Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2154(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0012/2015

Ingediende teksten :

A8-0012/2015

Debatten :

PV 10/02/2015 - 13
CRE 10/02/2015 - 13

Stemmingen :

PV 11/02/2015 - 9.21
CRE 11/02/2015 - 9.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0035

Aangenomen teksten
PDF 155kWORD 205k
Woensdag 11 februari 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
De werkzaamheden van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU
P8_TA(2015)0035A8-0012/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 11 februari 2015 over de werkzaamheden van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU (2014/2154(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000(1) (de overeenkomst van Cotonou), voor de eerste maal gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005(2) en voor de tweede maal gewijzigd te Ouagadougou op 22 juni 2010(3),

–  gezien zijn standpunt van 13 juni 2013 over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst tot tweede wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en voor de eerste maal gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005(4),

–  gezien het Reglement van de Paritaire Parlementaire Vergadering (PPV) ACS-EU, goedgekeurd op 3 april 2003,(5) in de laatste versie zoals gewijzigd op 27 november 2013 in Addis Abeba (Ethiopië)(6),

–  gezien Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020(7),

–  gezien zijn standpunt van 11 december 2013 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking(8),

–  gezien zijn resolutie van 12 maart 2013 over de opstelling van het meerjarig financieel kader betreffende de financiering van de EU-samenwerking met de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en de landen en gebieden overzee voor de periode 2014-2020 (Elfde Europees Ontwikkelingsfonds)(9),

–  gezien zijn besluit van 3 april 2014 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het achtste, negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) voor het begrotingsjaar 2012(10), en van 3 april 2014 over de afsluiting van de rekeningen betreffende de uitvoering van de begroting van het achtste, negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds voor het begrotingsjaar 2012(11), en van 3 april 2014 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het achtste, negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds voor het begrotingsjaar 2012(12);

–  gezien de resoluties die op 27 november 2013 zijn aangenomen door de PPV ACS-EU inzake: de eerbiediging van de rechtsstaat en de rol van een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke macht; Zuid-Zuid- en driehoekssamenwerking: kansen en uitdagingen voor de ACS-landen; de sociale en ecologische gevolgen van nomadische veeteelt in ACS-landen; en de veiligheid in het gebied van de Grote Meren,

–  gezien de resoluties die op 19 juni 2013 zijn aangenomen door de PPV ACS-EU inzake: de bedreigingen voor de democratie en politieke stabiliteit in de ACS-landen die opnieuw uitgaan van militaire staatsgrepen, en de rol van de internationale gemeenschap; de Economische partnerschapsovereenkomst – volgende stappen; menselijke hulpbronnen voor de gezondheidszorg in de ACS-landen; de situatie in de Republiek Guinee; en de situatie in de Centraal-Afrikaanse Republiek,

–  gezien de resoluties die op 29 november 2012 zijn aangenomen door de PPV ACS-EU inzake: een antwoord bieden op de politieke en humanitaire crisis in Somalië: de uitdagingen voor de Europese Unie en de ACS-groep; op ICT gebaseerd ondernemerschap en haar effect op de ontwikkeling in ACS-landen; en het belang van toegang tot energie voor een duurzame economische ontwikkeling en het halen van de Millenniumontwikkelingsdoelstellingen,

–  gezien de resoluties die op 30 mei 2012 zijn aangenomen door de PPV ACS-EU inzake: de politieke gevolgen van het conflict in Libië voor de naburige ACS- en EU-landen; prijsvolatiliteit, de werking van de mondiale markten voor landbouwproducten en de gevolgen daarvan voor de voedselzekerheid in ACS-landen; en de sociale en ecologische gevolgen van de mijnbouw in ACS-landen,

–  gezien de mededeling aangenomen tijdens de regionale PPV-bijeenkomst van de West-Afrikaanse landen in Abuja (Nigeria) op 19 juli 2013(13),

–  gezien de mededeling aangenomen tijdens de regionale PPV-bijeenkomst van de Caribische landen in Santo Domingo (Dominicaanse Republiek) op 16 februari 2013(14),

–  gezien de mededeling aangenomen tijdens de regionale PPV-bijeenkomst van de landen in de Stille Oceaan in Apia (Samoa) op 20 juli 2012(15),

–  gezien de mededeling aangenomen tijdens de regionale PPV-bijeenkomst van de landen van zuidelijk Afrika in Lusaka (Zambia) op 24 februari 2012(16),

–  gezien de op 19 juni 2013 aangenomen gedragscode voor leden van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU die deel uitmaken van delegaties voor verkiezingswaarneming,

–  gezien de VN-Millenniumverklaring van 18 september 2000, waarin de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (Millennium Development Goals, MDG's) worden uiteengezet die de internationale gemeenschap gezamenlijk heeft opgesteld met het oog op de uitbanning van armoede,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld "Het effect van het EU-ontwikkelingsbeleid vergroten: een agenda voor verandering" (COM(2011)0637),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A8-0012/2015),

A.  overwegende dat de PPV ACS-EU als enige in het kader van een internationale overeenkomst (de overeenkomst van Cotonou) opgerichte, multilaterale, interparlementaire vergadering een uniek statuut heeft;

B.  overwegende dat de PPV een echte parlementaire vergadering is geworden, een forum biedt waar open en vrij kan worden gediscussieerd over voor ontwikkelingssamenwerking essentiële onderwerpen en een aanzienlijke bijdrage levert aan het partnerschap op voet van gelijkheid tussen de ACS-landen en de EU;

C.  overwegende dat de terugdringing en uiteindelijke uitroeiing van armoede de hoofddoelstelling is van de overeenkomst van Cotonou tussen de leden van de groep van ACS-staten en de EU; overwegende dat deze samenwerking eveneens moet bijdragen aan duurzame economische ontwikkeling, die een basis vormt voor blijvende vrede en veiligheid en de democratische en politieke stabiliteit van de ACS-landen;

D.  overwegende dat in 2013 onderzoeksmissies werden georganiseerd naar Mali, om de broze situatie van het land beter te begrijpen, naar Liberia, om bij te dragen aan de in artikel 8 van de overeenkomst van Cotonou bepaalde politieke dialoog en naar Haïti, om de heropbouw en de politieke situatie te onderzoeken;

E.  overwegende dat na de aanname door de Vergadering van de gedragscode voor haar leden die deel uitmaken van delegaties voor verkiezingswaarneming een nieuwe dynamiek is ontstaan die een meerwaarde levert, zoals ook geldt voor de gezamenlijke PPV-missies naar de presidentsverkiezingen in Mali en de parlementsverkiezingen en de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Madagaskar;

F.  overwegende dat de rol van de PPV en de regionale dimensie van de overeenkomst werden versterkt bij de herziening van de partnerschapsovereenkomst van Cotonou in 2010;

G.  overwegende dat moet worden gegarandeerd dat de PPV volledig betrokken is bij de in overeenstemming met artikel 8 van de overeenkomst van Cotonou gevoerde politieke dialoog;

H.  overwegende dat het belangrijk zou zijn om een regelmatige, informele dialoog op basis van inhoudelijke analyses te bevorderen tussen verschillende categorieën relevante officiële en niet-officiële actoren, in ACS-EU-kringen (de Paritaire Parlementaire Vergadering, de ACS-EU-Raad, de ACS-EU-dialoog met de privésector en het maatschappelijk middenveld) en in andere kringen die geen rechtstreeks belang hebben bij de ACS-EU-wereld;

I.   overwegende dat tussen 2003 en 2013 bijna alle Europese zittingen van de PPV in beginsel plaatsvonden in de lidstaat die het roulerende voorzitterschap van de Raad van de EU bekleedde; overwegende dat de roulerende voorzitterschappen de in het kader van de partnerschapsovereenkomst van Cotonou op dit vlak gedane beloftes moeten nakomen;

J.  overwegende dat de snelle opkomst van de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) en andere opkomende economieën op mondiaal niveau en in de ACS-staten en -regio's een steeds grotere impact heeft op de ACS-Groep en de huidige stand van de betrekkingen tussen de ACS en de EU;

K.  overwegende dat de door het bureau van het Europees Parlement aangenomen nieuwe regels voor de verplaatsingen van de geaccrediteerde parlementaire medewerkers voorschrijven dat laatstgenoemden de leden van het Europees Parlement niet meer mogen bijstaan bij de zittingen van de PPV, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de parlementaire werkzaamheden;

1.  is tevreden over het feit dat de PPV als een van de gezamenlijke instellingen van de overeenkomst van Cotonou een kader blijft bieden voor een open, democratische en alomvattende dialoog tussen leden van het Europees Parlement en parlementsleden van de ACS-landen over de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met inbegrip van toezicht op de ontwikkelingssamenwerking onder het EOF en de conclusie en uitvoering van de economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's); is tevreden dat de PPV een forum kan zijn waarin moeilijke en controversiële onderwerpen open en vrij kunnen worden besproken; verzoekt daarom om in de toekomstige overeenkomst, die de overeenkomst van Cotonou zal vervangen, specifiek te verwijzen naar niet-discriminatie op grond van seksuele geaardheid of genderidentiteit, zoals herhaaldelijk gevraagd door het Parlement;

2.  benadrukt de noodzaak om de politieke dialoog te verdiepen en onderstreept in dat opzicht de rol van de PPV in de bevordering en de verdediging van de beginselen van artikel 9 van de overeenkomst van Cotonou en met name het beginsel van rechtsstaat en goed bestuur;

3.  benadrukt dat het organiseren van PPV-zittingen in de EU-lidstaat die het roulerende voorzitterschap van de Raad van de EU bekleedt, een meerwaarde biedt en is van mening dat dit toerbeurtsysteem in de toekomst moet worden gehandhaafd; uit zijn bezorgdheid over de ongelukkige omstandigheden waardoor het Ierse voorzitterschap de 25e PPV-zitting niet in eigen land heeft georganiseerd; looft echter de regering van Denemarken die ermee heeft ingestemd de zeer geslaagde 23e zitting in Horsens te organiseren, waar culturele en onderwijsbanden werden gelegd tussen de inwoners van Horsens en ACS-gedelegeerden; betreurt het dat sommige EU-lidstaten die het roulerende voorzitterschap hebben bekleed of die dat in de toekomst zullen doen, weinig interesse tonen om voor de PPV-zittingen als gastheer op te treden; roept alle EU-lidstaten die het roulerende voorzitterschap bekleden, op meer betrokkenheid te tonen bij de voorbereiding, organisatie en ontvangst van de PPV-zittingen;

4.  benadrukt het belang van de PPV-bijeenkomsten, waaronder de vergaderingen van de vaste commissies, maar betreurt het dat leden uit EU-landen vaak niet even talrijk deelnamen als leden uit ACS-landen en uit zijn bezorgdheid over de dalende deelname van EP-leden, vooral tijdens de stemmingen; stelt vast dat de deelname aan missies, zoals de regionale bijeenkomsten, gelijkwaardiger was en hoopt dat dit een voorbeeld zal zijn voor de PPV-bijeenkomsten in Brussel in de toekomst;

5.  herinnert aan de toezegging van de uittredende vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger dat de Raad van de EU in de PPV-bijeenkomsten op ministerieel niveau moet worden vertegenwoordigd en roept de nieuwe vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger op deze belofte na te komen;

6.  herinnert eraan dat de ACS-EU-Raad aan de Vergadering een jaarverslag over de tenuitvoerlegging van de overeenkomst van Cotonou moet voorleggen, waarin politieke en sociaaleconomische elementen en aspecten die verband houden met milieueffecten aan bod moeten komen en niet alleen de gehouden vergaderingen worden opgesomd;

7.  brengt in herinnering dat de gezamenlijke instellingen overeenkomstig artikel 14 van de herziene overeenkomst van Cotonou streven naar coördinatie, coherentie en complementariteit en doeltreffende wederzijdse informatieverstrekking; is van mening dat de twee covoorzitters van de PPV aan de bijeenkomsten van de gezamenlijke ACS-EU-Raad van Ministers moeten kunnen deelnemen, net zoals de Voorzitter van het Europees Parlement uitgenodigd wordt op de vergaderingen van de Europese Raad; verzoekt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger de bestaande samenwerking verder te verbeteren en ervoor te zorgen dat de PPV wordt uitgenodigd op de volgende gezamenlijke raad;

8.  benadrukt dat de nationale parlementen, lokale autoriteiten en niet-gouvernementele actoren een cruciale rol spelen bij de voorbereidingsfase en de controle van de regionale en landenstrategiedocumenten en de uitvoering van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF); vraagt de Commissie en de regeringen van de ACS-landen hun betrokkenheid te tonen door alle beschikbare informatie tijdig aan de parlementen van de ACS-landen te verstrekken en hen bij te staan bij de uitoefening van het democratisch toezicht, in het bijzonder door middel van capaciteitsopbouw;

9.  neemt nota van de werkzaamheden van de werkgroepen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking van het Europees Parlement rond het toezicht op de beoordeling en monitoring van de programmeringsdocumenten voor ACS-staten en -regio's uit hoofde van het 11e Europese Ontwikkelingsfonds en verzoekt om de invoering van een procedure voor verslaglegging aan de leden van de PPV over de resultaten van dit proces;

10.  prijst het PPV-bureau omdat het zijn activiteiten heeft uitgebreid naast de puur administratieve zaken en zijn vergaderingen ook voor politieke discussies gebruikt door inhoudelijke aspecten van gemeenschappelijk belang, zoals de toekomst van de ACS-EU-betrekkingen na 2020, op de agenda te plaatsen van de bijeenkomsten in Brussel en Addis Abeba; roept op om deze praktijk in de toekomst voort te zetten;

11.  verzoekt het Bureau van de PPV om een meer strategische richting te kiezen in het werkprogramma van de vergadering en bij de keuze van de verslagen van zijn vaste commissies en om er daarbij voor te zorgen dat de verslagen nauw samenhangen met de strategische doelstellingen van de PVV en in het bijzonder bijdragen tot de onderhandelingen over het ontwikkelingskader voor de periode na 2015 en de betrekkingen tussen de EU en de ACS na 2020;

12.  herhaalt zijn enorme bezorgdheid over de verslechterende politieke en humanitaire situatie in verschillende ACS-landen en -regio's, ook over de gevolgen van deze situaties op verschillende niveaus voor binnen- en buitenland, en uit zijn solidariteit met de getroffen bevolking; vraagt de PPV de situatie in ACS-landen in crisis te blijven opvolgen en meer aandacht te besteden aan situaties van een zwak staatsbestel en vraagt de ACS-landen en de EU-lidstaten op een gecoördineerde wijze de uitbraak van het ebolavirus in West-Afrika te bestrijden;

13.  verheugt zich over het steeds duidelijker wordende parlementaire en dus ook politieke karakter van de PPV, de steeds actievere inzet van haar leden en de toenemende kwaliteit van haar debatten, die haar een doorslaggevende bijdrage tot het ACS-EU-partnerschap helpen leveren; verzoekt de PPV om de mensenrechtendialoog te intensiveren, in overeenstemming met de VN-Verklaring van de Rechten van de Mens en de overeenkomst van Cotonou, en om deze dialoog telkens opnieuw op haar agenda te plaatsen;

14.  vestigt de aandacht op het feit dat momenteel wordt gediscussieerd over de betrekkingen tussen de EU en de ACS na 2020 en over de toekomst van de ACS-groep, en benadrukt dat de PPV in dit proces een belangrijke rol moet spelen; benadrukt in dit verband dat een alomvattend en versterkt gezamenlijk parlementair toezicht noodzakelijk is, ongeacht het uiteindelijke resultaat; benadrukt dat in de toekomstige overeenkomst, die de overeenkomst van Cotonou zal vervangen, specifiek moet worden verwezen naar niet-discriminatie op grond van seksuele geaardheid of genderidentiteit, zoals herhaaldelijk gevraagd door het Europees Parlement;

15.  uit nogmaals zijn ernstige bezorgdheid over de aanneming van wetgeving waarin homoseksualiteit verder wordt gecriminaliseerd en de voorbereidende discussies daarover in sommige ACS-landen; verzoekt de PPV om dit op de agenda van haar debatten te plaatsen; verzoekt om versterking van het beginsel van onvoorwaardelijke clausules inzake de mensenrechten en sancties bij niet-naleving van deze clausules, onder andere met betrekking tot discriminatie op grond van geslacht, ras, etnische afkomst, geloof of overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid of genderidentiteit en tegen mensen met HIV/AIDS;

16.  is van mening dat de discussie over wat er na Cotonou moet gebeuren, moet worden beschouwd als een kans om zowel de tekortkomingen als de resultaten van de huidige overeenkomst op het gebied van de duurzame sociaaleconomische ontwikkeling van de ACS-staten grondig te analyseren; is eveneens van mening dat bij eventuele toekomstige economische en ontwikkelingssamenwerking tussen de ACS-staten en de EU en eventuele handels- en investeringsregelingen moet worden gewaarborgd dat geen enkele ACS-staat wordt benadeeld;

17.  verzoekt het Bureau van de PPV om binnen de PPV twee permanente co-rapporteurs voor samenhang in het ontwikkelingsbeleid aan te stellen, die nauw moeten samenwerken met de permanente rapporteur van het Europees Parlement voor samenhang in het ontwikkelingsbeleid, en om een tweejaarlijks verslag op te stellen over de tenuitvoerlegging van artikel 12 van de herziene overeenkomst van Cotonou;

18.  onderstreept het belang om, tegelijkertijd met de sessies van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, bijeenkomsten te organiseren met de organisaties van het maatschappelijk middenveld die actief zijn in de betrokken landen, om de ontwikkeling van een bredere visie te bevorderen en hun ervaringen en activiteiten te benutten door de aandacht te vestigen op de beste praktijken met als doel om de banden met deze organisaties te versterken;

19.  dringt erop aan dat de economische partnerschapsovereenkomsten met ACS-staten gericht moeten zijn op ontwikkelingsdoelstellingen die zowel de nationale en regionale belangen als de behoeften van de bevolking van de ACS-staten dienen, om zo de armoede terug te dringen, de millenniumontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken en de eerbiediging van fundamentele mensenrechten te garanderen, met inbegrip van sociaaleconomische rechten, zoals het recht op voedsel en het recht op basistoegang tot openbare diensten;

20.  verzoekt de PPV ACS-EU om een gemeenschappelijke aanpak vast te stellen voor de uitwerking van het toekomstige ontwikkelingskader voor de periode na 2015; spoort de leden van de PPV aan om zich in te zetten voor onderhandelingen over de nieuwe duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen;

21.  is verheugd dat in 2012 en 2013 geslaagde regionale bijeenkomsten zoals voorgeschreven door de overeenkomst van Cotonou en het reglement van de Paritaire Parlementaire Vergadering, hebben plaatsgevonden; erkent dat dankzij deze bijeenkomsten een echte gedachtewisseling mogelijk is over regionale kwesties, zoals de preventie en oplossing van conflicten, regionale integratie en samenwerking, en onderhandelingen over met de WTO verenigbare economische partnerschapsovereenkomsten; prijst de organisatoren van de geslaagde bijeenkomsten in Nigeria, de Dominicaanse Republiek, Samoa en Zambia;

22.  benadrukt het belang van de tijdens de PPV-zittingen georganiseerde workshops, die een aanvulling vormen op de plenaire debatten; verzoekt het Bureau, dat verantwoordelijk is voor het toezicht op de follow-up van resoluties en besluiten van de Paritaire Parlementaire Vergadering, zijn rol te versterken en aan dit verzoek gevolg te geven samen met de voorzitter en rapporteur van de vaste commissie in kwestie;

23.  is verheugd over het feit dat de EP-covoorzitter van de PPV heeft deelgenomen aan de informele vergaderingen van de EU-ministers van Ontwikkeling en aan de 7e top van staatshoofden en regeringsleiders van ACS-landen;

24.  vraagt de Commissie schriftelijke antwoorden op de tijdens elke zitting van de Vergadering ingediende mondelinge vragen van tevoren te blijven verstrekken;

25.  verzoekt de landen die dat nog niet gedaan hebben om de herziene overeenkomst van Cotonou te ratificeren;

26.  looft commissaris Piebalgs voor zijn toewijding voor en de hoge kwaliteit van zijn bijdrage aan het werk van de PPV;

27.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de ACS-Raad van ministers, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, het Bureau van de PPV, en de regering en het parlement van Denemarken, Suriname, Ierland en Ethiopië.

(1) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.
(2) PB L 287 van 28.10.2005, blz. 4.
(3) PB L 287 van 4.11.2010, blz. 3.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0273.
(5) PB C 231 van 26.9.2003, blz. 68.
(6) PB C 64 van 4.3.2014, blz. 38.
(7) PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44.
(8) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0571.
(9) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0076.
(10) PB L 266 van 5.9.2014, blz. 145.
(11) PB L 266 van 5.9.2014, blz. 158.
(12) PB L 266 van 5.9.2014, blz. 147.
(13) APP 101.509
(14) APP 101.351
(15) http://www.europarl.europa.eu/intcoop/acp/2012_samoa/pdf/apia_communique_fin_en.pdf
(16) http://www.europarl.europa.eu/intcoop/acp/2012_lusaka/pdf/lusaka_communique_final_en.pdf

Juridische mededeling