met behulp van een transparant en naar behoren functionerend maatschappelijk middenveld;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de regering en het parlement van Turkije.

Juridische mededeling