Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2559(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0136/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/02/2015 - 4.6
CRE 12/02/2015 - 4.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0040

Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 210k
Donderdag 12 februari 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Humanitaire crisis in Irak en Syrië, met name in verband met de IS
P8_TA(2015)0040RC-B8-0136/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 12 februari 2015 over de humanitaire crisis in Irak en Syrië, met name in de context van IS (2015/2559(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Irak en Syrië,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over Irak en Syrië, in het bijzonder die van 15 december 2014,

–  gezien de conclusies van de Raad over Irak en Syrië van 30 augustus 2014,

–  gezien de verklaringen over Irak en Syrië van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (vv/hv),

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de vv/hv en de Europese Commissie van 6 februari 2015 over de regionale strategie van de EU voor Syrië en Irak en de dreiging die uitgaat van Da'ish,

–  gezien Resoluties 2139 (2014), 2165 (2014) en 2170 (2014) van de VN-Veiligheidsraad en Resolutie S-22/1 van de VN-Mensenrechtenraad,

–  gezien het VN-rapport van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie voor de Arabische Republiek Syrië: "Rule of Terror: Living under ISIS in Syria" (Terreurheerschappij: leven onder ISIS in Syrië) van 14 november 2014,

–  gezien de afsluitende opmerkingen over de gecombineerde tweede t/m vierde periodieke rapporten over Irak, gepubliceerd door de VN-Commissie voor de rechten van het kind van 4 februari 2015,

–  gezien de verklaringen over Irak en Syrië van de secretaris-generaal van de VN,

–  gezien de recente verklaringen van António Guterres, Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, over de situatie van de Syrische en Iraakse vluchtelingen;

–  gezien de verklaring van de NAVO-top van 5 september 2014,

–  gezien de EU-richtsnoeren over het internationaal humanitair recht, mensenrechtenverdedigers en bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging,

–  gezien de conclusies van de internationale conferentie over vrede en veiligheid in Irak, die op 15 september 2014 in Parijs is gehouden,

–  gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten enerzijds, en de Republiek Irak anderzijds, en zijn standpunt van 17 januari 2013 over die overeenkomst(1),

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de voortdurende gewelddadige crisis in Syrië als gevolg van geweld door het Assad-regime en terroristen tot een humanitaire ramp heeft geleid met een omvang die zijn weerga niet kent in de geschiedenis, en dat daarbij meer dan 200 000 mensen – hoofdzakelijk burgers – zijn omgekomen, meer dan 7,6 miljoen mensen in eigen land ontheemd zijn, en meer dan 12,2 miljoen Syriërs dringend hulp nodig hebben in Syrië zelf; overwegende dat 211 500 mensen nog steeds worden belegerd – 185 000 door regeringstroepen en 26 500 door oppositietroepen; overwegende dat meer dan 3,8 miljoen Syriërs hun land ontvlucht zijn, vooral naar Libanon (1 160 468 vluchtelingen), Turkije (1 623 839), Jordanië (621 773) en Egypte/Noord-Afrika (160 772);

B.  overwegende dat de humanitaire situatie in Irak als gevolg van het voortdurende conflict en het geweld en de onderdrukking door de terreurorganisatie IS/Da'esh steeds verder verergert, en dat meer dan 5,2 miljoen mensen dringend humanitaire hulp nodig hebben en meer dan 2,1 Irakezen in eigen land ontheemd zijn geraakt; overwegende dat 3,6 miljoen mensen in door IS/Da'esh gecontroleerd gebied wonen, waarvan er 2,2 miljoen dringend behoefte aan hulp hebben, en dat deze mensen bijzonder moeilijk te bereiken zijn; overwegende dat Irak ook onderdak biedt aan meer dan 233 000 Syrische vluchtelingen;

C.  overwegende dat veel vluchtelingen en binnenlandse ontheemden niet geregistreerd zijn, waardoor veel niet-geregistreerde personen niet de humanitaire hulp en minimale beschermingsmaatregelen krijgen die ze zo hard nodig hebben;

D.  overwegende dat de terreurorganisatie IS/Da'esh met wreed en lukraak geweld delen van Noordwest-Irak heeft ingenomen, waaronder de tweede stad van Irak, Mosul, en overwegende dat dit werd gevolgd door standrechtelijke executies van Iraakse burgers, de invoering van een strenge interpretatie van de shariawetgeving, de vernieling van sjiitische, soennitische, jezidische, Koerdische, christelijke en soefi‑gebedshuizen en ‑heiligdommen, en barbaarse wreedheden tegen de burgerbevolking, waarvan vooral vrouwen en kinderen het slachtoffer waren;

E.  overwegende dat voormalige Ba'ath-militairen uit het Iraakse leger zich bij IS/Da'esh hebben aangesloten, en overwegende dat het leger zelf wordt geplaagd door wijdverbreide corruptie en politieke inmenging, wat een doeltreffend antwoord op IS/Da'esh in de weg staat;

F.  overwegende dat IS/Da'esh in de door hun veroverde gebieden zogeheten "shariarechtbanken" heeft opgericht, die wrede en onmenselijke straffen tegen mannen, vrouwen en kinderen ten uitvoer leggen; overwegende dat IS/Da'esh een strafwet heeft bekendgemaakt met een lijst van misdrijven die worden bestraft met amputatie, steniging en kruisiging; overwegende dat degenen die bestraft worden, beschuldigd worden van overtreding van de islamitische shariawetgeving in de extreme interpretatie van de groepering, of verdacht worden van gebrek aan loyaliteit;

G.  overwegende dat IS/Da'esh in Noord-Irak en Syrië begonnen is met systematische etnische zuiveringen en daarbij oorlogsmisdaden en zware schendingen van het internationaal humanitair recht begaat tegen etnische en religieuze minderheden, zoals massale standrechtelijke executies en ontvoeringen; overwegende dat de VN inmiddels bericht heeft over gerichte moorden, gedwongen bekeringen, ontvoeringen, verkrachtingen, smokkel en ontvoeringen van vrouwen, slavernij van vrouwen en kinderen, rekrutering van kinderen voor zelfmoordaanslagen, seksueel en lichamelijk misbruik en foltering; overwegende dat etnische en religieuze minderheden zoals christenen, Koerden, jezidi's, Turkmenen, Shabakken, kaka'i, Sabeeërs en sjiieten het doelwit geworden zijn van IS/Da'esh, net als vele Arabieren en soennitische moslims;

H.  overwegende dat volgens een op 4 februari 2015 uitgebracht verslag van de VN-commissie voor de rechten van het kind IS/Da'esh-strijders ontvoerde kinderen verkopen als seksslaven of vermoorden door hen te kruisigen of levend te begraven; overwegende dat de meeste vluchtelingenkinderen en ontheemde kinderen geen toegang hebben tot onderwijs;

I.  overwegende dat IS/Da'esh in Syrië en Irak grote aantallen vrouwen heeft gedood of ontvoerd; overwegende dat de ontvoerde vrouwen en meisjes volgens berichten verkracht en seksueel misbruikt worden, gedwongen worden om met strijders te trouwen, of verkocht worden voor seksuele slavernij; overwegende dat er vrouwen als slaaf verkocht zijn voor het luttele bedrag van 25 USD; overwegende dat vooral jezidi-vrouwen in Irak een doelwit zijn; overwegende dat er duidelijk gebrek is aan geïntegreerde diensten voor seksuele en reproductieve gezondheid/seksueel en gendergerelateerd geweld;

J.  overwegende dat opgeleide, werkende vrouwen, en met name vrouwen die zich kandidaat hebben gesteld bij verkiezingen voor een openbaar ambt gevaar lopen; overwegende dat er berichten zijn van de executie van drie vrouwelijke advocaten en van vier dokters in centraal-Mossul; overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR) de Mensenrechtenraad naar verwachting in maart 2015 een verlag zal presenteren over de door IS/Da'esh in Irak gepleegde schendingen van de mensenrechten; overwegende dat geloofsafvalligen het doelwit en het slachtoffer zijn geworden van onmenselijk geweld;

K.  overwegende dat LGBT-personen het slachtoffer zijn van geweld en moorden door IS/Da'esh, die volstrekt onbestraft blijven; overwegende dat LGBT-personen in de regio in een bijzonder kwetsbare positie verkeren omdat zij slechts weinig steun ontvangen van hun families en van de gemeenschap en door de overheid nauwelijks worden beschermd, en dat hun veiligheid in vluchtelingengemeenschappen en bepaalde gastgemeenschappen onvoldoende gewaarborgd wordt;

L.  overwegende dat broodnodige gerichte psychologische hulp voor slachtoffers van het conflict, zo ook van verkrachtingen, niet voorhanden is;

M.  overwegende dat het VN-vluchtelingenbureau (UNHCR) bekend heeft gemaakt dat bijna 50% van alle Syriërs zijn huis heeft moeten verlaten en dat 40% van de vluchtelingen gedwongen in ondermaatse omstandigheden leeft; overwegende dat volgens de VN driekwart van de Syriërs in armoede leeft en het werkeloosheidspercentage in het land boven de 50% ligt; overwegende dat ondanks grote inspanningen van de betrokken regeringen twee derde van de Syrische vluchtelingen in Jordanië onder de armoedegrens leeft en dat 55% van de vluchtelingen in Libanon in ondermaatse opvang leeft; overwegende dat in de gastlanden het geweld tegen en de discriminatie van vluchtelingen zijn toegenomen;

N.  overwegende dat het Midden-Oosten een strenge winter doormaakt en dat de UNHCR zijn winterhulp heeft uitgebreid met een programma ten belope van 206 miljoen USD om miljoenen kwetsbare personen in de regio de winter door te helpen; overwegende dat veel vluchtelingen ondanks de pogingen om hulp te bieden, in niet-afgebouwde huizen en ontoereikende noodopvang moeten leven, waarin zij blootstaan aan vorst, zware sneeuwval en harde wind; overwegende dat ongeveer 740 000 in eigen land ontheemde Irakezen een ondermaatse behuizing hebben en dat de UNHCR stappen onderneemt om aan 600 000 ontheemden in Irak winterhulp te verlenen;

O.  overwegende dat bij stijgende temperaturen het risico op epidemieën toeneemt als gevolg van de slechte sanitaire omstandigheden en de beperkte beschikbaarheid van veilig drinkwater, vooral in gemeenschappelijke en informele nederzettingen;

P.  overwegende dat Unicef aan 916 000 van de beoogde 1,3 miljoen kinderen in Syrië, Irak, Libanon, Jordanië en Turkije winterhulp verleent; overwegende dat Unicef en het Wereldvoedselprogramma (WVP) in januari 2015 met een wintercampagne voor financiële bijstand zijn gestart om aan 41 000 kwetsbare vluchtelingenkinderen in de kampen Za'atari en Azraq 14 Jordaanse dinar te verstrekken zodat hun gezin winterkleren voor hen kan kopen;

Q.  overwegende dat het WVP op 1 december 2014 een kritiek voedselhulpprogramma voor meer dan 1,7 miljoen Syrische vluchtelingen tijdelijk heeft moeten opschorten vanwege een internationale financieringscrisis; overwegende dat het WVP 88 miljoen USD heeft geworven na een dringende oproep, en daarmee voedselhulp zou kunnen bieden aan de vluchtelingen in Libanon, Jordanië, Egypte en Turkije; overwegende dat volgens schattingen van het WVP 2,8 miljoen mensen in Irak momenteel voedselhulp nodig hebben; overwegende dat het WVP alleen al dringend om 214,5 miljoen USD heeft gevraagd voor zijn operaties in Syrië en de regio, waarvan 112,6 miljoen USD nodig was om tegemoet te komen aan de voedselhulpbehoeften voor de komende vier maanden;

R.  overwegende dat de bij het conflict betrokken partijen collectieve bestraffing als oorlogswapen hebben ingezet en hulpgoederen hebben gestolen en illegaal verhandeld, waarmee ze de Verdragen van Genève hebben geschonden;

S.  overwegende dat volgens de Commissie ongeveer 276 000 vluchtelingen hebben geprobeerd de EU illegaal binnen te komen, van wie de meerderheid een gevaarlijke reis heeft ondernomen over de Middellandse Zee; overwegende dat volgens internationale organisaties bijna 2% van de vluchtelingen verdronken is tijdens de reis; overwegende dat criminele organisaties vluchtelingen vervoeren in "spookboten" die op de automatische piloot op de EU afstevenen; overwegende dat er op 9 december 2014 een conferentie over hervestiging werd gehouden in Genève, waarbij regeringen toezegden 100 000 Syrische vluchtelingen op te nemen; overwegende dat volgens de UNHCR de bijdragen nog steeds ontoereikend zullen zijn voor hervestiging in de regio;

T.  overwegende dat de EU en haar lidstaten ruim 3,3 miljard EUR hebben uitgetrokken voor noodhulp en hulp bij het herstel aan Syriërs in hun eigen land en aan de vluchtelingen en hun gastlanden; overwegende dat de EU en haar lidstaten alleen al in 2014 met 163 miljoen EUR aan verleende steun de op een na grootste donor voor Irak waren; overwegende dat het EU-mechanisme voor civiele bescherming op verzoek van de Iraakse regering geactiveerd is; overwegende dat de EU meer heeft uitgegeven dan gepland om humanitaire noden te lenigen, en overwegende dat fondsen die zijn toegezegd door diverse landen buiten de EU niet altijd daadwerkelijk zijn overgemaakt;

U.  overwegende dat de internationale gemeenschap ondanks diverse oproepen niet voorziet in de behoeften van de Syriërs en Irakezen en van de landen die de vluchtelingen hebben opgevangen; overwegende dat volgens Kang Kyung-wha, adjunct-secretaris-generaal van de VN voor humanitaire aangelegenheden, de VN-operaties met een gebrekkige financiering kampen omdat slechts 39% van de vereiste 2,3 miljard USD is ontvangen; overwegende dat de UNHCR heeft laten weten dat de verstrekking van noodhulp een absolute prioriteit blijft, nog steeds erg moeilijk is om ter plaatse op te treden om burgers en vluchtelingen de benodigde hulp te verlenen; overwegende dat VN-agentschappen die humanitaire programma's beheren, moeten toezien op een beter geïntegreerde en meer kostenefficiënte respons op de behoeften van alle volken die in nood verkeren;

V.  overwegende dat de internationale gemeenschap een evenredig antwoord moet bieden op de militaire inspanningen om het lijden van burgers als gevolg van het conflict te verzachten; overwegende dat rechtvaardigheid en verzoening nodig zijn als onderdeel van post-conflictmaatregelen en als een stap op weg naar de opbouw van een inclusief, representatief en democratisch bestuur;

W.  overwegende dat een aantal lidstaten het rechtmatige Iraakse leger en de Koerdische peshmerga's hulp biedt in de vorm van uitrusting en opleiding; overwegende dat een aantal lidstaten rechtstreeks aan de militaire acties van de coalitie tegen IS/Da'esh deelneemt;

1.  veroordeelt ten stelligste de door het Assad-regime en de terroristen van IS/Da'esh en andere jihadistische groeperingen gepleegde gruwelijke, systematische en wijdverbreide schendingen van de mensenrechten in Irak en Syrië, waaronder het doden van gijzelaars, alle vormen van geweld tegen personen op grond van hun religieuze of etnische identiteit, en geweld tegen vrouwen en LGBTI; onderstreept andermaal dat het recht op vrijheid van denken, geweten en godsdienst een fundamenteel mensenrecht is; betreurt de oprichting van onwettige, zogeheten "shariarechtbanken" in het gebied dat IS/Da'esh in handen heeft; herhaalt zijn volstrekte veroordeling van foltering; spreekt zijn medeleven uit met de slachtoffers van de door het Assad-regime en de terroristen van IS/Da'esh en andere jihadistische groeperingen begane gruweldaden, en dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van alle gijzelaars; veroordeelt het misbruik van kinderen door IS/Da'esh stellig;

2.  geeft uiting aan zijn toenemende bezorgdheid over de verslechterende humanitaire en mensenrechtensituatie in Syrië en Irak en over de schendingen van het internationaal humanitair recht, vooral in de context van de opstand van IS/Da'esh;

3.  onderstreept dat de aanhoudende oorlog in Syrië en de dreiging die uitgaat van IS/Da'esh een ernstig gevaar vormen voor de inwoners van Irak en Syrië, en het Midden-Oosten in ruimere zin; verzoekt de EU met een alomvattende regionale strategie te komen om IS/Da'esh te verslaan, en bij te dragen aan de gezamenlijke inspanningen om de humanitaire crisis te beteugelen en het conflict in Syrië en Irak te beëindigen; herinnert eraan dat er een samenhangend antwoord nodig is om alle aspecten van het engagement te coördineren, en gastlanden te ondersteunen, onder andere met veiligheids-, humanitaire, ontwikkelings- en macro-economische hulp; prijst de rol van de buurlanden bij het opvangen van vluchtelingen; onderstreept dat de EU een strategie nodig heeft die de activiteiten van de VN en de anti-IS/Da'esh-coalitie aanvult en die zich richt op de samenwerking met regionale partners om de financiering van het terrorisme, de wapenleveranties en de stroom van transnationale buitenlandse strijders aan te pakken;

4.  benadrukt dat de verschillende etnische en religieuze minderheden in het Midden-Oosten tientallen jaren lang vreedzaam hebben samengeleefd;

5.  steunt de wereldwijde campagne tegen IS/Da'esh en is verheugd over de vastbeslotenheid van de coalitiepartners om in het kader van een gemeenschappelijke, veelzijdige langetermijnstrategie samen te werken met het doel IS/Da'esh te verslaan; steunt de vastberadenheid van de koning van Jordanië om IS/Da'esh te bestrijden; is verheugd over de nederlaag van IS/Da'esh in de Syrische stad Kobani; benadrukt dat hulp aan de landen in de regio voor de bestrijding van gewelddadig extremisme, samen met instrumenten om de financiering van terrorisme tegen te gaan, onderdeel moet zijn van deze strategie; benadrukt in dit verband dat bij elke militaire campagne gericht op de bevrijding van de door IS/Da'esh gecontroleerde gebieden, het internationaal humanitair recht en de mensenrechten strikt in acht moeten worden genomen om te vermijden dat er nog meer mensen hun leven verliezen, hetgeen de extremisten in de kaart zou spelen, en ook om te voorkomen dat er nieuwe golven vluchtelingen en intern ontheemden ontstaan;

6.  veroordeelt het gebruik en de exploitatie van olievelden en oliegerelateerde infrastructuur door IS/Da'esh en daarmee verbonden groepen, aangezien IS/Da'esh daarmee aanzienlijke inkomsten verwerft, en verzoekt alle landen met klem zich te houden aan Resoluties 2161 (2014) en 2170 (2014) van de VN-Veiligheidsraad, waarin elke vorm van directe of indirecte handel met IS/Da'esh en daarmee verbonden groepen wordt veroordeeld;

7.  benadrukt de centrale rol die de bescherming van burgers moet innemen in zijn alomvattende regionale strategie, en de noodzaak om humanitaire en militaire/terreurbestrijdingsinspanningen gescheiden te houden; benadrukt het verband tussen conflicten en menselijk lijden en radicalisering;

8.  is van mening dat het voor de bestrijding van terrorisme binnen de EU van cruciaal belang is dat het extremistische terreurgevaar dat in het Midden-Oosten en Noord-Afrika en daarbuiten terrein wint, wordt verslagen, omdat de opmars van deze terroristen een voedingsbodem vormt voor radicalisering in eigen land;

9.  uit andermaal zijn bezorgdheid over het feit dat duizenden buitenlandse strijders, onder wie onderdanen van EU-lidstaten, zich bij de IS/Da'esh-opstand hebben aangesloten; verzoekt de lidstaten passende maatregelen te nemen om te voorkomen dat strijders van hun grondgebied vertrekken – in overeenstemming met Resolutie 2170 (2014) van de VN-Veiligheidsraad – en om een gemeenschappelijke strategie voor veiligheidsdiensten en EU-agentschappen te ontwikkelen voor het volgen en controleren van jihadisten; roept op tot samenwerking in de EU en op internationaal niveau met het oog op passende juridische stappen tegen eenieder die ervan verdacht wordt bij terroristische acties betrokken te zijn; roept de EU-lidstaten ertoe op hun samenwerking en de informatie-uitwisseling onderling en met EU-organen op te voeren;

10.  is verheugd over de nieuwe strategie van de EU voor Syrië en Irak en de dreiging die uitgaat van IS/Da'esh, en met name over het pakket van 1 miljard EUR om "de vrede en de veiligheid te helpen herstellen" die volgens de vv/hr "al te lang door terrorisme en geweld teniet zijn gedaan";

11.  dringt er bij de internationale gemeenschap op aan meer humanitaire hulp en bijstand te bieden aan de mensen die door de crisis in Irak en Syrië zijn getroffen; verzoekt de EU te overwegen om een donorconferentie te beleggen; is verheugd over de toezeggingen die de lidstaten van de EU als grootste donor van financiële steun hebben gedaan en over hun toezeggingen voor de toekomst; verzoekt de EU druk uit te oefenen op alle donoren opdat zij hun beloften en toezeggingen op korte termijn naleven; dringt aan op verhoging van de bijdragen van de EU aan de humanitaire programma's van de VN, en pleit voor nauwere samenwerking van de EU met internationale organisaties;

12.  benadrukt dat de verlichting van het lijden van miljoenen Syriërs en Irakezen die behoefte hebben aan basisgoederen en -diensten, gezien de ongeziene omvang van de crisis, een prioriteit moet zijn van de EU en de internationale gemeenschap als geheel; veroordeelt de stelselmatige tegenwerking van pogingen om humanitaire hulp te verlenen en verzoekt alle bij het conflict betrokken partijen de universele mensenrechten te eerbiedigen, de verlening van humanitaire hulp en bijstand via alle mogelijke kanalen te vergemakkelijken, ook over grenzen en conflictlijnen heen, en de veiligheid van alle medische en humanitaire hulpverleners te garanderen, zoals in de verschillende resoluties van de VN-Veiligheidsraad wordt geëist;

13.  vraagt alle conflictpartijen het internationaal humanitair recht te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat burgers worden beschermd, onbelemmerd toegang hebben tot medische voorzieningen en humanitaire bijstand, en gebieden waar geweld heerst, veilig en waardig kunnen verlaten;

14.  is ervan overtuigd dat onmiddellijke humanitaire bijstand en bescherming een integraal onderdeel moeten vormen van langetermijnstrategieën om het menselijk leed ten gevolge van het conflict te lenigen en de sociaaleconomische rechten en bestaansmogelijkheden van teruggekeerde vluchtelingen, binnenlandse ontheemden en vluchtelingen, dus ook vrouwen, te ondersteunen, om verbeterd leiderschap en participatie te waarborgen, zodat zij voor duurzame oplossingen kunnen kiezen die aansluiten op hun behoeften; is van mening dat er aandacht moet worden geschonken aan de specifieke risico's en behoeften van verschillende groepen vrouwen en kinderen die meervoudige en elkaar overlappende vormen van discriminatie ondervinden;

15.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan onmiddellijk specifieke maatregelen te nemen om de situatie van vrouwen en meisjes in Irak en Syrië aan te pakken, hun vrijheid en de eerbiediging van hun fundamentele rechten te garanderen, alsook maatregelen vast te stellen om uitbuiting en misbruik van en geweld tegen vrouwen en kinderen, in het bijzonder de gedwongen uithuwelijking van meisjes, te voorkomen; vindt de toename van alle vormen van geweld jegens vrouwen die door IS/Da'esh-leden gevangen genomen, verkracht, seksueel misbruikt en verkocht worden, buitengewoon zorgelijk;

16.  dringt aan op hernieuwde aandacht voor de toegang tot onderwijs, afgestemd op de specifieke behoeften die voortkomen uit het voortdurende conflict;

17.  vraagt de EU en de lidstaten in verband met Irak en Syrië ten volle gebruik te maken van de EU-richtsnoeren inzake bevordering en bescherming van alle mensenrechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen (LGBTI's);

18.  roept de internationale humanitaire organisaties die werkzaam zijn in Irak en Syrië, waaronder VN-agentschappen, om meer medische en adviesdiensten te verstrekken, waaronder psychologische behandelingen en ondersteuning, aan ontheemden die gevlucht zijn voor de opmars van IS/Da'esh, waarbij vooral aandacht moet worden besteed aan de behoeften van de meest kwetsbare groeperingen, d.w.z. de overlevenden van seksueel geweld en kinderen; vraagt dat er financiële bijstand ter beschikking wordt gesteld en dat er programma's worden opgezet om in de medische/psychologische en sociale behoeften van de overlevenden van seksueel en gendergerelateerd geweld bij het conflict te voorzien;

19.  verzoekt alle lidstaten te zorgen voor een snellere afhandeling van de asielaanvragen van het toenemende aantal vluchtelingen dat de conflictgebieden ontvlucht; dringt er bij de EU op aan om werk te maken van het probleem van de vaak dodelijk verlopende reizen over de Middellandse Zee en een gecoördineerde strategie ten uitvoer te leggen om levens te redden en tevens steun te verlenen aan de lidstaten die het zwaarst worden getroffen door het feit dat niet-reguliere migranten en asielzoekers massaal hun kusten bereiken;

20.  veroordeelt nogmaals ten stelligste de misdaden die het Syrische regime tegen zijn bevolking heeft begaan, waaronder het gebruik van chemische wapens en brandwapens tegen burgers, massale willekeurige detentie en een belegeringsstrategie die erin bestaat de burgerbevolking uit te hongeren;

21.  wijst erop dat IS/Da'esh heeft kunnen gedijen dankzij de ondoeltreffende reactie op de instabiliteit in Syrië; uit zijn bezorgdheid over de toenemende betrokkenheid van extremistische islamitische groeperingen en buitenlandse strijders bij het conflict in Syrië; benadrukt dat voor een duurzame oplossing een politieke transitie nodig is via een door de Syriërs geleid inclusief politiek proces op basis van het communiqué van Genève van juni 2012 met de steun van de internationale gemeenschap; verzoekt de EU het initiatief te nemen voor diplomatieke inspanningen met dat doel voor ogen; verwelkomt en steunt de werkzaamheden van Staffan de Mistura, de speciale gezant van de Verenigde Naties voor Syrië, en zijn inspanningen om tot een onderbreking van de zware gevechten in steden zoals Aleppo te komen;

22.  vraagt alle regionale actoren bij te dragen aan de inspanningen het oog op de-escalatie in Irak en Syrië;

23.  verzoekt de nieuwe Iraakse leiders zich te houden aan hun belofte om een inclusieve regering te vromen die de legitieme belangen vertegenwoordigt en voorziet in de dringende humanitaire behoeften van alle Irakezen; vraagt de Iraakse autoriteiten en de internationale gemeenschap te voorkomen dat er wraak wordt genomen op de soennitische bevolking in de momenteel door IS/Da'esh gecontroleerde gebieden wanneer deze gebieden eenmaal van IS/Da'esh zijn bevrijd; onderstreept dat de eenheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Irak essentieel zijn voor de stabiliteit en de economische ontwikkeling van het land en de regio;

24.  is ingenomen met de inspanningen die het kantoor van ECHO (DG van de Commissie voor Humanitaire Hulp en Civiele Bescherming) in Erbil, de hoofdstad van de Iraakse regio Koerdistan, zich getroost om de humanitaire situatie in de regio te verbeteren; benadrukt dat de coördinatie tussen ECHO en het DG van de Commissie voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling (DEVCO) moet worden uitgebreid en verbeterd om de bevolkingsgroepen in nood optimaal en zo effectief mogelijk te helpen;

25.  is verheugd over de aankondiging van vv/hv Federica Mogherini over de opening van het EU-kantoor in Erbil, en wenst dat het optreden van de EU ter plaatse daardoor doeltreffender en zichtbaarder wordt, met onder meer een betere coördinatie van de humanitaire en ontwikkelingshulp; vraagt dat het EU-kantoor in Gaziantep (Turkije) versterking krijgt;

26.  staat achter het verzoek van de VN-Mensenrechtenraad aan het OHCHR om dringend een missie naar Irak te sturen om de schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten door IS/Da'esh en daarmee verbonden terroristische groeperingen te onderzoeken en de feiten en omstandigheden van die schendingen vast te stellen, teneinde straffeloosheid te voorkomen en een volledige verantwoordingsplicht te waarborgen;

27.  blijft ervan overtuigd dat er geen duurzame vrede in Syrië en Irak mogelijk is zonder dat rekenschap wordt afgelegd voor de misdaden die tijdens het conflict zijn gepleegd, met name misdaden op religieuze of etnische gronden; herhaalt zijn oproep om degenen die worden verdacht van het plegen van misdaden tegen de menselijkheid in Syrië en Irak voor het Internationaal Strafhof te brengen en steunt alle initiatieven in deze richting, bijvoorbeeld in de VN-Veiligheidsraad;

28.  verzoekt om gelijke verantwoordingsplicht voor alle partijen die betrokken zijn bij het conflict, en toegang tot rechtshulp voor alle slachtoffers van de alomtegenwoordige schendingen; is van mening dat het cruciaal is om de burgers te beschermen die geteisterd worden door geweld en geen veilig onderkomen kunnen vinden of die geen toegang hebben tot levensreddende humanitaire hulp;

29.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en de Raad van Volksvertegenwoordigers van Irak, het regionale bestuur van Koerdistan, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN-Mensenrechtenraad en alle partijen die betrokken zijn bij het conflict in Syrië.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0023.

Juridische mededeling