Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2212(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0018/2015

Ingediende teksten :

A8-0018/2015

Debatten :

PV 11/03/2015 - 7
CRE 11/03/2015 - 7

Stemmingen :

PV 11/03/2015 - 9.17
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0069

Aangenomen teksten
PDF 183kWORD 232k
Woensdag 11 maart 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Governance van de interne markt binnen het Europees semester 2015
P8_TA(2015)0069A8-0018/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 11 maart 2015 over de governance van de interne markt binnen het Europees semester 2015 (2014/2212(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 november 2014, met de titel "Jaarlijkse groeianalyse 2015" (COM(2014)0902),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 november 2013 met de titel "Jaarlijkse groeianalyse 2014" (COM(2013)0800) en het verslag van de Commissie van 13 november 2013 met de titel "Een eengemaakte markt voor groei en werkgelegenheid: Een analyse van de geboekte vooruitgang en resterende hindernissen in de lidstaten - Bijdrage tot de jaarlijkse groeianalyse 2014" (COM(2013)0785),

–  gezien het verslag van de Commissie van 28 november 2012 over de "Stand van zaken op het gebied van de integratie van de interne markt 2013 - Bijdrage aan de jaarlijkse groeianalyse 2013" (COM(2012)0752),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 8 juni 2012 getiteld "Betere governance van de interne markt" (COM(2012)0259),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010, met als titel "Europa 2020 - Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 maart 2014 getiteld "Tussenopname van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei " (COM(2014)0130),

–  gezien de mededeling van de commissie van 2 juni 2014 met de titel "Europees semester 2014: landenspecifieke aanbevelingen – Inzetten op groei" (COM(2014)0400),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 3 oktober 2012 getiteld "Akte voor de interne markt II – Samen voor nieuwe groei" (COM(2012)0573),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 april 2011 getiteld "Akte voor de interne markt – Twaalf hefbomen voor het stimuleren van de groei en het versterken van het vertrouwen – Samen werk maken van een nieuwe groei" (COM(2011)0206),

–  gezien het verslag van 9 mei 2010 dat Mario Monti op verzoek van de voorzitter van de Europese Commissie heeft opgesteld over "Een nieuwe strategie voor de eengemaakte markt ten dienste van de Europese economie en samenleving",

–  gezien de in opdracht van de IMCO-commissie in september 2014 gepubliceerde studie getiteld "De kosten van een niet-verenigd Europa voor de interne markt",

–  gezien de in opdracht van de IMCO-commissie in september 2014 gepubliceerde studie getiteld "Indicatoren voor het meten van de prestaties van de eengemaakte markt – Ontwikkeling van de internemarktpijler van het Europees semester",

–  gezien de in opdracht van de IMCO-commissie in september 2014 gepubliceerde studie getiteld "De bijdrage van de interne markt en consumentenbescherming aan groei",

–  gezien de in juli 2014 verschenen editie van het onlinescorebord van de interne markt,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 26-27 juni 2014,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 20-21 maart 2014,

–  gezien de op 25-26 september 2014 gehouden beraadslagingen van de Raad Concurrentievermogen over de Europa 2020-strategie voor groei en werkgelegenheid,

–  gezien zijn resolutie van 7 februari 2013 met aanbevelingen aan de Commissie over de governance van de interne markt(1), en het bijbehorende antwoord van de Commissie dat op 8 mei 2013 is aangenomen,

–  gezien zijn resolutie van dinsdag 25 februari 2014 over de governance van de interne markt binnen het Europees semester 2014(2), en het bijbehorende antwoord van de Commissie dat op 28 mei 2014 is aangenomen,

–  gezien zijn resolutie van 22 oktober 2014 inzake het Europees semester voor economische beleidscoördinatie: uitvoering van de prioriteiten voor 2014(3),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0018/2015),

A.  overwegende dat de interne markt en de interne digitale markt in het kader van de tussentijdse herziening van de Europa 2020-strategie moeten worden beschouwd als twee belangrijke instrumenten om de economische groei in de EU weer op gang te brengen, om degelijke banen te creëren en om tegelijkertijd de complementariteit met de meer traditionele aanjagers van groei, zoals het stimuleren van investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie, opleiding en onderwijs, te garanderen, waarbij de aandacht met name moet uitgaan naar de behoeften van kmo´s;

B.  overwegende dat de internemarktstrategie een integrale aanpak vereist die rekening houdt met de zorgen van de burgers, de consumenten en kmo´s en die internemarktprioriteiten vaststelt voor alle beleidsterreinen teneinde een levensvatbare interne markt te voltooien die als katalysator voor economisch herstel en duurzame groei dient;

C.  overwegende dat de governance van de interne markt binnen het Europees semester moet worden geïntensiveerd als een horizontale prioriteit van de verschillende beleidsterreinen van de Unie, en dat daarbij het noodzakelijke evenwicht bewaard moet worden tussen de economische, sociale en ecologische dimensies daarvan en dat de kwaliteit van de omzetting, de implementatie en de handhaving van de daarop van toepassing zijnde voorschriften moet worden verbeterd opdat ze in praktisch en economisch opzicht goed werken en de duur van inbreukprocedures daardoor aanzienlijk wordt ingekort;

D.  overwegende dat door de governance van de interne markt binnen het Europees semester en de overeenkomstige landenspecifieke aanbevelingen voor een concurrerender Europa een erg positief proces in gang is gezet dat hoogwaardige werkgelegenheid met een billijke groei creëert en zo beter investeerders aantrekt;

E.  overwegende dat de interne markt twintig jaar nadat zij officieel is gecreëerd nog steeds niet volledig is voltooid, met name omdat de lidstaten de wetgeving van de Unie nog niet volledig hebben omgezet of uitgevoerd;

F.  overwegende dat de internemarktstrategie van de EU samenhangend en vastberaden moet worden aangepakt en moet worden gecoördineerd op basis van een holistische benadering en een pragmatisch, coherent en breed opgezet akkoord dat door alle lidstaten en door de Europese instellingen wordt gesteund; overwegende dat krachtig leiderschap, engagement en coördinatie van de zijde van alle EU-instellingen, met name van de zijde van de voorzitters van de Commissie en de Raad, evenals een duidelijke politieke inbreng, medewerking en solidariteit van de zijde van de lidstaten nog steeds noodzakelijk zijn om de internemarktregels volledig uit te voeren en te handhaven en de geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de interne markt en het beheer ervan te vergroten;

G.  overwegende dat er weliswaar tal van instrumenten, met name specifieke indicatoren, bestaan om de economische prestaties van de interne markt binnen het Europees semester te meten, maar dat deze tot dusver nog geen significante beleidseffecten hebben teweeggebracht;

H.  overwegende dat alles op alles moet worden gezet om te zorgen voor heldere, eenvoudige, werkbare en afdwingbare wetgeving, maar ook om een voorspelbaar en stabiel kader tot stand te brengen om te beoordelen hoe de wetgeving op de interne markt in de praktijk werkt;

I.  whereas a well-functioning and effective Single Market, based on a sustainable and highly innovative and competitive social market economy, is needed to boost sustainable growth and competitiveness, to attract investment, to promote social cohesion and to create jobs so as to revitalise the European economy; whereas a deeper and fairer Single Market with a strengthened industrial base ranks high in the priorities of the Commission Work Programme 2015; whereas the Member States and the EU should jointly draw up a European industrial policy, building on the work already undertaken in this area in recent years and focusing on strategic sectors, also with a view to achieving the objectives set in the work programme; whereas the Single Market is also needed to allow the needs of the citizens, consumers and business to be adequately taken into account and ensure that the policies proposed can provide added value for European citizens and other actors;

J.  overwegende dat deze scherpere fixatie op de interne markt in het kader van het Europees semester nodig is om de groei- en werkgelegenheidsmogelijkheden in Europa beter te benutten, de versterking van de interne markt tot de kern van de Europese industriële strategie te maken, beter te communiceren over de positieve effecten ervan, en burgers en bedrijven in staat te stellen daar ten volle van te profiteren;

K.  overwegende dat de lidstaten zich ertoe hebben verbonden de interne energiemarkt tegen 2014 te voltooien en de "energie-eilanden" tegen 2015 in de interne energiemarkt op te nemen;

L.  overwegende dat een voltooide interne energiemarkt onmisbaar is voor de algehele continuïteit en duurzaamheid van de energievoorziening in de Unie en van cruciale waarde is voor haar mondiale concurrentievermogen, de economische groei en het creëren van nieuwe banen, zoals wordt onderkend in de Akte voor de interne markt II en de Europa 2020-strategie;

I.  De ontwikkeling van de internemarktpijler van het Europees semester

1.  roept de Commissie er nogmaals toe op de governance van de interne markt te verbeteren via de ontwikkeling van een analytisch instrument om de prestaties van de interne markt op het vlak van economie en regelgeving in het kader van de internemarktpijler van het Europees semester beter te meten; is van mening dat een dergelijk analyse-instrument een nuttige inbreng kan leveren voor de landenspecifieke aanbevelingen (CSR's), de jaarlijkse groeianalyse, de richtsnoeren van de Europese Raad voor de lidstaten en de nationale actieplannen die gericht zijn op de uitvoering van de internemarktrichtsnoeren;

2.  benadrukt het belang en de toegevoegde waarde van de verslagen over de stand van de internemarktintegratie van de vorige jaren, gezien de bijdrage ervan aan de algemene prioriteiten die worden gesteld in de jaarlijkse groeianalyse van de Commissie en aan de identificatie van landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees semester; betreurt het daarom ten zeerste dat het verslag over de stand van de internemarktintegratie in 2015 wordt geschrapt;

3.  betreurt dat het verslag wordt geschrapt bovendien omdat het op een moment komt dat het Parlement en de Commissie zich ertoe hebben verbonden specifieke indicatoren te ontwikkelen om de internemarktintegratie en al het potentieel nut van aanvullende gerichte integratie in essentiële groeigebieden te beoordelen; dringt er daarom op aan extra inspanningen te leveren om een betere tenuitvoerlegging en handhaving van bestaande regels te garanderen;

4.  roept de Commissie ertoe op de herstructurering van de jaarlijkse groeianalyse 2015 te verduidelijken en te verklaren waarom ze geen bijdrage heeft gepubliceerd over de huidige stand van zaken van de internemarktintegratie betreffende de voornaamste gebieden met een hoog groeipotentieel; verzoekt de Commissie om ten minste de gegevens die verzameld zijn over de interne markt te publiceren zodat deze de jaarlijkse groeianalyse van dit jaar kunnen aanvullen;

5.  roept de Commissie ertoe op zo vroeg mogelijk in 2015 een verslag over de stand van de internemarktintegratie voor te leggen zodat dit richting kan geven aan de internemarktpijler van het Europees semester 2015; onderstreept niettemin dat de timing van het verslag in de toekomst opnieuw bekeken moet worden; is van mening dat voor een maximale impact, ook met betrekking tot de landenspecifieke aanbevelingen, een dergelijk verslag samen met de jaarlijkse groeianalyse gepubliceerd zou moeten worden;

6.  dringt er bij de Commissie op aan elk jaar een verplicht rapport voor te leggen teneinde de werking van de interne markt in het kader van het Europees semester te controleren door middel van een analyse van de stand van de internemarktintegratie op de voornaamste gebieden met een hoog groeipotentieel; roept de Commissie ertoe op in het kader van de jaarlijkse groeianalyse beleidsprioriteiten op te stellen die helpen om het volledige groeipotentieel van de interne markt te ontsluiten en om de resterende belemmeringen in verband met verdere integratie weg te nemen;

7.  neemt kennis van het feit dat in de jaarlijkse groeianalyse 2015 steun wordt uitgesproken voor een geïntegreerde interne markt die consumenten dezelfde mogelijkheden biedt als hun thuismarkt, en benadrukt dat consumenten online dezelfde rechten zouden moeten genieten als op de traditionele markten;

8.  beklemtoont dat in de jaarlijkse groeianalyse 2015 wordt erkend dat om het concurrentievermogen in Europa te verhogen te belastende wetgeving, vooral voor kmo's, vermeden moet worden, toegang tot financiering verbeterd moet worden en de kwaliteit van de investeringen in onderzoek en innovatie gewaarborgd moet worden;

9.  neemt nota van de voordelen die een modernisering van de administratie kan opleveren, zoals uiteengezet in de jaarlijkse groeianalyse, en hoe daarmee de bureaucratie en regelgevingsobstakels kunnen worden geëlimineerd, wat bedrijven en consumenten ten goede zou komen door meer mededinging, werkgelegenheid en groei in Europa;

10.  dringt aan op een algehele herziening van het kader voor de internemarktgovernance en op een strenger toezicht op en beoordeling van de goede uitvoering en de correcte, tijdige en effectieve toepassing van de internemarktregels; wijst er nadrukkelijk op dat de interne markt moet worden gedefinieerd als de derde pijler van het Europees semester om een duidelijke reeks prioriteiten met betrekking tot de reële economie te kunnen bestrijken, met volledige inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid in de EU;

11.  roept de Commissie ertoe op ten volle rekening te houden met de voornaamste gebieden van groei en kwalitatief hoogwaardige werkgelegenheid voor de opbouw van een op de 21ste eeuw ingerichte Europese interne markt, zoals die in een eerder stadium door de Commissie zijn aangewezen en nader zijn gedefinieerd in de van september 2014 daterende studie getiteld "De kosten van een niet-verenigd Europa voor de interne markt", en die onder meer diensten, de digitale interne markt en met name elektronische handel, het consumentenacquis, overheidsopdrachten en concessies en het vrije verkeer van goederen omvatten; dringt er eveneens bij de Commissie op aan de interne markt voor vervoer en energie te voltooien;

12.  is van mening dat er een geïntegreerd meetsysteem moet worden uitgewerkt waarbij verschillende methoden, zoals samengestelde indicatoren, een stelselmatige reeks indicatoren en sectorale instrumenten met elkaar moeten worden gecombineerd om de prestaties van de interne markt te meten, zodat deze in het Europees semester kunnen worden ingepast; wijst er met nadruk op dat er ten behoeve van de internemarktintegratie moet worden nagedacht over de toepassing van een kernindicator en van een daarvoor te hanteren streefcijfer, teneinde een impuls te kunnen geven aan de verdieping van de interne markt en daarvoor over een maatstaf te kunnen beschikken;

13.  verzoekt de Commissie te komen met een methode voor de vaststelling van kwantitatieve streefcijfers voor het verminderen van de administratieve lasten op Europees niveau; wijst op de positieve ervaringen die sommige lidstaten hebben met het vaststellen van nettoreductiedoelstellingen teneinde de nalevingskosten te verminderen; dringt erop aan dat deze methode in overweging wordt genomen in het nieuwe initiatief van de Commissie inzake vermindering van de administratieve lasten;

14.  merkt op dat er met het oog op de beoordeling van de economische gevolgen voor de interne markt binnen het Europees semester meer werk moet worden gemaakt van de verschaffing van adequate gegevens over de toegepaste methodiek en de gebruikte gegevens, teneinde de geloofwaardigheid en de vergelijkbaarheid van de behaalde resultaten te kunnen garanderen, de nodige verbanden te kunnen leggen met achteraf verrichte evaluaties, en hiaten te kunnen opsporen in de gegevens die nodig zijn om evaluaties uit te voeren;

15.  herhaalt zijn oproep dat de procedures dienen te voorzien in adequate betrokkenheid van het Europees Parlement in de cyclus van de economische governance, tot vaststelling door het Parlement en de Raad van andere maatregelen die nodig zijn om de internemarktgovernance te versterken, in het bijzonder maatregelen op de gebieden waarop het regelgevingskader van de Unie is vastgesteld overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure van artikel 294 VWEU;

16.  betreurt dat de landenspecifieke aanbevelingen onvoldoende zijn afgestemd op de Europa 2020-doelstellingen; dringt er derhalve op aan dat er vastberadener inspanningen worden geleverd om nationaal en EU-beleid beter aan te sturen en te coördineren en dat de noodzakelijke specifieke maatregelen voor het versterken van de interne markt worden ingevoerd en het volledige potentieel daarvan wordt benut teneinde slimme, duurzame en inclusieve groei en concurrentievermogen te bevorderen en banen te creëren, met name voor jongeren;

17.  is van mening dat de nationale parlementen zich verantwoordelijker moeten voelen voor de landenspecifieke aanbevelingen; moedigt de lidstaten aan de Commissie de mogelijkheid te bieden om de landenspecifieke aanbevelingen aan de nationale parlementen voor te leggen vóór zij door de Raad worden vastgesteld; verzoekt de lidstaten voorts grotere betrokkenheid te tonen bij de implementatie van de landenspecifieke aanbevelingen, en de EU-doelstellingen op nationaal niveau rigoureus om te zetten in eigen doelstellingen; is derhalve van mening dat de lidstaten jaarlijks uitvoerig verslag moeten uitbrengen over de implementatie van de landenspecifieke aanbevelingen met betrekking tot gebieden van de interne markt; herhaalt voorts zijn verzoek dat de Commissie verslag uitbrengt aan de bevoegde commissie van het Parlement over de maatregelen die getroffen zijn om ervoor te zorgen dat er gevolg wordt gegeven aan de landenspecifieke aanbevelingen en over de vooruitgang die er tot dan toe is geboekt; verzoekt de lidstaten in de bevoegde commissie van het Parlement uitleg te geven over de aanzienlijke verschillen wat betreft de landenspecifieke aanbevelingen;

18.  is het ermee eens dat in de landenspecifieke aanbevelingen voor 2014 zo sterk de nadruk wordt gelegd op het opheffen van ongerechtvaardigde toegangsbeperkingen en -belemmeringen in essentiële sectoren, zoals de detailhandel, elektronische handel en zakelijke dienstverlening; dringt er bij de betrokken lidstaten op aan de grootst mogelijke aandacht te besteden aan die aanbevelingen en deze belemmeringen voor de groei van de interne markt onmiddellijk op te heffen;

19.  verlangt dat in de komende landenspecifieke aanbevelingen in het Europees semester de bevindingen in het verslag over de internemarktintegratie veel sterker en strakker tot uiting komen dan eerder het geval was;

20.  betreurt dat de Commissie het bevorderen van de interne markt tot nu toe geen prioriteit van het Europees semester heeft gemaakt; verzoekt de Commissie de governance van de interne markt, met name wat betreft de maatregelen inzake banen, groei en concurrentievermogen, tot een essentieel onderdeel te maken van alle opeenvolgende procesfasen van het Europees semester; herinnert de Commissie eraan dat een echte interne markt op deze gebieden een sterke impuls zou geven aan de economische groei en het creëren van banen in de EU; dringt erop aan de kansen die dit nieuwe kader biedt te benutten en het volledige potentieel te ontplooien van de belangrijkste groeiterreinen en de maatregelen die zijn opgenomen in de wetgevingspakketten interne markt I en II, waarbij aandacht moet worden besteed aan de noodzaak rekening te houden met de zorgen en verwachtingen van burgers;

21.  wijst er nadrukkelijk op dat de EU, de lidstaten, de regio's, de gemeenten, de sociale partners en de belanghebbenden bij de uitvoering en ontwikkeling van beleidsmaatregelen een geïntegreerde aanpak moeten hanteren om de sociale markteconomie te stimuleren; 

22.  roept de Commissie, de lidstaten en de regio's ertoe op ervoor te zorgen dat de EU-fondsen voor de periode 2007-2013 volledig aangewend worden; merkt op dat de lidstaten en de regio's de gelegenheid hebben om hun beleid en investeringen voor de periode 2014-2020 te richten op sectoren waar meer groei en werkgelegenheid wordt gecreëerd, vooral voor jonge mensen, zoals de digitale interne markt, energie, diensten en de groene economie, alsook om werkelijk en kwaliteitsvol te investeren in onderzoek, ontwikkeling en innovatie zodat alle burgers toegang tot netwerkinfrastructuur hebben;

II.  Nog onbenut potentieel van de interne markt op cruciale groeiterreinen

23.  herinnert eraan dat de interne markt een belangrijke motor is voor groei en banen en een onontbeerlijke rol te vervullen heeft bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei; merkt evenwel op dat dit potentieel in velerlei opzicht onbenut blijft;

24.  wijst op de drie prioriteiten die in het kader van de Europa 2020-strategie zijn vastgesteld, namelijk:

   de ontwikkeling van een op kennis en innovatie gebaseerde economie;
   de bevordering van een groenere, concurrerender economie waarin efficiënter met hulpbronnen wordt omgesprongen;
   de aanmoediging van een economie met veel werkgelegenheid en sociale en territoriale cohesie;

25.  verwelkomt de nieuwe aanpak van de Commissie in de jaarlijkse groeianalyse voor 2015 die een gecoördineerde stimulans geeft aan investeringen in de EU, gericht op het verhogen van interne vraag en het aanmoedigen van een meer concurrerende economie; is er sterk van overtuigd dat, om zo ambitieus mogelijk te zijn, prioriteit moet worden gegeven aan investeringen die de digitale economie stimuleren en die een meer concurrerende interne markt scheppen, dit in samenwerking met de lidstaten;

26.  maakt zich ernstig zorgen over de afname van de particuliere investeringen in Europa en het gebrek aan vertrouwen bij particuliere investeerders hetgeen leidt tot een terughoudendheid om te investeren, in het bijzonder als gevolg van het gebrek aan structurele hervormingen en het ontbreken van een groeibevorderende EU-strategie, alsook van de resterende obstakels binnen de interne markt voor groei op gebieden als elektronische handel; dringt er bij de lidstaten op aan het investeringsplan actief te ondersteunen en bij te dragen aan het Europees Fonds voor strategische investeringen, om zo de bedragen uit de EU-begroting en van de ECB aan te vullen teneinde investeringen door de particuliere sector te sturen en aan te moedigen;

27.  roept de Commissie, de lidstaten, de regio's en alle belanghebbenden ertoe op zich op de reële economie te concentreren door investeringsbeleidspunten uit te werken en te ontwikkelen die op hun beurt particuliere investeerders zullen aantrekken; dringt voorts aan op investeringen in de scholing van zowel individuen als bedrijven inzake het digitale tijdperk, zoals de nieuwste technologieën in de energiesector, aangezien dit voor een hefboomeffect zorgt, een mondiaal digitaal netwerk garandeert, onderwijs en kwaliteitsonderzoek en hoogwaardige innovatie ondersteunt en flinke vooruitgang oplevert in het tot stand brengen van een interne markt in de vervoersector, waardoor we op gelijke voet kunnen concurreren met de grote wereldmachten;

28.  roept de Commissie en de lidstaten ertoe op het regelgevingskader voor kmo's te verbeteren, gezien hun capaciteit om werkgelegenheid te creëren; dringt erop aan dat de in het Cosme-programma gepresenteerde kansen optimaal benut worden, door niet alleen ondernemerschap in Europa aan te moedigen, maar ook kmo's beter toegang te bieden tot financiering en tot zowel de EU-markt als de wereldmarkt;

29.  benadrukt de noodzaak om investeringen te koppelen aan innovatie en ondernemerschap, om zo de kansen die de economie en de digitale maatschappij bieden te maximaliseren en een intelligent Europees industrieel beleid te ontwikkelen; deze investeringen moeten met name gericht zijn op kmo's, aangezien deze de grootste problemen hebben met het aantrekken van investeringen, en moeten voorts concrete maatregelen voor start-ups, sociaal ondernemerschap en sociale innovatie ondersteunen, aangezien zij in de toekomst banen zullen scheppen voor jongeren;

30.  staat erop dat het nodig is om met concrete maatregelen de Europese ondernemersgeest een nieuwe impuls te geven, hetgeen betekent dat kmo´s makkelijk toegang moeten krijgen tot krediet, met name in sectoren van essentieel belang; vraagt eveneens om alternatieven te zoeken voor bancaire financiering;

31.  vraagt de lidstaten om met meer vastberadenheid de kaart van innovatieve en kenniseconomieën te trekken, aangezien deze ons zullen voorbereiden op de banen en de vereisten van het digitale tijdperk van de toekomst, waardoor onze bedrijven innovatiever en weerbaarder zullen worden op de wereldmarkt, met name door de volledige integratie van ICT-toepassingen;

De digitale interne markt

32.  is van mening dat, zoals aangegeven in de jaarlijkse groeianalyse voor 2015, een verdere vooruitgang op het gebied van de digitale interne markt van cruciaal belang is voor de bevordering van groei, kwalitatief hoogwaardige banen en handhaving van het mondiale concurrentievermogen van de Europese economie, en voordelen zal opleveren voor zowel bedrijven als consumenten; vraagt de Commissie derhalve om een ambitieus Europees actieplan 2016-2020 voor eGovernment op te stellen om aldus de doelstellingen van Europa 2020 te blijven ondersteunen;

33.  wijst op het belang van investeringen, onder meer in breedbandnetwerken, voor de verwezenlijking van de prioritaire doelstellingen op het belangrijke terrein van de digitale markt; beveelt aan om een aanzienlijk deel van het toekomstige investeringsplan van 315 miljard euro toe te wijzen aan gerichte en strategische investeringen op digitaal gebied; geeft voorts aan dat een aantal samenhangende factoren, zoals een hoge penetratiegraad van het netwerk en een bevolking en ondernemingen die uiterst vaardig zijn met ICT-toepassingen, cruciaal is voor het verwezenlijken van een echte digitale interne markt; roept de EU en de lidstaten op een prioriteit te maken van investeringen in infrastructuur voor digitale netwerken en van de digitale alfabetisering van hun bedrijven en burgers;

34.  is van mening dat fragmentatie en rechtsonzekerheid de voornaamste punten van zorg zijn op dit gebied en dat de inconsequente handhaving van de bestaande EU-voorschriften in de lidstaten moet worden tegengegaan;

35.  wijst erop dat de voltooiing van de digitale interne markt het bbp in de periode tot 2020 met 0,4% extra zou kunnen doen groeien (520 miljard EUR op het prijspeil van 2014) en de werkgelegenheid met ongeveer 0,1%, oftewel meer dan 223 000 banen tegen 2020, overeenkomstig de informatie uit de studie "De kosten van een niet-verenigd Europa voor de interne markt"; is van mening dat het aanpakken van obstakels voor elektronische handel, investeringen in breedbandinfrastructuur en de invoering van nieuwe technologieën zoals 4G en 5G cruciaal zijn voor de ontwikkeling van digitale oplossingen, aangezien die afhankelijk zijn van snelle en doeltreffende verbindingen; beschouwt de invoering van het algemeen kader voor gegevensbescherming en de netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn van de EU als essentieel voor de voltooiing van de digitale interne markt tegen 2015; dringt erop aan dat investeringen worden gedaan om een einde te maken aan de ongelijke toegang tot breedband- en 4G-netwerken in de EU;

36.  benadrukt het verband tussen een bloeiende elektronische handel en de groei van het bbp per hoofd van de bevolking en vraagt daarom om werk te maken van een echte grensoverschrijdende elektronische handel en cloud computing, waarvoor het essentieel is om een einde te maken aan de fragmentering van de 28 digitale markten, om te zorgen voor universele toegang tot het internet en om een veilig internet en consumentenvertrouwen de hoekstenen van de interne digitale markt te maken, aangezien er zonder vertrouwen geen sprake van een digitale markt kan zijn;

37.  beklemtoont dat overeenkomstig het verslag "De kosten van een niet-verenigd Europa" de verdere ontwikkeling van e-overheidsdiensten zou zorgen voor een besparing van 100 miljard euro per jaar; dringt er bij de lidstaten op meer en intensievere inspanningen te doen om hun overheidsbestel te moderniseren, zodat burgers en bedrijven steeds meer administratieve handelingen elektronisch kunnen verrichten wanneer ze gebruik maken van hun rechten op de interne markt, met name in grensoverschrijdende gevallen;

38.  onderstreept dat er behoefte is aan voor het digitale tijdperk werkbare voorschriften voor de interne EU-markt, en dat dit de uitvoering van de internemarktregels met zich meebrengt voor onlinebetalingen, de ontwikkeling van veilige in heel Europa geldende elektronische oplossingen (bv. elektronische facturering en de elektronische handtekening), de hervorming van intellectuele-eigendomsrechten, en duidelijkere btw-voorschriften, in voorkomend geval, om het vertrouwen in elektronische handel te versterken, om de kwaliteit van de aan consumenten verstrekte informatie over hun rechten te verbeteren en om de consumenten op het internet hetzelfde beschermingsniveau te bieden als het niveau dat zij op hun traditionele markten gewend zijn;

39.  beklemtoont dat de herziening van het recente kader voor de economische governance een goede kans biedt om er bij de lidstaten op aan te dringen meer inspanningen te leveren op het vlak van de digitale interne markt, wat niet alleen meer groei en banen betekent, met name bij kmo´s en voor jongeren, maar ook een toekomstgerichte en moderne Europese Unie;

40.  is van mening dat de lidstaten zich meer moeten inspannen om hun overheidsdiensten te moderniseren door verstrekking van meer en beter toegankelijke digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven, door verlaging van de kosten en verhoging van de efficiëntie daarvan, en door bevordering van grensoverschrijdende samenwerking en de uitvoering van interoperabiliteitskaders voor overheidsdiensten;

41.  benadrukt het belang van elektronische identificatie en vertrouwensdiensten om het aantal en de kwaliteit van elektronische uitwisselingen te doen toenemen met het oog op groei; vraagt de lidstaten derhalve om alle noodzakelijke maatregelen te treffen opdat tegen 1 juli 2016 de verordening betreffende elektronische transacties in de interne markt kan worden toegepast;

42.  beschouwt de verbetering van de digitale vaardigheden in de Unie als een absolute prioriteit;

Vrij verkeer van goederen

43.  is van mening dat het vrij verkeer van goederen, kapitaal, diensten en mensen zowel burgers als bedrijven nog steeds een onbenut potentieel te bieden heeft in termen van efficiëntie, groei en werkgelegenheid;

44.  spreekt opnieuw zijn steun uit voor de sluiting van integrale handels- en investeringsakkoorden, die een ondersteuning vormen van en verenigbaar zijn met het scheppen van hoogwaardige werkgelegenheid voor Europese werknemers, direct ten goede zouden komen aan de Europese consumenten en nieuwe kansen zouden creëren voor EU-bedrijven, met name kmo´s, waarbij de sociale, milieu- en consumentennormen van de EU moeten worden geëerbiedigd, en acht dit van essentieel belang voor het creëren van nieuwe groeimogelijkheden; is van mening dat het Parlement nauw moet worden betrokken bij onderhandelingen over het acquis van de interne markt en dat bij alle aanpassingen van bestaande wetgeving en bij alle nieuwe wetgeving de rol van het Parlement als medewetgever volledig moeten worden geëerbiedigd;

45.  roept de lidstaten op om de waardeketens van grensoverschrijdende productie te versterken, als een kernelement voor het bevorderen van het concurrentievermogen en de groei, het creëren van banen en het wegnemen van bestaande handelsbelemmeringen in relatief brede sectoren, maar wijst erop dat indien deze niet voldoende geïntegreerd worden, het potentieel van de interne markt niet ten volle wordt benut;

46.  dringt erop aan strenger toezicht te houden op de obstakels voor het goederenverkeer in de interne markt;

Diensten

47.  onderstreept dat er in de Europa 2020-strategie specifieke beleidsmaatregelen moeten worden opgenomen om de belemmeringen in de dienstensectoren die onder de dienstenrichtlijn vallen weg te nemen, alsook in bijvoorbeeld de financiële dienstensector, waarbij ook explicieter de nadruk moet komen te liggen op de verdieping van de interne markt;

48.  wijst erop dat er een aanzienlijk onbenut groeipotentieel bestaat in de dienstensector, gelet op de potentiële baten die in het rapport "De kosten van een niet-verenigd Europa voor de interne markt" worden geraamd op 337 à 637 miljard EUR;

49.  meent dat aangezien de dienstensector een van de sectoren met het meeste groeipotentieel in de EU is, het nodig is striktere maatregelen te nemen om de concurrentie in de sector te vergroten, onder andere voor de kleinhandel, en de wetgeving voor bedrijven, en met name kmo´s, te vereenvoudigen; beklemtoont hoe belangrijk het is om ervoor te zorgen dat alle consumenten, families en bedrijven universeel toegang hebben tot overheidsdiensten;

50.  is van mening dat de bescherming van de consument, de keuze en de concurrentie op het gebied van financiële diensten moeten worden versterkt, waarbij met name aandacht moet worden besteed aan de verschillende behoeften van consumenten, inclusief de meest kwetsbare consumenten; is van mening dat de mogelijkheden voor financieel bewustzijn van de consument moeten worden verbeterd, gezien de aanzienlijke verwarring die rond financiële producten kan ontstaan en de problemen die hierdoor aan individuele consumenten en de interne markt kunnen worden berokkend;

51.  wijst er nogmaals op dat er nog meer inspanningen moeten worden geleverd om fraude en belastingontwijking en -ontduiking tegen te gaan en roept er derhalve toe op meer nadruk te leggen op goede fiscale governance in zowel de particuliere als de publieke sector in de EU; benadrukt dat het verslag "De kosten van een niet-verenigd Europa" aangeeft dat 9 miljard euro per jaar kan worden gegenereerd met maatregelen als de standaardisering van elektronische facturen en de grensoverschrijdende coördinatie van belastingstelsels; verwelkomt de aankondiging door de voorzitter van de Commissie van een automatische gegevensuitwisseling over nationale fiscale beslissingen; onderstreept dat moet worden gezorgd voor meer en betere fiscale coördinatie om oneerlijke concurrentie en marktverstoring te voorkomen en te zorgen voor gelijke kansen op de interne markt;

52.  verwelkomt de verklaring van de Commissie in het verslag over de jaarlijkse groeianalyse 2015 dat "belastingfraude en -ontduiking aanpakken belangrijk is om billijkheid te garanderen en ervoor zorgt dat lidstaten de belastinginkomsten verkrijgen die hun verschuldigd zijn";

53.  stelt zich eens te meer op het standpunt dat de totale omvang en de kwaliteit van investeringen in onderzoek en ontwikkeling moeten worden verhoogd om innovatie te bevorderen en wijst op het verschil in investeringen tussen de lidstaten; herinnert de Commissie aan de noodzaak een werkelijke interne markt op het gebied van kennis, onderzoek en innovatie tot stand te brengen en de Europese onderzoeksruimte te voltooien; onderstreept dat momenteel ongeveer 85 % van de middelen voor innovatie uitsluitend nationaal wordt besteed, zonder grensoverschrijdende samenwerking, en dat de toegevoegde waarde op Europees niveau derhalve niet ten volle wordt benut;

Overheidsopdrachten en concessies

54.  verheugt zich over de aanneming in 2014 van de richtlijnen betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en de gunning van concessieovereenkomsten waardoor het mogelijk is geworden om openbare aanbestedingen in de EU te moderniseren en de duurzaamheid van overheidsopdrachten te bevorderen; benadrukt de toegevoegde waarde van de richtlijn betreffende de gunning van concessieovereenkomsten, met name wat betreft het faciliteren van procedures en het transparanter maken ervan en wat betreft het bieden van meer kansen aan kmo´s, om het aldus mogelijk te maken de problemen bij deze overeenkomsten weg te nemen, de rechtszekerheid, flexibiliteit en transparantie te waarborgen, en de ontwikkeling van economische infrastructuur en openbare diensten van hoge kwaliteit te steunen;

55.  beklemtoont dat om te zorgen voor kwalitatief hoogwaardigere, doeltreffendere en transparantere investeringen en overheidsuitgaven, de wetgeving van de EU betreffende overheidsaanbestedingen en concessies volledig en snel ten uitvoer moet worden gelegd;

56.  onderstreept dat de regelgeving op het gebied van overheidsopdrachten en concessies snel en effectief moet worden omgezet; benadrukt hoe belangrijk overheidsaanbestedingen en hoe waardevol innovatiepartnerschappen als essentiële motor van slimme, duurzame en inclusieve groei, met name voor kmo´s, reden waarom deze bedrijven moeten worden ondersteund met concrete maatregelen ter bevordering van concurrentie en innovatie;

Consumentenacquis

57.  betreurt het dat de gefragmenteerde tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving inzake consumentenbescherming door de lidstaten resulteert in verschillen qua bescherming van de consument en de nauwgezette en tijdige tenuitvoerlegging van eventuele handhavingsmaatregelen; is van mening dat een en ander ten koste gaat van de consistentie en de duidelijkheid van wettelijke bepalingen die in dezelfde sectoren of voor uiteenlopende handelskanalen van toepassing zijn;

58.  verzoekt de Commissie de spoedige uitvoering en handhaving van bestaande regelgeving, zoals de richtlijn consumentenrechten en de bepalingen inzake alternatieve geschillenbeslechting en onlinegeschillenbeslechting, te waarborgen en daarbij te zorgen voor een vermindering van de administratieve lasten; dringt erop aan consumenten adequaat te beschermen bij grensoverschrijdende aankopen overeenkomstig de bescherming die zij op hun traditionele markt genieten, en te zorgen voor betere gegevensbescherming in het digitale tijdperk, waardoor consumenten meer vertrouwen in elektronische handel zullen krijgen; wijst op het belang van een effectieve inachtneming van de rechten van onlineconsumenten en de noodzaak van betaalbare en efficiënte rechtsmiddelen in geval van geschillen;

59.  dringt erop aan dat er maatregelen worden getroffen om duurzame consumptie, in het bijzonder de gebruiksduur van producten, te bevorderen evenals maatregelen ter bestrijding van praktijken die erop gericht zijn deze gebruiksduur opzettelijk te verkorten; hoopt in dit opzicht dat de Commissie een samenhangend actieplan opstelt;

60.  benadrukt dat de richtlijn consumentenrechten een belangrijke stap voorwaarts heeft betekend in het vergroten van de rechtszekerheid voor consumenten en bedrijven in onlinetransacties, en dat het vandaag het belangrijkste instrument voor consumentenbescherming voor onlinediensten vormt;

61.  merkt op dat verdere voordelen kunnen worden gegenereerd door verbeteringen van de werking van de interne markt, zoals de invoering van het systeem voor onlinegeschillenbeslechting (ODR) voor consumentengeschillen, dat circa 22 miljard EUR aan besparingen zou kunnen opleveren;

Energie

62.  verzoekt de Commissie te zorgen voor een werkende interne energiemarkt die niet-discriminerende markttoegang en een hoog niveau van consumentenbescherming biedt, alsook een passend niveau van interconnectiecapaciteit en systeemgeschiktheid;

63.  herhaalt dat de energiezekerheid van Europa moet worden vergroot door diversificatie van de energiebronnen en -routes en wijst erop dat de interne energiemarkt bij wijze van prioriteit moet worden voltooid en het isolement van de "energie-eilanden" in de Unie moet worden beëindigd;

64.  is van mening dat de lidstaten, teneinde de voltooiing van de interne markt, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de leveringszekerheid te bevorderen, dringend een interconnectiecapaciteit op het gebied van elektriciteit van ten minste 10 % en idealiter 30 % moeten bereiken;

65.  is van mening dat de liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt essentieel is om de consumenten meer macht te geven en verzoekt de Commissie om de consumenten centraal te stellen in het EU-beleid inzake de interne energiemarkt;

III.  Criteria ter beoordeling van instrumenten voor internemarktintegratie en -bestuur

66.  erkent dat het scorebord van de interne markt kan worden beschouwd als het meest geschikte instrument voor het monitoren en evalueren van de mate waarin lidstaten hun internemarktverplichtingen nakomen, aangezien het verbeteringen kan initiëren en inhaalprocessen tussen landen op gang kan brengen; onderstreept echter dat dit scorebord niet voorziet in kwalitatieve beoordelingsinstrumenten; benadrukt hoe belangrijk het is de dialoog met en tussen de lidstaten te verbeteren om de complexiteit die zij ervaren bij de uitvoering van de internemarktwetgeving te identificeren en aan te pakken; verzoekt de Commissie in dit kader de lidstaten, wanneer zij daarom vragen, beter te ondersteunen bij de uitvoering van ingewikkelde internemarktvoorschriften;

67.  is met betrekking tot de internemarktprestatiestatus van mening dat eventueel een samengestelde indicator kan worden ontwikkeld ter bepaling van de internemarktachterstand, d.w.z. de bijkomende lasten waarmee burgers en bedrijven in het grensoverschrijdende verkeer af te rekenen hebben vanwege het ontbreken van internemarktregels; wijst er nadrukkelijk op dat met behulp van een dergelijke indicator gemakkelijker conclusies kunnen worden getrokken, die eventueel kunnen resulteren in beleidsaanbevelingen voor de EU-instellingen en de lidstaten;

68.  beschouwt het scorebord voor de digitale agenda als een belangrijk instrument om de vorderingen van de lidstaten op dit terrein te evalueren; is van mening dat dit scorebord in de samengestelde indicator ter bepaling van de internemarktachterstand moet worden opgenomen;

69.  verzoekt de Commissie te overwegen om in haar wetgevingsvoorstellen voor de interne markt een verplichte systematische beoordeling op te nemen van de omzetting, naleving, doeltreffendheid en geschiktheid voor het beoogde doel van de rechtsinstrumenten, met inbegrip van een methode en criteria voor een dergelijke beoordeling; is van mening dat een dergelijke methode en dergelijke criteria het beter mogelijk maken om te beoordelen of de rechtsinstrumenten correct worden omgezet, uitgevoerd en gehandhaafd, alsook of en in hoeverre ze bijdragen tot het bereiken van hun doelstellingen en in hoeverre ze geschikt zijn voor het beoogde doel;

70.  spreekt zijn steun uit voor de totstandbrenging van een duurzame interne markt, die gebaseerd is op de ontwikkeling van een inclusieve, hulpbronnenefficiënte, op kennis gebaseerde economie, die ook allerlei innovatiebevorderende maatregelen omvat op het gebied van duurzame technologieën, de balans tussen consumenten- en ondernemersbelangen, en die ook verbeteringen tracht te bewerkstelligen in de zin van een informeel probleemoplossingsmechanisme voor de interne markt, zoals Solvit, waarbij tevens de publieke kennis over één-loketsystemen wordt vergroot, zodat het publiek zich beter op de hoogte kan stellen van de mogelijkheden voor het creëren van groei en banen op de interne markt;

71.  neemt kennis van het voortdurend toenemende gebruik van de portaalsites Uw Europa en Uw Europa – Advies, die personen die wonen, werken, studeren en zich verplaatsen binnen de Europese Unie van de nodige informatie moeten kunnen voorzien;

72.  is ingenomen met het feit dat de gemiddelde omzettingsachterstand in de lidstaten tot onder de door de Europese Raad vastgestelde 1% -grens is gedaald, en inmiddels op 0,6% staat, het beste resultaat dat is geregistreerd sinds de oprichting van het scorebord van de interne markt; dringt erop aan dat een nultolerantie-beginsel bij de omzetting van de Europese wetgeving een fundamentele regel moet zijn voor zowel de lidstaten als de Unie;

73.  merkt op dat een behoorlijke uitvoering en handhaving van de EU-wetgeving cruciaal is voor de voltooiing van de interne markt; dringt er derhalve bij de Commissie op aan vastberaden gebruik te maken van al haar bevoegdheden om dit doel te bereiken, en verzoekt de lidstaten en de Commissie zich meer in te spannen voor de handhaving van de internemarktwetgeving en voor het toezicht daarop, onder meer via regelmatige inspectierondes, en daarbij voortdurend na te denken over de uitvoeringsproblemen en te zorgen voor efficiëntere wetgeving en voor een doeltreffender en uitgebreider gebruik van de evaluaties achteraf; dringt aan op meer toezicht op de effectieve inachtneming van de rechten van consumenten in een digitale omgeving, in het bijzonder gezien de snelheid waarmee inbreuken op de wetgeving inzake consumptie steeds vaker kunnen voorkomen;

74.  wijst er echter eens te meer op dat het proces van de inbreukprocedures een aantal tekortkomingen aan het licht heeft gebracht wat betreft de snelle aanpak en correctie van tekortkomingen bij de uitvoering en toepassing van internemarktbepalingen; roept de lidstaten ertoe op effectiever met de Commissie samen te werken om zaken sneller tot een oplossing te brengen;

75.  erkent dat niet-uitvoering het gevolg kan zijn van de complexiteit van de oorspronkelijke opzet; wijst er derhalve op dat zowel de primaire als de secundaire wetgeving de beginselen van betere regelgeving volledig in acht moet nemen door behoorlijke raadpleging, effectbeoordelingen en evaluaties na de uitvoeringsfase te verrichten;

76.  dringt er voorts op aan dat alles in het werk wordt gesteld om te komen tot een doeltreffendere toepassing van inbreukprocedures wegens schending van het Unierecht op het gebied van de interne markt, en dat de lidstaten en de Europese Raad de verdere ontwikkeling van inbreukprocedures in het kader van de toekomstige herzieningen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortzetten; is echter van mening dat inbreukprocedures altijd een laatste redmiddel moeten zijn en enkel mogen worden gebruikt na meerdere pogingen tot bemiddeling en rechtzetting;

o
o   o

77.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Europese Raad en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0054.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0130.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0038.

Juridische mededeling