Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2008(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0027/2015

Ingediende teksten :

A8-0027/2015

Debatten :

PV 10/03/2015 - 16
CRE 10/03/2015 - 16

Stemmingen :

PV 11/03/2015 - 9.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0061

Aangenomen teksten
PDF 241kWORD 204k
Woensdag 11 maart 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Richtsnoeren voor de begroting 2016 - Afdeling III
P8_TA(2015)0061A8-0027/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 11 maart 2015 over de algemene richtsnoeren voor de voorbereiding van de begroting 2016, afdeling III – Commissie (2015/2008(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 312 en 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3),

–  gezien zijn resolutie van 17 december 2014 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015(4),

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015(5) en de zes desbetreffende gezamenlijke verklaringen van het Parlement, de Raad en de Commissie, alsmede de drie unilaterale verklaringen,

–  gezien de mededeling van de Commissie over een investeringsplan voor Europa dat op van 26 november 2014 door de Commissie werd goedgekeurd (COM(2014)0903), en het voorstel voor een verordening betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, dat de Commissie op 13 januari 2015 heeft goedgekeurd (COM(2015)0010),

–  gezien titel II, hoofdstuk 8, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0027/2015),

A.  overwegende dat de EU-begroting voornamelijk een investeringsbegroting met een groot hefboomeffect is en een katalysator vormt voor groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid in de gehele Unie; overwegende dat de EU-begroting de uitvoering vergemakkelijkt van programma's en projecten die anders moeilijk of niet ten uitvoer zouden kunnen worden gelegd en dat zij – door middelen te bundelen en schaalvoordelen mogelijk te maken – garant staat voor de financiering van strategische investeringen in programma's met een Europese meerwaarde; overwegende dat de EU-begroting een concrete positieve invloed heeft op het leven van de burgers; overwegende dat zij een cruciale rol speelt bij het beperken van de verschillen tussen de Europese regio's en bij het waarborgen dat investeringen terecht komen in gebieden waar deze het hardst nodig zijn;

B.  overwegende dat het investeringsniveau in de EU als gevolg van de economische en financiële crisis aanzienlijk is teruggelopen en de ontwikkelingskloof tussen de verschillende regio's van de EU is toegenomen; overwegende dat de EU-begroting, als gevolg van de aanhoudende economische en budgettaire problemen op nationaal niveau, een essentiële rol vervult bij de bevordering van het concurrentievermogen en de versterking van de economische, sociale en territoriale cohesie in de Unie;

C.  overwegende dat de EU-begroting haar doelstellingen niet kan verwezenlijken indien haar soliditeit, integriteit en geloofwaardigheid in twijfel worden getrokken; overwegende dat alle verplichtingen die deel uitmaken van het meerjarig financieel kader 2014-2020 volledig moeten worden nagekomen en dat een aantal problemen die zich de afgelopen jaren hebben opgestapeld, met name het ongekende aantal onbetaalde facturen aan het eind van 2014, onverwijld moeten worden opgelost; overwegende dat het groeiende aantal onbetaalde facturen tot vertragingen in de tenuitvoerlegging van programma’s en Europese fondsen leidt, waar in de eerste plaats de Europese burgers onder te lijden hebben; overwegende dat de structurele betalingsachterstand bovendien de vraag oproept of een rente voor betalingsachterstand moet worden ingevoerd, aangezien lokale overheden het door de Europese Unie betaalde aandeel vooraf moeten financieren door zich tot de financiële markten te wenden; benadrukt dat annulering ervan geen oplossing voor de betalingscrisis is; herinnert eraan dat artikel 310 VWEU voorschrijft dat de ontvangsten en uitgaven op de EU-begroting in evenwicht moeten zijn;

D.  overwegende dat 2016 het jaar is waarin de nieuwe EU-programma's van het MFK 2014-2020 in werking worden gesteld en volledig operationeel zullen zijn, en waarin een begin wordt gemaakt met de tussentijdse herziening van het MFK;

Drie concepten die weer op de rails moeten worden gezet: Werkgelegenheid, ondernemingsgeest en ondernemerschap voor slimme, duurzame en inclusieve groei in de Europese Unie

1.  wijst nadrukkelijk op het potentieel en de meerwaarde van de EU-begroting voor het scheppen van werkgelegenheid en de ontwikkeling van ondernemingen en ondernemerschap voor slimme, duurzame en inclusieve groei in de gehele Unie; benadrukt in dit verband tevens de bijdrage die de EU-begroting levert aan de economische, sociale en territoriale cohesie, aan steun voor onderzoek en ontwikkeling, alsook aan de mogelijke energietransitie en interconnectiviteit om nieuwe banen en groei te creëren; constateert dat een hele reeks EU-programma's, waaronder Horizon 2020, Cosme, Erasmus+ en het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, rechtstreeks bijdragen aan de verwezenlijking van deze nagestreefde doelstellingen; verwacht dat de Commissie deze op groei gerichte programma's en instrumenten een wezenlijk deel zal laten uitmaken van de ontwerpbegroting 2016, zodat kan worden gegarandeerd dat daarvoor daadwerkelijk de nodige middelen zullen worden uitgetrokken;

2.  brengt in herinnering dat er in de EU meer dan 20 miljoen kmo´s zijn en dat zij 99 % van alle bedrijven vormen; is van mening dat een gunstig ondernemingsklimaat en de ontwikkeling van een ondernemerscultuur met fatsoenlijke banen in de EU de kmo´s hun rol zouden kunnen teruggeven van voornaamste banenschepper in de Unie – een rol die als gevolg van de economische crisis onder druk is komen te staan; onderstreept in dit verband dat het noodzakelijk is de totstandkoming en functionering van startende ondernemingen in de EU te bevorderen, door ondernemers samen te brengen en nieuwe projecten te stimuleren; is van mening dat alle in het kader van het Cosme-programma beschikbare financiële instrumenten – naast de vereenvoudiging van de wetgeving en het terugdringen van administratieve rompslomp – moeten dienen om kmo´s te helpen en te ondersteunen om deze doelstelling te verwezenlijken, met name door hun gemakkelijker toegang tot markten en kredieten te verschaffen; benadrukt het grote potentieel voor kmo´s en midcap-ondernemingen in het kader van het Europees Fonds voor strategische investeringen;

3.  benadrukt dat de Europese structuur- en investeringsfondsen het grootste deel van de investeringsuitgaven in de EU-begroting voor hun rekening nemen en dat zij bovendien essentieel zijn voor het scheppen van banen, het herstel van de groei en de bevordering van het concurrentievermogen en innovatie; onderstreept dat het cohesiebeleid van de EU van nut is geweest om de overheidsinvesteringen gaande te houden op vitale economische gebieden en in de praktijk tastbare resultaten heeft opgeleverd die de lidstaten en de regio's kunnen helpen om de huidige crisis te boven te komen en de Europa 2020-doelstellingen te behalen; verzoekt de Commissie en de lidstaten alles in het werk te stellen om de nog resterende operationele programma's in de komende maanden snel goedgekeurd te krijgen, zodat de uitvoering ervan in de loop van 2016 op kruissnelheid zal komen;

4.  maakt zich zorgen over de financiering van het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief vanaf 2016, aangezien het volledige budget voor dit programma in 2014 en 2015 vervroegd beschikbaar is gesteld; benadrukt met klem dat de bestrijding van de jeugdwerkloosheid verder moet worden geïntensiveerd en dat alle voor dit doel beschikbare financieringsmogelijkheden in aanmerking moeten worden genomen; wijst erop dat 2016 het eerste jaar zal zijn waarin de binnen de totale voor verplichtingen beschikbare marge beschikbaar zal worden gesteld, als bepaald in de MFK-verordening 2014-2020, boven de MFK-plafonds voor de jaren 2016 tot en met 2020 voor beleidsdoelstellingen met betrekking tot groei en werkgelegenheid, in het bijzonder de werkgelegenheid voor jongeren; verzoekt de Europese Commissie vast te stellen wat de oorzaken zijn van de vertraging bij de tenuitvoerlegging van dit programma en er samen met de lidstaten voor te zorgen dat het fonds ten volle wordt benut;

5.  onderstreept het belang van grensoverschrijdende mobiliteit als een instrument dat Europa in staat stelt te profiteren van de verscheidenheid aan vaardigheden onder de bevolking, en waarmee tegelijkertijd de opleidings- en werkgelegenheidskansen voor alle generaties kunnen worden verruimd; is van mening dat emblematische en succesvolle mobiliteitsprogramma's zoals Erasmus+ ten goede komen aan zowel individuele personen als aan de economie in haar geheel, en dat daarvan dan ook ten volle gebruik moet worden gemaakt; herinnert er in dit verband aan dat altijd rekening moet worden gehouden met de sociale aspecten van mobiliteit en dat mobiliteit slechts een van de mogelijke instrumenten voor de bestrijding van werkloosheid is en niet het laatste redmiddel mag zijn;

6.  brengt in herinnering dat belastingfraude en belastingontduiking een negatief effect hebben op de economieën van de lidstaten en, bijgevolg, op de begroting van de EU; benadrukt in het bijzonder dat iedere vorm van btw-fraude, zoals "carrouselfraude", rechtstreeks van invloed is op de ontvangsten van de EU; vraagt de Commissie om intensivering van de EU-programma's die de inspanningen van de lidstaten op dit terrein aanvullen;

7.  is ingenomen met de invoering van criteria voor groene ontwikkeling in de EU-begroting; is evenwel van mening dat het EU-beleid doeltreffend moet bijdragen aan de verwezenlijking van de overeengekomen doelstellingen inzake de bestrijding van de klimaatverandering, de bevordering van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, en de bescherming van het milieu en de biodiversiteit; meent dat het hier de belangrijkste mondiale uitdagingen op middellange en lange termijn betreft, die niet vergeten mogen worden;

De EU-begroting en het investeringsplan

8.  verwelkomt, als een eerste stap, het door de Commissie voorgestelde investeringsplan, waarmee in potentie 315 miljard euro aan investeringen in infrastructuur, onderwijs en onderzoek, maar ook in kmo´s en midcap-ondernemingen kan worden gemobiliseerd, teneinde het tekort aan publieke en private investeringen als gevolg van de economische en financiële crisis te compenseren; merkt op dat de EU-begroting naar verwachting de ruggengraat van dit investeringsplan zal vormen door het garantiefonds van 8 miljard euro aan vastleggingen en betalingen ter beschikking te stellen dat nodig is voor de financiering van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI); is van mening dat de budgettaire bijdrage van de EU een aanzienlijk rendement moet genereren door middel van een groter hefboomeffect; bevestigt zijn bereidheid om zeer nauwkeurig te onderzoeken hoe de financiële vastleggingen van de Europese Unie ten aanzien van de EIB voor het instellen van het EFSI zijn opgenomen in de EU-begroting;

9.  wijst op het aanvullende en complementaire karakter van het voorgestelde investeringsplan en de EU-begroting en op hun gezamenlijke doel om de economie weer op gang te brengen en de werkgelegenheid een impuls te geven; wijst er met nadruk op dat de EU-begroting op zich al een gewichtig investeringsinstrument is met een specifieke rol en doelstelling, dat tastbare resultaten met een duidelijke Europese meerwaarde heeft opgeleverd; is ervan overtuigd dat alles in het werk moet worden gesteld om de nodige synergieën te creëren, niet alleen tussen het investeringsplan en de EU-begroting, maar ook met de nationale begrotingen, teneinde de investeringskloof te dichten, convergentie en stabiliteit te waarborgen en het effect van overheidsuitgaven op de reële economie te optimaliseren; onderstreept voorts dat het belangrijk is bestaande belemmeringen voor investeringen weg te nemen, met name met betrekking tot de duidelijkheid en voorspelbaarheid van het regelgevingskader;

Interne en externe solidariteit en een veilig Europa

10.  wijst er nogmaals op dat de EU-begroting een instrument van interne solidariteit vormt doordat zij de economische, sociale en territoriale cohesie ondersteunt, armoede helpt bestrijden, sociale integratie bevordert en de verschillen in ontwikkeling tussen de lidstaten, maar ook tussen de regio’s in de lidstaten zoveel mogelijk beperkt; benadrukt dat zij ook een instrument voor externe solidariteit vormt, dat voorziet in noodhulp bij humanitaire en civiele crises door hulp te bieden aan landen in nood - zoals Oekraïne - en door ervoor te zorgen dat de EU zich heeft ontwikkeld tot de grootste donor van ontwikkelingshulp, met als doel de toezeggingen van de EU met betrekking tot de uitroeiing van armoede te verwezenlijken, als bevestigd in de Europese consensus inzake ontwikkeling, en bij te dragen tot de mondiale ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015;

11.  stelt met bezorgdheid vast dat Europa, hoewel het een van de veiligste plaatsen ter wereld is, wordt geconfronteerd met nieuwe soorten bedreigingen voor zijn interne veiligheid, die nopen tot nauwere politiële en justitiële samenwerking en coördinatie, de ontwikkeling van maatregelen voor betere integratie en grotere sociale cohesie, waardoor tegelijkertijd de stabiliteit en de vrede in conflictgebieden wordt bevorderd; benadrukt dat een gezamenlijke inzet om migratiestromen op te vangen een combinatie van interne en externe solidariteit vergt; spreekt nogmaals zijn steun uit voor versterking van de EU-middelen en de totstandbrenging van een cultuur van een eerlijke verdeling van de lasten bij de aanpak van asiel en migratie, teneinde veilige buitengrenzen te waarborgen met volledige inachtneming van de fundamentele waarden van de EU, met bijzondere aandacht voor acties in de Middellandse Zee en aan de zuidoostelijke grens van de EU; verzoekt de Commissie om met betrekking tot de desbetreffende programma's en instrumenten gerichte verbeteringen voor te stellen en aldus te laten zien dat de EU vast van plan is om deze kwesties aan te pakken;

Nakomen van verplichtingen

12.  is ervan overtuigd dat de EU-begroting niet haar volledige potentieel kan ontplooien zonder op een resolute en ondubbelzinnige manier een aantal problemen te regelen die zich de afgelopen paar jaren hebben opgestapeld en die vorig jaar helaas de begrotingsonderhandelingen hebben overschaduwd, met name het steeds weer opduikende probleem van aan het eind van het jaar nog steeds openstaande facturen, de budgettering van de speciale MFK-instrumenten en de vertraging bij de tenuitvoerlegging van nieuwe operationele programma’s in het kader van het cohesiebeleid; is van mening dat uiterlijk in 2015 concrete en duurzame oplossingen moeten worden gevonden voor deze nog onopgeloste kwesties;

13.  dringt aan op de volledige tenuitvoerlegging van de gezamenlijke verklaringen inzake betalingskredieten en pleit ervoor dat het Parlement, de Raad en de Commissie aan het eind van de begrotingsprocedure-2015 een betalingsplan overeenkomen; is van mening dat dit een teken zou zijn dat de drie instellingen werkelijk streven naar een oplossing voor het probleem van openstaande rekeningen; herinnert aan de verbintenis om in de loop van dit jaar ten minste drie interinstitutionele bijeenkomsten te beleggen over de betalingsproblematiek, teneinde de balans te kunnen opmaken van de uitgevoerde betalingen en de bijgestelde prognoses; verwacht dat de eerste van deze bijeenkomsten in maart 2015 een eerste overzicht zal opleveren van de omvang van de eind 2014 voor de voornaamste beleidsterreinen nog openstaande rekeningen; betreurt dat de omvang van de onbetaalde rekeningen voor alleen de cohesieprogramma's over de periode 2007-2013, zoals was voorspeld, eind 2014 het historische record van 24,7 miljard heeft bereikt; betreurt dat deze schuld de geloofwaardigheid van de EU ondermijnt en in tegenspraak is met de doelstellingen die op het hoogste politieke niveau zijn vastgesteld voor groei en werkgelegenheid; wijst erop dat betalingen het directe en logische gevolg zijn van in het verleden aangegane verplichtingen;

14.  beschouwt de opstelling en uitvoering van een solide betalingsplan met als doel de omvang van aan het eind van het jaar nog openstaande rekeningen te verminderen tot het structurele niveau in de loop van het huidige MFK als een uitermate belangrijke doelstelling, zoals verklaard door de Raad, het Parlement en de Commissie in de gemeenschappelijke verklaring die in het kader van de begrotingsprocedure-2015 is goedgekeurd; herinnert eraan dat dit plan tijdig vóór de presentatie van de ontwerpbegroting 2016 door de drie instellingen zal worden goedgekeurd; is van mening dat de in maart 2015 te houden interinstitutionele bijeenkomst de drie instellingen de mogelijkheid moet bieden om het eens worden over dit plan;

15.  herinnert eens te meer aan zijn vaste standpunt dat de betalingen voor de speciale instrumenten (de flexibiliteitsinstrumenten, het Solidariteitsfonds van de EU, het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering en de reserve voor noodhulp) buiten de MFK-betalingsplafonds om moeten worden geboekt, zoals dat ook het geval is voor de vastleggingen; betreurt dat er tijdens de begrotingsprocedure van vorig jaar geen overeenstemming kon worden bereikt als gevolg van de door de Raad gehanteerde onjuiste interpretatie van de desbetreffende MFK-bepaling; wijst erop dat het standpunt van de Raad in deze kwestie een verdere beperking van het MFK ten opzichte van de periode 2007-2013 kan inhouden; verwacht dat deze aangelegenheid zal worden geregeld via de in 2015 door de Commissie door te voeren technische aanpassing van de totale marge voor betalingen;

16.  herinnert eraan dat EU-agentschappen een belangrijke rol vervullen bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van beleid en doelstellingen van de EU, zoals concurrentievermogen, groei en werkgelegenheid; herinnert de Commissie en de Raad eraan dat de EU-agentschappen taken uitvoeren die hun zijn opgedragen door de wetgevende autoriteit en derhalve moeten worden gerespecteerd als belangrijke onderdelen van het EU-bestuur; benadrukt dat de agentschappen moeten beschikken over voldoende financiële en personele middelen om ervoor te zorgen dat zij hun wettelijk mandaat volledig en doeltreffend kunnen vervullen; benadrukt dat één EU-agentschap reeds bekend heeft gemaakt dat het lopende projecten heeft moeten uitstellen en annuleren als gevolg van de forse budgettaire en personeelsbezuinigingen waar in het kader van de begroting 2015 toe is besloten; herhaalt dat het Parlement tegenstander is van de herindelingspool en verzoekt de Commissie het effect ervan ongedaan te maken in de ontwerpbegroting 2016;

Te volgen koers

17.  verzoekt de Commissie bij de opstelling van de ontwerpbegroting voor 2016 rekening te houden met de hierboven genoemde politieke prioriteiten, zodat de relevante EU-programma's en activiteiten van de nodige middelen worden voorzien om deze doelstellingen te kunnen verwezenlijken; verwacht in dit verband van de zijde van de Commissie een positieve respons op de overige in deze resolutie verwoorde verzoeken en standpunten, zodat de steeds weer opduikende problemen kunnen worden opgelost en de dit jaar af te wikkelen begrotingsprocedure kan worden vergemakkelijkt; verwacht van de Commissie voorts dat zij in haar ontwerpbegroting een adequaat bedrag aan betalingskredieten voorstelt op basis van reële prognoses en behoeften, teneinde de Europese Unie de middelen aan te reiken om haar ambities waar te maken;

18.  herinnert eraan dat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie er overeenkomstig het Verdrag op toezien dat de Unie over de financiële middelen beschikt waarmee zij haar juridische verplichtingen jegens derden kan voldoen; dringt erop aan alle uit hoofde van de MFK-verordening beschikbare middelen te gebruiken om de wettelijke verplichtingen van de Unie na te komen en betalingen aan belanghebbenden, zoals onderzoekers, universiteiten enzovoort, niet in gevaar te brengen of te vertragen;

19.  verzoekt de Raad bij de behandeling van de begroting voor volgend jaar niet met twee maten te meten en aan de verwachtingen te voldoen die in zijn eigen verklaringen en besluiten zijn verwoord, ongeacht of deze betrekking hebben op de betalingscrisis, het MFK, de Europa 2020-strategie of het weer op gang brengen van investeringen; is van mening dat deze politieke verklaringen en toezeggingen van nul en generlei waarde zijn, tenzij er voldoende budgettaire middelen worden uitgetrokken om de uitvoering ervan mogelijk te maken;

20.  verbindt zich ertoe, binnen de MFK-plafonds en onder inachtneming van het nijpende tekort aan betalingen, zijn rol als tak van de begrotingsautoriteit met toewijding en verantwoordelijkheidszin te zullen vervullen door zich in te zetten voor duidelijke, gerichte verhogingen, met name op begrotingsterreinen met een hoge bestedingscapaciteit die overeenkomen met zijn politieke prioriteiten, en tastbare resultaten te waarborgen; is tegen deze achtergrond voornemens zich, met de steun van zijn gespecialiseerde commissies, te zullen beraden over de specifieke programma's en begrotingslijnen waarmee deze doelstelling beter kan worden waargemaakt;

21.  onderstreept dat de begroting voor 2016 van cruciaal belang zal zijn, aangezien 2016 het eerste jaar zal zijn waarin de nieuwe MFK-bepaling inzake de totale voor verplichtingen beschikbare marge ten uitvoer wordt gelegd, maar dit jaar ook als ijkpunt zou moeten dienen voor de postelectorale beoordeling en herziening van het MFK, die vóór eind 2016 zal worden geïnitieerd; wijst op de noodzaak om politieke prioriteiten vast te stellen en tijdig de terreinen in kaart te brengen die aantoonbaar een meerwaarde toevoegen aan de EU-uitgaven waarvoor verdere investeringen in de tweede helft van het MFK voor 2014-2020 noodzakelijk worden geacht; benadrukt in dit verband het belang van een nauwlettend toezicht op de uitvoering en de resultaten van de voornaamste EU-programma's, waarvan al tijdens de huidige begrotingsprocedure werk moet worden gemaakt;

22.  bevestigt eens te meer dat het voorstander is van een grondige hervorming van het stelsel van de eigen middelen van de EU, waarvan de huidige tekortkomingen ernstige impasses in de begrotingsonderhandelingen teweegbrengen; hecht dan ook het allerhoogste politieke belang aan de activiteiten van de Groep op hoog niveau eigen middelen, die onder het voorzitterschap staat van Mario Monti; is ingenomen met het "eerste evaluatieverslag" van de Groep op hoog niveau, waarin wordt voorgesteld het vraagstuk van eigen middelen voor de EU-begroting vanuit zoveel mogelijk perspectieven te bekijken; ziet voorts verwachtingsvol uit naar de resultaten en voorstellen die voortkomen uit de werkzaamheden van de Groep, die zullen worden gepresenteerd op een in 2016 te houden interinstitutionele conferentie waaraan ook wordt deelgenomen door de nationale parlementen, en die in het teken zal staan van de behoordeling/herziening van het MFK;

o
o   o

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(2) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0100.
(5) PB L 69 van 13.3.2015.

Juridische mededeling